Informatiebrochure bij aankomst in cvs referentiecentrum Gent
COGNITIEF - GEDRAGSMATIGE BEHANDELING VAN
HET CHRONISCH VERMOEIDHEIDSSYNDROOM 1
1. Inleiding
U wordt geconfronteerd met de
diagnose 'chronisch vermoeidheidssyndroom'. In deze tekst gaan we in op een
psychologische behandeling van deze aandoening, met name op de
cognitief -
gedragsmatige behandeling.
Uit een aantal gecontroleerde studies blijkt dat deze behandeling momenteel één
van de meest effectieve beschikbare behandelingen voor CVS is. Het lijkt
misschien vreemd dat een psychologische behandelingsmethode wordt gekozen voor
een klachtenpatroon dat vooral
lichamelijk is, maar dit is niet ongewoon. Voor verschillende chronische
aandoeningen (diabetes, astma, ) zijn behandelingen ontwikkeld die vooral
gericht zijn op het verbeteren van het gezondheidsgedrag en het doorbreken van
een aantal patronen die de klachten mee in stand houden.
2. Wat is het chronisch vermoeidheidssyndroom?
In een
consensusdefinitie (Fukuda e.a., 1994) omschrijft men het chronisch
vermoeidheidssyndroom (verder afgekort als CVS) als een klinisch geëvalueerde,
onverklaarde, aanhoudende of terugkerende vermoeidheid, met een nieuw of
duidelijk begin, die niet het resultaat is van voortdurende inspanning, niet
aanzienlijk verbetert door rust en die geleid heeft tot forse àfname van vroegere
niveaus van beroepsmatig, sociaal en persoonlijk functioneren.
Bovendien werden een aantal bijkomende symptomen beschreven die bij
verschillende patiënten
aanwezig zijn : een beperking in het korte- termijngeheugen of
concentratieproblemen, een zere keel, gevoelige hals- of okselklieren,
spierpijn of gewrichtspijn zonder zwelling of roodheid, niet-verkwikkende slaap
en een uitputtingsgevoel dat meer dan 24 uur aanhoudt na een inspanning.
Het klachtenpatroon kan erg wisselend zijn, maar vaak heeft men de indruk dat
het verergert. bij lichamelijke of geestelijke inspanning. Veel mensen
verminderen daardoor hun activiteiten, waardoor het leven steeds meer inperkt.
__________________________________________________________________________________
1 © Daniel Spooren,
psycholoog/gedragstherapeut Referentiecentrum CVS/ Psychosomatisch centrum, UZ
GENT versie februari 2003 – tel 02/ 240 60 17
Tot op heden weet
niemand hoe men CVS krijgt. Soms ontstaat het na een ziekte zoals een griep of
klierkoorts, sommige mensen worden ermee geconfronteerd na een belangrijke
verandering in hun leven, of na een periode van veel stress of teveel werken.
We weten inmiddels wel wat CVS niet is. Men heeft vastgesteld dat het
niet gaat om een spierziekte en men heeft ook geen bacteriële of aanhoudende
virale infectie kunnen aantonen. Hoe
virusinfecties of langdurige stress uiteindelijk leiden tot aanhoudende
vermoeidheid blijft vooralsnog onduidelijk. Er zijn aanwijzingen dat de
afweerfuncties van het lichaam hierdoor kunnen verminderen, dat er een
ontregeling kan optreden in de functies van de hypothalamus (= zone in de
hersenen verantwoordelijk voor slaap, eetlust, stemming en seksuele
belangstelling), en in de cortisolproductie. Men vermoedt dat mensen door deze
ontregelingen zich hevig vermoeid kunnen voelen. Andere factoren zijn echter
verantwoordelijk voor het instandhouden van de klachten.
Het risico op CVS is groter
bij mensen die na een ziekte te snel weer veel activiteiten op zich nemen. Zo
vindt men bij voorbeeld dat CVS vaker voorkomt bij atleten, fysiek actieve
personen, mensen die hoge eisen stellen aan zichzelf of mensen onder druk in de
werk- of thuissituatie. Het zoeken naar oorzaken kost de patiënt meestal veel
energie en tijd en heeft vaak een nadelige invloed op de klachten.
