Revalidatie overeenkomst inzake ten laste neming door ref.centra van patiënten met cvs
RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN
INVALIDITEITSVERZEKERING
Openbare instelling opgericht bij de wet van 9 augustus 1963
TERVURENLAAN 211 - 1150 BRUSSEL
DIENST VOOR GENEESKUNDIGE VERZORGING
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, gecoordineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op
de artikelen 22, 6 * en 23, § 3;
Op voorstel van het College van geneesheren-directeurs, ingesteld bij de
Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en
invaliditeitsverzekering;
Wordt overeengekomen wat volgt tussen,
enerzijds,
het Comite van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij
de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte-
en invaliditeitsverzekering en verder in de tekst aangeduid als "het
Verzekeringscomite",
en anderzijds,
de (naam van de inrichtende macht), verder in de tekst aangeduid als de "de
inrichtende macht", waarvan het Referentiecentrum voor patienten lijdend
aan
het Chronisch vermoeidheidssyndroom (verder in de tekst meestal afgekort
tot "het Referentiecentrum") afhangt.
VOORWERP VAN DE OVEREENKOMST
----------------------------
Met betrekking tot het Referentiecentrum voor patiënten lijdend aan het
Chronisch vermoeidheidssyndroom definieert de onderhavige overeenkomst het
opzet, de finaliteit en de algemene werkingsmodaliteiten, regelt ze de
betrekkingen van het Referentiecentrum met de in artikel 4 bepaalde
rechthebbenden alsmede de betrekkingen met en de bevoegdheden van zowel de
Dienst voor geneeskundige verzorging als de verzekeringsinstellingen.
Ze omschrijft daarnaast ondermeer de krachtlijnen van een gecoordineerde
dtherapeutische tenlasteneming en revalidatie tot optimale integratie van
patienten lijdend aan het Chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), hoe het
Referentiecentrum dit via individuele programma's realiseert, de ertoe
noodzakelijke verstrekkingen en de prijzen en de honoraria van deze
revalidatieverstrekkingen.
OPZET, FINALITEIT EN ALGEMENE WERKINGSMODALITEITEN VAN HET
REFERENTIECENTRUM VOOR PATIENTEN LIJDEND AAN HET
CHRONISCH VERMOEIDHEIDSSYNDROOM
Artikel 1 : OPZET
-----------------
Gegeven zijnde dat :
- het Chronisch vermoeidheidssyndroom in de huidige stand van de
wetenschap een aandoening blijft gedefinieerd als een geheel van
symptomen
dat zich in de eerste plaats kenmerkt door chronische vermoeidheid
gedurende 6 maanden of langer en de etiologie en de fysiopathologie
ervan
op heden nog niet eenduidig wetenschappelijk vastligt (zodat een causale
curatieve therapie nog niet gekend is) ;
- het Chronisch vermoeidheidssyndroom een grote groep patienten treft met
voor velen onder hen verstrekkende beperkingen en handicaps tot gevolg ;
- een en ander (het chronisch verloop, het uitblijven van definitieve
wetenschappelijke gegevens qua etiologie en pathogenese, het
invaliderend
karakter) pleit voor het trachten te realiseren van een tussen diverse
zorgverleners gecoordineerde patientgerichte aanpak, aangepast aan de
gangbare structuren van gezondheidszorg in ons land, heeft het
Verzekeringscomite, op voorstel van het College van geneesheren-directeurs,
onderhavige revalidatieovereenkomst uitgewerkt, overeenkomst af te
sluiten
met referentiecentra die alle bedingen ervan aanvaarden en aan alle
voorwaarden ervan voldoen.
Artikel 2 : FINALITEIT
----------------------
Paragraaf 1. Bovenal beoogt de revalidatieovereenkomst de zorg door
het Referentiecentrum aan de betrokken rechthebbenden,
vertrekkend van het bevestigen van het syndroom naar de
aangewezen therapeutische tenlasteneming toe, mogelijk
en voor de rechthebbenden van de verplichte verzekering
in eigen land financieel draagbaar te maken.
Paragraaf 2. Hoewel de kennis van en onvermijdelijk het deelnemen aan
het aan gang zijnde wereldwijde wetenschappelijk onderzoek
maken dat, voor het ogenblik, het Chronisch
vermoeidheidssyndroom voornamelijk in Universitaire centra
op een systematische manier wordt benaderd, waar de kennis
van de effectieve therapieën dan ook het verst ontwikkeld
is, mag het afsluiten van onderhavige revalidatieovereenkomst
deze toestand niet bestendigen, maar moeten zo snel mogelijk
en zeker tegen de infra overeengekomen einddatum van de
onderhavige revalidatieovereenkomst, via de procedure
Akkoordraad (zie verder), openingen gecreëerd worden op de
volgende vlakken :
- vorming en ondersteuning van de eerste- en
tweedelijnszorgverleners
zodat deze zonder verdere tussenkomst van het
Referentiecentrum de
meeste zorg voor deze patienten op zich (kunnen)
nemen;
- informatie aan de controlerende medische instanties van de
verplichte verzekering voor uitkeringen;
- advisering naar de betrokken organen van de verplichte
verzekering
voor geneeskundige verzorging toe, die zo snel
mogelijk een getrapte
eerste- en tweedelijns monodisciplinaire
tenlasteneming van CVS-patienten
voor de rechthebbenden betaalbaar moeten maken.
Artikel 3 : ALGEMENE WERKINGSMODALITEITEN
-----------------------------------------
Paragraaf 1. Het Referentiecentrum neemt uitsluitend door de behandelende
huisarts verwezen rechthebbenden ten laste.
De huisarts mag van het Referentiecentrum verwachten dat het
Referentiecentrum hem niet alleen een medisch verslag zal
bezorgen, maar ook informatie over alles wat met zijn patient
gebeurt, zo nodig vorming qua therapeutische attitude t.o.v.
zijn chronische patient die lijdt aan een nog onvoldoende
gekend syndroom, de mogelijkheid om telefonisch het
revalidatieteam te kunnen contacteren en zelfs fysiek aan de
teambesprekingen door het Referentiecentrum van zijn patient
deel te nemen.
