Chronische vermoeidheid bij jongeren
:voorzitter Boudewijn Van Houdenhove
http://www.sporenenwissels.be/abstractsboek12dec1.doc
Het chronisch vermoeidheidssyndroom: Een doodlopend straatje ?
Boudewijn Van Houdenhove
Afdeling Liaisonpsychiatrie, UZ Leuven
Boudewijn.Vanhoudenhove@uz.kuleuven.ac.be
De controverse rond het chronische vermoeidheidssyndroom is nog lang de wereld
niet uit. Zowel de diagnose, etiologie en pathogenese als de behandeling staan
nog volop ter discussie.
In deze inleidende voordracht zal eerst een
overzicht worden gegeven van de belangrijkste 'hete hangijzers' met betrekking tot
het syndroom. Daarna zullen enkele wegen worden uitgetekend, langswaar de
zoektocht naar oplossingen voor dit 'medische raadsel' vruchtbaarder zou kunnen
verlopen.
Het chronisch vermoeidheidssyndroom bij jongeren: Empirisch onderzoek naar
empathische accuraatheid
Tine Vervoort, Geert Crombez & Ann Buysse
Vakgroep Experimenteel-Klinische en Gezondheidspsychologie, Universiteit
Gent
Tine.Vervoort@Ugent.be
Chronische vermoeidheid (CVS) op jeugdige leeftijd kan een ernstige impact
hebben op het gezin en omgekeerd. De rol van ouders bij chronisch zieke
kinderen zou differentieel van aard zijn, waarbij moeders emotioneel
(over)betrokken zouden zijn en vaders veeleer afwezig. Aan de hand van het
empathisch accuraatheidsparadigma hebben we enkele vorige onderzoeksbevindingen
kritisch in vraag gesteld.
We onderzochten of (1) moeders meer
empathisch accuraat zijn dan vaders voor de gedachten en gevoelens gerelateerd
aan CVS en of (2) moeders meer empathisch accuraat zijn voor de gedachten en
gevoelens gerelateerd aan CVS dan voor deze gerelateerd aan 'andere
levenservaringen'. Beide verwachtingen werden niet ondersteund door de
onderzoeksresultaten. We stelden vast dat vaders even empathisch accuraat zijn
dan moeders. Beiden waren echter minder empathisch accuraat voor de gedachten
en gevoelens gerelateerd
aan CVS dan voor deze gerelateerd aan andere levenservaringen.
Bijkomende analyses, op basis van zelfrapportage bij zowel de adolescent als de
ouders, toonden aan dat de differentiële betrokkenheid wel geldt voor het
perspectief van de adolescent, maar niet voor dat van de ouders. Tenslotte
vonden we dat empathische accuraatheid voor CVS lager was bij vaders die een
hogere mate van angst en depressieve gevoelens rapporteerden. De empathische
accuraatheid van moeders voor CVS was
hoger bij meer ervaren hinder en angst en depressieve gevoelens bij de
adolescent. De empathische accuraatheid voor CVS bleek ook hoger bij moeders
die rapporteerden meer gemotiveerd te zijn om andermans gedachten en gevoelens
te achterhalen.
"Wanneer moeheid de adolescentie (ont)kleurt ..."
Ann Vancoppenolle, Annik Lampo, Johan Marchand, Catherine Saey, Karlien
Van Cauwelaert & Johan Vanderfaeillie
Academisch Ziekenhuis Kinderen, Vrije Universiteit Brussel
ann.vancoppenolle@az.vub.ac.be
Het chronische vermoeidheidssyndroom is een diagnostische uitdaging omwille van
verschillende redenen. Het schaarse wetenschappelijke onderzoek, de vele
resterende onzekerheden en het ontbreken van duidelijke diagnostische criteria
herleiden de problematiek tot een exclusiediagnostiek. Wanneer kinderen of
adolescenten zich aanmelden met de klacht van chronische moeheid dient bij de
diagnostiek dan ook rekening gehouden te worden met tal van
ontwikkelingsaspecten. Dit resulteert veelal in een nog meer gevarieerde
symptoomexpressie of een beschrijving van veeleer atypische beelden met
verschil in aanvang, verloop en herstel. Hierdoor wordt de differentiële
diagnose met eventuele onderliggende pathologie, met comorbiditeiten en ook met
normale ontwikkelingsfenomenen bemoeilijkt. Systematisch onderzoek binnen het
kader van het referentiecentrum voor het chronische vermoeidheidssyndroom zal
moeten aantonen of het gaat om een syndroom
dan wel een symptoom binnen een andere pathologie. Sinds de oprichting van het
referentiecentrum voor kinderen en adolescenten in oktober 2002 worden minstens
36 jongeren per jaar in onderzoek opgenomen. Literatuur en klinische observaties
leren ons dat een complex samenspel van fysiologische, cognitieve, gedrags-,
maar ook familiaal gerelateerde en sociale aspecten een rol spelen in zowel het
ontstaan als het voortbestaan van CVS.
De complexiteit van CVS bij kinderen en jongeren vraagt om een geïndividualiseerde aanpak binnen een pluridisciplinaire werking. Uitgebreide psychodiagnostiek is noodzakelijk om concrete aangrijpingspunten voor een revalidatie te introduceren. De recente bevindingen zullen worden geïnterpreteerd tegen de achtergrond van bestaand literatuuronderzoek.