Oorzaak en geschiedenis van chronisch moeheidssyndroom 

 

 

Chronisch Moeheidssyndroom: De oorzaak?
           ---------------------------------------

Onderzoeksverslag Marjo Erinkveld en Rafke Goedendorp
en Dolder, April 1997
Opleiding Oefentherapie Cesar



 Inhoudsopgave

 1. Aanleiding
 2. Inleiding
 3. Materiaal en Methode
 4. Resultaten
 5. Discussie
 6. Samenvatting/conclusie
 7. Literatuurlijst
 Bijlage I
 Bijlage II



 1. AANLEIDING
 -------------

 De aanleiding tot het schrijven van dit onderzoeksverslag is een opdracht
 hiertoe van de Opleiding Oefentherapie Cesar. Dit onderzoeksverslag is
 speciaal gericht op de paramedische beroepsgroepen.

 We zijn om twee redenen tot het onderwerp chronisch moeheidsyndroom gekomen.
 De eerste reden is dat 1 van ons in aanraking is gekomen met lichte
 verschijnselen van het chronisch moeheidsyndroom. De tweede reden is dat het
 lijkt dat steeds meer mensen om ons heen te maken krijgen met vermoeidheid,
 die maar niet wil verdwijnen.

 Er rezen bij ons allerlei vragen:

 *    Wat is nu eigenlijk precies het chronisch moeheidsyndroom?
 *    Wordt het chronisch moeheidsyndroom veroorzaakt door stress die
      de huidige maatschappij met zich meebrengt?

 Het leek ons dan ook erg interessant om ons in het onderwerp 'Het chronisch
 moeheidsyndroom' te verdiepen en antwoord te krijgen op onze vragen.


 2. INLEIDING
 ------------

 In dit hoofdstuk leggen we kort uit wat het chronisch moeheidsyndroom is.
 Ook geven we een opsomming van andere namen, die voor hetzelfde syndroom
 worden gebruikt. Tot slot geven we aan hoe we tot de vraagstelling zijn
 gekomen en hoe deze luidt. De vraagstelling proberen we met behulp van dit
 onderzoeksverslag te beantwoorden.

 De laatste jaren is er in de media veel aandacht voor het chronisch
 moeheidsyndroom. Het chronisch moeheidsyndroom wordt vooral gekenmerkt door
 moeheidsklachten die tenminste een half jaar bestaan, die hebben geleid tot
 een ernstige daling van het prestatieniveau en waarvoor bij eerder onderzoek
 geen verklaring is gevonden (bijlage I). In de literatuur treft men een
 groot aantal andere namen aan voor het chronisch moeheidsyndroom, zoals:

 *  Chronisch vermoeidheidssyndroom
 *  Chronisch Epstein-Barr-virus-syndroom
 *  Postviraal syndroom
 *  Neuromyasthenie
 *  Royal Free disease
 *  Iceland disease
 *  Chronische mononucleosis
 *  Myalgisehe Encephalomyclitis
 *  Yuppie flu
 *  Chronic fatigue and immune dysffinction syndrome (CFIDS)
 *  Akuryeri disease


 De meest gebruikte term is chronisch moeheidsyndroom, afgekort CMS. Deze
 term hanteren wij in dit onderzoeksverslag.

 Uit de door ons gelezen literatuur (zie literatuurlijst) blijkt dat er al
 vele onderzoeken verricht zijn op psycho-sociaal, somatisch en psychiatrisch
 gebied naar de mogelijke oorzaken van dit syndroom. Er is echter nog steeds
 geen wetenschappelijk bewijs. Wetenschappelijk gezien bestaat dit syndroom
 dus niet! Toch lijden veel patienten aan bepaalde symptomen. Je kunt deze
 symptomen zien als een nieuw ziektebeeld: Het chronisch moeheidsyndroom.

 Er werd net beschreven dat er al vele onderzoeken verricht zijn op
 verschillende gebieden. Daarom hebben wij de keus gemaakt om een van die
 gebieden als uitgangspunt te nemen voor onze vraagstelling.
 Deze luidt: 'Ontstaat CMS alleen door psycho-sociale oorzaken?'

 Om de vraagstelling te verduidelijken volgt hier een omschrijving van de
 gebruikte termen
 * CMS: -chronisch moeheidsyndroom (bijlage 1)
 * psycho-sociale factoren:   -stress
                              -depressie
                              -persoonlijkheidsprofiel
                              -overmatige inspanning



 3. MATERIAAL EN METHODE
 -----------------------

 In dit hoofdstuk zullen we beschrijven waar en hoe we de artikelen hebben
 gevonden en welke artikelen we op deze wijze hebben verkregen. Daarna zullen
 we uitleg geven over hoe we de artikelen hebben gehanteerd om dit
 onderzoeksverslag te kunnen schrijven. Hier volgt een overzicht waar, hoe
 en welke artikelen zijn gevonden:

 #  Nederlands Paramedisch Instituut in Amersfoort.
    * Gezocht in     :     -  Databank
    * Sleutelwoorden :     -  chronisch moeheid + psychologie
    * Gevonden       :     -  Het Chronisch Moeheid Syndroom.
                              Een moderne vorm van somatiseren?

