Wat zijn de mogelijke behandelingen voor CVS?
Tot op de dag van vandaag heeft de medische
wereld nog geen therapie gevonden in de strijd tegen CVS. Hiermee bedoel ik dat
er nog geen remedie is gevonden waarmee de ziekte volledig genezen kan worden.
Er zijn echter voor patiënten allerlei hoopgevende behandelingen op de markt,
waarmee men alleszins het lijden kan verzachten en bepaalde symptomen kan doen
verdwijnen of verzachten. De belangrijkste mogelijkheden zet ik hier even voor
u op een rijtje. 1. Ampligen De alles overheersende vermoeidheid bij CVS wordt
grotendeels veroorzaakt door de verhoogde activiteit van het RNase L enzyme.
Ampligen gaat hierop inspelen en de activiteit van het enzyme normaliseren. Het
gaat ‘m om een experimenteel geneesmiddel dat geproduceerd wordt door Hemisperx
Biopharma. Studies naar de doeltreffendheid van het product worden gevoerd in
Canada, de Verenigde Staten en in België. De resultaten zijn zeer goed,
Ampligen bracht een significante verbetering bij de meer ernstig aangetaste
patiënten, vooral op gebied van cognitie en fysiek. Wel moet men er rekening mee
houden dat het geen behandeling is voor het hele syndroom. Met andere woorden,
voor een subgroep van de patiënten is Ampligen hoopgevend, maar een andere
groep heeft dan weer geen baat bij een kuur met Ampligen. 2. Acclydine Bij een
deel van de CVS-patiënten werkt de hypothalamus (schildklier)veel te traag,
waardoor er te weinig groeihormoon wordt aangemaakt. Acclydine wordt uit
aardappelen gewonnen en stimuleert de aanmaak en het vrijkomen van het
groeihormoon, en het botst de werking ervan na. Voor een behandeling met
Acclydine moeten infecties en anemie uitgesloten worden en moet de lever goed
werken. Een kuur met Acclydine bestaat uit capsules. De hoeveelheid is
afhankelijk van het voorschrift. De helft van de patiënten heeft voldoende aan
een kuur van 14 weken. De kuur kan korter duren, maar ook veel langer. Bepaalde
effecten van de kuur kunnen gaan van meer energie tot hongergevoel,
misselijkheid en verhoogde kans op infecties. De kuur is niet goedkoop, omdat
men voor 1 kilo Acclydine 20.000 kilo aardappelen nodig heeft. Een basiskuur
heeft zodoende een kostprijs van om en bij de 1615 €. 3. DMPS-Heyl® Uit
onderzoek blijkt dat zware metalen het immuunstelsel gaan onderdrukken, en er
zo een grotere kans op infectie bestaat. We hebben het hier dan over chroom,
lood, nikkel, kwik, ... DMPS-Heyl® is een geneesmiddel dat gebruikt wordt bij
vergiftiging met zware metalen. Het gebruik van het product in de strijd tegen
CVS lijkt mogelijk. Wat dit zal uitwijzen valt uiteraard af te wachten.
Nevenwerkingen zijn huidreacties en koorts. 4. HMP® (Heavy Metal Protect) Ook
dit is een behandeling in de strijd tegen de zware metalen. Hier spreken we wel
van een therapie in de vorm van capsules. HMP helpt bij intoxicatie met nikkel,
cadmium, aluminium, mercurium, palladium, lood en kwik. Een doosje HMP bevat 60
capsules, en de dosis is 2 maal 1 capsule per dag, liefst bij de maaltijd in te
nemen. 5. Antivirale geneesmiddelen 5.1. Acyclovir Het gaat hier om een product
welk de DNA replicatie inhibeert en zodoende actief is tegen sommige
herpes-virusinfecties. In de Verenigde Staten werd dit product gebruikt in de
strijd tegen CVS, aangezien het Epstein-Barr virus als een oorzaak werd
beschouwd. In een placebo gecontroleerde studie uit 1988 (Straus et al.) bleek
de positieve respons 46%, dit in vergelijking met 41% in de placebo groep. 5.2.
Kutapressin Dit product bestaat uit extracten van varkenslever en bevat
verschillende soorten eiwitten. Het is een potentiële in vitro inhibitor van
HHV-6 infectie, wat in verband wordt gebracht met CVS. Tot op heden werd er
echter onvoldoende informatie verzameld om de doeltreffendheid te bewijzen.