De verwijzende arts heeft te allen tijde recht op advies
vanwege het team van het Referentiecentrum, en dit zowel
wanneer zijn patient uiteindelijk niet in een specifiek
revalidatieprogramma wordt opgenomen, als in de loop of op
het einde van een dergelijk programma waarin zijn patient
opgenomen is, respectievelijk werd.
Paragraaf 2. Een rechthebbende wordt alleen in revalidatie genomen nadat
een geneesheer specialist in inwendige geneeskunde van het
Referentiecentrum het vermoeden van CVS heeft bevestigd.
Paragraaf 3. Na een zorgvuldig bilan worden alleen die rechthebbenden in
een maximum 12 kalendermaanden durend specifiek
revalidatieprogramma opgenomen, waarvan het Referentiecentrum
enerzijds meent dat eenvoudige educatie en advisering,
inclusief advisering aan de huisarts en c.q. de behandelende
specialist inzake medicatie, niet volstaat en het
Referentiecentrum anderzijds overtuigd is hen een
interdisciplinair revalidatieprogramma te kunnen aanbieden
dat hen zowel qua symptomen, als qua levenskwaliteit en,
niet in het minst, socioprofessioneel, een significante
vooruitgang zal bieden.
Paragraaf 4. Bovenstaande algemene werkingsmodaliteiten veronderstellen
niet alleen het ter beschikking stellen door de inrichtende
macht van een gespecialiseerde equipe met minimum garanties
van de kant van de verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging qua financiering, maar ook een zorgvuldige en
gestandaardiseerde registratie van alle relevante
patientengegevens - met naleving van de deontologische code
en gepast respect voor de private levenssfeer van de
patient -, en van alle therapeutische tussenkomsten, de
zorgvuldige verwerking van al deze gegevens, de brede
integratie van deze gegevens tussen de verschillende
referentiecentra voor patienten lijdend aan het Chronische
vermoeidheidssyndroom en het gezamenlijk opstellen van op
feiten gebaseerde conclusies ten behoeve van de organen van
de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging.
DE RECHTHEBBENDEN
-----------------
Artikel 4
---------
Paragraaf 1. Rechthebbenden die in aanmerking komen voor een
tegemoetkoming op basis van onderhavige
revalidatieovereenkomst zijn patienten, lijdend aan
het Chronisch vermoeidheidssyndroom (zie Paragraaf 2
van dit artikel), die niet beantwoorden aan de
exclusiecriteria die Paragraaf3 van dit artikel
herneemt en die door hun huisarts mits een
standaardverwijsbrief (artikel 26 Paragraaf1 *1)
voor tenlasteneming verwezen zijn naar het
Referentiecentrum.
Paragraaf 2. Het Chronisch vermoeidheidssyndroom wordt in het kader
van de onderhavige overeenkomst gedefinieerd als:
- klinisch geevalueerde, onverklaarde aanhoudende of
terugkerende zelfgerapporteerde vermoeidheid gedurende
zes of meer opeenvolgende maanden :
- die nieuw is of een duidelijk begin heeft
(niet levenslang);
- die niet het resultaat is van voortdurende inspanning;
- die niet aanzienlijk verbetert door rust;
- en die resulteert in een aanzienlijke vermindering
van vroegere niveaus van beroepsmatige, schoolse,
sociale of persoonlijke activiteiten,
... en ...
het gelijktijdig aanhoudend of terugkerend voorkomen gedurende zes
of meer opeenvolgende maanden van ziekte van vier of meer van de
volgende symptomen die de vermoeidheid niet voorafgaan :
- zelfgerapporteerde verzwakking van het korte
termijn- geheugen of de concentratie, die voldoende
ernstig is om vroegere niveaus van beroepsmatige,
schoolse, sociale of persoonlijke activiteiten aanzienlijk
te verminderen;
- keelpijn;
- gevoelige hals- of okselklieren;
- spierpijn;
- meerdere gewrichtenpijn zonder begeleidende zwelling
of roodheid;
- hoofdpijn van een nieuw type, patroon of ernst;
- niet-verfrissende slaap;
- malaiseklachten na inspanning die langer dan 24 uur duren.
(Fukuda et al, Annals of Internal Medicine, Vol. 121, 1994, pp. 953-9)
Paragraaf 3. De volgende aandoeningen sluiten een rechthebbende in het
kader van de overeenkomst uit voor de CVS- diagnose :
- elke actieve medische aandoening die de chronische
vermoeidheid zou kunnen verklaren;
- elke eerder gediagnosticeerde medische aandoening
waarvan de verdwijning niet zonder enige klinische
twijfel is aangetoond en waarvan het voortduren de
chronisch vermoeiende ziekte zou kunnen verklaren;
- elke in het verleden of heden gestelde diagnose van
een majeure depressieve stoornis met psychotische of
melancholische kenmerken; bipolaire affectieve
stoornissen; elk type van schizofrenie; elk type van
waanstoornissen; elk type van dementie; anorexia nervosa;
boulimia nervosa;
- misbruik van alcohol of andere psychoactieve middelen
binnen een periode van twee jaar voor aanvang van de
chronische vermoeidheid of sinds de aanvang ervan;
- ernstige obesitas zoals geoperationaliseerd middels een
body mass index met een waarde groter dan of gelijk
aan 45.
(Fukuda et al, Annals of Internal Medicine, Vol. 121, 1994, pp. 953-9)
HET REFERENTIECENTRUM
---------------------
Artikel 5
---------
Paragraaf 1. Het Referentiecentrum is een welomschreven
organisatorisch-functionele eenheid gepatroneerd door een
Belgische Universiteit, onder de coordinerende leiding van
een geneesheer-specialist en samengesteld uit een eigen
interdisciplinair team dat zijn expertise inzake het
Chronisch vermoeidheidssyndroom kan staven aan de hand van
wetenschappelijke publicaties en aan de hand van de
curricula van de leden van het team en waarin minstens de
volgende disciplines aanwezig zijn :
- inwendige geneeskunde
- pediatrie, zo de geviseerde patientenpopulatie van het
Referentiecentrum deels of exclusief uit kinderen bestaat
- psychiatrie
- revalidatiegeneeskunde
- huisartsgeneeskunde (zie verder)
- klinische psychologie
- kinesitherapie
- sociaal werk
Het Referentiecentrum beschikt over een eigen, gedurende de tijd dat het
Referentiecentrum open is en het deze effectief gebruikt, niet-gedeelde
infrastructuur en uitrusting om zijn opdrachten te kunnen vervullen, zoals
daar zijn : onderzoeks- en gespreksruimten, een vergaderzaal, werk- en
studieruimtes voor alle medewerkers, infrastructuur voor fysieke
revalidatie,...