 #  Bibliotheek Bolognalaan, Fysiotherapie.
    *  Gezocht in    :     -  VUBIS-systeem
    *  Sleutelwoord  :     -  chronisch moeheidsyndroom
    *  Gevonden      :     -  Het chronische-moeheidsyndroom.
                              I. Somatologische hypothesen.
                              II. Psychosociale hypothesen.
                           -  Het chronische-moeheidsyndroom
                              Psychiatrische aspecten.
                           -  Dieet tegen chronisch moeheid door Candida
                              albicans.
                           -  Het postvirale vermoeidheidssyndroom of de
                              myalgische encefalomyelitis

 #  Internet.
    *  Sleutelwoorden:     -  myalgische chronic fatigue syndrome
                           -  encephalomyelitis
    *  Gevonden      :     -  The Facts about Chronic Fatigue Syndrome
                           -  Myalgische Encephalomyelitis Stichting


 Om het onderzoeksverslag te kunnen schrijven hebben wij eerst alle artikelen
 grondig doorgelezen. Hierna hebben we pas de vraagstelling geformuleerd. De
 artikelen bestaan uit opsommingen van onderzoeken. In deze onderzoeken word
 naar oorzaken van CMS gezocht. De auteurs van de artikelen hebben weergegeven
 of deze onderzoeken bevestigd of bewezen zijn. Bevestigd houdt in dat
 ditzelfde onderzoek ook door een ander is uitgevoerd en dat er eenzelfde
 uitkomst is gevonden. Bewezen houdt in dat meerderen dit onderzocht hebben
 en dezelfde resultaten hebben verkregen. Ook geven zij hun hypothese over de
 mogelijke oorzaken.

 Als basis voor de scriptie hebben we Artikel 7 (Swanink 1991, Vercoulen 1991)
 gebruikt, omdat hierin het grootst aantal mogelijke oorzaken zijn genoemd.


 We zijn van vier groepen oorzaken uitgegaan waardoor CMS zou kunnen ontstaan.
 Deze worden in de verschillende artikelen genoemd. Namelijk:
 *  psycho-sociaal (Swanink 1991)
 *  somatisch   (Swanink 1991)
 *  psychiatrisch  (Vercoulen 1991)
 *  maatschappelijk   (Ridder, de 1996)

 Na het lezen van de artikelen hebben we alle mogelijke oorzaken op een rij
 gezet en onder deze vier groepen geplaatst. Dit onderzoeksverslag is
 zodoende een samenvatting geworden van mogelijke oorzaken van CMS. Ook wij
 hebben onze eigen standpunt gegeven over de mogelijke oorzaak van CMS. Dit
 hebben wij gedaan aan de hand van de volgende gegevens. Ten eerste hebben
 we bekeken welk onderzoek er bevestigd of bewezen is. Ten tweede hebben we
 alle artikelen vergeleken en zijn tot een bepaalde hypothese gekomen. Ten
 derde hebben we de meest recente hypothese over de oorzaak van CMS opgezocht.

 We hebben een artikel gevonden waarin de meest recente hypothese van de
 mogelijke oorzaak van CMS wordt beschreven. Dit is een artikel van de
 ME. Stichting in Amsterdam (zie literatuurlijst). Ook werd in dit artikel
 een onderzoek genoemd, waarover wij een aantal vragen hadden. Zodoende
 hebben wij een brief naar de ME. Stichting gestuurd (bijlage 2) Op onze
 vragen hebben wij echter geen bevredigend antwoord ontvangen.


 4. RESULTATEN:
 --------------

 In de artikelen hebben we een twaalftal onderzochte oorzaken gevonden. De
 oorzaken kunnen worden ingedeeld in vier grote groepen. Hieronder volgt een
 overzicht van de mogelijke oorzaken voor het ontstaan van CMS. De oorzaken
 worden na dit overzicht nader uitgelegd/beschreven. Dit gebeurt op basis
 van de beschrijvingen in de artikelen. Daarna geven we nog het standpunt
 van de auteurs waar de oorzaak gezocht moet worden. Ook geven we de meest
 recente hypothese.

 Hier volgt het overzicht van de mogelijke oorzaken voor het ontstaan van
 CMS:
 *  Psycho-sociale oorzaken   1. stress
                              2. depressie
                              3. persoonlijkheidsprofiel
                              4. overmatige inspanning
 *  Somatische oorzaken       5. micro-organismen
                                    a. Epstein-Barr-virus
                                    b. varicella-zoster-virus
                                    c. cytomegalovirus
                                    d. herpesvinis hominis type 6 (HHV-6)
                                    e. enterovirus
                                    f. retrovirussen
                                    g. Borrelia burgdorferi
                                    h. Toxoplasma gondii
                                    i. Candida albicans
                              6. niet micro-biologisch:
                                 invloed intoxicaties
                              7. abnormale gastheerreactie op
                                 bepaalde persisterende micro-organismen
                              8. afwijkingen in spieren
                              9. afwijkingen in het centrale zenuwstelsel
                             10. verstoring van het hormonale systeem
 *  Psychiatrische oorzaken  11. psychiatrische diagnose
                                    a. somatisatiestoornis/ hysterie
                                    b. angststoornissen: sociale fobie en
                                       paniekstoornissen
                                    c. stemmingsstoornissen,
                                       voornamelijk depressie
 *  Maatschappelijke oorzaken 12. media
 *  Psycho-sociale oorzaken