5.3. Amantadine (Amantan) Dit geneesmiddel werd gebruikt bij de behandeling van
Parkinson. Het bezit echter eveneens een antivirale capaciteit en biedt
bescherming tegen Influenza A. Het wordt eveneens gebruikt bij multiple
sclerose, want ook daar is vermoeidheid een voornaam symptoom. Er zijn nog geen
studies gevoerd naar de doeltreffendheid ervan. Verbetering zou mogelijk zijn,
maar het kan ook depressie en vochtretentie veroorzaken. 6. Calciumantagonisten
Ongeveer 75% van de patiënten heeft last van spierpijn, soms in ernstige mate.
Met de conventionele analgetica en de NSAID’s heeft men in het algemeen geen
verbetering. Hoewel er nog geen studies zijn om de werking van de
calciumantagonisten te valideren, blijkt toch dat een aantal patiënten minder
spierpijn heeft na inname van een lage dosis hiervan. 7. Essentiële vetzuren en
Efamol De twee belangrijkste essentiële vetzuren zijn linoleenzuur (LZ) en
a-linoleenzuur (ALZ). Deze moeten, om biologisch actief te worden, eerst
gedesatureerd worden, alvorens ze omgezet worden in g-linoleenzuur (GLZ) en
Essential Fatty Acids (EFA). Er zou een nauwe band zijn tussen het
EFA-metabolisme en de respons van ons lichaam op virale infecties. Tijdens een
placebo gecontroleerde studie (Behan et al., 1990) gaf men CVS-patiënten
EFA-supplementen. Ruim 85% voelde zich nadien beter. Het gehalte aan vetzuren
in de membranen van de fosfolipiden van de rode bloedcellen werd verlaagd tot
de normale waarde. Een EFA-supplement kan gegeven worden onder de vorm van
Efamol, en het blijkt bovendien een veilige vorm van therapie. Nevenwerkingen
treden weinig op, maar in geval van een te hoge dosis kan de patiënt last
hebben van hoofdpijn en maagklachten. 8. Immunotherapie Gezien de grote
problematiek ter hoogte van het immuunstelsel heeft men over de hele wereld
allerlei behandelingen uitgeprobeerd, met erg teleurstellende of niet
overtuigende resultaten. Zo weet men zeker dat plasmaferese, thymus hormonen en
orale steroïden geen effect hadden. 8.1. Immunoglobulinen Immunoglobulinen
kunnen zowel intramusculair (IM) als intraveneus (IV) gegeven worden. Ze worden
gebruikt in de behandeling van allerlei aandoeningen, waaronder ook CVS. Over
het gebruik zijn twee studies uitgevoerd, waarvan de resultaten erg
tegenstrijdig zijn. In de Australische studie (Lloyd et al., 1990) had ongeveer
45% baat bij de injecties, waar dit in de Amerikaanse studie (Peterson et al.,
1990) om slechts 25% ging. Duidelijk is in ieder geval dat sommige patiënten
baat hebben bij zulk een behandeling en dat verder onderzoek geen overbodige
luxe is. Het grote probleem is dat het extreem duur is en dat er nevenwerkingen
aan verbonden zijn. Intraveneuze immunoglobulinen mogen niet aanzien worden als
algemeen preparaat, omdat het eindproduct onzeker is, en het preparaat zodoende
verschillende concentraties actieve proteïnen kan bevatten. 8.2. Interferon
Deze vorm van therapie gaf bij studies erg tegenstrijdige resultaten. Wel is
duidelijk dat een bepaalde groep patiënten baat heeft bij een therapie met
a-interferon. Verder onderzoek is absoluut noodzakelijk. Men vermoedt dat het
positieve effect te maken heeft met een immunostimulerende werking van
interferon. 8.3. Transfer factor Dit bestanddeel van leukocyten heeft de
mogelijkheid om een immuunrespons van het late type te veroorzaken. Een
dubbelblinde, placebo gecontroleerde studie (Lloyd et al., 1993) kon de
resultaten niet bevestigen, waardoor verder onderzoek nodig is. 8.4. Lefac Dit
is een intramusculair leverextract uit foliumzuur en cyanocobalamin. Probleem
is echter dat men geen beterschap kan bewijzen. 9. Supplementatie van vitaminen
en mineralen Men moet steeds navragen of de patiënt op eigen houtje bepaalde
supplementen neemt. Te hoge dosissen van bepaalde vitaminen en mineralen kunnen
immers tot toxiciteit leiden. Er is nog steeds geen bewijs dat bij CVS bepaalde
deficiënties of malabsorpties voorkomen. Toch gaat men bepaalde vitaminen en
mineralen als supplement geven, en lijkt dit bij sommige patiënten verlichting
te brengen. Vitamine C stimuleert het immuunsysteem Vitamine B6 speelt de
synthese van neurotransmitters, en helpt de rode bloedcellen aan te maken. Bij
langdurig gebruik kunnen de sensorische zenuwvezels aangetast worden. Vitamine
B12 speelt eveneens een rol in de aanmaak van de rode bloedcellen. Voor sommige
patiënten zou dit de vermoeidheid kunnen verminderen, al is dit niet bewezen.