Paragraaf 2. Elk lid van het interdisciplinair team kan zijn expertise en
een redelijke ervaring in het "herkennen" en de behandeling
van CVS-patienten staven.
Zo zulks voor teamleden-in-opleiding nog niet het geval is, dienen hun
tussenkomsten naar de patienten en hun eerstelijnszorgverleners toe, onder
effectief toezicht van senior teamleden te gebeuren.
Daarenboven moeten de leden van het team niet alleen "gevormd" zijn
voor en
ervaring opgedaan hebben in de behandeling van het Chronisch
vermoeidheidssyndroom, maar dienen die kennis en vaardigheden voortdurend
bijgewerkt te worden.
De minimale vereiste is dan ook dat elk betrokken teamlid van het
Referentiecentrum minstens eens per jaar deelneemt aan een interuniversitaire
vergadering in verband met het Chronisch vermoeidheidssyndroom.
Paragraaf 3. De huisartsen vormen niet alleen een deel van het team door
hun rol als verwijsarts, de regelmatige rapportage vanuit het
Referentiecentrum en de telefonische contacten met het
Referentiecentrum maar ook en vooral door hun effectieve
fysieke deelname aan de teambesprekingen van hun patienten.
Deze teambesprekingen kunnen ook in de lokale artsenkringen plaatsgrijpen als
er meerdere huisartsen patienten in het Referentiecentrum in revalidatie
hebben, waarbij de klemtoon dan ook op specifieke vorming, ondermeer in
cognitieve gedragstherapie en progressieve fysieke revalidatie, kan worden
gelegd.
Paragraaf 4. Naast het interdisciplinair therapeutisch team, vormt het
secretariaat van het Referentiecentrum het dagdagelijks
permanent contactorgaan, in de eerste plaats voor de
rechthebbenden.
De geneesheer-coordinator waakt er dan ook over dat deze functie wordt
waargenomen door medewerkers gevormd in het omgaan met de informatie- en
zorgvragen en twijfels vanwege CVS-patienten.
Paragraaf 5. Het team beschikt tenslotte over een
registratie-functionaris
die de opdracht heeft alle voor de Akkoordraad (zie artikel 24)
relevante patientengegevens en alle therapeutische interventies
op een gestandaardiseerde en controleerbare manier te
registreren.
Paragraaf 6. Elk van de leden van het interdisciplinair team alsmede de
registratie-functionaris heeft een duidelijk omschreven
uurrooster voor zijn activiteiten in het Referentiecentrum,
die elke onduidelijkheid m.b.t. zijn andere professionele
activiteiten, al dan niet voor de inrichtende macht van het
Referentiecentrum, wegneemt. De effectieve en exclusieve
inzet van elk lid uitgedrukt in VTE staat expliciet vermeld
in bijlage I aan onderhavige overeenkomst.
Paragraaf 7. De werking van het interdisciplinair team van het
Referentiecentrum is zo georganiseerd dat
interdisciplinariteit prevaleert.
Wekelijks komt het team samen over algemene onderwerpen i.v.m. CVS en om
individuele patienten te bespreken, zowel op het einde van hun bilan, als in
de loop en op het einde van hun specifiek revalidatieprogramma.
Artikel 6
---------
Team en infrastructuur van het Referentiecentrum zijn er om minstens
volgende opdrachten te vervullen :
1. Uitgebreide evaluatie van de door de huisartsen verwezen patienten
waarvan door een internist van het team de vermoedelijke
CVS-diagnose
bevestigd is; deze evaluatie dient uit te monden in een
therapeutisch
advies dat eventueel het volgen van een specifiek
revalidatieprogramma
kan zijn.
2. Specifieke revalidatie, teneinde een werkelijke verbetering in de
situatie van de patienten te realiseren op het vlak van de
symptomen
en de levenskwaliteit, evenals op socio-professioneel vlak.
3. Informatie aan zorgverleners, verwezen patienten en, mits het akkoord
van de patient, aan de "significante anderen" uit
hun omgeving.
4. Ondersteuning van de eerstelijnszorgverleners bij de begeleiding van
hun CVS-patienten die door het Referentiecentrum werden of
worden
onderzocht of gerevalideerd.
5. Via peer review tussen de referentiecentra in de
Akkoordraad (zie verder), bijdragen aan het verspreiden van
de opgedane
klinische en wetenschappelijke expertise.
6. Via zorgvuldige gestandaardiseerde registratie van relevante
patienten-
en therapiegegevens door middel van publicaties actief
bijdragen tot
wetenschappelijk onderzoek i.v.m. het Chronisch
vermoeidheidssyndroom.
HET INDIVIDUEEL REVALIDATIEPROGRAMMA
------------------------------------
Artikel 7
---------
Alleen door een huisarts naar het Referentiecentrum verwezen rechthebbenden
komen in aanmerking voor een door de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging ten laste genomen revalidatieprogramma.
Die verwijzing gebeurt door middel van een specifiek standaardverwijsformulier
(zie artikel 26 Paragraaf1 *1) dat door het RIZIV, ondermeer via het
Internet, ter beschikking van de huisartsen wordt gesteld.
Dit formulier, ontworpen door de Akkoordraad (zie verder), omvat naast de
coordinaten van de huisarts, met betrekking tot de patient de noodzakelijke
persoonsgegevens, alsmede de nuttige gegevens uit het Globaal Medisch
Dossier die dubbele onderzoeken kunnen voorkomen en tenslotte de medische
antecedenten en klinische gegevens die de huisarts doen besluiten dat het
vermoedelijk om CVS gaat.
