Wie is Chronisch Ziek ?

http://www.vhp.be/vhp/documentatie/bs19980609.htm

 

 

BS Publicatie : 1998-06-09

 

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU

2 JUNI 1998. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 37, § 16bis, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Relevant abstract 

(In feite is een chronisch zieke in het kader van het GMD nog niet gedefinieerd. We kunnen hieronder dus enkel verwijzen naar de definitie in het kader van de forfaitaire tegemoetkoming)


HOOFDSTUK II. - Statuut van de rechthebbende met een chronische ziekte


Art. 2. Een in artikel32 of 33 van de wet bedoelde rechthebbende wordt voor een bepaald kalenderjaar als een rechthebbende met een chronische ziekte beschouwd als hij voldoet aan de volgende twee voorwaarden :
1) het totaal van de persoonlijke aandelen die door hem daadwerkelijk ten laste zijn genomen voor verstrekkingen die tijdens het betrokken kalenderjaar en tijdens het kalenderjaar daarvoor zijn uitgevoerd, bereikt tiencluizend frank per jaar;
2) in de loop van het betrokken kalenderjaar bevindt hij zich in één van de volgende situaties :
a) voor een tijdvak van ten minste drie maanden heeft hij de instemming van de adviserend geneesheer voor een behandeling met verpleegkundige verzorging die aanleiding geeft tot de betaling van de forfaitaire honoraria, de zogenaamde fortaits B, bedoeld in artikel 8, §1, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen; de periode tijdens welke hij zich bevindt in de situatie, bedoeld onder punt b) hierna, wordt eveneens in aanmerking genomen voor het vaststellen van het tijdvak van drie maanden;
b) voor een tijdvak van ten minste drie maanden heeft hij de instemming van de adviserend geneesheer voor een behandeling met verpleegkundige verzorging die aanleiding geeft tot de betaling van de forfaitaire honoraria, de zogenaamde forfaits C, bedoeld in artikel8, §1, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen; de periode tijdens welke hij zich bevindt in de situatie, bedoeld onder punt a) hiervoren, wordt eveneens in aanmerking genomen voor het vaststellen van het tijdvak van drie maanden;
c) voor een tijdvak van ten minste zes maanden heeft hij de instemming van de adviserend geneesheer voor een behandeling met kinesitherapiebehandeling, bedoeld in artikel7, §1, E, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen of een fysiotherapiebehandeling, bedoeld in artikel22, II, van die nomenclatuur, die de vermindering van het persoonlijk aandeel mogelijk maakt die voortvloeit uit artikel7, derde lid, c, van het koninklijk besluit van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen;
d) hij geniet verhoogde kinderbijslag overeenkomstig artikel47, §1, van de gecoördineerde wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders of overeenkomstig artikel20 van het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen;
e) hij voldoet aan de voorwaarden die de toekenning van de integratietegemoetkoming in de categorie III of IV, bedoeld in artikel5 van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende en de integratietegemoetkoming. De Minister kan de modaliteiten vaststellen op grond waarvan de personen in aanmerking kunnen worden genomen die niet voldoen aan de door het voormeld koninklijk besluit opgelegde inkomensvoorwaarden maar wel aan de voorwaarden inzake afhankelijkheid;
f) hij voldoet aan de voorwaarden die de toekenning van de tegemoetkoming voor de hulp aan bejaarden in de categorie II, III of IV, bedoeld in artikel3 van het koninklijk besluit van 5 maart 1990 betreffende de tegemoetkoming voor de hulp aan bejaarden. De Minister kan de modaliteiten vaststellen op grond waarvan de personen in aanmerking kunnen worden genomen die niet voldoen aan de door het voormeld koninklijk besluit opgelegde inkomensvoorwaarden maar wel aan de voorwaarden inzake afhankelijkheid;
g) hij geniet een tegemoetkoming voor hulp van derden, toegekend op basis van de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de mindervaliden;
h) hij geniet een uitkering wegens primaire ongeschiktheid of wegens invaliditeit, toegekend aan de gerechtigde die wegens de behoefte aan andermans hulp, als iemand met een persoon ten laste wordt beschouwd met toepassing van artikel225, §1, 5°, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli l994, en van artikel12 van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid ten voordele van de zelfstandigen;
i) hij geniet een forfaitaire tegemoetkoming voor andermans hulp, bedoeld in artikel215bis van het voornoemd koninklijk besluit van 3 juli 1996 en in artikel 12ter van het voornoemd koninklijk besluit van 20 juli 1971.
...

Art. 9. Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 2 juni 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. M. DE GALAN

 

BS Publicatie : 1998-06-09


Terug