 ad 1 stress:
 ------------

 * CMS-patienten worden meer belastende levenssituaties of subjectieve
   stress voor het optreden van de klachten ervaren dan bij gezonde mensen.
   Stress kan de immunologische capaciteiten negatief beinvloeden, waardoor
   de afweer tegen infecties afneemt. Hierdoor kunnen infecties optreden,
   waardoor CMS kan ontstaan. Dit is niet bevestigd. Dit geldt niet alleen
   voor het ontstaan van CMS. Infecties kunnen namelijk ook andere ziekten
   veroorzaken. Ook bij andere lichamelijke klachten werd gemeld dat
   patienten voor hun ziekte meer belastende levensgebeurtenissen ervoeren
   dan gezonden. (Vercoulen 1991)
 * Onder stress kan ook de snelheid en de druk van het moderne bestaan
   worden verstaan, wat CMS kan veroorzaken. Er wordt aangegeven dat er
   nog onderzoek gedaan moet worden naar de rol van stress bij CMS.
   (Hawton 1991)


 ad.2 depressie:
 ---------------

 * Ook depressie kan de immunologische capaciteiten negatief beinvloeden,
   waardoor infecties kunnen optreden en waardoor CMS kan ontstaan. Dit is
   niet bevestigd. Dit geldt ook niet alleen voor het ontstaan van CMS,
   aangezien infecties ook andere ziekten kunnen veroorzaken. Daarnaast
   worden ook bij andere lichamelijke klachten, voor het ontstaan van de
   ziekte, meer belastende levensgebeurtenissen gemeld dan bij gezonden.
   (Vercoulen 1991)
 * Depressie kan tot immunologische en endocriene veranderingen leiden,
   waardoor CMS kan ontstaan. (Vercoulen 1991)
   In dit artikel wordt niet direct beschreven of dit bewezen is.
 * Uit onderzoek blijkt dat bij CMS-patienten eerder sprake is van een
   verhoogde depressiescore dan van een klinische depressie. De mate van
   neuroticisme was bij patienten met CMS beduidend geringer dan bij
   depressieve controle-personen. Ditzelfde geldt voor de ernst van de
   depressie. (Vercoulen 1991). In dit artikel wordt niet beschreven of
   dit bevestigd of bewezen is.


 ad.3 persoonlijkheidsprofiel:
 -----------------------------

 * Sommige onderzoekers, onder andere Stricklin et al, zijn van mening dat
   een bepaald persoonlijkheidsproflel CMS kan ontwikkelen. Er worden de
   volgende profielen geschetst: Sociale teruggetrokkenheid, depressie,
   spanning, stress, lichamelijk onbehagen, twijfels aan zichzelf, gevoelens
   van hulpeloosheid, pessimistisch, gevoelig en meer geremd. Deze gegevens
   zijn echter retrospectief dus je kunt niet met zekerheid zeggen dat deze
   profielen ook voor CMS aanwezig waren. (Vercoulen 1991)
 * Ook wordt een beeld geschetst van perfectionistische mensen, die sterk
   reageren op situaties waarin ze hun zelf opgelegde prestatieniveau niet
   halen. Ook zijn deze mensen, met name vrouwen, vaak carriere-gericht,
   sociaal actief en staan voor anderen klaar. Dit wordt niet bevestigd,
   omdat er recente epidemiologische gegevens zijn die dit tegenspreken
   (Ridder de 1996).


 ad.4 overmatige inspanning:
 ---------------------------

 * Overmatige inspanning, zeer actief werken aan lichamelijke conditie,
   zou kunnen leiden tot een vergrote kans op CMS, maar deze mensen kunnen
   ook overbezorgd zijn over lichamelijke verschijnselen en daardoor
   sterker reageren op postinfectieuze vermoeidheid. (Hawton 1991)
 * Een zeer actieve premorbide levensstijl is bevestigd. (Ridder de 1996).
   In dit artikel wordt niet genoemd of dit als oorzaak van CMS wordt gezien.
 * Somatische oorzaken


 ad 5a Epstein-Barr-virus:
 -------------------------

 * Bij patienten met CMS is er aangetoond dat er antistoffen tegen het
   'early antigen van het Epstein-Barr-virus zijn (Swanink 1991, Jennekens
   1988), eventueel gepaard gaande met het ontbreken van antistoffen tegen
   het kernantigeen. Dit is in latere onderzoeken niet bevestigd. Slechts
   bij een klein aantal patienten werd dit aangetoond en ook bij gezonden
   werden anti-early-antigen-titers gevonden. (Swanink 1991)
 * het Epstein-Barr-virus werd ook in spieren aangetroffen bij CMS-patienten.
   Dit heeft bevestiging nodig, omdat de inclusiecriteria van de
   patientengroep en de beschrijving van de controlegroep slecht gedefinieerd
   zijn. (Swanink 1991)
 * Chronische moeheid wordt veroorzaakt door infectie van het
   Epstein-Barr-virus (Jennekens 1988, CDC 1995), waardoor interferon wordt
   afgescheiden. Dit is niet aantoonbaar gebleken, omdat er geen
   interferonactiviteit in het bloed werd gevonden. (Jennekens 1988)
 * Er bestaan nog steeds grote twijfels over het Epstein-Barr-virus als
   veroorzaker van CMS. (Ridder de 1996)