2. Psychologische kijk op CVS.
a. Model.
Vercoulen e.a. (1998) hebben
een model ontwikkeld over de in stand houdende factoren van de
vermoeidheidskiachten bij het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS).
Hierbij zien we dat het blijven bestaan van vermoeidheid mee kan verklaard worden door de volgende factoren:
Wanneer men het gevoel heeft geen invloed te kunnen uitoefenen op de klachten,
zal dit
gepaard gaan met een hogere mate van vermoeidheid. Bij sterke lichamelijke
attributies (oorzaken van het CVS) zal het activiteitenniveau meestal verlaagd
zijn. Daarnaast zien we dat CVS-patiënten erg gericht zijn op wat zich in het
lichaam afspeelt. Dit kan echter ook eerder een gevolg zijn van de
niet-helpende gedachten over het schadelijk zijn van inspanningen. Hierbij
zullen de lichamelijke sensaties als het ware een waarschuwingssignaal krijgen.
Deze gerichtheid op lichamelijke sensaties leidt tot beperkingen in het
dagelijks leven en versterkt ook de beleving van de vermoeidheid.
Dit model van in stand houdende factoren bij vermoeidheid en beperkingen vormde
de basis
voor het ontwikkelen van een behandelingsprotocol voor het chronisch
vermoeidheids- syndroom. Voor de behandeling vormen de cognitieve en
gedragsmatige factoren uit het model de belangrijkste elementen.
b. lnstandhoudende. factoren.
Veelal zien we bij
CVS-patiënten een dysfunctionele activiteit. Hierbij gaan patiënten op
'goede' dagen overdreven veel activiteiten uitvoeren, als het ware als
compensatie voor de
inactiviteit van de voorafgaande periode. Gevolg hiervan is een sterke toename
van de moeheidsklachten of herval. Verder zien we dat patiënten uit angst voor
het verergeren van de
klachten activiteiten gaan vermijden en meer gaan rusten. Op korte termijn
zullen de klachten afnemen, maar op langere termijn zal. dit echter leiden tot
conditieverlies, waarbij men bij
steeds kleinere inspanningen een toename van de klachten zal ervaren. De
langdurige rust zal vaak leiden tot gevoelens van frustratie omdat men steeds
de neiging heeft te vergelijken met
vroegere niveaus van functioneren.
Net als bij veel andere chronische klachten staan CVS patiënten onder sterke
emotionele druk.
Ze worden
geconfronteerd met negatieve gevoelens zoals somberheid of depressie, angst
voor de toekomst, hulpeloosheid. Bovendien is er nog het bijkomend onbegrip van
mensen uit de
omgeving en de onduidelijké informatie van hulpverleners over wat er precies
met hen aan de hand is. In het ontstaan van deze negatieve emoties spelen de
gedachten (cognities) een
belangrijke rol. Negatieve gedachten over zichzelf ('ik ben niets meer waard'),
negatieve gedachten over de toekomst ('Ik zal nooit beter worden') versterken
het negatieve gevoel en kunnen leiden tot meer terugtrekkingsgedrag.
Niet-helpende gedachten over activiteiten en vermoeidheid zijn verder ook van groot belang in het klachtenverloop van CVS-patiënten en kunnen een herstel in de weg staan.
Voorbeelden van
zulke gedachten zijn' Als ik rust zullen mijn klachten afnemen', 'Wanneer ik
iets doe van activiteit zal ik dit de dagen erna bekopen.', 'Ik kan beter nu
voortdoen, nu het goed gaat'. Op basis van dysfunctionele activiteit en
niet-helpende gedachten kan men in een vicieuze cirkel terechtkomen waardoor de
conditie steeds verder achteruit gaat en de moeheidsklachten steeds zullen
toenemen. Een doel van de behandeling zal dan ook zijn deze vicieuze cirkel te
doorbreken en het activiteitenniveau geleidelijk weer op te bouwen.
