Spreker: lic. Wannes Rambour, psycholoog en registratiefunctionaris van het referentiecentrum UZ Gent

Eerst werd de term chronische vermoeidheid behandeld. Er zijn differentiaties in moeheid. De term chronisch wordt gebruikt voor CVS die minstens 6 maanden aanwezig is. De moeheid moet primair zijn en mag niet optreden door een andere aandoening.

Verschillende types moeheid:
. fysiek
. cognitief
. emotioneel
. depressie

Gehanteerde criteria in de referentiecentra:

De COC-criteria uit 1994 worden gebruikt: men onderscheidt hoofdcriteria en nevencriteria.

Hoofdcriteria:
. klinisch geëvalueerde moeheid...

8 Mineure criteria, waarvan er minstens 4 aanwezig moeten zijn. De meest voorkomende zijn:
* spierpijn
* hoofdpijn
* keelpijn
* opgezette klieren
* concentratieproblemen

Cijfers cvs:

Prevalentie: 1 à 5 op 1000
Prevalentie fybromyalgie: 2 op 100 Nederlands onderzoek: 30.000 patiënten Belgisch onderzoek: 15-20.000 patiënten

Cvs komt vooral voor bij jongvolwassenen: 25-40 jaar
Komt weinig voor bij adolescenten.

Er is geen verschil in mate van voorkomen tussen beroeps of sociale klasse. 80% van de patiënten zijn vrouwelijk.

Rond het feit dat de patiëntenpopulatie hoofdzakelijk uit vrouwen bestaan, zijn een aantal hypothesen opgesteld:

Hormonaal? Het vrouwelijke geslachtshormoon zou meer impact hebben op de stressfysiologie

Sociaal? Door een combinatie van verschillende rollen in het leven (echtgenote, moeder, werkneemster ...)

Spontane evolutie van het CVS (naar Shepherd)

. 35% kent een langzame verbetering
. 40% blijft op hetzelfde niveau
. 20% boekt geen vooruitgang en is zwaar geïnvalideerd . 5% is bedlegerig

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen CVS en het fybromyalgiesyndroom (FMS). FMS wordt gekenmerkt door pijn in de spieren en het bindweefsel.
Het FMS kent een hogere prevalentie dan het CVS. Bij FMS staat de pijn op de voorgrond, bij CVS de vermoeidheid.

Gehanteerde criteria voor diagnose: 18 drukpunten verspreid over het lichaam. Wanneer 11 van de 18 drukpunten zeer pijnlijk zijn, kan de diagnose weerhouden worden. In tegenstelling tot CVS, waar de vermoeidheid minstens 6 maanden aanwezig dient te zijn, moet de pijn bij FMS slechts 3 maanden aanwezig zijn om de diagnose te kunnen stellen.
De 2 syndromen komen vaak samen voor.

Vervolgens kwam de etiologie (vermoedelijke oorzaken) aan bod:

1) het stress-concept

CVS zou ontstaan door stress. De stress onderhoudt dan nog eens de symptomen.

Stress is een bedreiging van het lichaam en het psychisch evenwicht, waarop je lichamelijke en psychische reacties krijgt.

Stressfysiologie:
1) alarmfase ~ afscheiding van adrenaline
2) coping fase 0+ afscheiding van cortisol => om vol te houden

Te lang stress leidt tot ontregeling van het cortisolsysteem, waardoor na verloop van tijd een tekort optreedt met als gevolg zwakheid en een verminderd immuunsysteem. Dit leidt tot infecties en allergieën.

Pathogenese: hoe krijgt men CVS:

(vermoedens ): door verstoring van:

1) stress
2) immuunsysteem
3) herstelmechanismen
4) pijnverwerkingssystemen
 5) slaap-waak systeem

Bij onderzoek vindt men hypo reactiviteit, lichte immuunstoornissen en productie van cytokines (leidend tot grieperig gevoel) terug.

Daarna werd een overzicht gegeven van hypothesen over de oorzaken van CVS: o.a. epstein-barr virus; brucella; candida; RnaseL-activiteit enz.

Al deze oorzaken komen in één setting voor. Bij vervolgonderzoek ziet men geen verschil bij mensen zonder klachten of men vindt verschillende resultaten terug, waardoor deze hypothesen niet kunnen aangenomen worden.


