Tegemoetkoming aan gehandicapten jonger dan 65
http://socialsecurity.fgov.be/gids/d1h01.htm
A. DOEL EN VORM VAN DEZE TEGEMOETKOMINGEN
Deze tegemoetkomingen streven naar de vervanging of de aanvulling van het inkomen van de gehandicapte persoon die niet in staat is, wegens zijn of haar handicap, een voldoende inkomen te verwerven, of die bijkomende lasten te dragen heeft.
Deze tegemoetkomingen zijn tweeërlei:
1. de inkomensvervangende tegemoetkoming:
deze tegemoetkoming wordt toegekend aan de persoon die, wegens zijn handicap, niet in staat is meer dan een derde te verdienen van wat een gezonde persoon, door uitoefening van een beroep, op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen.
2. de integratietegemoetkoming:
deze tegemoetkoming wordt toegekend aan de gehandicapte persoon die, ten gevolge van de vermindering van zijn zelfredzaamheid bijkomende kosten heeft om zich in het maatschappelijk leven in te passen.
Deze twee soorten tegemoetkomingen kunnen gelijktijdig of afzonderlijk toegekend worden. Het kan inderdaad gebeuren dat iemand waarvan het vermogen om inkomen te verwerven weinig of niet is aangetast, grote problemen heeft inzake zelfredzaamheid, of omgekeerd.
B. VOORWAARDEN OM VAN DEZE TEGEMOETKOMINGEN TE KUNNEN GENIETEN
1. Leeftijd:
De gehandicapte persoon kan vanaf de leeftijd van 21 jaar recht hebben op deze tegemoetkomingen. De aanvraag moet vóór de leeftijd van 65 jaar ingediend worden.
|
N.B.
|
2. Nationaliteit:
De gehandicapte dient hetzij:
Belg te zijn;
onderdaan van een Lidstaat van de E.U. of van
Ijsland, Noorwegen of Liechtenstein te zijn en werknemer of zelfstandige te
zijn in de zin van de Verordening E.E.G. 1408/71 van 14 juni 1971, of
overlevende van een dergelijke werknemer of zelfstandige of echtgenoot, kind of
vader of moeder van dergelijke werknemer of zelfstandige te zijn en ten laste
van deze laatste;
vluchteling te zijn;
staatloze of van onbepaalde nationaliteit te
zijn;
tot de leeftijd van 21 jaar verhoogde
kinderbijslag genoten te hebben omwille van de handicap van het kind
overeenkomstig de wetgeving betreffende de kinderbijslag voor werknemers of
zelfstandigen;
rechten kunnen laten gelden in het kader van de
Europese Interim-Overeenkomst;
in toepassing van de
samenwerkingsovereenkomsten van de Europese Unie met Algerië, Marokko of
Tunesië, onderdaan van één van deze landen te zijn en de hoedanigheid van
werknemer of zelfstandige te hebben, of overlevende van een dergelijk werknemer
of zelfstandige of echtgenoot, kind, vader of moeder van dergelijk werknemer of
zelfstandige te zijn en ten laste van deze laatste te zijn.
3. Verblijf:
Men moet in België woonachtig zijn en er effectief verblijven op het ogenblik van de aanvraag en gedurende de periode voor dewelke de tegemoetkoming wordt verleend.
Wordt met een verblijf in België gelijkgesteld:
een verblijf van minder dan 90 dagen in het
buitenland;
een verblijf in het buitenland als patiënt in
een ziekenhuis of een verzorgingsinstelling;
een verblijf in het buitenland bij een ouder of
aanverwante die in dienst is van de Belgische Staat;
een door de Minister gemachtigd verblijf in het
buitenland om uitzonderlijke redenen.
Een gehandicapte die het land verlaat, dient de Dienst voor tegemoetkomingen aan personen met een handicap hiervan in kennis te stellen, en daarbij de duur en de reden van zijn verplaatsing mede te delen.
4. Grens-inkomens:
Het bedrag van de tegemoetkoming wordt verminderd met het bedrag van het belastbaar inkomen van de gehandicapte en van zijn echtgenoot of de persoon waarmee hij een gezin vormt, en dat een bepaalde grens overschrijdt.
Deze grenzen zijn verschillend voor de inkomensvervangende tegemoetkoming en voor de integratietegemoetkoming.
Voor de inkomensvervangende tegemoetkoming gelden de navolgende grenzen :
12.500 BEF (309,87 EUR) per jaar voor de
gehandicapte, die gehuwd is, een huishouden vormt of met één of verschillende
kinderen ten laste;
10.000 BEF (247,89 EUR) per jaar voor een
alleenstaande rechthebbende;
6.250 BEF (154,93 EUR) per jaar voor een
samenwonende rechthebbende.