3. Psychologische behandeling bij CVS.
Behandeling van CVS is
mogelijk, ook zonder dat de oorzaken zijn vastgesteld. Ook andere aandoeningen
worden op die manier behandeld, bij voorbeeld hoge bloeddruk, oorsuizen.
Ook voor klachten die blijven voortduren, ook al is de oorspronkelijke oorzaak al lang verdwenen, zoals bij voorbeeld chronische rugpijn, werden effectieve behandelingen ontwikkeld. Van belang is dat men hier. gaat behandelen door de factoren aan te pakken die de klachten in stand houden.
De cognitieve gedragstherapie voor CVS in het centrum omvat een viertal componenten, met name: de gedragsmatige component (o.a. dysfunctionele activiteit); een psychofysiologische
component (o.a.
omgaan met stress en spanningen); een cognitief gedeelte (o.a. opsporen en veranderen
van niet-helpende gedachten) en tot slot een interpersoonlijke component.
a. Gedragsmatig gedeelte.
Het gedragsmatig gedeelte zal
vooral de dysfunctionele activiteit en de inefficiëntie van de
rust aanpakken. Dit zal men doen aan de hand van activiteitenmanagement. Hierbij zal men om te beginnen een zelfobservatie-opdracht gedurende enkele weken dienen bij te houden om
een gedetaillerd
beeld te krijgen op het huidige patroon van activiteiten, rust en vermoeidheid.
Op basis van het dagboek, zal vervolgens een basisniveau van activiteit bepaald
worden.
Bij relatief actieve CVS-patiënten gaan we vervolgens de rust en activiteit
afwisselen en
trachten te komen tot een stabilisatieniveau waarbij de klachten niet langer
verergeren. Bij laagactieve CVS-patiënten zal sneller overgegaan worden tot het
systematisch opvoeren van de activiteiten, zowel op lichamelijk, mentaal als
sociaal vlak.
Tevens zal men de patiënten leren om beter hun eigen grenzen aan te geven ten
aanzien van
hun omgeving. Met de patiënt wordt een plan opgemaakt en uitgevoerd voor het
bereiken van persoonlijke doelen.
Een ander luik binnen de gedragsmatige component bestaat uit het geven van
psycho-educatie met betrekking tot de slaap-waak-hygiëne.
b. Psychofysiologische component
Hierbij zal men vaardigheden
aanleren die gericht zijn op het toepassen van relaxatie in
dagdagelijkse situaties. Binnen onze behandeling opteren we voor een methode
die vertrekt van het spannen en loslaten van de spieren (de pro gressieve
relaxatiemethode).
c. Cognitief gedeelte :
Er wordt gestart met een uitleg over het cognitief model van emoties.
Vervolgens gaan we dieper in op de niet-helpende gedachten of de
klacht-verergerende gedachten. Het is de
bedoeling om deze gedachten te veranderen, want veelal is men zich niet bewust
van deze gedachten. Men zal deze gedachten dus eerst trachten op te sporen, ze
vervolgens bevragen en
uitdagen en tot slot op zoek gaan naar meer helpende gedachten.
d. Interpersoonlijk gedeelte.
Tijdens deze sessies worden
vaardigheden aangeleerd die van bijzonder belang zijn voor mensen die te maken
hebben met beperkingen.
4. Wat wordt er van U verwacht?
We willen benadrukken dat
een psychotherapeutische behandeling in belangrijke mate verschilt van een
somatische behandeling. Bij een somatische behandeling zal men van u
eerder een passieve medewerking verwachten. Binnen een psychotherapeutische
aanpak daarentegen veronderstelt men een actieve medewerking. Men doet
beroep op uw zelfwerkzaamheid. Dit bestaat onder andere uit educatie, het lezen
van de aangeboden brochures. Daarnaast zal er ook telkens gevraagd worden
zelfobservatie-opdrachten bij te houden.