                                                                                Etiologie
                                     
                   Kwetsbaarheid                      Uitlokkende  onderhoudende factoren       factoren


 Uitlokkende factoren zijn:
- virale infecties
- fysieke overbelasting
- fysieke traumata
- operatieve ingrepen
- slaapstoornissen (met de bedenking: wat is oorzaak en gevolg) - gecompliceerde zwangerschap
- negatieve levensgebeurtenissen
- psychische trauma's

Onderhoudende factoren zijn:

- fysieke deconditionering: de conditie is achteruitgegaan door het grote verschil in al dan niet actief kunnen zijn
- bijkomende depressie: te behandelen met anti-depressiva
- slaapstoornissen
- foutieve opvattingen over CVS, vermoeidheid, ziekte
- periodische overactiviteit
- chronische infecties

In het referentiecentrum heeft men een holistische visie op CVS en hanteert men het biopsychosociaal model = een integratie van verschillende fysiologische pathomechanismen met psychologische en sociale.

Grondleggers van dit model zijn Wesseley en Sharpe.

Therapeutische principes:

1) rechtstreekse behandeling op korte termijn is op dit moment niet beschikbaar
2) de evolutie van CVS kan wel behandeld worden (door er goed mee om te leren gaan)
3) goed mee omgaan betekent
        a. aanvaarding van eigen grenzen
        b. dosering van activiteiten
        c. progressieve fysieke opbouw
        d. anders gaan denken over vermoeidheid en rust

Daarna ging de spreker over tot de eigenlijke werking van het referentiecentrum.

Allereerst dient de patiënt zich aan te melden via een standaardformulier.
Dit formulier is verkrijgbaar via het RC en op de website van het RIZIV.

Er is een deel in te vullen door de patiënt en een deel door de huisarts.
Het formulier met opgestuurd worden, gericht aan de verantwoordelijke internist van het RC.

Daarna volgen 2 fasen:

FASE 1: BILANPROGRAMMA Onderzoeken door:

- internist
- psychiater
- fysiotherapeut
- fietsproef
- sociale intake
- psychologische vragenlijsten

Op het einde van het bilanprogramma volgt een multidisciplinair overleg:

- zijn de inclusiecriteria aanwezig
- voldoet men aan de exclusiecriteria
- haalbaarheid en motivatie voor en van de patiënt voor revalidatie

FASE 2: specifiek interdisciplinair revalidatieprogramma

Kent 2 luiken:
    - cognitieve gedragstherapie (CGT)
    - graduele oefentherapie (GET)

CGT:

 doel: stimuleren van gezondheidsbevorderend gedrag componenten van de therapie:

- stabilisatie: wat is het basisniveau van functioneren - geleidelijk aan opbouwen van het basisniveau
- omgaan met emoties/cognities (denkpatronen)
- relaxatie
- vaardigheidstraining: bv leren weigeren

GET:

Doel: conditieopbouw

KOSTEN

Algemeen: zaken die onder de normale terugbetaling vallen, moeten door de patiënt verder betaald worden. De hydrotherapie en de CGT worden wel betaald door het RIZIV. Er moet wel een maandelijkse opleg van 1,39 euro per maand betaald worden.

In de eerste fase, het bilanprogramma, moet er eenmalig 1,39 euro opleg betaald worden.

De therapie moet plaatsvinden in het UZ, omdat dit nu eenmaal zo vastligt in de conventie en het nog steeds om een proefproject gaat. Aparte kine is mogelijk op eigen kosten, je kan eventueel de F-pathologie laten aanvragen bij de adviserend geneesheer van je ziekenfonds.

KNELPUNTEN

. er is een wachtlijst van ongeveer een jaar
. verre afstand van het UZ leidt tot een zwaardere belasting
. intensiteit: je moet voldoende tijd kunnen vrijmaken om er mee bezig te zijn (zowel tijdens als tussen de sessies.


Hoeveel patiënten kunnen jaarlijks behandeld worden?

In Gent 85, alle RC' samen 300

Hoe lang duurt het programma? Maximum 1 jaar.

Oorzaken van CVS: zijn die bacterieel of neurologisch? Nog steeds niet duidelijk.
Het RC kijkt naar de wetenschappelijk onderbouwde zaken om mee te werken.

e-mail:

wannes.rambour@rug.ac.be

 
website:
http://allserv.rug.ac.be/~wrambour/index.html