 ad. 5b varicella-zoster-virus:
 ------------------------------

 Gegevens hieromtrent ontbreken, alleen de naam wordt genoemd. (Swanink 1991)


 ad.5c cytomegalovirus:
 ----------------------

 Gegevens hieromtrent ontbreken, alleen de naam wordt genoemd (Swanink 1991)


 ad.5d herpesvirus hominis type 6 (HHV-6):
 -----------------------------------------

 * Sommige onderzoekers hebben gerapporteerd dat HHV-6 actief is bij
   CMS-patienten. HHV-6 wordt als mogelijke oorzaak gezien.
   Andere studies vonden geen correlaties tussen HHV-6-infecties en CMS.
   (CDC 1995)


 ad.5e enterovirus:
 ------------------

 * Engelse onderzoekers hebben beweerd dat het enterovirus bij mensen met
   CMS aanwezig is. Ook zijn er onderzoeken waarbij er een persisterende
   enterovirus is gevonden in faeces en spierweefsel. Ander onderzoek toont
   virale antigenen van het enterovirus aan bij 60% van de patienten. Deze
   resultaten behoeven bevestiging, omdat de inclusiecriteria van de
   patientengroep en de beschrijving van de controlegroep slecht
   gedefinieerd zijn. (Swanink 1991)
 * Enterovirus veroorzaakt ernstige vermoeidheid en spierzwakte, maar er
   kan geen sterke associatie gemaakt worden tussen recente infectie met
   het enterovirus en CMS. (CDC 1995)


 ad.5f retrovirussen:
 --------------------

 * Een onderzoek beschrijft een mogelijke retrovirus DNA sequentie in
   lymfocyten bij CMS-patienten, die niet bij gezonde mensen is gevonden.
   Dit wordt niet door andere onderzoeken bevestigd. (CDC 1995)


 ad.5g Borrelia burgdorferi:
 ---------------------------

 Gegevens hieromtrent ontbreken, alleen de naam wordt genoemd. (Swanink 1991)


 ad.5h  toxoplasma gondii:
 -------------------------

 Gegevens hieromtrent ontbreken, alleen de naam wordt genoemd. (Swanink 1991)


 ad.5i Candida albicans:
 -----------------------

 * Alternatieve geneeskundigen zien Candida albicans als oorzaak. Dit is
   niet wetenschappelijk bewezen. (Swanink 1991, Ridder de 1996)
 * De gist Canada albicans wordt gezien als de oorzaak van CMS.
   C. albicans komt op de huid en slijmvliezen voor. Het biologische
   evenwicht hiervan wordt verstoord door het toedienen van antibiotica
   en hormonale en andere metabole veranderingen. Hierdoor groeit de
   C. albicans uit en veroorzaakt infecties. De verzwakking van het
   immuunsysteem door C.albicans is niet aangetoond. (Berkhof 1991)
 * De C.albicans kan ethanal produceren. De C.albicans en het ethanal
   kunnen alle onderdelen van het lichaam bereiken via de bloedbaan.
   Er wordt vanuit gegaan dat dit de chronische moeheid veroorzaakt.
   Dit is niet wetenschappelijk bewezen. (Berkhof 1991)


 ad.6 niet micro-biologisch: invloed intoxicatics:
 -------------------------------------------------

 Hier wordt weinig over vermeld.
 * Er is geen bewijs dat verwijderen van het amalgaam uit het gebit
   een heilzaam effect heeft. (Swanink 1991)
 * Allergische reakties op allerlei giftige stoffen worden ook als
   oorzaak gezien. Dit heeft tot op heden weinig aanknopingspunten.
   (Ridder de 1996)


 ad.7 abnormale gastheerreactie op bepaalde persisterende micro-organismen:
 --------------------------------------------------------------------------

 * Er worden allerlei immunologische bevindingen beschreven, die
   tegenstrijdig en niet bewezen zijn.
   Er is onderzoek gedaan naar: IgG-spiegels (Swanink 1991), circulerend
   interleukine-2 (Swanink 1991), concentraties interferon in serum
   (Swanink 1991), 2-5-oligo- adenylsalsynthetase (Swanink 1991), aantal
   CD4-cellen (Swanink 1991), aantal CD8- cellen (Swanink 1991, CDC 1995),
   cytotoxisch vermogen van 'natural killer' cellen (Swanink 1991), aantal
   'natural killer' cellen (CDC 1995), productie van cytokine
   (Swanink 1991, CDC 1995).