Deze grens is vast.
Voor de integratietegemoetkoming, bedraagt de jaargrens op 1 januari 1999 :
347.160 BEF (8.605,87 EUR) voor
de gehandicapte die gehuwd is, een huishouden vormt of één of meer kinderen ten
laste heeft.
260.993 BEF (6.469,85 EUR) voor de
alleenstaande gehandicapte.
173.593 BEF (4.303,26 EUR) voor de samenwonende
gehandicapte.
540.816 BEF (13.406,48 EUR) op de inkomens uit
werkelijk door de gehandicapte gepresteerde arbeid. In dit geval worden de
hiervoor vermelde grenzen niet toegepast en worden de andere inkomens ( bv
vervangingsinkomens) afgetrokken van de integratietegemoetkoming.
|
OPGELET ! : Vanaf 1 juli 2000 wordt voor de berekening van het inkomen een maximum van 100.000 BEF (2478,94 EUR) aan vervangingsinkomens (bijvoorbeeld werkloosheids- of ziekteuitkering) gelijkgesteld met een inkomen voortkomend uit werkelijk door de gehandicapte gepresteerde arbeid. |
De eerste drie grenzen zijn aan het indexcijfer gekoppeld. De laatste grens varieert in functie van het gemiddeld minimum maandinkomen maal twaalf.
Wanneer een gehandicapt persoon gehuwd is of een gezin vormt wordt een vrijstelling van 60.000 BEF (1487,36 EUR) toegepast op het inkomen van de echtgenoot of van de persoon waarmee de gehandicapte een gezin vormt.
Het belastbaar inkomen wordt vastgesteld aan de hand van het aanslagbiljet uitgaande van de Administratie der Directe Belastingen van het Ministerie van Financiën. Voor wie niet over een aanslagbiljet beschikt, berekent de Dienst voor tegemoetkomingen aan personen met een handicap van het Ministerie van Sociale Zaken , Volksgezondheid en Leefmilieu het bedrag van het inkomen.
Deze berekening gebeurt op basis van het inkomen van het tweede jaar voorafgaand aan de ingangsdatum van de aanvraag. Voor een aanvraag ingediend tussen 1 december 1998 en 30 november 1999, is het in aanmerking te nemen inkomen dat van 1997.
In geval van wijziging met tenminste 20% van het jaarinkomen, wordt er rekening gehouden met het inkomen van het burgerlijk jaar dat de ingangsdatum van de aanvraag voorafgaat.
5.Cumulatie:
|
OPGELET !: Indien de gehandicapte reeds
gerechtigd is op prestaties die zijn vermindering van verdienvermogen
compenseren of op prestaties verschuldigd wegens ouderdom, opruststelling of
overleving, of op prestaties in het kader van de werkloosheid of
kinderbijslag, of op het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, worden deze
prestaties rechtstreeks afgetrokken van het bedrag van de inkomensvervangende
tegemoetkoming. |
6. Handicap:
Om van een inkomensvervangende tegemoetkoming te kunnen genieten dient het vast te staan dat, ingevolge zijn lichamelijke of geestelijke toestand, de persoon niet in staat is meer dan een derde te verdienen van wat een gezond persoon, door uitoefening van een beroep, op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen (beschermde tewerkstelling niet meegerekend).
Om van een integratietegemoetkoming te kunnen genieten dient een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid te zijn vastgesteld.
Voor de berekening van de zelfredzaamheidsgraad wordt in aanmerking genomen:
de mogelijkheid om zich te verplaatsen;
de mogelijkheid om zijn voeding te nuttigen of
te bereiden;
de mogelijkheid om voor zijn persoonlijke
hygiëne in te staan en zich te kleden;
de mogelijkheid om de woning te onderhouden en
huishoudelijk werk te verrichten;
de mogelijkheid om te leven zonder toezicht,
bewust te zijn van gevaar en het gevaar te kunnen vermijden;
de mogelijkheid tot communicatie en sociaal
contact.