Tot slot is het ook van belang dat u de vaardigheden die tijdens de
therapiesessies worden aangeleerd ook regelmatig zelf blijft oefenen; alleen op
die manier zal u ook het effect ervan kunnen zien in het dagelijkse leven. Het
succes van de behandeling hangt in sterke mate af van het huiswerk. Op het
einde van elke sessie worden specifieke taken afgesproken voor de komende
periode. Veel zaken moeten dagelijks geoefend worden en gedetailleerd bij
gehouden op een observatieformulier dat nadien wordt besproken. Niet uitvoeren
van deze taken doet de kans op slagen fel verminderen. Het is de bedoeling dat
u op het einde van de behandeling geleerd hebt hoe u met de klachten kan omgaan
zodat je zelf verder kunt werken aan verbetering.
Concrete informatie.
Om het behandelingsprogramma
te volgen zijn er twee alternatieven voorhanden2:
5. Informatie voor partners en gezinsleden.
De steun van u als partner of
familielid is zeer belangrijk in het herstelproces. Het herstel verloopt niet
altijd even vlot, soms kan er tijdelijk een verergering van de klachten
optreden, of een stagnatie, men geraakt precies niet verder. Daarom is het voor
de patiënt moeilijk om gans de tijd gemotiveerd te blijven. Welke steun je
precies kan bieden en hoe dat best kan verlopen moet de patiënt in de eerste
plaats zelf uitmaken. Sommigen willen meer steun,
anderen doen liever de dingen op eigen houtje en vinden het beter als je je als
partner of familielid wat op de achtergrond houdt.
Wat kan je zoal doen?
* Een complimentje geven, de patiënt aanmoedigen
Cognitieve gedragstherapie brengt niet meteen spectaculaire veranderingen met
zich mee. Het is een geleidelijk proces en vraagt volharding. De veranderingen
in het patroon lijken misschien klein, maar deze kleine uitbreiding van
activiteiten vormt de basis van het herstel. Daarom is het belangrijk om de
patiënt hiervoor te complimenteren en aan te moedigen. Het geven van een klein
compliment kan de patiënt helpen om het vol te houden en het geloof in de
verandering vast te houden.
* Ondersteunen van het plannen van activiteiten en rust
In het begin wordt een schema
gemaakt met de planning van activiteiten en rust. Dit schema
moet zowel op goede als op minder goede dagen worden volgehouden. Daarbij kan
je letten op volgende punten:
ü De aktiviteiten moeten haalbaar zijn (beginnen op laag niveau)
ü Ze moeten regelmatig en consequent te worden uitgevoerd
ü Ook de rust moet genomen worden op vastemmomenten, zoals gepland, en niet klachtafhankelijk.
____________________________________________________________________________
2, Men heeft ook de
mogelijkheid om individuele begeleiding te volgen, wanneer er verondersteld
wordt dat het programma niet werkzaam zal zijn, Dit dient dan echter los van de
bilan-revalidatie te gebeuren,
* Verder leert de
patiënt gedurende de behandeling zijn gedachten te onderzoeken. We
trachten negatieve automatische gedachten die herstel in de weg staan op te
sporen en te veranderen. Dit gebeurt o.m. ook via een huiswerk opdracht zodat
de patiënt ook thuis met deze techniek kan werken. Eventueel kan uw hulp
hierbij nuttig zijn~ bij voorbeeld door zelf ook aan te geven welke gedachten
er door uw hoofd gaan in bepaalde situaties.
Uw steun is vooral in het begin van de behandeling van groot belang omdat de
klachten in het begin kunnen toenemen. Daardoor hebben patiënten dikwijls de
neiging om minder te gaan
doen, uit schrik dat het anders nog erger wordt. Óp zo'n moment kan het
belangrijk zijn dat er iemand is die begrijpt hoe de behandeling werkt, en die
de patiënt eraan herinnert dat een
toename van klachten logisch is, omdat hij of zij. meer doet en dat dit een
stap vooruit is, op weg naar herstel, in plaats van een verslechtering.
Soms kan het ook nodig zijn om de patiënt af te remmen, omdat veel patiënten
met CVS de neiging hebben om over hun grenzen te gaan, vooral als ze zich eens
wat beter voelen. Wijs
hem of haar erop dat het best is om je te houden aan het afgesproken aantal
activiteiten, om ook de rustperiodes te respecteren. Doet men dit niet kan een
mogelijke terugval optreden met verergering van de klachten.