 ad.8 afwijkingen in spieren:
 ----------------------------

 * Er is Epstein-Barr-virus DNA of enterovirus RNA in de spieren van
   patienten met CMS aangetoond. Dit behoeft bevestiging, omdat de
   inclusiecriteria van de patientengroep en de beschrijving van de
   controlegroep slecht gedefinieerd zijn (zie ad.5e) (Swanink 1991).
 * Er is een gestoorde spiermembraam-geleiding gevonden, maar dit kan
   ook het gevolg zijn van een verminderd gebruik van de spieren.
   (Swanink 1991, Jennekens 1988)
   In artikel 4 (Jennekens 1988) wordt aangegeven dat de samenstelling
   van de controlegroep niet is beschreven. Ook is er een verminderde
   inspanningstolerantie gevonden. Het is echter onbekend of de oorzaak
   een gebrek is aan psychologische inzet of dat er een disfunctie in de
   spier is. (Swanink 1991)
 * Er is 1 onderzoek gedaan die een relatieve toename van type-2-vezels
   met atrofie van deze vezels heeft gevonden en abnormale mitochondria
   en vetinclusies heeft gezien.
   Bevestiging hiervan ontbreekt en het is onbekend of het oorzaak of
   gevolg is. (Swanink 1991)
 * Er zijn geen afwijkingen in het spiermetabolisme gevonden. Dit wordt
   door andere onderzoeken beaamd (Jennekens 1988)


 ad.9 afwijkingen in het centrale zenuwstelsel:
 ----------------------------------------------

 * Bij ruim 70% van een groep patienten met CMS zijn er afwijkingen gevonden
   die duiden op een corticale hypoperfusie, vooral in het temporale gebied.
   Dit behoeft bevestiging. (Swanink 1991)
 * Ander onderzoek rapporteert subtiele afwijkingen in de hypothalamus-
   hypofyse-as. Dit kan in verband staan met depressie en slaapstoornissen
   bij een aantal van de CMS-patienten. (Swanink 1991)
   In het artikel wordt niet aangegeven of dit bevestigd of bewezen is.


 ad. 10 verstoring van het hormonale systeem:
 -------------------------------------------

 Hier zijn geen gegevens over bekend, het wordt alleen genoemd. (CDC 1995)


 *  Psychiatrische oorzaken

 ad.11a somatisatiestoornis/ hysterie:
 -------------------------------------

 * Dit wordt in DSM-III-R gedefinieerd als: langdurige aanwezigheid van
   meerdere somatische symptomen, waarvoor geen lichamelijke basis aangetoond
   kan worden. Moeheid is geen criterium. CMS-patienten met een groot aantal
   nevenklachten lopen de kans de diagnose somatisatiestoornis te krijgen.
   Het lage percentage van CMS-patienten met deze diagnose en de willekeurige
   wijze waarop de diagnose somatisatiestoornis gesteld wordt, toont aan dat
   de diagnose geen verklarende waarde kan hebben voor CMS. (Vercoulen 1991)
 * Van de 100 patienten met CMS bleken 15 personen een somatisatiestoornis
   te hebben. (Hawton 1991)
   In dit artikel is het onduidelijk of dit als oorzaak gezien wordt.


 ad. 11b angststoornissen: sociale fobie en paniekstoornissen;
 -------------------------------------------------------------

 * 36% Van de CMS-patienten heeft ooit een gebeurtenis meegemaakt waarop de
   diagnose angststoornis van toepassing is. Dit verschilt niet in
   percentage bij gezonde proefpersonen. (Vercoulen 1991)
 * Van de 100 patienten met CMS bleken 9 personen een angststoornis te
   hebben. (Hawton 1991)
   In dit artikel is het onduidelijk of dit als oorzaak gezien wordt.


 ad 11c stemmingsstoornissen, voornamelijk depressie:
 ----------------------------------------------------

 * Sommige onderzoekers zijn van mening dat CMS een uitingsvorm is van
   depressie, omdat bij ruim de helft van de patienten met CMS een depressie
   in engere zin wordt vastgesteld. (Vercoulen 1991) Er werd een sterke
   samenhang gevonden tussen het begin van de moeheidsklachten en het begin
   van de depressie. Ander onderzoek bevestigd dit niet, want zij zeggen dat
   dit minder waarschijnlijk wordt gemaakt doordat overeenkomsten in
   symptomen niet automatisch inhoudt dat beide stoornissen identiek zijn.
   (Vercoulen 1991, Hawton 1991)
 * Ook wordt er gerapporteerd dat de aanwezigheid van een depressie voor CMS
   (50%) groter is dan bij gezonde mensen (12,5%). Dit wordt door ander
   onderzoek niet bevestigd. (Vercoulen 1991)
 * Uit een ander onderzoek blijkt dat bij CMS eerder sprake is van verhoogde
   depressiescores dan van een klinische depressie. De mate van neuroticisme
   was bij CMS-patienten beduidend geringer dan bij depressieve controle-
   personen. Dit geldt ook voor de ernst van de depressie. (Vercoulen 1991)
   In dit artikel wordt niet beschreven of het onderzoek bevestigd of
   bewezen is.
 * Depressie kan ook anders gezien worden dan een oorzaak van CMS, namelijk
   als een onderdeel van het syndroom. CMS kan ook een variant zijn van de
   depressieve stoornis. (Hawton 1991)
 * Depressies zijn geconstateerd bij een groot deel van de patienten met CMS.
   Het is niet duidelijk in hoeverre depressie gevolg, oorzaak of begeleidend
   verschijnsel van chronische moeheid is. (Ridder de 1996)
 * CMS-patienten onderscheiden zich duidelijk van mensen die depressief zijn.
   Wanneer deze beide groepen deelnemen aan een trainingsprogramma waarbij
   de lichamelijke inspanning iedere dag een beetje wordt opgevoerd,
   verbetert de conditie van depressieve mensen snel, maar CMS-patienten
   raken steeds meer uitgeput. (ME. Stichting 1997)
   In het artikel is niet duidelijk of dit een onderzoek is geweest. Zo ja,
   dan is het niet duidelijk of dit bevestigd of bewezen is.



