CVS artikelen : Veel CVS/ME
patiënten nemen minder goed zuurstof op
Veel
CVS/ME patiënten nemen minder goed zuurstof op.
Volgens
verschillende studies is het gebleken dat een groot aantal CVS/ME patiënten
minder zuurstof via de longen
opnemen (VO2max test). Bovendien geven andere onderzoeken aan dat bij
CVS/ME patiënten de
citroenzuur-cyclus (onderdeel van het
energie productie systeem) verstoord is en dat het transportsysteem door
de membraam van de mitochondria
(energie centrales in de cel) niet goed werkt.
Abnormally-shaped erythrocytes (red blood
cells) block microcirculation
Both Mukherjee and Simpson have
provided evidence that CFS symptoms
are associated with an increased percentage of abnormally-shaped erythrocytes (non-discocytes). Mukherjee
has found that, in CFS sufferers,
40-100 percent of their
erythrocytes are grossly deformed and can
be identified as rigid stomatocytes and dimpled spherocytes.
Erythrocytes
normally measure eight microns in diameter, while the diameter of the vessels
through which they flow may be only three microns.Mukherjee and Simpson have
each
postulated
that loss of the normal biconcave form impairs the ability of erythrocytes
to
change
shape in order to traverse the blood flow on the microcirculatory level,causing
an oxygen deficit and an accumulation of by-products of cellular respiration.
This
pathophysiological
change could help to explain referable to multiple organ systems
Abstracts.
Dr
Hans van Montfort en Dr Paul Cheney, beiden autoriteit op het gebied van CVS/ME,
denken dat uit de bovenstaande onderzoeksresultaten valt af te leiden dat het
aërobe (met zuurstof)verbrandingsproces bij een groot aantal CVS/ME patiënten
misschien niet goed werkt en dat
daardoor bij deze patiënten voornamelijk van het veel minder efficiënt
werkende anaërobe (zonder zuurstof) verbrandingsproces gebruik gemaakt
wordt.
Van
Montfort denkt bovendien dat een groeihormoon HGH) deficiëntie, mogelijk
gecombineerd met een insuline (receptor) resistentie de energievoorziening bij
sommige CVS/ME patiënten verder verslechtert. Bij een insuline resistentie zijn
de receptoren van de cel ongevoeliger geworden voor insuline. Hierdoor wordt de
celmembraam minder doorlaatbaar voor glucose.Insuline resisentie veroorzaakt zo
een verminderde productie van de bio-energetische stof ATP (Adenosine Tri
Fosfaat). Bij een HGH deficiëntie wordt na training het spierweefsel minder
goeden gaat trainingsresultaat verloren.
Energie
productie binnen de cel
Glucose
en vetzuren kunnen op twee manieren mgezet worden in ATP. Het ene proces wordt
aërobe verbranding genoemd en kan alleen goed verlopen als er voldoende zuurstof
voorradig is.
Het
andere proces heet anaërobe verbranding en kan zonder zuurstof
verlopen.
Aërobe
verbranding
De
aërobe verbranding vindt binnen de mitochondria plaats. Het aërobe
verbrandingsproces verloopt via de citroenzuur-cyclus (Krebs-cyclus). De
citroenzuur-cyclus is te ingewikkeld om hier te behandelen, daarom vermeld ik
alleen het begin en eind resultaat:
C6H12O6
(glucose) + ADP + P + 6O2 - Krebs cyclus -->
6CO2 + 6H2O + 36ATP + warmte
Door
de aërobe verbranding wordt, zoals u hier boven kunt zien, uit één glucose
molecuul 36 ATP moleculen gemaakt. De capaciteit van het aërobe
verbrandingsproces, ook wel de verbranding genoemd, wordt bepaald door de
snelheid waarmee de citroenzuur-cyclus en het zuurstof transport in het
lichaam.
Anaërobe
verbranding
De
anaërobe verbranding speelt zich af in het cytoplasma (vloeibare gedeelte van de
cel). Het anaërobe proces verloopt via glycolyse. Hierbij is geen zuurstof
nodig.
Glycolyse
<HTTP:gwis.circ.gwu.edu ~mpb glycolysis.htm>is net als de
citroenzuur-cyclus te ingewikkeld om hier te behandelen daarom wederom alleen
het begin en het eind resultaat:
C6H12O6+ 2Pion + 2ADP +
2NAD+ - glycolyse --> 2 pyruvate + 2ATP + 2NADH + 2H2
ADP
staat voor Adenosine Di Fosfaat. Bij de anaërobe verbranding worden maar twee
ATP
moleculen
gevormd. De anaërobe verbranding is dus 18x inefficiënter dan de aërobe
verbranding.Bovenvendien wordt er bij de aërobe verbranding alleen maar
kooldioxide en water als afvalstof geproduceerd. Deze stoffen kunnen eenvoudig
door het lichaam worden afgevoerd. De anaërobe verbranding daarin tegen,
produceert melkzuur als
afvalstof.
Een te hoog gehalte aan melkzuur veroorzaakt vermoeidheid, spierpijn
en
spierkrampen.
In spieren wordt ook een voorraad creatinefosfaat (CrP) opgeslagen. Hieruit kan
ook zonder tussenkomst van zuurstof ATP worden gemaakt.