De geneesheer zal voor elke functie onderzoeken welke moeilijkheden de betrokken persoon ondervindt. Er kunnen 4 mogelijke antwoorden verstrekt worden, nl. :
geen moeilijkheden, geen bijzondere inspanning
of geen bijzondere hulpmiddelen : 0 punten worden toegekend;
beperkte moeilijkheden, beperkte bijkomende
inspanning of beperkt beroep op bijzondere hulpmiddelen : 1 punt wordt
toegekend;
grote moeilijkheden, grote bijkomende
inspanningen of uitgebreid beroep op bijzondere hulpmiddelen : 2 punten worden
toegekend;
onmogelijk zonder hulp van derden, zonder
opvang in een aangepaste voorziening of zonder volledig aangepaste omgeving : 3
punten worden toegekend.
De punten worden opgeteld en naargelang dit totaal wordt de gehandicapte ondergebracht in één categorie :
7 of 8 punten : categorie I
9 tot 11 punten : categorie II
12 tot 14 punten : ategorie III
15 punten en meer : categorie IV
Minder dan 7 punten geeft geen recht op de integratietegemoetkoming.
C. BEDRAG VAN DE TEGEMOETKOMINGEN
Het bedrag van de tegemoetkomingen is indexgebonden.
1. Inkomensvervangende tegemoetkoming
(bedragen geldig op 01.01.1999)
|
|
per jaar |
per maand |
|
voor de
gehandicapte die |
334.660
BEF |
27.888
BEF |
|
voor de
alleenstaande |
250.993
BEF |
20.916
BEF |
|
voor de
samenwonende |
167.343
BEF |
13.945
BEF |
2. Integratietegemoetkoming
(bedragen geldig op 01.01.1999)
Het bedrag van de integratietegemoetkoming is afhankelijk van het resultaat van de evaluatie van de zelfredzaamheidsgraad. Naargelang dit resultaat onderscheidt men vier categorien:
|
|
per jaar |
per maand |
|
categorie I |
34.433
BEF |
2.869
BEF |
|
categorie II |
117.335
BEF |
9.778
BEF |
|
categorie III |
187.486
BEF |
15.624
BEF |
|
categorie IV |
273.144
BEF |
22.762
BEF |
·
De gehandicapte opgenomen in een instelling geheel of gedeeltelijk ten laste van de overheid, of van een sociale-zekerheidsinstelling, ontvangt een integratietegemoetkoming die met een derde verminderd is.
|
P.S. Geen enkele tegemoetkoming wordt uitbetaald in geval van opsluiting in een gevangenis of internering in een instelling voor sociaal verweer. |
D. HOE EEN TEGEMOETKOMING AANVRAGEN
Belangrijk: voor het vervullen van de administratieve formaliteiten kan de gehandicapte zich laten vertegenwoordigen door een persoon die hij daartoe speciaal machtigt. Deze persoon moet meerderjarig zijn en houder van een volmacht.
De tegemoetkoming wordt aangevraagd bij de burgemeester van de gemeente waar de gehandicapte in het bevolkings-of in het vreemdelingenregister is ingeschreven. De aanvraag mag ingediend worden één jaar voor de gehandicapte 21 jaar oud is, maar (behoudens een administratieve herziening) nooit nadat hij 65 jaar is geworden.
Het recht op een tegemoetkoming gaat ten vroegste in vanaf de eerste dag van de maand volgend op het indienen van de aanvraag. Voor de persoon die tot de leeftijd van 21 jaar van de bijkomende kinderbijslag voor een gehandicapt kind heeft genoten en die binnen de 6 maanden volgend op zijn 21ste verjaardag een aanvraag indient tot het verkrijgen van een tegemoetkoming, zal het recht op de tegemoetkoming ingaan op de eerste dag van de maand volgend op zijn 21ste verjaardag.
De aanvraag van de inkomensvervangende tegemoetkoming geldt meteen ook als aanvraag van de integratietegemoetkoming; de integratietegemoet-koming kan ook afzonderlijk worden aangevraagd.
Het aanvraagformulier wordt ingevuld door de gemeenteadministratie en
getekend door de gehandicapte.
De gehandicapte die de aanvraag niet kan tekenen zet er een kruisje op en de
burgemeester zal het mede ondertekenen.
Op het gemeentebestuur worden volgende formulieren verstrekt:
formulieren betreffende de inkomsten, in te
vullen door de gehandicapte;
een medische vragenlijst, in te vullen door de behandelende
geneesheer en onder gesloten omslag terug te bezorgen.
Deze stukken moeten binnen de dertig dagen naar het gemeentebestuur worden teruggestuurd, samen met het aanslagbiljet van het Ministerie van Financiën of een voor echt verklaard afschrift ervan.
Wanneer er zich een wijziging voordoet in de toestand van de gehandicapte kan een aanvraag tot herziening ingediend worden op dezelfde manier als een nieuwe aanvraag.