 *  Maatschappelijke oorzaken


 ad. 12 media:
 -------------

 * CMS is een modediagnose. De algemene, positieve belangstelling voor het
   syndroom geeft waarschijnlijk vorm aan de klachten van mensen die
   verschillende stoornissen hebben, waardoor er plotseling een epidemie van
   het syndroom lijkt te bestaan. (Hawton 1991)
   Het artikel geeft niet aan of dit bevestigd of bewezen is.
 * Het wil niet zeggen dat chronische moeheid een modieus verschijnsel is
   dat door de media is gecreeerd. (Ridder de 1996)


 Naast deze opsomming van mogelijke oorzaken willen we het volgende nog
 vermelden:

 In de volgende artikelen vermelden de auteurs dat er een mogelijke relatie
 bestaat tussen somatische en psycho-sociale oorzaken: CDC 1995, Hawton 1991,
 Jennekens 1988, Ridder de 1996, Swanink 1991, Vercoulen 1991. Het artikel
 ME. Stichting 1997 en Berkhof 1991 gaan er vanuit dat er een somatische
 oorzaak is.

 Om de huidige stand van zaken weer te geven, vermelden wij hier de meest
 recente hypothese: Men vermoedt dat er een storing in het immuunsysteem
 (afweersysteem) een rol speelt. (ME. Stichting 1997)


 5. DISCUSSIE
 ------------

 In dit hoofdstuk zullen we de vraagstelling bespreken aan de hand van de
 veronderstellingen van de artikelen. Ook zullen we aangeven waarom de
 vraagstelling zo moeilijk te beantwoorden is. Daarna geven we ons eigen
 standpunt, die na het lezen van de artikelen tot stand is gekomen. We zullen
 eerst uitleggen hoe we tot dit standpunt zijn gekomen en daarna zullen we
 dit standpunt nader uitleggen en toelichten.

 De vraagstelling van dit onderzoeksverslag luidt:

 'Ontstaat CMS alleen door psycho-sociale factoren?'

 Na het lezen van de artikelen kunnen we de volgende veronderstelling geven:

 'CMS ontstaat waarschijnlijk niet alleen door psycho-sociale oorzaken, maar
 ook door somatische, psychiatrische en/of maatschappelijke oorzaken.'

 Hier staat ' waarschijnlijk ', omdat de oorzaak van CMS nog steeds niet
 vaststaat. Er zijn wel al veel mogelijkheden onderzocht, maar deze blijken
 niet voldoende bewezen te zijn. Zodoende kan er nog geen oorzaak aangetoond
 worden. Hieruit blijkt dat de vraagstelling niet beantwoord kan worden.

 Omdat wij na het lezen van de artikelen een eigen idee kregen over de
 mogelijke oorzaak van CMS willen wij hier ons eigen standpunt geven:

 'Er bestaat een relatie tussen somatische en psycho-sociale oorzaken.
 Dit samen zou de oorzaak kunnen zijn voor het ontstaan van CMS.'

 Tot dit standpunt zijn wij gekomen aan de hand van de volgende punten:
 * Vele onderzoekers zijn van mening dat er een relatie bestaat tussen
   somatische en psycho-sociale oorzaken. (CDC 1995, Hawton 1991,
   Jennekens 1988, Ridder de 1996, Swanink 1991, Vercoulen 1991)
 * uit onze resultaten blijkt dat er geen oorzaken bevestigd of bewezen
   zijn. Daarnaast is het ook niet duidelijk of enkele van de gevonden
   resultaten oorzaak of gevolg zijn.
 * Alle vier de groepen zouden een oorzaak kunnen zijn.
 * De meest recente hypothese die we hebben gevonden is dat men vermoedt
   dat een storing in het immuunsysteem (afweersysteem) een rol speelt.
   (ME. Stichting 1997)

 In ons standpunt nemen wij niet de psychiatrische en maatschappelijke
 oorzaken als uitgangspunt. Wij zien namelijk psychiatrische oorzaken niet
 als primaire oorzaak van CMS. Uit de resultaten van de psychiatrische
 oorzaken blijkt dat de somatisatiestoornis en de angststoornis niet als
 oorzaak gezien kunnen worden. Uit de tekst op pagina 11 onder ad.11a en
 ad.11b blijkt dat deze diagnosen geen verklarende waarden hebben voor CMS.
 Ook de aanwezigheid van een depressie voor CMS wordt niet door andere
 onderzoeken als oorzaak gezien. De maatschappelijke factor zien wij ook
 niet als oorzaak voor het ontstaan van CMS. Door de media bestaan niet meer
 CMS-patienten, er worden er echter meer bekend.

