Uitkeringen invaliditeit

 

http://inami.fgov.be/secure/nl/allowances/index.htm

 

De uitkeringen

Uitkeringsbedragen

De rechthebbende in de uitkeringsverzekering voor werknemers (voornamelijk de werknemer en de gecontroleerde werkloze) heeft recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering :

De door het RIZIV beheerde uitkeringen, waarvan hieronder sprake is, betreffen niet :

  1. de uitkeringen die worden uitbetaald in het raam van ziektes of ongevallen die tijdens de uitoefening van het beroep zijn ontstaan. De uitkeringen die worden toegekend aan de persoon die door een beroepsziekte of een arbeidsongeval niet meer in staat is te werken, vallen immers onder andere regelingen die door andere parastatalen worden beheerd: het Fonds voor arbeidsongevallen en het Fonds voor beroepsziekten;
  2. de uitkeringen die worden uitbetaald in het raam van de hulp aan gehandicapten; dat onderdeel wordt beheerd door het Bestuur van de Maatschappelijke Integratie bij het Ministerie van Sociale Zaken;
  3. de ambtenaar. Laatstgenoemde geniet een bijzondere regeling die de arbeidsongeschiktheid in termen van verlof regelt.

De uitkeringen die in geval van arbeidsongeschiktheid worden uitbetaald, variëren naar gelang de gezinssituatie. De rechthebbende is :

  1. Ofwel een werknemer "met persoon ten laste" :

De partner van rechtswege of de feitelijke partner heeft geen inkomen of een inkomen dat niet boven een bepaald grensbedrag ligt;

Andere leden van zijn gezin (kind, bloed- en aanverwante tot in de derde graad) voldoen aan dezelfde voorwaarden met betrekking tot het inkomen en zijn financieel ten laste.

Wordt eveneens beschouwd als een werknemer met persoon ten laste, de alleenstaande gerechtigde die alimentatiegeld betaalt op grond van een rechterlijke beslissing, een notariële akte of een onderhandse akte, neergelegd bij de griffie van de rechtbank, in geval van een procedure tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed met onderlinge toestemming, voor zover dat alimentatiegeld een bepaald bedrag vertegenwoordigt

  1.  
  2. ofwel samenwonend: hij woont samen met zijn partner of met andere leden van zijn gezin van wie het inkomen het toegestane grensbedrag overschrijdt.
  3. ofwel alleenstaand: hij woont alleen of samen met personen die geen enkel inkomen ontvangen zonder echter als personen ten laste te kunnen worden beschouwd.

De arbeidsongeschiktheid bestaat uit twee tijdvakken, met name :

  1. Een tijdvak van primaire arbeidsongeschiktheid van twaalf maanden;
  2. Na een jaar van primaire arbeidsongeschiktheid, het tijdvak van invaliditeit.

Wanneer er geen wettelijk vermoeden van arbeidsongeschiktheid is (bijvoorbeeld, een ziekenhuisopname), moet de arbeidsongschiktheid bij de verzekeringsinstelling worden aangegeven door middel van een ingevuld, gedateerd en ondertekend medisch getuigschrift waarin de ongeschiktheid wordt gemotiveerd. De adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling moet die ongeschiktheid vervolgens vaststellen en de duur ervan bepalen (begin en einde). Hij kan de werknemer ook oproepen voor een medisch onderzoek om de graad van die ongeschiktheid te evalueren.

De gerechtigde die zich in een staat van arbeidsongeschiktheid bevindt en wiens toestand de hulp van een derde persoon nodig maakt, heeft eveneens recht op een bijkomende uitkering om zijn verlies aan autonomie te compenseren. Het gaat hier om een uitkering voor hulp van derden.

De zelfstandigen

De zelfstandige, onderworpen aan het sociaal statuut van de zelfstandigen, en de meehelpende echtgenoot, vrijwillig onderworpen aan de sector van de uitkeringen, hebben onder bepaalde voorwaarden recht op de tegemoetkomingen van de uitkeringsverzekering :

  1. ze moeten een wachttijd volbrengen (over het algemeen, zes maanden) of ervan vrijgesteld zijn;
  2. ze moeten bijdragen betaald hebben of een totale vrijstelling hebben gekregen;
  3. ze moeten als arbeidsongeschikt zijn erkend, met andere woorden, omwille van letsels of functionele stoornissen, hun activiteiten als zelfstandige hebben stopgezet. Gedurende het tijdvak van invaliditeit moeten ze bovendien erkend zijn als ongeschikt om om het even welke beroepsactiviteit uit te voeren, rekening houdende met hun opleiding, hun gezondheidstoestand en hun conditie.

De zelfstandige moet, binnen 28 kalenderdagen na het begin van zijn arbeidsongeschiktheid, een getuigschrift van arbeidsongeschiktheid opsturen naar de adviserend geneesheer van zijn verzekeringsinstelling. De adviserend geneesheer kan beslissen de betrokkene op te roepen om zijn staat van arbeidsongeschiktheid te controleren.

In de regeling van de zelfstandigen kunnen drie tijdvakken van arbeidsongeschiktheid worden onderscheiden:

  1. een niet-vergoed tijdvak van één maand;
  2. een vergoed tijdvak wegens primaire arbeidsongeschiktheid van elf maanden gedurende hetwelk hij arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ontvangt;
  3. na een jaar van primaire arbeidsongeschiktheid, het tijdvak van invaliditeit gedurende hetwelk hij invaliditeitsuitkeringen ontvangt.

De zelfstandigen ontvangen geen percentage van hun gederfd loon, maar een forfaitair bedrag dat afhankelijk is van hun gezinssituatie. Gedurende het tijdvak van invaliditeit hangt het bedrag van de uitkeringen eveneens af van het feit of de zelfstandige al dan niet zijn onderneming heeft stopgezet.

De zelfstandige gerechtigde die zich in een staat van arbeidsongeschiktheid bevindt en wiens toestand de hulp van derden noodzakelijk maakt, heeft eveneens recht op een aanvullende uitkering om zijn verlies aan autonomie te compenseren. Het gaat hier om de uitkering voor hulp van derden.