Ziekte-uitkeringen

http://socialsecurity.fgov.be/old/old_alles_wat/ziekte.htm

Als je ziek bent, worden niet alleen je ziektekosten terugbetaald, maar heb je als gerechtigde ook recht op uitkeringen die het loonverlies moeten dekken. Dergelijke regelingen zijn enkel van toepassing op ziekten en ongevallen in de privé-sfeer. Die welke als arbeidsongeval of beroepsziekte kunnen worden beschouwd, komen later aan bod, want daarvoor gelden specifieke regels.

In verband met de ziekte-uitkeringen moet er een onderscheid worden gemaakt tussen werknemers, ambtenaren en zelfstandigen. We vertrekken van de regeling voor de werknemers. Daarna worden de voornaamste verschilpunten met de twee andere stelsels toegelicht.

A. Werknemers

Doorgaans kan men stellen dat zij die bij de geneeskundige verzorging het recht op terugbetaling van medische kosten openen, ook gerechtigd zijn op uitkeringen in geval van ziekte.

Gerechtigden moeten wel aan bepaalde voorwaarden voldoen om hun recht op ziekte-uitkeringen te doen gelden.

  1. Gerechtigde werknemers moeten in een periode van zes maanden 120 dagen hebben gewerkt. Bepaalde dagen zoals betaalde vakantie- en ziektedagen worden hiermee gelijkgesteld.
  2. Tevens moeten ze het bewijs leveren dat ze voldoende bijdragen voor de sector ziekte-uitkeringen hebben betaald. Die bijdragen moeten een bepaald minimumbedrag bereiken of met persoonlijke bijdragen worden aangevuld.
  3. Gerechtigden die aan de vorige voorwaarden voldoen, behouden het recht op uitkeringen tot het einde van het kwartaal dat volgt op dat waarin zij hun wachttijd hebben beëindigd.

Eén van de voornaamste voorwaarden verder is dat ze arbeidsongeschikt moeten zijn verklaard. De raadgevend geneesheer van het ziekenfonds maakt, nadat hij een medische verklaring van de behandelende arts heeft ontvangen, een raming van de duur van de arbeidsongeschiktheid. Hij kan de betrokkene altijd oproepen voor een medische controle om de arbeidsongeschiktheid na te gaan. Tijdens de eerste zes maanden wordt die onmogelijkheid tot werken geëvalueerd ten opzichte van het eigen beroep van de zieke. Daarna wordt een vergelijking gemaakt met de ruimere beroepsgroep van de betrokkene. Bij de beoordeling houdt men ook rekening met specifieke socio-economische factoren. In sommige gevallen is er echter sprake van een vermoeden van arbeidsongeschiktheid. Dat is onder meer het geval wanneer je in het ziekenhuis verblijft of borstvoeding geeft.

De totale periode van arbeidsongeschiktheid bestaat uit twee tijdvakken, namelijk de primaire arbeidsongeschiktheid en de periode van invaliditeit.

De periode van primaire arbeidsongeschiktheid duurt maximaal een jaar. Tijdens de eerste dertig dagen van primaire arbeidsongeschiktheid ontvang je 60% van je loon. Er wordt voor de berekening slechts met een bepaald maximumloon rekening gehouden (op 1 januari 1997 bedroeg dat maximumdagloon 3.626 frank bruto). Vanaf de 31ste dag blijft de uitkering op 60%, maar dan alleen voor werknemers met personen ten laste of voor personen die hun enige inkomen verliezen. Voor gerechtigden zonder personen ten laste en zonder verlies van hun enige inkomen ligt het percentage op 55%.

Als een werkloze recht heeft op primaire-arbeidsongeschiktheidsuitkeringen mag dat bedrag tijdens de eerste zes maanden niet hoger liggen dan de werkloosheidsuitkering waarop hij normaal recht heeft.

Zodra je terug gaat werken, neemt de periode van primaire arbeidsongeschiktheid een einde. Als je echter binnen de twee weken weer ziek wordt (door dezelfde ziekte), begint de periode niet opnieuw, maar loopt ze door daar waar ze eerder gestopt was.

De invaliditeitsperiode neemt aanvang na een jaar van primaire arbeidsongeschiktheid. Voor de bepaling van de uitkeringen houdt men rekening met de gezinstoestand en met het al dan niet wegvallen van het enige inkomen.