Artikel 8
---------
Alvorens in een revalidatieprogramma te worden opgenomen, wordt elke
rechthebbende door een geneesheer specialist in de inwendige geneeskunde van
het revalidatieteam van het Referentiecentrum onderzocht, waarbij het
vermoeden van de huisarts dat de rechthebbende lijdt aan het CVS dient te
worden bevestigd.
Artikel 9
---------
Elke rechthebbende die aan de voorwaarden van artikel 7 en artikel 8 heeft
voldaan, kan worden opgenomen in een bilanrevalidatieprogramma dat obligaat
minstens de componenten omvat die in bijlage II bij onderhavige overeenkomst
hernomen zijn.
Aan de hand van de gegevens die tijdens het bilanrevalidatieprogramma
verzameld worden stippelt het interdisciplinair team, naar aanleiding van
een teambespreking, een therapeutisch programma op maat uit dat met de
patient en zijn huisarts wordt besproken en dat kan gaan van gerichte
advisering tot een specifiek interdisciplinair revalidatieprogramma.
Artikel 10
----------
Paragraaf 1. Indien het Referentiecentrum ervan overtuigd is voor een
rechthebbende via een op individuele maat geschreven specifiek
interdisciplinair revalidatieprogramma, een significante
vooruitgang zowel qua symptomen, als qua levenskwaliteit en
qua socioprofessioneel functioneren te kunnen bewerkstelligen
kan zo'n programma worden overeengekomen.
Dit programma omvat obligaat cognitieve gedragstherapie en progressieve
fysieke revalidatie.
Paragraaf 2. Het komt dan ook de rechthebbende toe, terdege geinformeerd
over zijn/haar inbreng in de belasting die het programma hoe
dan ook met zich meebrengt, via zijn/haar adviserend
geneesheer de tegemoetkoming ervoor door de bevoegde organen
van de verplichte ziekteverzekering aan te vragen (zie verder).
Paragraaf 3. Een specifiek interdisciplinair revalidatieprogramma duurt,
per patient, maximaal 12 kalendermaanden met minstens
1 maandelijkse tussenkomst in het Referentiecentrum.
Louter telefonisch contact volstaat niet om het forfait aan
te rekenen.
Op het einde van een specifiek interdisciplinair revalidatieprogramma wordt
een eindbilan opgesteld. Ter evaluatie van het effect van de revalidatie
wordt in het kader van dit eindbilan een aantal outcomemetingen uitgevoerd.
Bijlage II bij onderhavige overeenkomst herneemt de onderzoeken die hierbij
obligaat minstens dienen uitgevoerd te worden.
Dezelfde outcomemetingen (bijlage II) worden opnieuw uitgevoerd op zes en
twaalf maanden na het einde van het specifiek interdisciplinair
revalidatieprogramma.
Paragraaf 4. Een specifiek interdisciplinair revalidatieprogramma neemt
een
einde als het Referentiecentrum, na gedegen overleg met de
patient en zijn huisarts, besluit dat het maximaal haalbare
resultaat bij de patient bereikt is, en ten laatste
12 kalendermaanden na de eerste specifieke interdisciplinaire
revalidatiezitting.
Paragraaf 5. Elke onderbreking van het programma door de rechthebbende
van
meer dan 1 kalendermaand dient door het Referentiecentrum aan
de bevoegde organen van de verplichte verzekering te worden
meegedeeld en maakt een einde aan het gegeven akkoord qua
tegemoetkoming (zie verder art 21 Paragraaf 3).
Nochtans kan, mits het opnieuw volgen van de in Paragraaf 1 en Paragraaf 2
beschreven "informed consent"- procedure, tot een maximale revalidatieduur
van 12 kalendermaanden, te rekenen vanaf de oorspronkelijke datum van de
eerste tussenkomst in een Referentiecentrum voor die patient opnieuw een
specifiek interdisciplinair revalidatieprogramma worden goedgekeurd door
de bevoegde organen van de verplichte ziekteverzekering, eventueel in een
ander referentiecentrum voor patienten lijdend aan het Chronisch
vermoeidheidssyndroom.
Artikel 11
----------
Paragraaf 1. Aangezien elk bilanrevalidatieprogramma gestandaardiseerd
verloopt, wordt er per patient maar een tegemoetkoming door
de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging op
basis van een van de revalidatieovereenkomsten met
referentiecentra voor patienten lijdend aan het Chronisch
vermoeidheidssyndroom voor verleend.
Als de tegemoetkoming voor een bilanrevalidatieprogramma minstens vier weken
voor het effectief starten ervan door bemiddeling van het Referentiecentrum
wordt aangevraagd, verbinden de bevoegde organen van de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging er zich in voorkomend geval toe,
binnen een termijn van drie weken na ontvangst, het Referentiecentrum ervan
te verwittigen dat de betrokken rechthebbende reeds een tegemoetkoming voor
zulk bilanrevalidatieprogramma heeft genoten (zonder erbij te vermelden waar
dit is gebeurd) en dat de tenlasteneming van een nieuw
bilanrevalidatieprogramma bijgevolg uitgesloten is.
Paragraaf 2. Mits het betrokken Referentiecentrum waarin het specifiek
interdisciplinair revalidatieprogramma zou worden gevolgd er
schriftelijk mee akkoord gaat, kan een specifiek
interdisciplinair revalidatieprogramma gevolgd worden na een
bilanrevalidatieprogramma in een ander referentiecentrum.
Paragraaf 3. Eenmaal een rechthebbende gedurende 12 kalendermaanden een
specifiek interdisciplinair revalidatieprogramma heeft gevolgd
is geen tegemoetkoming door de verplichte verzekering voor
geneeskundige
verzorging op basis van een
revalidatieovereenkomst inzake tenlasteneming door
referentiecentra van patienten lijdend aan het Chronisch
vermoeidheidssyndroom meer voorzien, ook niet in een ander
Referentiecentrum.
Als de tegemoetkoming voor een specifiek interdisciplinair
revalidatieprogramma minstens vier weken voor het effectief starten ervan
door bemiddeling van het Referentiecentrum wordt aangevraagd, verbinden de
bevoegde organen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging
zich ertoe, in voorkomend geval, het Referentiecentrum binnen een termijn
van drie weken na ontvangst te verwittigen dat betrokken rechthebbende reeds
een tegemoetkoming voor 12 kalendermaanden revalidatie heeft genoten, zonder
te vermelden waar, en dat de tenlasteneming van een nieuw specifiek
interdisciplinair revalidatieprogramma bijgevolg uitgesloten is.
