Medisch deskundigen niet onaantastbaar
http://www.steungroep.nl/archief/stukken/ynske20010202.txt
BARSTEN IN HET BOLWERK
--------------------------------------
Door Ynske Jansen
Bepaalde medici hebben een zeer grote invloed op beslissingen van
uitvoeringsinstanties en oordelen van rechtbanken als het om
arbeidsongeschiktheid gaat. Bij onduidelijkheid over de medische oorzaken
van arbeidsongeschiktheid geven instanties als het GAK en Cadans en ook
rechtbanken vaak opdracht aan bepaalde artsen, waarvan Van Zandvoort,
Kemperman, Duinkerke en Koerselman wel de bekendste zijn, om betrokkene te
beoordelen. Het is veelzeggend dat dit allemaal psychiaters of zenuwartsen
zijn. Onduidelijkheid over de diagnose? Is er sprake van chronische
moeheids- of pijnklachten? Hebben behandelend artsen de diagnose ME/CVS
gesteld of een andere aandoening vastgesteld die als 'moeilijk
objectiveerbaar' te boek staat? Dan hebben we een geval voor de psychiater,
zo denken veel verzekeringsartsen en rechters blijkbaar.
In de praktijk is duidelijk geworden dat deze zogenaamde 'medisch
deskundigen' vaak helemaal niet zo deskundig zijn. Over de ziektes waarom
het gaat, zoals ME/CVS, weten ze vaak weinig. Als ze zich al verdiept hebben
in de beschikbare vakliteratuur is dit vaak zeer selectief en zijn ze alleen
geïnteresseerd in psychologische en psychiatrische benaderingen. Toch is dit
voor hen geen reden om de opdracht, wegens gebrek aan deskundigheid, terug
te geven.
Nog verbazingwekkender is dat ook hun onderzoeksmethoden niet bij de tijd
zijn. Het is vaak niet eenvoudig om, in het kader van de beoordeling van
arbeidsongeschiktheid iemands medische beperkingen en belastbaarheid zo
objectief mogelijk vast te stellen. Mede door toedoen van de Steungroep ME
en Arbeidsongeschiktheid zijn in 1996 in de 'Richtlijn medisch
arbeidsongeschiktheidscriterium' voor het eerst criteria opgesteld waaraan
dergelijk verzekeringsgeneeskundig onderzoek moet voldoen. In juli 2000 zijn
deze criteria vastgelegd in het 'Schattingsbesluit
Arbeidsongeschiktheidswetten' en hebben daarmee een wettelijke status
gekregen (zie onder andere Medium 2000-3).
Vooroordelen
Deze ontwikkeling lijkt genoemde 'deskundigen' volledig te zijn ontgaan.
Terwijl volgens het Schattingsbesluit het onderzoek vooral gericht moet zijn
op het vaststellen van stoornissen, beperkingen en handicaps en niet van
lichamelijke afwijkingen, blijven zij zich op dat laatste fixeren. Vaak
laten zij zorgvuldig onderzoek naar de beperkingen achterwege. Volgens het
Schattingsbesluit is het feit dat er geen lichamelijke oorzaken of
afwijkingen zijn reden voor extra zorgvuldig onderzoek en geen reden om te
stellen dat er geen sprake is van ziekte. Voor genoemde 'deskundigen' echter
is het feit dat geen lichamelijke oorzaken of afwijkingen gevonden zijn een
vrijbrief om op grond van allerlei niet getoetste vooronderstellingen tot
een oordeel te komen, soms een psychiatrische diagnose, vaak ook de
vaststelling dat betrokkene niet ziek is. Wanneer lichamelijke afwijkingen
gevonden zijn die niet in hun beeld passen negeren zij die vaak. Vaak zijn
zij van mening dat betrokkene arbeidsgeschikt is.
Oordelen van artsen die tot een andere conclusie komen leggen zij hooghartig
naast zich neer. Daarmee bepalen zij het lot van de arbeidsongeschikte: geen
WAO-, WAJONG- of WAZ-uitkering, ook al is werken niet mogelijk.
Via hun rapporten verspreiden zij de grofste vooroordelen over mensen die de
pech hebben getroffen te zijn door ziektes als ME/CVS, fibromyalgie,
bekkeninstabiliteit of RSI ('muisarm'in de volksmond). Zij zouden niet ziek
zijn, maar mislukt in het leven. Zij zouden hun klachten, bewust of
onbewust, gebruiken om hun falen te maskeren. Zij zouden ziekte voorwenden
om ziektewinst te incasseren: een inkomen zonder te hoeven presteren of
aandacht en hulp van naasten en hulpverleners. Ook in de media verspreiden
zij dergelijke vooroordelen, die helaas door veel journalisten maar al te
graag worden nagepraat. Met name Koerselman misbruikt zijn gezag als
psychiater en hoogleraar door publiekelijk kwistig met vooroordelen te
strooien.
Lange tijd is de mening van dergelijke artsen onaantastbaar geweest.
Rechters namen hun oordeel vrijwel altijd over, wat er ook werd aangevoerd
aan feiten en argumenten ter ontkrachting daarvan. De rechtbank had de
deskundige immers zelf aangewezen en stelde vrijwel altijd diens oordeel
boven dat van andere deskundigen.