Wordt ook vaak aanvullend gegeven bij Ampligen. Bij vermoeden van een
vitaminetekort worden soms multivitaminen gebruikt. NADH (co-enzyme 1) is een
lichaamseigen stof die een rol speelt in de energievoorziening. Sinds 1998
wordt het door talrijke Belgische patiënten gebruikt, en dit met zeer positieve
resultaten. Carnitine (Co-enzyme Q10) spelen een rol in het energiemetabolisme
in de mitochondriën. Of er daadwerkelijk een tekort is bij CVS is niet
bevestigd. Magnesium: Het magnesiumgehalte in het bloed is dan wel normaal,
toch blijkt dat er intra-cellulair wel een tekort is. Daarom geeft men de
ambulante patiënten tot 6 g Mg per week. De Magnesiumtherapie is momenteel
veelvuldig gebruikt. Zink wordt dikwijls aangeraden, al heeft men nog geen
bewijs van deficiëntie. 10. Behandeling van chronische infecties met micro-organismen
Zoals reeds eerder vermeld treden bij CVS erg vaak opportunistische infecties
op. Het gaat hier dan bijvoorbeeld om Mycoplasma en Chlamydia. Deze infecties
zijn behandelbaar. 10.1. Mycoplasmata Een antibiotica therapie met Ganciclovir,
Ciprofloxacin, Doxicycline, ... behoort dan tot de mogelijkheden. 10.2.
Chlamydia Het gaat hier om een totale behandeling van 4 tot 8 maand, en dit in
verschillende stappen. Stap 1; (gedurende de hele behandeling) Een dieet
bestaande uit 70% koolhydraten, 4 liter vocht en het vermijden van
melkproducten en rood vlees, gecombineerd met een supplement vitamine B12,
vitamine C, vitamine E, ... Stap 2; start vanaf de tweede week en wordt twee
maanden volgehouden. Amoxicilline Euro Generics en Probenicid worden gegeven. Stap3;
start vanaf de derde maand en tot het einde van de behandeling. Men geeft
Bactrim Forte en Nicotibine. 11. Antibiotica therapie De patiënt kan een
tiental dagen gehospitaliseerd worden voor een antibioticakuur. Een voorbeeld
hiervan is de kuur met Ciproxine; Dalacin (2 maal 30 mg) of Tarivid. Welk
antibioticum men gaat gebruiken hangt af van persoon tot persoon. Ter
voorbereiding van een kuur gaat men soms voedings- supplementen toedienen. Dit
wordt vaak ook tijdens de kuur voortgezet. Tijdens de kuur zelf moet de patiënt
voldoende vocht opnemen. Gevolg van de kuur is dat de concentratie gaat
verbeteren, alsook de spierpijn. Of de kuur helpt valt individueel te bekijken,
en nader onderzoek loopt nog steeds. Wel is het zo dat men de laagst mogelijke dosis
geeft. Dit wil zeggen de eerste dosis die reeds therapeutisch werkt, en die het
minst bijwerkingen meebrengt. Het gevolg hiervan is dat de dosis vaak veel
lager is dan een dosis antibioticum die bijvoorbeeld bij een pneumonie zou
worden gegeven 12. Cognitieve gedragstherapie en aangepaste
inspanningsprogramma’s De cognitieve gedragstherapie (CGT) is een vorm van
psychotherapie die ervan uitgaat dat sommige gedragingen het herstel van CVS
belemmeren, door de symptomen en beperkingen te doen aanhouden. Andere factoren
die hier een rol bij spelen zijn negatieve factoren vanuit de sociale omgeving.