Artikel 12
----------
In voorkomende gevallen dat de geneesheer specialist in inwendige ziekten
van het team het vermoeden van de huisarts dat zijn patient lijdt aan het
Chronisch vermoeidheidssyndroom niet bevestigt (artikel 8), of dat het team
na het bilanrevalidatieprogramma besluit dat de patient niet lijdt aan CVS
of wel aan CVS lijdt maar dat het specifiek interdisciplinair
revalidatieprogramma conform artikel 10 Paragraaf1 niet geindiceerd is voor
de patient en in het geval dat het team in de loop van een specifiek
interdisciplinair revalidatieprogramma besluit dat het maximaal haalbaar
resultaat bij de patient bereikt is (artikel 10 Paragraaf4), behoort het
uitdrukkelijk tot de plichten van het team van het Referentiecentrum dat het
deze beslissing neemt na gesprek met de patient en overleg met zijn huisarts,
en dat het indien geindiceerd de patient op 'gedegen' wijze herorienteert
naar een hulpverleningsprogramma waarbij de patient werkelijk baat kan
vinden. Een dergelijke herverwijzing moet meer inhouden dan het louter
formeel op de hoogte brengen van de huisarts van de beslissing van het team.
Een 'gedegen' herverwijzing impliceert dat het team een geschikte vorm van
hulpverlening zoekt voor de patient, mits toestemming hiervoor vanwege de
patient contact neemt met mogelijke kandidaat-hulpverleners en deze inlicht
over de patient, etc. Het doel van deze bepalingen bestaat erin te voorkomen
dat een patient objectief en/of subjectief vanuit zijn beleving 'gedumpt'
zou worden door het Referentiecentrum.
DE DOOR DE
VERPLICHTE VERZEKERING VOOR GENEESKUNDIGE VERZORGING
VERGOEDBARE
PRESTATIES - DEFINITIES, PRIJZEN EN HONORARIA.
---------------------------------------------------------------
Artikel 13
----------
De verstrekkingen die op basis van onderhavige revalidatieovereenkomst door
de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging kunnen ten laste
genomen worden, zijn :
- een volledig bilanrevalidatieprogramma;
- een onvolledig bilanrevalidatieprogramma;
- een maandelijks forfait in het kader van een specifiek
interdisciplinair revalidatieprogramma;
- de participatie van de huisarts aan het interdisciplinair
revalidatieprogramma in het Referentiecentrum;
- de participatie van de teamleden van het Referentiecentrum
in door huisartsen in hun artsenkring georganiseerde zittingen.
Artikel 14
----------
Paragraaf 1. De prijs van een volledig bilanrevalidatieprogramma zoals
gedefinieerd in artikel 9 wordt forfaitair vastgesteld
op ....... EUR.
Paragraaf 2. De prijs van een volledig specifiek interdisciplinair
revalidatieprogramma zoals gedefinieerd in artikel 10,
inclusief de in de laatste alinea van Paragraaf 3 van
dat artikel bedoelde outcomemetingen, wordt forfaitair
vastgesteld op ....... EUR.
Dit bedrag wordt onderverdeeld in 6 maandelijkse forfaits van ....... EUR,
6 opeenvolgende maanden (of minder zo het programma voordien een einde nam)
aanrekenbaar door het Referentiecentrum op voorwaarde dat de betrokken
rechthebbende gedurende die 6 maanden effectief het programma volgde met
minstens 1 maandelijkse tussenkomst door het Referentiecentrum (zie
artikel 10 Paragraaf 3).
Elke maand waarin een rechthebbende effectief in het Referentiecentrum
minstens 1 prestatie heeft ontvangen is binnen de hierboven aangehaalde
limieten aanrekenbaar.
In geval betrokken rechthebbende vroegtijdig het programma beeindigd heeft,
maar, na opnieuw de in art 10 Paragraaf 1 en Paragraaf 2 beschreven
"informed consent"- procedure gevolgd te hebben, opnieuw een
specifiek
interdisciplinair revalidatieprogramma volgt mogen de resterende forfaits
onder dezelfde voorwaarden in rekening worden gebracht.
Paragraaf 3. De in Paragraaf 1 en Paragraaf 2 vastgelegde prijzen
zijn berekend op basis van het effectief in het
Referentiecentrum werkend team zoals vastgesteld in
bijlage I.
Paragraaf 4. De forfaitaire prijs voor een onvolledig
bilanrevalidatieprogramma (zie artikel 20 Paragraaf1)
bedraagt ... EUR (= verminderde prijs van een volledig
bilanrevalidatieprogramma : zie bijlage I).
Paragraaf 5. De verminderde prijzen van een volledig
bilanrevalidatieprogramma, een onvolledig
bilanrevalidatieprogramma, een volledig specifiek
interdisciplinair revalidatieprogramma en een maandelijks
forfait in het kader van een specifiek interdisciplinair
revalidatieprogramma, die van toepassing zijn in de
omstandigheid die artikel 22 Paragraaf 2 van onderhavige
overeenkomst definieert zijn respectievelijk vastgesteld
op ... EUR, ... EUR, ... EUR en ... EUR.
Artikel 15
----------
Wanneer een huisarts deelneemt aan een teamvergadering in het
Referentiecentrum waar zijn patient besproken wordt, mag het
Referentiecentrum aan de verzekeringsinstelling van betrokken rechthebbende
eenmaal per patient een honorarium van 62,00 EUR in rekening brengen dat
integraal aan de betrokken huisarts dient te worden doorgestort.
Artikel 16
----------
Wanneer verschillende huisartsen in eigen artsenkring een kringvergadering
organiseren waarop hun patienten, die op dat moment een programma volgen
in een Referentiecentrum, worden besproken en waarbij door het team van dat
Referentiecentrum vorming wordt verstrekt met het oog op het samen
uitvoeren van het revalidatieprogramma of het nadien consolideren van de
verworvenheden ervan, mag het Referentiecentrum voor deze
participatiezittingen, voor de besproken rechthebbenden een honorarium van
62,00 EUR per lid van het team van het Referentiecentrum dat aan deze
extra-muros patientenbesprekingen inclusief vorming deelneemt, te delen
door het aantal besproken rechthebbenden, in rekening brengen. Per
rechthebbende, per volledig programma (bilanrevalidatieprogramma +
specifiek interdisciplinair revalidatieprogramma), per Referentiecentrum
kan dit honorarium weliswaar slechts eenmaal in rekening gebracht worden.