Energie
gebruik door spieren. Het gebruik van opgeslagen ATP en
CrP
Als
de spieren, door signalen van het zenuwgestel,de opdracht krijgen om een
inspanning te leveren gebruiken de spieren in eerste instantie de ATP die in de
spiercellen is opgeslagen. Onder invloed van een enzym (katalysator) wordt het
opgeslagen ATP zonder tussenkomst van zuurstof omgezet in energie ATP -- enzym
--> ADP + Pion + Energie
De
bij deze reactie vrijgekomen energie wordt direct gebruikt voor de
spiercontractie. De
directe
omzetting van ATP levert veel energie op (700 cal / Kg lichaamsgewicht / minuut)
maar de voorraad is, bij een maximale inspanning beperkt tot enkele seconden.
Als
de ATP reserves zijn uitgeput wordt het in de spier opgeslagen creatinefosfaat
(CrP) aangesproken. CrP wordt dan
omgezet naar ATP om de tekorten aan te vullen:
CrP
--> ATP + Cr
De
voorraad Cr is net als de voorraad ATP heel beperkt. De omzetting van ATP en CrP
leveren, bij een gezond persoon bij
maximale inspanning, hooguit 10 seconden aan energie.
Het
lichaam is in staat om in ongeveer 30 - 60 seconden de uitgeputte voorraad CrP
weer aan te vullen. Dit is een van de redenen voor een korte pauze tijdens
training.
Sporters die een kortdurende hoge
prestatie moeten leveren (gewichtsheffen, sprint, etc.) gebruiken al sinds het
begin van 1900 creatine supplementen om betere resultaten te behalen. Voor
marathon lopers heeft creatine suppletie echter geen zin omdat de “pauzes”, om
de CrP voorraad aan te vullen, ontbreken.Het gebruik van het aërobe en anaërobe
productie systeem
Als
de inspanning, op maiximale kracht,langer duurt dan 10 seconden zijn de ATP en
CrP voorraden in de spiercellen uitgeput en moet er d.m.v. het aërobe en
anaërobe proces opnieuw ATP gemaakt worden. Glucose (koolhydraten), vetzuren en
eiwitten (alleen in noodgevallen) worden als brandstof gebruikt.
Het
anaërobe proces (glycolyse) kan 400 cal / kg / min. aan ATP leveren, maar werkt
18xminder
efficiënt
dan het langzamere aërobe proces (citroenzuurcyclus) dat 200 - 300 cal / kg /
min.
aan
ATP kan produceren.
Het
anaërobe proces produceert melkzuur.De vorming van melkzuur begrenst het gebruik
van het
anaërobe
proces, bij een gezond persoon bij maximale inspanning, tot ongeveer 60 - 90
dan
het lichaam kan verwerken. Dat is een van de reden dat het lichaam het liefst
van het aërobe proces gebruik maakt voor de productie van ATP. De
voorkeursredenen voor het aërobe proces op een rijtje:
de
afvalprodukten zijn onschuldig: CO2 + H2O het proces kan langdurig (uren
lang)ATP leveren
het
is erg efficiënt, er wordt van elk glucose molecuul 36 ATP moleculen gemaakt.
(het anaërobe proces levert voor elk glucose molecuul maar 2ATP
moleculen)
Een
groot nadeel van het het aërobe proces is dat: het zuurstof nodig heeft om te
kunnen werken. De snelheid waarmee, en de hoeveelheid van de zuurstof die van de
longen via het bloed naar de cellen getransporteerd kan worden is een van de
begrenzende factoren van het het aërobe proces.
Een
andere beperkende factor is de hoeveelheid beschikbare glucose in het bloed en
het
beschikbare
glyogeen (gekopplede glucose moleculen) opgeslagen in spieren en lever. Bij een
zware
inspanning zal het lichaam glucose (of glycogeen) als brandstof gebruiken, omdat
glucose minder zuurstof nodig heeft om te verbranden. Bij een lichte inspanning
worden er meer vetten verbrand. Vetverbranding heeft meer zuurstof nodig dan
verbranding van koolhtdraten (glucose). Daarom trainen mensen met overgewicht
licht en lang.
Omdat vetverbranding meer zuurstof nodig heeft dan de verbranding van
glucose (koolhydraten) zal het lichaam in het geval van een zuurstofschaarste
kiezen voor koolhydraten (glucose) als brandstof.Dit zou een indicatie kunnen
zijn om bij de behandeling van CVS/ME patiënten koolhydraatrijke (volkoren)
voeding in te zetten omdat onderzoek aangeeft dat sommige CVS/ME patiënten via
de longen minder zuurstof opnemen.
Als
het glucose en de vetzuren bijna op zijn en er moet toch nog een grote
inspanning geleverd worden worden er eiwitten voor de verbranding gebruikt.
Eiwitten in het spierweefsel worden het eerst verbrand. Dit heeft gevolgen voor
de pieren. Sporters die een hoge prestatie moeten leveren maar toch vanwege hun
sport minimale hoeveelheid calorieën (koolhydraten) gebruiken, zoals
balletdansers, hebben veel last van dit probleem.