Op bepaalde momenten kan het zijn dat u de indruk hebt dat uw partner of
familielid niet. goed bezig is (houdt zich niet aan de afspraken, doet teveel
of te weinig,...). Het is belangrijk om hiertegenover een genuanceerde houding
aan te nemen. Je moet je aanwezigheid tonen
zonder betuttelend op te treden. Het gaat immers om een. individuele
behandeling en de patiënt blijft verantwoordelijk voor wat hij/zij al dan niet
uitvoert. Als men de patiënt wilt
gaan forceren om het programma te volgen, dan leidt dat vaak tot ruzies en
negatieve gevoelens, wat de kans tot demotivatie vergroot. Het is beter om
rechtstreeks te vragen aan de patiënt of er iets moeilijk loopt, en of hij/zij
daarover met jou wil praten. Wilt hij/zij dat niet, dan kan je dat het beste
aanvaarden en aangeven dat je 'er bent als hij/zij je nodig heeft'. Hetzelfde
geldt voor als u zich bij voorbeeld zorgen maakt dat het programma schadelijk
zou kunnen zijn. Eventueel kan u op zo'n moment aan de patiënt vragen of u
contact mag opnemen met iemand van het centrum om uw zorgen te bespreken.
Het omgaan met terugval
Hoewel veel mensen
een volledig herstel bereiken, is terugval mogelijk. Dit kan bij voorbeeld
na een periode van ziekte, of als je geconfronteerd wordt met stresserende
gebeurtenissen of
tegenslagen. Als
de in de therapie geleerde vaardigheden worden toegepast kan men deze
terugvalperiode te boven komen. Als partner of familielid is het daarom
belangrijk de patiënt eraan te herinneren dat dit een moeilijke fase is, die
kan overwonnen worden door de methodes die voordien hebben gewerkt. Je kan de
patiënt aanmoedigen om een beperkt programma op te stellen om terug te
herstellen. Vindt je dat de klachten té omvangrijk worden dan kan je suggereren
dat hij/zij terug contact opneemt met het centrum.
Tot slot is het nog belangrijk om op te merken dat de patiënt de nieuwe
gewoonten die werden
opgebouwd tijdens de therapie een meer permanente plaats in het leven moet
geven. Hier kan je hem/haar ook steunen door het samen zoeken naar meer blijvende
veranderingen (inbouwen van samen wandelen, onderhouden van sociale contacten,
.. .).
Bronnen
Bleyenberg, G., Bazelmans, E., Prins, J. Chronisch vemoeidheidssvndroom. Praktijkreeks
Gedragstherapie, 2001, Bohn Stafleu Van Loghum
Dr A Deale, Dr T Chalder, Prof Dr Sc. Wessely, Dr GPJ Keijsers. Behandeprotocol
bij CVS. Werkboek, Cure & Care Publishers,2003 .
Fukuda, K, Strauss, S.E.,
Hickie, 1., Sharpe, M.C., Dobbins, J.G., Komaroff, A.L., Chronic Fatigue
Syndrom: a comprehensive approach to its definition and management. Annals
of lnternal Medicine, 1994 (121), p953-959.
Van Duysse, A., Mariman, A., Michielsen, W. Chronisch vermoeidheidssyndroom en
behandeling: cognitieve gedragstherapie. In Lievens, S., Schaut, E. (red.) Moe
en onbegrepen. Positief omgaan met chronische vermoeidheid, Lannoo, p
119-134.
Van Houdenhove, B., Het ChronischeVermoeidheidsyndroom: Door de bomen het
bos... . Tijdschrift voor Geneeskunde, 2002 (58, nr 21), p
1385-1391.
Vercoulen, J. Hommes, O. Swanink, C. Jongen, P., Fennis, J. Galarna, J., Meer,
J. van der, Bleyenberg, G. (1998): The persistence of fatigue in chronic
fatigue syndrome and multiple sc1erosis: Development of a model. Journalof
Psvchosomatic Research, 45, 507-517.