Artikel 17
----------
Van de in artikelen 14, 15 en 16 vastgelegde bedragen is 95 % gekoppeld aan
het spilindexcijfer 107,30 op 1 juni 2001 (basis 1996) van de
consumptieprijzen. Dit indexeerbare gedeelte wordt aangepast
overeenkomstig
de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een
stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer
van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.
Artikel 18
----------
De in de artikel 14, 15 en 16 vastgelegde honoraria en prijzen dekken
integraal (t.t.z. zonder toeslag) elke tussenkomst van elk lid van het
interdisciplinair team van het Referentiecentrum voor een rechthebbende
waarvoor een akkoord tot tegemoetkoming voor een bilanrevalidatieprogramma
en/of een specifiek interdisciplinair revalidatieprogramma door het hiertoe
bevoegd orgaan van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging
werd verleend, en dit tot een jaar na de datum van de laatste prestatie van
een specifiek interdisciplinair revalidatieprogramma, met uitzondering van
de honoraria van de geneesheren van het team voor verstrekkingen voorzien in
de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen.
Ook op deze laatste verstrekkingen zal geen enkele toeslag gevraagd worden.
Artikel 19
----------
De inrichtende macht van het Referentiecentrum neemt elke
verantwoordelijkheid op zich voor wat betreft :
- de conformiteit van de voor de rechthebbenden van de verzekering op
basis van onderhavige revalidatieovereenkomst van de
verzekeringsinstellingen in rekening gebrachte prestaties ;
- de controle op het verbod qua toeslag voorzien in artikel 18.
PROCEDURE VAN AANVRAAG TOT TEGEMOETKOMING
IN DE REVALIDATIEKOSTEN, VAN AKKOORD
TERZAKE EN VAN TEGEMOETKOMING
-----------------------------------------
Artikel 20
----------
Paragraaf 1. De revalidatie van een rechthebbende komt slechts voor
vergoeding door de verzekering voor geneeskundige
verzorging in aanmerking als het College van geneesheren-
directeurs dat ingesteld is bij de Dienst voor geneeskundige
verzorging van het RIZIV of elke andere reglementair
bevoegde instantie zich gunstig uitgesproken heeft over de
tenlasteneming van het revalidatieprogramma
(bilanrevalidatieprogramma en/of specifiek interdisciplinair
revalidatieprogramma) van die rechthebbende en bovendien
uiteraard slechts als de in rekening gebrachte verstrekkingen
conform de bepalingen van onderhavige overeenkomst werden
uitgevoerd.
Indien een bilanrevalidatieprogramma niet volledig wordt afgewerkt
uitsluitend doordat de betrokken rechthebbende zelf het programma vroegtijdig
afbreekt en nadien niet herneemt komt de prestatie conform het voorgaande
niet in aanmerking voor de normale prijs van een bilanrevalidatieprogramma
(artikels 14 en 22) maar wel voor een verminderde prijs waarvan het bedrag
vastgesteld is in artikel 14 Paragraaf 4.
Een akkoord voor de tenlasteneming van een revalidatieprogramma impliceert
tevens een akkoord voor de tenlasteneming van de participatie van de huisarts
en van participatiezittingen.
Paragraaf 2. De aanvraag tot tegemoetkoming in de revalidatiekosten
gedurende een bepaalde periode moet ingediend worden door de
rechthebbende bij de adviserend geneesheer van zijn
verzekeringsinstelling volgens de bepalingen van artikel
139 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering
van de wet betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoordineerd op
14 juli 1994.
Paragraaf 3. Het in Paragraaf 2 vernoemd koninklijk besluit
voorziet
onder andere dat de rechthebbende de aanvraag tot
tegemoetkoming indient door middel van het formulier
goedgekeurd door het Comite van de Verzekering voor
geneeskundige verzorging.
Paragraaf 4. Er moet bij het formulier waarvan sprake in Paragraaf
3,
een medisch verslag van het Referentiecentrum gevoegd
worden, opgemaakt volgens een model bepaald door het
College van geneesheren-directeurs, op voorstel van de in
artikel 24 bedoelde Akkoordraad, dat bewijst dat de
rechthebbende en het revalidatieprogramma beantwoorden
aan de voorwaarden van de overeenkomst. Eveneens bij
hetzelfde formulier waarvan sprake in Paragraaf 3 van
dit artikel, dient de door de huisarts ingevulde
standaardverwijsbrief gevoegd te worden (zie artikel 26
Paragraaf1 *1).
Paragraaf 5. Het centrum verbindt zich ertoe de rechthebbende over
deze
procedure behoorlijk in te lichten en hem te helpen bij
het indienen van zijn aanvraag.
Paragraaf 6. Indien het Referentiecentrum de verantwoordelijkheid
op zich
heeft genomen zelf de aanvraag om tegemoetkoming in te
dienen, verbindt het zich ertoe de onkosten die door de
verzekeringsinstelling niet worden vergoed wegens het
laattijdig indienen van de aanvraag, niet aan de betrokken
rechthebbende aan te rekenen.
Artikel 21
----------
Paragraaf 1. Elke beslissing m.b.t. een aanvraag tot tegemoetkoming
wordt
door de reglementair bevoegde instantie van de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging behoorlijk
gemotiveerd.
Paragraaf 2. Het Referentiecentrum verbindt zich ertoe deze
instantie al
de informatie te bezorgen die gevraagd wordt ter beoordeling
van deze aanvragen.
Paragraaf 3. Zoals reeds aangehaald in artikel 10 Paragraaf 5 komt
een
voor een bepaalde rechthebbende voor tegemoetkoming aanvaard
specifiek interdisciplinair revalidatieprogramma te vervallen,
wanneer betrokken rechthebbende meer dan een kalendermaand
geen effectieve prestaties in het Referentiecentrum meer
heeft ontvangen.
