Slaapapneu
http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=1759
Wat is slaapapneu?
Een apneu is een medische term voor een ademstilstand tijdens de slaap
gedurende tenminste 10 seconden. Indien er meer dan 10 tot 15 apneus optreden
per uur, spreekt men van een slaapapneusyndroom. Hierdoor daalt het zuurstofgehalte
in de weefsels. Naast allerlei fysiologische veranderingen in het lichaam geven
de hersenen het lichaam ook een signaal om wakker te worden. Na ontwaken, vaak
met een schok, wordt de ademhaling weer hervat. De fysiologische veranderingen en
het steeds ontwaken hebben het slaapapneusyndroom tot gevolg.
Iedereen krijgt wel eens apneus in zijn slaap. Het is pas wanneer die vaak
voorkomen en lang duren, dat ze een bedreiging kunnen vormen voor de
gezondheid. Daartoe wordt het aantal apneus per uur slaap bepaald. Deze Apneu-
Hypopneu Index (AHI) wordt gebruikt als indicator voor de ernst van de
slaapapneu. In het algemeen wordt een AHI van 5 - 15 beschouwd als een milde
vorm van slaapapneu, een AHI van 15 - 30 wordt beschouwd als een gemiddelde slaapapneu
en een AHI van 30 of meer wordt beschouwd als een ernstige vorm van slaapapneu.
Oorzaken
De oorzaak van de apneus kan verschillend zijn. Op grond daarvan kunnen drie
vormen van slaapapneu onderscheiden worden.
Het Obstructief Slaapapneu Syndroom (OSAS) wordt veroorzaakt door een
afsluiting (obstructie) van de ademweg. De afsluiting kan worden veroorzaakt
door het uitzakken van het zachte weefsel in de wand van de keelholte, door het
naar achteren zakken van de tong of door andere zachte, afsluitende delen in de
keelholte. Door de afsluiting wordt de ademweerstand verhoogd en vindt er
minder of zelfs geen transport van lucht naar longen plaats. Gedeeltelijke
afsluiting van de keelholte veroorzaakt een turbulentie van de luchtstroom, die
het weke verhemelte en andere structuren aan het trillen brengt. Dit leidt tot
snurken. Indien bij het snurken de luchtverplaatsing naar de longen afneemt,
spreekt men van hypopnoe. Zowel apnoe's als hypopnoe's kunnen aanleiding geven
tot zuurstofgebrek in het bloed.
Het Centraal Slaapapneu Syndroom (CSAS) wordt veroorzaakt door een falen van de
hersenen in het geven van impulsen naar de ademhalingsspieren. Daardoor worden
er geen ademhalingsbewegingen uitgevoerd. De keelholte is hierbij normaal
doorgankelijk voor lucht.
De derde vorm van slaapapneu is een mengvorm van OSAS en CSAS: zowel een
obstructie van de ademweg als een falen in het prikkelen van de
ademhalingsspieren.
Risicofactoren
Apneus treden bij de meeste mensen wel eens op. Onderzoek wijst echter uit dat
2 tot 4% van de volwassenen op middelbare leeftijd matig tot ernstig slaapapneu
vertoont. Bij vrouwen komt dit dubbel zo veel voor als bij mannen.
Het obstructief slaapapnoesyndroom (OSAS) wordt vooral gezien bij zwaarlijvige
mannen van middelbare leeftijd. Het OSAS is minder frequent bij vrouwen,
kinderen en personen met normaal gewicht.
Alhoewel slaapapneu vooral bij volwassenen voorkomt, kan het ook bij kinderen
optreden. Dit probleem wordt in de meeste gevallen veroorzaakt door een vergroting
van de amandelen. Een wegname van de amandelen is dan in ieder geval
aangewezen.
Een aantal factoren kunnen bijdragen tot slaapapneu.
- zwaarlijvigheid (o.m. vetweefsel in halsgebied)
- genetische aanleg
- Leeftijd
- Gebruik van alcohol, slaap- en kalmeermiddelen
- Roken
- Chronische luchtwegirritatie, oedeem
- Slaaphouding: rugligging
- Obstructie van de neusholte
- Obstructie van de keelholte (vergrote amandelen, vergrote huig)
- Nekomvang: veel slaapapneupatiënten hebben korte nekken met grote
kaakbeenderen De omvang van de nek kan gebruikt worden als voorspeller van de
kans op slaapapneu: iemand die een boordmaat groter dan 43 heeft, heeft een
verhoogde kans op slaapapneu.
- Aangezichtsvervormingen
- Hormonale- en stofwisselingsaandoeningen (na de menopauze komt apneu bv. meer
voor)
- Snurken is niet alleen een symptoom, maar ook een risicofactor voor
slaapapneu.
Symptomen
Tekenen die wijzen op een slaapapneusyndroom zijn onder meer:
- ademstilstanden tijdens de slaap, gevolgd door luid gesnurk en/of woelen
- zwaar snurken
- wakker schrikken met verstikkingsgevoelens
- ochtendhoofdpijn
- slaperigheid overdag
- prikkelbaarheid
- concentratieverlies, vergeetachtigheid
- nachtzweten
- droge mond of pijnlijke keel bij het ontwaken
- vaak moeten plassen 's nachts
Waarom is slaapapneu gevaarlijk?
Slaperigheid
De nachtelijke slaap bestaat voor 15- 20% uit zeer diepe slaap, in welke fase
de hersenen zeer langzaam werken en hierdoor goed kunnen herstellen. Voor ca.