De gehandicapte is verplicht om eventuele wijzigingen in zijn toestand, die aanleiding geven tot vermindering of opheffing van de tegemoetkoming, mede te delen. Deze mededeling gebeurt bij gewone brief.
Voor wat daarentegen de wijziging van de gegevens die eveneens in het Rijksregister voorkomen betreft, dient de gehandicapte deze wijzigingen niet aan de Dienst te melden voor zover hij deze heeft gemeld aan de gemeenteadministratie.
Ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen worden door de Staat teruggevorderd.
E. BEHANDELING VAN DE AANVRAAG
Het gemeentebestuur neemt de stukken in ontvangst, voegt er het Rijksregisternummer en de gegevens met betrekking tot de burgelijke stand, de nationaliteit en de woonplaats aan toe, en stuurt alles door naar de Dienst voor tegemoetkomingen aan personen met een handicap van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu.
Het dossier wordt onderworpen aan een administratief onderzoek en desgevallend vindt ook een medisch onderzoek van de gehandicapte plaats.
Dit medisch onderzoek wordt verricht door een geneesheer van de Medische
dienst van het Ministerie van
Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu of door een erkend geneesheer of
een pluridisciplinair team. De gehandicapte die zich niet kan verplaatsen wordt
in zijn woonplaats onderzocht.
De Dienst voor tegemoetkomingen aan personen met een handicap beslist alsdan over het toekennen en over het bedrag van de toegekende tegemoetkoming.
Kennisgeving ervan wordt bij gewone brief aan de gehandicapte gedaan.
Indien de gehandicapte van mening is dat de door de overheid genomen
beslissing onjuist is, kan hij of zij deze beslissing voor de Arbeidsrechtbank
aanvechten. De zaak moet dan wel
aanhangig worden gemaakt binnen een termijn van 3 maanden na betekening van de
beslissing.
De tegemoetkomingen worden maandelijks door het Ministerie van Financiën
uitbetaald aan de gehandicapte of aan diens wettelijke vertegenwoordiger.
Dit kan op twee manieren gebeuren:
per postassignatie;
door storting op bank-of postrekening.
De aanvraag om betaling bij overschrijving moet bij een bank of een postkantoor worden ingediend.
De termijn tussen de ingangsdatum van een tegemoetkoming en de eerste dag van de maand waarin de betaling wordt verricht, mag niet hoger zijn dan 180 werkdagen.In geval van overschrijding van deze termijn zijn er verwijlinteresten verschuldigd.
Bij het overlijden van de gerechtigde worden de vervallen en niet betaalde termijnen van ambtswege uitbetaald aan de echtgeno(o)t(e) met wie de gerechtigde samenleefde of aan de persoon met wie hij een huishouden vormde op het ogenblik van zijn overlijden. Bij ontstentenis van bedoelde echtgeno(o)t(e) geschiedt de uitbetaling aan de volgens een bepaalde rangorde aangeduide natuurlijke personen (kinderen, ouders, derden).
De tegemoetkomingen zijn vrijgesteld van belastingen, en moeten bijgevolg niet aan de controleur der belastingen worden aangegeven.
1. inkomensvervangende tegemoetkoming
· Berekening van de tegemoetkoming
|
Maximumbedrag per jaar |
|
334.660 BEF |
|
Vermindering
niet-cumuleerbare |
|
-152.431 BEF |
|
In mindering te brengen inkomsten : - arbeid echtgenoot: |
90.000
BEF |
|
|
|
|
-17.500 BEF |
|
Toe te kennen bedrag per jaar : |
|
164.729
BEF |
|
Maandbedrag : |
|
13.727
BEF |
2. integratietegemoetkoming
Berekening van de tegemoetkoming
|
Maximumbedrag |
|
117.335 BEF |
|
In mindering te brengen bedrag : · inkomsten arbeid: |
548.464
BEF |
|
|
|
|
- 7.648 BEF |
|
Toe te kennen bedrag per jaar : |
|
109.687
BEF |
|
Maandbedrag |
|
9.141 BEF |
|
|
1 Een officieuze coördinatie van de wettelijke en reglementaire bepalingen kan bekomen worden tegen overschrijving of storting van 1.000 frank op rekeningnummer 679-2005868-05 van het Ministerie van Sociale Voorzorg, Officieuze coördinatie, Zwarte Lievevrouwstraat 3c, 1000 Brussel, met vermelding van "Tegemoetkomingen aan personen met een handicap - officieuze coördinatie - Nederlandstalige versie".
Laatste bijwerking: 30/08/04 - 08.55