Hoeveel mag een chronisch zieke bijverdienen?

 

http://www.vangool.fgov.be/P-020322.htm

 

Meer kansen voor arbeidsparticipatie voor chronisch

zieken en invaliden

Vanaf 1 april 2002

 

Op vraag van de Minister van Sociale Zaken werd door het Beheerscomité van de dienst Uitkeringen in samenwerking met de verzekeringsinstellingen en de sociale partners, een nieuwe cumulatieregel voor werknemers uitgewerkt die arbeidsongeschikt of invalide zijn en nog deeltijds kunnen werken. Deze regeling is bekend als "toegelaten arbeid".

 

De bestaande wetgeving laat nu reeds toe dat arbeidsongeschikte werknemers met een ziekte-uitkering nog deeltijds het werk hervatten op voorwaarde dat de adviserend geneesheer van het ziekenfonds hiervoor zijn toestemming verleent. Op dit moment maken op een totaal van 180.000 invaliden ca. 12.000 personen gebruik van deze mogelijkheid (ca. 6%).

 

De bestaande wetgeving voorziet eveneens dat bij "toegelaten arbeid", het arbeidsinkomen dat gecumuleerd wordt met een ziekte-uitkering, wordt afgetrokken van de ziekte-uitkering én dit op basis van een complexe cumulatieregel. De maatregel, die start vanaf 1 april 2002, wijzigt op fundamentele wijze deze bestaande cumulatieregel.

 

De minpunten van de huidige cumulatieregel

 

1. Bij de toepassing van de cumulatieregel wordt rekening gehouden met het bruto-beroepsinkomen. De sociale lasten van 13,07% die de werknemer zelf moet betalen worden m.a.w. meegeteld bij de berekening van deze cumul.

2. De cumulatieregel werkt volgens een alles of niets mechanisme. Zo is er geen vermindering van de ziekte uitkering zolang het beroepsinkomen een bepaalde grens niet overschrijdt maar wordt het arbeidsinkomen wel volledig afgetrokken van de ziekte uitkering van zodra deze grens wordt overschreden. Meer werken wordt m.a.w. vanaf een bepaalde grens financieel niet meer beloond en zelfs bestraft vermits elke euro ziekte uitkering vervangen wordt door een bruto euro arbeidsinkomen.

3. Om te bepalen hoeveel iemand mag bijverdienen, berekent men de ziekte­uitkering op basis van het statuut gezinshoofd (ook voor alleenstaanden en samenwonenden) en vermenigvuldigt men dit bedrag met ofwel 1 ,5 voor gezinshoofden en 1 ,25 voor de anderen. Deze berekeningswijze is niet alleen voor de verzekerden complex maar leidt ook tot een Matheüseffect of omgekeerde herverdeling. De hoogte van het arbeidsinkomen dat mag gecumuleerd worden met een ziekte-uitkering is in regel hoger voor wie een hoge uitkering heeft dan voor wie moet leven met een lage(re) uitkering of het minimum.

Waarom kiezen voor een nieuwe cumulregeling?

 

De huidige cumulatieregel werkt demotiverend én bestraffend voor chronisch zieken of invaliden die een beroep kunnen en willen doen op de toegelaten arbeid. De huidige regeling is bovendien sociaal onrechtvaardig voor vele arbeidsongeschikten met een lage uitkering.

 

Nochtans is de toegelaten arbeid om een aantal redenen interessant voor mensen die arbeidsongeschikt zijn:

 

1. Chronisch zieken zoals sommige oncologische patiënten of hartpatiënten zijn tijdens hun erkende arbeidsongeschiktheid in bepaalde gevallen toch nog in staat om voor een aantal uren of dagen per week hun vroegere arbeid te hernemen. Meer nog, de kans krijgen om op eigen ritme en binnen medisch verantwoorde grenzen zich terug inschakelen in een arbeidssituatie kan in vele gevallen zelfs goed zijn voor het welzijn en de gezondheid van deze patiënten. De Minister wil met deze nieuwe cumulatieregel de financiële situatie van deze mensen verbeteren en op die manier hun teruginschakeling op het werk aanmoedigen in plaats van bestraffen.

2. Voor bepaalde invaliden die onmogelijk nog een voltijds arbeidsritme aankunnen, is toegelaten arbeid een belangrijke en waardevolle kans om nog te participeren in een werkomgeving.

3. Personen met een vervangingsinkomen zoals erkende arbeidsongeschikten zijn zowel financieel maar ook sociaal kwetsbare groepen. Investeren in meer kansen tot arbeidsparticipatie is één van de beste waarborgen tot meer sociale en financiële zekerheid.

 

De voorafgaandelijk toestemming van de adviserend geneesheer is bovendien een noodzakelijke garantie en een waarborg dat de "toegelaten arbeid", die door de arbeidsongeschikte of invalide wordt aangevraagd, verenigbaar is en blijft met de gezondheidstoestand van de betrokkene.