15-20% vertoeven we in de droomslaap. In deze fase werken de hersenen zeer
snel, maar beletten tevens dat de spieren zich aanspannen, zodat we onze droom
niet kunnen verwezenlijken. De rest is oppervlakkige slaap waarin men meestal
rustig en ontspannen in bed ligt, maar uit welke slaap men gemakkelijk wekbaar
is. Meestal beletten apneuperioden dat er voldoende diepe slaap is en ook te
weinig droomslaap. Door het voortdurend wakker schieten wordt ook de
continuiteit van de slaap verstoord. Dit is de reden waarom apneu leidt tot
slaperigheid, concentratiestoornissen, geheugenverlies overdag .
zie ook : Slaapproblemen
Hart- en vaatziekten
Slaapapneu wordt algemeen beschouwd als een risicofactor voor hart- en
vaatziekten. De onderbrekingen in de ademhaling veroorzaken namelijk een
zuurstoftekort in hart, hersenen en andere organen. Dit kan leiden tot
nachtelijke hartritmestoornissen, hartzwakte (30% van de mensen met hartzwakte
lijdt aan slaapapneu), bloeddrukverhoging (bij 30% van de mensen met hoge
bloeddruk komt een verhoogde apneu-index voor, en bij 30% van de patiënten met
obstructieve slaapapneu wordt een verhoogde bloeddruk gevonden) en zelfs tot
een hartinfarct of beroerte (CVA), vooral bij mensen met aderverkalking.
Hoe kan slaapapneu voorkomen worden?
Het enige dat men kan doen om slaapapneu te helpen voorkomen is de
risicofactoren vermijden.
- Overgewicht voorkomen of verhelpen;
- Niet roken;
- Niet te veel alcohol drinken voor het slapengaan;
- Geen kalmeer- en slaappillen gebruiken.
- goede slaaphygiëne
Vaststellen slaapapneu
Wanneer op basis van de klachten (snurken, ademhalingsstilstanden, slaperigheid
overdag&) een vermoeden bestaat van het slaapapneusyndroom, is een
gespecialiseerd slaaponderzoek (polysomnografie) in een slaapcentrum nodig.
Tijdens de slaap worden diverse lichaamsfuncties gemeten.
- De hersenactiviteit via een elektroencefalogram (EEG)
- De horizontale en verticale oogbewegingen via een electroöculogram (EOG)
gemaakt.
- De spieractiviteit wordt gemeten met een electromyograaf (EMG).
- De luchtstroom door neus en mond;
- De borst- en/of buikbeweging worden gemeten met behulp van een band om borst
en buik
- De hartfunctie met een elektrocardiogram (ECG) gemaakt.
- zuurstofverzadiging van het bloed gemeten
- slaaphouding
- meting snurkgeluiden
Indien er aanwijzingen bestaan voor een longaandoening, zal er een
longfunctieonderzoek worden uitgevoerd. Ook zal steeds worden nagegaan of de
klachten kunnen te maken hebben met luchtstroombelemmerende afwijkingen in neus
of keel.
Behandeling
Algemene maatregelen
Alcohol voor het slapengaan, slaap- en kalmeermiddelen moete vermeden worden.
Bij zwaarlijvigheid zal een dieet worden voorgesteld.
Neusmasker (CPAP)
De meest gebruikte methode is een behandeling met nasale CPAP (afkorting van
continuous positive airway pressure - continue positieve druk via de neus).
Tijdens de nacht wordt via een neusmasker voortdurend lucht in de neus en keel
geblazen met een kleine compressor die naast het bed staat. Dierdoor ontstaat
een overdruk in de keel waardoor het toeklappen van de keel verhinderd wordt.
Het is even wennen, maar bij de meeste mensen werkt dit vrij goed.
Een variant op de CPAP is de BiPAP (=Bilevel positive airway pressure), een
apparaat dat niet alleen lucht inblaast maar ook actief meehelpt met de
uitademing door lucht terug te zuigen. Overdruk en onderdruk wisselen elkaar af
in de keelholte.
Een derde variant op de CPAP is de auto-CPAP. Dit apparaat werkt net als de
CPAP, maar afhankelijk van de mate van obstructie blaast het apparaat met een
meer of minder hoge druk. Over de zin van dit apparaat bestaat geen
overeenstemming en het wordt dan ook alleen gebruikt wanneer de gewone CPAP
niet verdragen wordt.
Mondapparaatje
Voor mildere vormen van slaapapneu kan een speciaal mondapparaatje (Mandibulair
repositie apparaat of MRA) volstaan zoals ook bij hardnekkig snurken wordt
gebruikt. Het wordt over de tanden geschoven en houdt de onderkaak naar voren
tijdens het slapen. Omdat de tong vastzit aan de onderkaak, blijft de tong
beter op zijn plaats en zakt minder gemakkelijk in de keel. Het kan niet worden
gebruikt bij mensen met een kunstgebit.
zie ook : Dossier snurken
Chirurgische behandeling
Indien CPAP niet werkt of niet wordt verdragen, wordt soms een heelkundige
behandeling uitgevoerd. De resultaten van UPPP (uvulo-palato-pharyngoplastiek
of chirurgische wegname van de huig, de amandelbogen en een deel van de wand
van het keelslijmvlies) zijn doorgaans bevredigend voor snurken, maar veel
minder voor apneu.
Een andere techniek is de maxillo-mandibular advancement osteotomie (MMA)
waarbij boven- en onderkaak naar vóór geplaatst worden. Hierdoor ontstaat een
ruime verbreding van de keelopening, hetgeen het dichtklappen van de keel
tijdens de slaap bemoeilijkt, zoniet onmogelijk maakt. Dit is een ingrijpende
operatie die vooral in aanmerking komt voor patiënten met een onderontwikkelde
onderkaak.
Andere behandelingsmethoden
Er wordt geëxperimenteerd met diverse technieken zoals elektrostimulatie van de
tongspieren, maar deze technieken zitten nog in een experimenteel stadium.
|
5 interessante websites |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||