Patiënten gaan ervan uit dat activiteit hun energiepeil zal verlagen, met als
gevolg dat ze activiteit gaan vermijden. Op lange termijn zorgt dit voor een
vergroting van de beperking. Ook sociale en beroepsmatige stress speelt hierbij
een rol. Deze behandeling benadrukt zelfhulp door het veranderen van storend
gedrag. De therapie heeft voor en tegenstanders. Er is wel een hoge drop-out.
Het is niet bewezen dat een ‘trainingsprogramma’ nut heeft. Lichte
bewegingsactiviteiten binnen de mogelijkheden van de patiënt hebben een beter
resultaat. CGT maakt deel uit van de therapie die men geeft in de
referentiecentra. Of de patiënt hier baat bij heeft moet afzonderlijk bekeken
worden, al lijkt de therapie alleenstaand van weinig nut. 13. Rust en de
mogelijkheid tot verkwikkende slaap Het stofwisselingsmechanisme dat
voedingsstoffen omzet in energie blijkt bij CVS niet optimaal te werken. In de
mitochondriën is de hoeveelheid RNA gedaald, alsook de snelheid waarmee het
wordt aangevuld. De cel functioneert niet goed en heeft meer tijd nodig om te
herstellen. Dit merken we vooral in spieren en hersenen. Door de energiereactie
van de spier wordt melkzuur aangemaakt. Wanneer dit zich gaat opstapelen in de
spieren krijgt men spierpijn. Daar waar bij een gezond persoon het melkzuur pas
gaat opstapelen na overmatige inspanning, gebeurd dit bij CVS al na geringe
inspanning en heeft de spier meer tijd nodig om zich van het opgestapelde
melkzuur te ontdoen. Hierdoor ontstaat spierpijn en overgevoeligheid. Vooral in
het beginstadium van de ziekte moet er zoveel mogelijk gerust worden. het is
aan te raden dat de patiënt zoveel rust als nodig is. Vaak voelt men al op
voorhand aan dat men stilaan zijn grens bereikt, en het is dan ook belangrijk
dat op dat ogenblik kan gerust worden. De vermoeidheid kan zo erg zijn dat de
patiënt bedlegerig wordt. Belangrijk is dan om de spieren en gewrichten soepel
te houden, om zo contracturen te voorkomen. Tijdens de slaap gaat het lichaam
herstellen. Slaap is zodoende de beste vorm van rust. Jammer genoeg zorgen
spierpijn, overgevoeligheid voor geluid, transpiratie, hartkloppingen en vele
ander problemen er voor dat een verkwikkende slaap haast onmogelijk is.
Belangrijk is dan ook dat deze symptomen aangepakt worden, om zo een goede
nachtrust te verzekeren. 14. Een gezonde en uitgebalanceerde voeding Een goed
uitgebalanceerd dieet is voor vele patiënten de makkelijkste manier om zich
iets beter te voelen. Niet alleen kan bij CVS bloating optreden, maar ook
voedselintolerantie. Voor een goede werking van het immuunsysteem moeten
voldoende stoffen worden aangevoerd via het voedsel. Mits enkele richtlijnen
kan men de klachten aanzienlijk verminderen: Rode groenten zijn makkelijker te
verteren dan groene groenten Fruit kan spijsverteringsproblemen veroorzaken,
vooral sinaasappelen en appels. Indien men ze kookt is het probleem opgelost.