Dit laatste gegeven wordt door het Referentiecentrum aan de bevoegde organen
van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging meegedeeld.
CONTRACTUELE CAPACITEIT VAN HET REFERENTIECENTRUM
-------------------------------------------------
Artikel 22
----------
Paragraaf 1. Het team van het Referentiecentrum zoals vastgesteld
in
bijlage I bij onderhavige overeenkomst kan, zoals bepaald in
diezelfde bijlage, per kalenderjaar aan ...
rechthebbenden een bilanrevalidatieprogramma en een volledig
specifiek interdisciplinair revalidatieprogramma (= minimaal
zes maanden specifieke interdisciplinaire revalidatie)
aanbieden.
'Normaal' (zie artikel 14 Paragraaf4 en artikel 20 Paragraaf 1 met
betrekking tot 'onvolledige bilanrevalidatieprogramma's') dekken de prijzen
en honoraria van deze programma's al de kosten van het Referentiecentrum,
zijnde de som van de loonkosten en de werkingskosten van het
team (= ... EUR = "normale facturatiecapaciteit").
Paragraaf 2. Gezien de hoge geschatte prevalentie van het aantal
CVS lijders in ons land, is het toegestaan dat voor
rechthebbenden die prestaties genoten hebben in het
Referentiecentrum een totaal bedrag in rekening kan gebracht
worden dat gelijk is aan 110 % van de in Paragraaf 1
bedoelde "normale facturatiecapaciteit" van het
Referentiecentrum (= ... EUR = "maximale
facturatiecapaciteit").
Van zohaast binnen een kalenderjaar voor rechthebbenden die in het
Referentiecentrum prestaties genoten hebben een totaal bedrag aan prijzen en
honoraria in rekening gebracht is equivalent aan de "normale
facturatiecapaciteit" gelden met betrekking tot het (volledig of
onvolledig)
bilanrevalidatieprogramma en het specifiek interdisciplinair
revalidatieprogramma de forfaitprijzen die vastgesteld zijn in artikel 14
Paragraaf 5.
Paragraaf 3. Voor het kalenderjaar waarin deze overeenkomst van
kracht
wordt (zie artikel 36, Paragraaf1) en voor het kalenderjaar
waarin aan de overeenkomst krachtens artikel 36, Paragraaf 2
een einde komt, dienen de vermelde bedragen met betrekking
tot de "normale facturatiecapaciteit" en de "maximale
facturatiecapaciteit" evenredig verminderd te worden,
rekening houdend met de toepassingstermijn van deze
overeenkomst in die kalenderjaren.
Artikel 23
----------
Paragraaf 1. Gezien de contractuele capaciteit van het
Referentiecentrum
gebaseerd is op alle tussenkomsten van het revalidatieteam
t.o.v. de rechthebbenden, ook eventueel de telefonische, en
mede gezien het in artikel 1 geexpliciteerd opzet naar de
toekomst toe, houdt het Referentiecentrum per patient en per
intervenient een nauwkeurige tijdsregistratie bij volgens
een model uitgewerkt door de Dienst voor geneeskundige
verzorging en die per betrokken teamlid in detail moet
kunnen geobjectiveerd worden aan de hand van
afsprakenboeken, logboeken...
Paragraaf 2. Maandelijks wordt dit register per e-mail aan de
Dienst
voor geneeskundige verzorging overgemaakt die dit verwerkt
enerzijds in een longitudinale registratie per rechthebbende
en anderzijds in een verzamelstaat met de volgens de
Akkoordraad relevante parameters per kalenderjaar voor het
Referentiecentrum.
AKKOORDRAAD
-----------
Artikel 24
----------
In het kader van onderhavige revalidatieovereenkomst en van gelijksoortige
revalidatieovereenkomsten afgesloten met de andere referentiecentra voor
patienten lijdend aan het Chronisch vermoeidheidssyndroom, wordt een
Akkoordraad opgericht met specifieke opdrachten m.b.t. het syndroom en zijn
effectieve behandeling, epidemiologische gegevens betreffende patienten in
het algemeen, hun progressie versus de genoten revalidatie en hun outcome.
Artikel 25
----------
Paragraaf 1. Het onderhavig Referentiecentrum voor patienten
lijdend aan
het Chronisch vermoeidheidssyndroom delegeert zijn
coordinerende geneesheer als lid van bovenvermelde Akkoordraad.
Paragraaf 2. Naast de geneesheren-coordinatoren van alle
geconventioneerde
referentiecentra voor patienten lijdend aan het Chronisch
vermoeidheidssyndroom, bestaat de Akkoordraad uit leden die
door het College van geneesheren-directeurs moeten worden
aangewezen onder zijn leden die de Verzekeringsinstellingen
vertegenwoordigen. Daarnaast maakt een geneesheer-ambtenaar,
lid van het College van geneesheren-directeurs, en een
geneesheer-ambtenaar, lid van de Geneeskundige raad voor
invaliditeit, ook deel uit van de Akkoordraad.
Paragraaf 3. Het Voorzitterschap van de Akkoordraad wordt
waargenomen door
de voorzitter van het College van geneesheren-directeurs.
Artikel 26
----------
Paragraaf 1. Tot de basisopdrachten van de Akkoordraad behoren :
1 * het opstellen van de standaardverwijsbrief voor
de huisarts.
2 * het opstellen van het model van medisch verslag
waarvan sprake in artikel 20 Paragraaf 4, dat
door de rechthebbende bijgevoegd wordt in zijn
aanvraag tot tegemoetkoming.
3 * het vaststellen van de gegevens die door het
Referentiecentrum voor elke patient moeten worden
geregistreerd opdat het individueel parcours van
elke revalidant gestandaardiseerd kan worden
vastgelegd, vanaf de verwijzing tot het einde van
de revalidatie, inclusief het eventueel uitvallen
van de patient in de loop van het proces.
Een bijzondere aandacht zal besteed worden aan de door de revalidant genomen
medicatie.