 In ons standpunt richten we ons alleen op somatische en psychische
 factoren, somatische oorzaken, genoemd in ons standpunt, verstaan wij een
 virusinfectie. Wij zijn van mening dat dit een rol speelt. Er zijn namelijk
 veel onderzoeken verricht die de oorzaak bij een virusinfectie zoeken. Ook
 zijn er CMS-symptomen die duiden op een virusinfectie, namelijk: lichte
 temperatuurverhoging en pijnlijke hals- en okselklieren (bijlage I). Stress
 zien wij als een psycho-sociale oorzaak. Onder stress verstaan wij
 belastende levenssituaties die een persoon niet aankan. Er zijn onderzoeken
 gedaan naar psycho-sociale oorzaken. Er zijn echter geen onderzoeken
 bewezen, maar de onderzoekers gaan er vanuit dat er een samenhang moet zijn
 tussen somatische en psycho-sociale factoren. Wij zijn het met dit standpunt
 eens. In onze ogen kun je namelijk geen onderscheid maken tussen de psyche
 en het lichaam (holisme). Dit vormt namelijk 1 persoon/mens.

 Door geestelijke overbelasting (stress) en lichamelijke overbelasting (virus)
 krijgt het immuunsysteem te veel prikkels, zonder dat het de kans krijgt om
 zich te herstellen. Hierdoor krijg je voortdurende overbelasting van het
 zenuwstelsel, waardoor ook de hormonen en klieren worden overbelast. Het
 evenwicht raakt verstoort en het immuunsysteem raakt uitgeput. Daardoor
 hopen afvalstoffen zich op en verzwakken het afweer- en regulatiesysteem.
 Hierdoor zou CMS kunnen ontstaan.

 De verhouding tussen virus en stress kan verschillend zijn. Er kan een
 duidelijke virusinfectie zijn met een onderkende mate van stress aanwezig
 zijn. Er kan ook een duidelijke mate van stress zijn met een met tot uiting
 komende virusinfectie.

 Sterke punten van dit standpunt zijn dat hier vele onderzoeken naar gedaan
 zijn (alle artikelen) en dat vele onderzoekers van mening zijn dat zowel
 een virus als stress een rol spelen bij het ontstaan van CMS. (CDC 1995,
 Hawton 1991, Jennekens 1988, Ridder de 1996, Swanink 1991, Vercoulen 1991)
 Een zwak punt van dit standpunt is dat geen onderzoek echt bewezen is.
 Ons standpunt moet nog onderzocht worden.



 6. SAMENVATTING/CONCLUSIE
 -------------------------

 Hier volgt een korte samenvatting met de belangrijkste gegevens van het
 onderzoeksverslag.

 De vraagstelling van dit onderzoeksverslag is:
 'Ontstaat CMS alleen door psycho-sociale oorzaken?'
 Deze vraag kan nog niet beantwoord worden.

 Er zijn namelijk veel onderzoeken gedaan die een hypothese geven over de
 oorzaken. Deze oorzaken zijn onderverdeeld in de volgende groepen:
 *  psycho-sociaal
 *  somatisch
 *  psychiatrisch
 *  maatschappelijk
 Geen enkel onderzoek is echter bewezen.
 Hierdoor blijft de vraagstelling een vraag.

 Tot nu toe zijn de meeste onderzoeken gericht op ofwel somatische oorzaken
 ofwel psychische oorzaken. De meeste artikelen pleiten voor een relatie
 tussen het somatische en het psycho-sociale. Wij pleiten hier ook voor
 omdat wij van het holisme uitgaan. Het holisme maakt geen scheiding tussen
 het lichamelijke en het geestelijke.

 Conclusie:
 ----------

 Verder onderzoek moet zich richten op samenhang tussen somatische en
 psychische oorzaken.



 7. LITERATUURLIJST
 ------------------

 1    Berkhof I, Dusseldorp M van, Swanink CMA, Meer JWM van der.
      Een dieet tegen chronische moeheid door Candida albicans?
      Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.
      Jaargang 135, 1991, Bd II, pag. 2017-2019.

 2    Centers for Disease Conrol and Prevention (CDC),
      National Center for Infectious Diseases.
      The Facts About Chronic Fatigue Syndrome.
      Internet, maart 1995.
      HTTP://WWW.DDS.NL/ME-NET/MEWEB/CDCFACTS .TXT

 3    Hawton KE, Hengeveld MW.
     
Het chronische-moeheidsyndroom; psychiatrische aspecten.
      Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.
      Jaargang 135, 1991, Bd II, pag. 2014-2016.

 4    Jennekens FGI en Gijn I van
      Het postvirale vermoeidheidssyndroom of de myalgische
      encefalomyelitis.
      Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.
      1988, Part 11, 132, pag. 99-100 1.