 

Ter info: in het stelsel van de zelfstandigen is er een volledig andere regeling gebaseerd op een "toegelaten arbeid" van bepaalde duur (ondertussen verhoogd van 12 naar 18 maanden) én een vaste forfaitaire afhouding van de ziekte uitkering en dit onafhankelijk van het beroepsinkomen. Mogelijke verbeteringen worden onderzocht in het kader van de besprekingen over het sociaal statuut van de zelfstandigen (Rapport Werkgroep CantilIon).

 

De krachtlijnen van het nieuwe voorstel van cumulregeling

De krachtlijnen van de nieuwe cumulregel:

      . De nieuwe cumulregel neutraliseert volledig de sociale bijdragen bij de

            berekening van het arbeidsinkomen. Of het arbeidsinkomen dat in rekening

            wordt gebracht vermindert met 13,07%. (zie knelpunt 1)

      . De nieuwe cumulregel werkt niet langer met een alles of niets mechanisme

            maar met een evenredige verlaging van de uitkering en dit via de toepassing

            van verschillende inkomensschijven. (zie knelpunt 2)

. De nieuwe cumul regel wordt voor iedereen gelijk toegepast. Het bedrag dat met de uitkering kan worden gecumuleerd is hetzelfde voor iedereen en dit ongeacht de gezinssituatie en het vroegere verdiende loon. (knelpunt 3),

 

Belangrijke overgangsmaatregel

 

Het blijft mogelijk dat voor sommige personen - en dit kan zeer sterk variëren naargelang de hoogte van de uitkering, de hoogte van het arbeidsinkomen en de sociale categorie (alleenstaand, samenwonend of gezinshoofd) - de huidige cumulatieregel toch voordeliger is dan de nieuwe regeling. Om te vermijden dat iemand er op achteruit gaat of financieel verlies leidt, is in het KB dat in voege treedt op 1 april 2002 uitdrukkelijk voorzien in een behoud van verworven rechten en dit tot het einde van dit jaar. Met de diensten van het RIZIV en de Verzekeringsinstellingen is nu reeds afgesproken om de toepassing van deze nieuwe regeling grondig te evalueren en waar nodig voor volgend jaar bij te sturen.

Toegelaten arbeid is méér dan alleen de cumulatieregel

 

De Minister is er zich zeer goed van bewust dat meer kansen bieden aan mensen die

arbeidsongeschikt en ziek zijn maar toch nog gedeeltelijk kunnen gaan werken, meer is dan louter maar het aanbieden van een betere financiële cumulregeling.

 

Om die reden heeft de Minister, bij zijn vraag aan de administratie voor het uitwerken  van deze nieuwe cumulatieregel, ook opdracht gegeven om de sector van de "herscholing" te vernieuwen. Concreet kan het RIZIV nu reeds financiële steun geven aan mensen met een ziekte uitkering om zich te herscholen. Van deze  mogelijkheid wordt op dit moment echter nauwelijks gebruik gemaakt. Hiervoor zijn  er heel wat oorzaken w.o. moeilijke en lange procedures voor het indienen van de aanvraag, onvoldoende kennis van het bestaan van deze mogelijkheid tot herscholing maar ook praktische knelpunten zoals een onvoldoende afstemming met de bevoegdheden van de Gemeenschappen en Gewesten m.b.t. de erkenning van de opleidingen die voor herscholing in aanmerking komen.

 

Het College van Geneesheren - directeurs van het RIZIV, dat bevoegd is voor de behandeling van de aanvragen en toekenning van herscholing, heeft niet alleen positief gereageerd op de vraag van de Minister voor een vernieuwing van deze sector maar ook reeds werk gemaakt van de voorbereiding van enkele nieuwe initiatieven en dit in samenwerking reeds met de bevoegde diensten van de Gemeenschappen en de Gewesten. De bedoeling van deze initiatieven is het bevorderen van een betere en duurzame reïntegratie van chronisch zieken op de arbeidsmarkt. Deze initiatieven zullen concreter worden toegelicht en gepresenteerd van zodra ze volledig rond zijn en van start gaan.

 

Meer algemeen is er op politiek niveau eveneens nu reeds een actieve belangstelling vanwege onder meer de Vlaamse regering om tot verdere afspraken te komen.

 


 

 

De berekeningsprincipes van de oude regeling

______________________________________

Er wordt een cumulplafond berekend steeds op basis van een "uitkering als gezinshoofd" én er wordt een onderscheid gemaakt tussen een gezinshoofd en een alleenstaande of samenwonende. Er is een "alles of niets" grens: wanneer het arbeidsinkomen onder het cumulplafond blijft is er geen vermindering; van zodra het arbeidsinkomen het cumulplafond overschrijdt, wordt elke bruto euro cent arbeidsinkomen integraal afgetrokken van de ziekte uitkering.

 

 

 

 
De berekeningsprincipes van de nieuwe regeling

______________________________________

De sociale bijdragen of afhouding van 13,07% worden niet meegeteld bij de berekening van het arbeidsinkomen.