Langzamerhand beginnen er nu scheuren te komen in dit bolwerk van
onfeilbaarheid. In een artikel van Sjoerd Visser in de komende Medium kunt u
lezen dat de rechters van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste
rechtbank in sociale verzekeringszaken, eindelijk eens twijfelen aan het
gezag van zenuwarts Van Zandvoort. Al eerder was het bolwerk aangetast door
de drievoudige veroordeling van psychiater Duinkerke door het Regionaal
Medisch Tuchtcollege Eindhoven (zie Medium '99-4 en 2000-2).
En, ook al is de uitspraak nog niet bekend, de behandeling van een zaak
tegen psychiater professor Koerselman door het Centraal Medisch Tuchtcollege
heeft duidelijk gemaakt dat Koerselman in zijn
rapporten niet meer zomaar van alles mag beweren, maar dat hij
verantwoording moet afleggen van zijn onderzoek en conclusies. Heel goed is
dat de criteria waaraan medische expertises in het kader van rechtszaken
moeten voldoen in deze zaak veel nadruk hebben gekregen. Wanneer de
rapporten van de betreffende deskundigen grondig aan deze criteria getoetst
zouden worden, zou er vaak weinig overblijven van hun conclusies.
CRvB moet eisen stellen aan deskundigenonderzoek
Bij de onaantastbaarheid van het bolwerk van 'medisch deskundigen' heeft
ongetwijfeld het feit een rol gespeeld dat de arrondissementsrechtbanken en
de Centrale Raad van Beroep nooit openbare en toetsbare kwaliteitseisen
hebben geformuleerd, noch met betrekking tot de deskundigheid van de
betrokken medici, noch met betrekking tot hun onderzoek en hun rapportage.
Bovendien zetten de rechtbanken en de CRvB hun deskundigen vaak al via de
vraagstelling van het onderzoek op het verkeerde been. Vaak neemt de vraag
of er lichamelijk afwijkingen zijn gevonden die de gezondheidsklachten
zouden kunnen verklaren daarin een prominente plaats in. Ook daar zou
verandering in kunnen komen.
Op 19 december 2000 hield mr. T.L. de Vries,
raadsheer bij de CRvB, een inleiding op een bijeenkomst van het Kennisnet
sociale zekerheid. Daar legde ik hem de vraag voor of het Schattingsbesluit
Arbeidsongeschiktheidswetten er niet toe zou moeten leiden dat de CRvB de
vraagstellingen voor medisch deskundigenonderzoek anders gaat formuleren en
dat de CRvB eisen gaat stellen aan het onderzoek van medisch deskundigen,
conform de eisen die in het Schattingbesluit gesteld worden aan het
onderzoek van verzekeringsgeneeskundigen.
Het antwoord was dat hier nog geen
werk van was gemaakt, maar dat dit probleem wel was gesignaleerd. Wanneer de
CRvB hier werkelijk serieus mee bezig zou gaan, zou dat naar mijn mening
moeten betekenen dat de samenwerking met een aantal vaste deskundigen zou
moeten worden beëindigd. Het is immers niet voorstelbaar dat iemand als
bijvoorbeeld Van Zandvoort in staat zou zijn om op een fundamenteel andere
wijze dan tot nu toe onderzoek te verrichten. Daarmee zou voor de
betreffende medici een lucratieve bron van inkomsten vervallen. Maar de
mensen die het hard nodig hebben zouden meer kans maken op de
arbeidsongeschiktheidsuitkering waar zij recht op hebben.
Vasthoudendheid vereist
Kortom, er is hoop op een positieve verandering. Dit is het resultaat van de
inspanningen van velen. De ME-patienten en anderen die de moed hebben
opgebracht om zich niet neer te leggen bij onrechtvaardige beslissingen en
ondeskundige oordelen maar in beroep en in hoger beroep zijn gegaan, hebben
hieraan een belangrijke bijdrage geleverd. Ook wanneer in hun geval het
oordeel van de rechter niet gunstig uitviel.
Ook de rechtshulpverleners die deze mensen hebben bijgestaan hebben hun
bijdrage geleverd, evenals sommige artsen die er niet, zoals sommige van
hun collega's, voor terugschrokken om duidelijk te formuleren dat
betrokkenen wel degelijk ziek zijn en wat hun beperkingen als gevolg van die
ziekte zijn. Daarbij mag het volhardende werk van advocaat P.B.Ph.M.
Bogaers uit Nieuwegein en neuroloog-psychiater H. Herngreen uit Barneveld,
onafhankelijk expertise-arts, niet onvermeld blijven. Zij hebben jarenlang,
keer op keer, rapporten van Van Zandvoort en andere 'deskundigen'
geanalyseerd en bekritiseerd en Herngreen heeft grondige contra-expertises
verricht.
Helaas is dit waardevolle werk vele malen door rechtbanken
genegeerd. Maar nu lijkt er eindelijk naar hen geluisterd te worden.
Om te zorgen dat deze positieve verandering zich doorzet zal nog veel
vasthoudendheid van patiënten, rechtshulpverleners en onafhankelijke
expertise-artsen nodig zijn. De Steungroep zal hen daarbij zoveel mogelijk
blijven bijstaan met informatie en advies.