Personen ten laste

Verlies van enige inkomen

Percentage van begrensd loon (max. 3.626 frank per dag)

ja

ja

65% (max. 2.360 frank op 1/1/1997)

neen

ja

45% (max. 1.632 frank)

neen

neen

40% (max. 1.450 frank)

De maximumgrens van het begrensde loon dat hier in aanmerking wordt genomen, is dezelfde als tijdens de periode van primaire arbeidsongeschiktheid. Voor wie binnen de drie maanden opnieuw ziek wordt, loopt de periode van invaliditeit gewoon door.

Tijdens de perioden van ziekte-uitkeringen mag je eigenlijk geen arbeid verrichten. In beperkte mate is het wel toegelaten, tenminste als het op voorhand wordt aangevraagd. Een gerechtigde met personen ten laste mag een loon en een uitkering combineren tot maximaal 150% van zijn ziekte-uitkering. Een gerechtigde zonder personen ten laste mag maar tot maximum 125% gaan. Anders gezegd, een gerechtigde met personen ten laste mag een loon ontvangen dat maximaal de helft van zijn invaliditeitsuitkering bedraagt. Een gerechtigde zonder personen ten laste mag slechts een loon krijgen dat maximaal een vierde van zijn uitkering bedraagt.

De uitbetaling van deze uitkeringen vindt telkens plaats tussen de derde laatste dag van de maand en de vijfde dag van de volgende maand.

In bepaalde gevallen kan een uitkering worden geweigerd. Dat is onder meer het geval als je nog een loon ontvangt. Bedienden hebben immers recht op een gewaarborgd maandloon en arbeiders op een gewaarborgd weekloon. Maar ook als je nog een opzeggingsvergoeding krijgt, wordt het recht op ziekte-uitkeringen geschorst. Zodra je gerechtigd bent op andere uitkeringen, zoals voor moederschapsrust of pensioen, vervalt het recht op ziekte-uitkeringen eveneens.

B. Zelfstandigen

Net zoals de werknemers moeten zij zich bij een verzekeringsinstelling inschrijven en moeten ze zes maanden wachttijd doorlopen.

Een zelfstandige moet vervolgens binnen zestig kalenderdagen na de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid een verklaring van de behandelend arts versturen naar de raadgevend geneesheer van zijn verzekeringsinstelling. Eveneens moet hij zich onderwerpen aan een controle door die geneesheer. De evaluatie van de arbeidsongeschiktheid gebeurt tijdens het eerste jaar ten opzichte van het eigen beroep van de zelfstandige, daarna houdt men rekening met gelijkaardige jobs als werknemer.

In het zelfstandigenstelsel kunnen er drie perioden van arbeidsongeschiktheid worden onderscheiden. Zelfstandigen ontvangen geen bepaald loonpercentage, maar een vast bedrag voor drie perioden:

  1. een niet-vergoedbare periode van drie maanden;
  2. een vergoedbare periode voor primaire arbeidsongeschiktheid van negen maanden;
  3. na een volledig jaar primaire arbeidsongeschiktheid begint een periode van invaliditeit.

Het forfaitair bedrag dat wordt toegekend is niet alleen afhankelijk van de periode, maar ook van de gezinssituatie.

 

Zonder personen ten laste

Met personen ten laste

Vergoedbare periode primaire arbeidsongeschiktheid

564 frank

694 frank

Algemene invaliditeit

789 frank

1.052 frank

Invaliditeit en stopzetting onderneming

838 frank

1.117 frank

C. Ambtenaren

De ziekteverlofregeling voor de ambtenaren is vrij voordelig. Ieder jaar verzamelen zij 21 ziekteverlofdagen met een minimum van 63 dagen tijdens de eerste drie jaar. Ieder jaar worden de niet-opgebruikte verlofdagen bij het resterende totaal geteld. Het totaal aantal ziekteverlofdagen bepaalt de lengte van de eerste periode van primaire arbeidsongeschiktheid in het ambtenarenstelsel. Tijdens die periode ontvangt de ambtenaar 100% van zijn loon. Na die periode begint voor de ambtenaar een periode van invaliditeit. Hij ontvangt dan, ongeacht zijn gezinssituatie, 60% van zijn loon. Als de ziekte al drie maanden aansleept en als ernstig wordt beschouwd, dan ontvangt de ambtenaar geen 60% maar 100% van zijn loon.

Wanneer de ambtenaar alle verlofdagen waarop hij op grond van zijn beroepsloopbaan recht had, heeft opgenomen, kan hij eveneens definitief arbeidsongeschikt worden verklaard. Hij wordt dan vervroegd op pensioen gesteld en ontvangt een jaarlijks bedrag dat afhankelijk is van zijn salaris, zijn graad van ongeschiktheid en zijn gezinslast.