 5    Myalgische Encephalomyelitis Stichting
      Internet, februari 1997.
      HTTP://WWW.ZIEKENHUlS.NL/PATNTVER/ME.HTM#3

 6    Ridder D de, Heijmans M.
      Het Chronisch Moeheids Syndroom. Een moderne vorm van somatiseren?
      De Psycholoog. Jaargang 31, nr.2, 1996, pag. 53-58

 7    a. Swanink CMA, Galama JMD, Vercoulen JHMM, Bleijenberg G,
         Fennis JFM en Meer JWM van der.
         Het chronische-moeheidsyndroom. I. Somatologische hypothesen.
         Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.
         Jaargang 135, 1991, Bd II, pag. 2005-2009.

      b. Vercoulen JHMM, Swanink CMA, Galama JMD, Fennis JPM,
         Meer JWM van der Bleijenberg G.
         Het chronische-moeheidsyndroom. II. Psychosociale hypothesen.
         Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.
         Jaargang 135, 1991, Bd II, pag. 2010-2013.


 BIJLAGE I
 ---------

 Criteria voor het chronisch moeheidsyndroom naar Holmes et al. (artikel 1)

 Hoofdcriteria
 -------------

 1.   Ten minste 6 maanden bestaande persisterende of recidiverende
      invaliderende moeheid die niet overgaat door bedrust en zo
      ernstig is dat het dagelijkse-activiteitennivo onder 50% van
      de premorbide activiteit daalt.
 2.   Ziekten die soortgelijke symptomen kunnen veroorzaken dienen
      te zijn uitgesloten. Deze ziekten zijn: maligniteiten,
      auto-imnuunziekten, infecties (occulte abcessen, endocarditis,
      Lyme-borreliose, t.b.c., schimmelinfecties, worminfecties,
      protozoaire infecties, HIV-infectie), chronische inflammatoire
      ziekten (sarcoidose, chronische hepatitis, ziekte van Wegner),
      endocriene ziekten (hypothyroidie, diabetes, ziekte van Addison,
      syndroom van Cushing), psychiatrische ziekten (endogene depressie,
      hysterie, schizofrenie, etc.), alcoholisme, drugsverslaving,
      geneesmiddelenmisbruik, intoxicatie (met chemische oplosmiddelen,
      pesticiden of zware metalen), chronische hart-, long-, lever-,
      darm-, nier- of bloedziekten.

 Nevencriteria
 -------------

 Anamnese

 1. Lichte temperatuursverhoging (<38.6 C)
 2. Keelpijn
 3. Pijnlijke hals- en okselklieren
 4. Onverklaarde gegeneraliseerde spierzwakte
 5. Myalgie
 6. Langdurige moeheid (> 24 uur) na inspanning, die in de
    premorbide toestand goed verdragen zou zijn
 7. Diffuse hoofdpijn (verschillende van hoofdpijn in de
    premorbide toestand)
 8. Verspringende artralgieen zonder zwelling of roodheid
 9. Neuropsychologische klachten (voorbijgaande scotomen,
    depressie, vergeetachtigheid, prikkelbaarheid,
    verwardheid, denkstoornissen fotofobie, concentratiestoornissen,)
 10.Slaapstoornissen (slapeloosheid of hypersomnie)
 11.Ontstaan van de klachten in een aantal uren tot dagen

 Lichamelijk onderzoek

 1. Rectale temperatuur tussen 37,8 en 38,8 C
 2. Niet-exsudatieve pharyngitis
 3. Palpabele of pijnlijke hals- of okselklieren


 BIJLAGE 2
 ---------

 Hier volgt een uitgetypte versie van de brief zoals die verstuurd is
 aan de ME-Stichting in Amsterdam:

 ME. Stichting
 Postbus 57436
 1040 RH Amsterdam

 betreft: artikel op Internet

 Tilburg, 20 maart 1997


 Geachte heer/ mevrouw,

 Zoekend naar informatie voor een scriptie over de mogelijke oorzaken van
 ME., kwam ik op Internet een artikel tegen van Uw stichting.

 In dit artikel stond het volgende vermeld:
 "Toch onderscheiden M.E.-patienten zich duidelijk van mensen die
 overspannen of depressief zijn. Wanneer deze mensen deelnemen aan een
 trainingsprogramma waarbij de lichamelijke inspanning iedere dag een
 beetje wordt opgevoerd, verbetert hun conditie snel. Als ME-patienten
 echter zo'n programma volgen, raken ze steeds meer uitgeput."

 Na dit gelezen te hebben kwamen de volgende vragen bij me op:
 -  Is dit het resultaat van een onderzoek?
 -  Zo ja, is dit resultaat dan betrouwbaar?
 -  Is dit onderzoek gedaan om te bevestigen dat ME. niet psychisch is?
 -  Mag ik stellen dat, uitgaande van het artikel, dat ME. geen
    psychische oorzaak heeft, maar een somatische, waar alleen nog geen
    bewijzen voor zijn gevonden?

 Heel graag zou ik een reactie van U ontvangen op deze vragen.

 Bij voorbaat hartelijk dank.


 vriendelijke groeten,

 Rafke Goedendorp