|
Verband tussen darmeiwit en auto-immuunziekten. Vertaling, verwerking
en opzoeking: Gorik Pinkhof. New York, 10 mei 2000
(Reuters Health). De dunne darm bevat
miljarden cellen, die dicht bijeen gepakt zitten om bacteriën, virussen en
andere gifstoffen uit het lichaamsweefsel te houden. Nieuwe
onderzoeksbevindingen hebben misschien het eiwit ontdekt dat deze
beschermende barrière regelt. Dit houdt de belofte in voor een beter
begrip van verscheidene ziekten. "We staan op het
punt opwindende ontdekkingen in dit gebied te doen", stelde
hoofdonderzoeker dr. Alessio Fasano van de University of Maryland School of
Medecine in Baltimore. In
onderzoeksbevindingen gepubliceerd in The Lancet, rapporteren Fasano en
collegae dat een eiwit, zonuline genaamd, verantwoordelijk blijkt te
zijn voor het behoud van de beschermende barrière in de dunne darm, en
dat hoge gehaltes van dit eiwit verbonden zijn met een verstoring in deze
barrière waardoor vreemde stoffen in het lichaamsweefsel kunnen
binnendringen. Wanneer de onderzoekers
zonuline zuiverden van menselijk weefsel en testten op ingewandenweefsel van
apen, verhoogde het eiwit de doorlaatbaarheid van het weefsel waardoor
insulinemolecules door de celbarrière konden dringen. Insuline wordt normaal
gezien niet geabsorbeerd bij orale inname. Daarna vestigden de
onderzoekers hun aandacht op de ziekte coeliakie, een genetische
aandoening waarbij men geen voedsel dat gluten bevat mag eten. Gluten
zijn eiwitten die men vindt in tarwe en andere granen. Als ze dit toch doen
dan veroorzaken de gluten heel wat gastrointestinale problemen. Coeliakie is een
auto-immuunziekte, wat betekent dat het immuunsysteem overreageert op
vreemde stoffen, en normale cellen begint aan te vallen. Bij coeliakie zijn
gluten de boosdoeners. Als de patiënt gluten-bevattend voedsel vermijdt, dan
is hij symptoomvrij. "Bij coeliakie
verstonden we nooit hoe grote eiwitten zoals gluten door het immuunsysteem
geraakten", legde Fasano uit in een verklaring. "Nu hebben we een
antwoord". Zijn ploeg onderzocht ingewandenweefsel van zeven patiënten
met coeliakie en zes gezonden. Patiënten met de ziekte hadden hogere
gehaltes zonuline en zonuline anti-lichamen. Wanneer de coeliakie patiënten
een gluten-vrij dieet volgden, werden de anti-lichaam gehaltes terug
normaal. De onderzoekers geloven
dat zonuline de ruimte tussen cellen ruimer maakt waardoor gluten en andere
stoffen kunnen doordringen. "Eens deze allergenen in het
immuunsysteem komen worden ze aangevallen door anti-lichamen", noteert
Fasano. Ander onderzoek met suikerzieke
ratten ondersteunt deze bevindingen, voegt Fasano er aan toe. Bij deze dieren
wordt de intestinale omlijning meer doordringbaar vooraleer het
auto-immuunproces begint. Dit suggereert dat zonuline ook verantwoordelijk
kan zijn voor het inzetten van deze ziekte. Omdat mensen met
onbehandelde coeliakie een verhoogd risico hebben voor andere
auto-immuunziekten zoals suikerziekte, bindweefselziekten, sommige
types van schildklierziekten, het chronisch vermoeidheidssyndroom /
myalgische encefalomyelitis en geelzucht, geloven Fasano en collegae dat
ze een belangrijk proces hebben geidentificeerd. "Ik geloof dat
zonuline een hoofdrol speelt in de modulatie van ons immuunsysteem. Om een of
andere reden slaan de zonulinegehaltes uit balans, dat tot auto-immuunziekte
leidt" zei Fasano. Hij noteert desalnietemin dat meer onderzoek nodig is
om zijn bevindingen te bevestigen.
|