 

Het arbeidsinkomen wordt onderverdeeld in schijven:

1ste schijf van 8,83 EUR = geen verlaging uitkering

2de schijf van 8,83 EUR = vermindering met 25% = maximaal 2,21 EUR

3de schijf van 8,83 EUR = vermindering met 50% = maximaal 4,42 EUR

vanaf 26,49 EUR                     = vermindering

met 75%

 

 
 

 

 

 


 

 

 

 

______________________________________


 

Enkele concrete voorbeelden binnen de invaliditeit voor regelmatige werknemers

 

De uitkeringspercentages en de minima binnen de invaliditeit zijn:

¨      ¨      Gezinshoofd: 65% met minimum van 37,23 euro per dag

¨      ¨      Alleenstaande: 45% met minimum van 29,72 euro per dag

¨      ¨      Samenwonende 40% met minimum van 26,65 euro per dag.

 

Gezinshoofd

Ontvangt het minimum van 37,23 EUR

en heeft een arbeidsinkomen van 25 EUR.

 

Oude regeling

Nieuwe regeling

 

 

+ 2,13 EUR/dag

 

Berekening van het cumulpIafond

1ste stap: het arbeidsinkomen wordt verminderd

met de sociale bijdragen

25 EUR x 0,8693 = 21,73 EUR

 

1,50 (gezinshoofd) x 37,23 EUR (gezinshoofd) = 55,85 EUR

 

 

Volgend arbeidsinkomen wordt in rekening

gebracht:

(reële uitkering) = 18,62 EUR. Dit is het

cumulplafond: indien het bruto arbeidsinkomen

boven dit plafond komt wordt het verschil

afgetrokken van de uitkering. Het verschil is 25

EUR (arbeidsinkomen) - 18,62 EUR

(cumulplafond) = + 6.38 EUR.

 

2de stap: de afhouding in schijven

1 ste schijf tot aan 8,83: 0 % inhouding

 2 de schijf van 8,83 = 25% of 2,21 EUR

 3de schijf van 4,07 = 50% of 2,04 EUR

 totale inhouding = 2,21 + 2,04 = 4,25 EUR

 

 

 

Resultaat

Resultaat

 

37,23 EUR - 6,38 EUR = 30,85 EUR per dag

37,23 EUR - 4,25 EUR = 32,98 per dag

 

 

 

Zelfde berekening toegepast op een arbeidsinkomen van 40 euro per dag is: Oude regeling: 15,85 euro per dag

Nieuwe regeling: 24,39 euro per dag

Winst: + 8,54 EUR I dag.

 

Oude regeling

1,25 (alleenstaande) x 37,23 EUR (uitkering op niveau gezinshoofd) = 46,54 EUR

 

Alleenstaande

Alleenstaande heeft het minimum van 29,72 EUR

en heeft een arbeidsinkomen van 25 EUR

 

Oude regeling:

Volgend arbeidsinkomen wordt in rekening gebracht:

46,54 EUR - 29,72 EUR = 16,82 EUR. Of een verschil van + 8,18 EUR met het arbeidsinkomen van 25 EUR.

 

 

Resultaat

 

29,72 EUR - 8,18 EUR = 21,54 EUR per dag

 

Nieuwe regeling

Het arbeidsinkomen wordt verminderd met de sociale bijdragen

25 EUR x 0,8693 = 21,73 EUR

1ste schijf tot aan 8,83: 0 % inhouding

2de schijf van 8,83 = 25% of 2,21 EUR

3de schijf van 4,07 = 50% of 2,04 EUR

Totale inhouding = 2,21 + 2,04 = 4,25 EUR

 Resultaat                                                                                       

                                                          

29,72 EUR - 4,25 EUR = 25,47 per dag

+ 3,93 euro /dag

 

 

Zelfde berekening toegepast op een arbeidsinkomen van 40 EUR per dag is:

Oude regeling: 6,54 EUR per dag

Nieuwe regeling: 16,88 EUR per dag.

Winst: + 10,34 EUR per dag

 

Samenwonende minimum uitkering van 26,65 euro

 

en 25 euro per dag arbeidsinkomen

 

Oude regeling

Nieuwe regeling

 

1,25 (samenwonende) x 37,23 (uitkering

niveau gezinshoofd) = 46,54 EUR

Het arbeidsinkomen wordt verminderd met

 

de sociale bijdragen

 

 

25 EUR x 0,8693 = 21,73 EUR

 

Volgend arbeidsinkomen wordt in rekening

gebracht

46,53 - 26,65 = 19,88 EUR. Of

een vermindering + 5,12 EUR met het

arbeidsinkomen van 25 EUR.

 

Resultaat

26,65-5,12 = 21,54

 

1ste schijf tot aan 8,83: 0 % inhouding

2de schijf van 8,83 = 25% of 2,21 EUR

300 schijf van 4,07 = 50% of 2,04 EUR

totale inhouding = 2,21 + 2,04 = 4,25 EUR

 

 

 

 

 

Resultaat

26,65 - 4,25 EUR = 22,4 per dag

 

 

 

 

+0,87

 

 

Toegepast op 40 euro arbeidsinkomen

Oude regeling: 6,54 euro per dag

Nieuwe regeling: 13,81 euro per dag

Winst: 7,27 euro per dag.