Chronisch Vermoeidheidssyndroom na een ingreep door een bloedtransfusie
Deze bevindingen wijzen naar een overdraagbare oorzaak in deze subgroep van CVS patiënten waarbij een acute begin tijd gerelateerd was aan een bloedtransfusie.
Daar virussen en mogelijk andere micro-organismen in staat schijnen te zijn een acuut begin van CVS te veroorzaken en het feit dat de RNase L dysfunctie bij voorkeur aan CVS gerelateerd schijnt te zijn, komt het als geen echte verrassing dat ontvangers van een bloedtranfusie, die dikwijls verzwakt zijn, CVS kunnen ontwikkelen.
We willen daarom CVS patiënten adviseren geen bloeddoners te zijn en ten tweede dat de toediening van bloedtransfusie zeer zorgvuldig moet overwogen worden en enkel mag gegeven worden wanneer absoluut noodzakelijk en niet als standaardprocedure na bijvoorbeeld een bevalling.
K. De Meirleir, F. De Becker, L. Campine, Human Physiology and Medicine, Vrije Universiteit Brussel, Brussels, Belgium. Wij hebben de gegevens geanalyseerd van 1210 patiënten met klachten over chronische vermoeidheid die de fatigue clinic in de Vrije Universiteit Brussel bezochten.
In deze groep beantwoordden 752 patiënten aan de CDC criteria voor CVS (Fukuda, 1994).
Van deze patiënten waren er 34 (4,5 %) met in hun medisch verleden een gemeenschappelijke factor, die onmiddellijk aan het begin van hun CVS voorafging. Deze patiënten hadden een bloedtransfusie gekregen enkele dagen tot een week voordat ze een griepachtig syndroom ontwikkelden, dat later het acute begin van hun CFS bleek te zijn. Acht andere patiënten kregen ook een bloedtransfusie, maar hun ziekte ontwikkelde zich slechts ten minste 2 maanden later, zodat we deze patiënten niet mogen opnemen in onze berekeningen.
Geen enkele van deze post-transfusie patiënten kreeg hepatitis C of andere types van virale hepatitis. Enkele hadden antilichamen (IgG) tegen CMV of EBV, maar hoe de ontwikkeling van deze antilichamen in de tijd gerelateerd was aan de bloedtransfusie, kon niet worden vastgesteld. Bij 9 van de 34 patiënten werd de LMW RNaseL test uitgevoerd, en bij alle 9 patiënten verklaart de lage moleculaire RNase L de upregulatie van de totale RNaseL enzyme activiteit. Deze 2-SA synthetase RNaseL pathway wordt bij virale stoornissen geactiveerd.
Bron: CVS Het Nieuwsblad