Hetzelfde geldt voor groenten, eens doorkookt verteren ze beter Bij problemen met
melkproducten kan men opteren voor sojamelk. Beter is meerdere kleine
maaltijden te nuttigen dan de gebruikelijke drie, vrij grote maaltijden. Veel
drinken is ook een oplossing. Men kiest dan best voor mineraal water, daar
bruisend water bloating kan veroorzaken. Voedsel in blik kan men beter
vermijden, omwille van de chemicaliën. Cafeïne, alcohol en suiker verhogen de
vermoeidheid en verstoren de slaap Rood vlees en melkproducten van de koe
bevorderen de inflammatoire respons en verhogen de pijn. ... 15. Antidepressiva
Klinische depressie kan een ernstig bijkomend symptoom vormen bij CVS. De
oorzaak kan dan multifactorieel zijn. Een behandeling met antidepressiva is dan
nodig, al moet men eveneens gaan kijken naar de oorzakelijke factoren. Over het
gebruik van antidepressiva bij CVS zijn nog geen gecontroleerde studies
uitgevoerd. Men weet dat ze de spierpijn kunnen verminderen en het slaappatroon
normaliseren. Het gaat dan om een verbetering van de symptomen, niet om
genezing van de ziekte. Meestal gaat het om een multifactoriële depressie, en
spelen ook componenten van buitenaf een rol. Na een behoorlijke tijd van ziekte
kan de patiënt een depressie krijgen door uitputting, een zogenaamde
uitputtingsdepressie. Men gebruikt drie verschillende soorten antidepressiva:
De Tricyclische antidepressiva: Hier gaat men steeds starten aan een lage
dosis, en langzaam aan de dosis opvoeren. SSRI’s: Een voorbeeld is Seroxatâ.
Deze vorm van antidepressiva regelt een vorm van receptoren in de hypothalamus.
Ook hier moet begonnen worden aan de laagst mogelijke dosis. De therapie mag
niet plots gestopt worden, aangezien dan tremor, insomnia, nausea, ...
veroorzaakt kan worden. Moclobemide: Indien de depressie door vermoeidheid
wordt veroorzaakt, dan is dit mogelijk een oplossing. Antidepressiva kunnen
slaap opwekken, angsten wegnemen en voor een betere stemming zorgen, maar men
moet steeds voor ogen houden dat het geen wonderpillen zijn 16. Symptomatische
behandeling Een mogelijke behandeling bestaat er in om verschillende symptomen
aan te pakken. Voorbeeld hiervan is antidepressiva in geval van depressie. Er
zijn ook andere mogelijkheden. In geval van pijn kan de arts pijnstillers
voorschrijven, zoals Ibuprofenâ 200 mg Bij angst kan men anxiolytica geven,
bijvoorbeeld Xanaxâ. Bij spierpijn kan men denken aan spierontspanners, al is
langdurig gebruik absoluut af te raden. Ook wordt aangeraden steeds de laagst
mogelijke dosis te nemen, om te zorgen dat er gaan gewenning optreden kan. Bij
maag- en darmklachten kan een maag-darmsparend dieet worden voorgeschreven. Bij
vermoeidheid kan men denken aan supplementatie van vitamine B12 Bij
slaapstoornissen kan Melatonine helpen ... 17. Alternatieve behandelingen Vele
patiënten zoeken hulp in de alternatieve sector, omdat de traditionele
geneeskunde geen remedie heeft voor CVS. Ook de media besteed veel aandacht aan
deze therapieën, die vaak ontzettend duur zijn. Bij sommige van deze therapieën
blijken patiënten wel degelijk baat te hebben, al moet men eveneens op zijn
hoede zijn voor charlatans. Indien de patiënt baat blijkt te hebben bij deze
vormen van therapie, dan moet men die zeker niet gaan afraden. Wel moet men de
patiënt verwittigen voor een megadosis vitaminen en mineralen, alsook voor de
kruidenremedies, die vaak de lever aantasten. Niet alle alternatieve therapieën
zijn een luchtballon vol beloften, indien men een betrouwbare hulpverlener
vind, kan men er veel baat uit halen. Niet alleen kan de behandeling een goede
aanvulling zijn op de klassieke geneeskunde, maar bovendien kan een patiënt in
de alternatieve sector een mogelijkheid vinden om te leren ontspannen, en te
leren omgaan met de stress die het dagelijkse leven veroorzaakt. Enkele
mogelijkheden zijn: Snoezelen Acupunctuur Homeopathie Osteopathie Hydrotherapie
Massage reflexzonetherapie aromatherapie yoga meditatie ... In welke mate zij
daadwerkelijk helpen, laten we best aan de patiënt over. 18. Besluit Behalve de
hiervoor genoemde behandelingen zijn er ongetwijfeld nog vele andere
mogelijkheden. Ze allemaal weergeven is haast een onmogelijke opdracht. Toch
staan de voornaamste hier op een rijtje. Wat voor de patiënt het meest geschikt
is, is erg persoonsgebonden. Al deze therapieën zijn geen genezende
behandelingen, maar ze kunnen de patiënt weer levenskwaliteit bieden, en dat is
erg belangrijk.