4 * het vaststellen van de meetinstrumenten om de evolutie
en de outcome bij het beeindigen van het specifiek
interdisciplinair revalidatieprogramma, en 6
kalendermaanden en 12 kalendermaanden nadien, van de
patient te meten : welke parameters, wanneer het
evalueren en in de mate van het mogelijke hoe de
eventuele progressie op de diverse parameters zal
geinterpreteerd kunnen worden.
5 * het vaststellen van de registratiemethode van de
revaliderende tussenkomsten door de referentiecentra
en van de basiscomponenten ervan (zie artikel 10).
6 * het informeren van de controlerende medische
instanties van de verplichte verzekering voor
uitkeringen.
7 * het adviseren van de betrokken organen van de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging.
8 * het formuleren van een beleid ter vorming en
ondersteuning van de eerste- en tweedelijnszorgverleners
zodat deze zonder verdere tussenkomst van het
Referentiecentrum de meeste zorg voor deze patienten op
zich (kunnen) nemen.
Het College van geneesheren-directeurs kan te allen tijde na ruggespraak met
de Akkoordraad een model en de modaliteiten opleggen volgens dewelke de
gegevens bedoeld in deze Paragraaf 1 op gestandaardiseerde wijze
geregistreerd dienen te worden.
Paragraaf 2. Het in bovenstaande paragraaf (1 * tem 5 *)
vastgelegde
vormt, met het oog op de realisatie ervan, een bijlage bij
de huidige overeenkomst zodat de revalidatieovereenkomst
mede een instrument van klinisch wetenschappelijk
aktieonderzoek wordt.
Paragraaf 3. De Dienst voor geneeskundige verzorging verwerkt
geanonimiseerd al de in Paragraaf 1 bedoelde gegevens
ten behoeve van de Akkoordraad.
Artikel 27
----------
Gezien de vele onopgeloste vragen i.v.m. het Chronisch vermoeidheidssyndroom
en zijn behandeling kan de ruimst mogelijke peer review alleen tot voordeel
van de patienten van de referentiecentra strekken.
Daarom moet minstens voor iedere patient waarvoor een aanvraag tot
tegemoetkoming voor een specifiek interdisciplinair revalidatieprogramma
wordt ingediend, zoals voorzien in artikel 20, een geanonimiseerde,
gestandaardiseerde samenvatting van het in artikel 20, Paragraaf 4 bedoelde
medische verslag bij de aanvraag worden gevoegd die door de Dienst voor
geneeskundige verzorging aan alle leden van de Akkoordraad zal worden
overgemaakt.
Artikel 28 : Werkingsmodaliteiten van de Akkoordraad
----------------------------------------------------
Paragraaf 1. De Akkoordraad komt een eerste maal samen vooraleer de
eerste revalidatieovereenkomst met een referentiecentrum
voor patienten lijdend aan het Chronisch
vermoeidheidssyndroom in werking treedt en nadien om de
zes maanden vanaf de datum van effectieve inwerkingtreding
van de eerste overeenkomst.
Paragraaf 2. Op de agenda van elke Akkoordraad na de effectieve
inwerkingtreding van de eerste overeenkomst staat steeds
de peer review van de gevallen.
Paragraaf 3. Dertig maanden nadat de eerste revalidatieovereenkomst
in werking is getreden, bestudeert de Akkoordraad de door
de Dienst voor geneeskundige verzorging in artikel 26
Paragraaf 1 voorziene verwerkte gegevens, om aan de hand
van de resultaten van deze studie en van de inmiddels
nieuwe wetenschappelijke evidenties voor de bevoegde
organen van de verplichte verzekering een beschrijvend en
evaluerend verslag over de werking van de
revalidatieovereenkomst inzake tenlasteneming door
referentiecentra van patienten lijdend aan het Chronisch
vermoeidheidssyndroom op te maken.
ADMINISTRATIEVE,
BOEKHOUDKUNDIGE EN ANDERE VERPLICHTINGEN
---------------------------------------------------------
Artikel 29
----------
De inrichtende macht voert voor het CVS-Referentiecentrum een boekhouding
die een overzicht geeft van alle inkomsten en uitgaven.
Het voeren van deze boekhouding dient zoveel mogelijk te gebeuren conform de
door het Verzekeringscomite goedgekeurde boekhoudkundige richtlijnen voor de
revalidatie-inrichtingen, onder meer wat de minimumindeling van het
rekeningenstelsel en de gehanteerde afschrijvingstermijnen voor investeringen
betreft.
De gevoerde boekhouding moet uiteraard toelaten de kosten van de
revalidatie-activiteiten die het voorwerp uitmaken van deze overeenkomst, te
onderscheiden van de kosten van andere activiteiten van de inrichtende macht.
Hiertoe kunnen de revalidatie-activiteiten beschouwd worden als een
afzonderlijke kostenrubriek; in het kader van het boekhoudplan kunnen in
voorkomend geval eveneens gescheiden rekeningen gebruikt worden voor de
activiteiten gedekt door de overeenkomst en deze niet gedekt door de
overeenkomst.
De jaarlijks op te maken resultatenrekening, uitsluitend met betrekking tot
de activiteiten van het Referentiecentrum, moet binnen de zes maanden na het
afsluiten van het boekjaar, dat telkens aanvangt op 1 januari en eindigt op
31 december, naar de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV
worden gestuurd. De Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV kan
voor het opmaken van deze resultatenrekening te allen tijde een eenvormig
model opleggen.
De bewijsstukken van de inkomsten en uitgaven moeten gedurende 10 jaar
worden bewaard.
De gevoerde boekhouding dient steeds toegankelijk te zijn voor de Dienst
voor geneeskundige verzorging van het RIZIV.
Artikel 30
----------
Paragraaf 1. Het Referentiecentrum verbindt zich ertoe de forfaits
aan
de verzekeringsinstellingen te factureren aan de hand
van een factuur waarvan het model is goedgekeurd door het
Verzekeringscomite. Inlichtingshalve moeten alle door het
Referentiecentrum aan de rechthebbende gefactureerde
bedragen, andere dan de forfaits, voor diensten die niet
tot de revalidatie behoren, eveneens op die factuur worden
vermeld. Een afschrift van die factuur moet aan de
rechthebbende of aan zijn wettelijke vertegenwoordiger
worden gegeven.
Het aan een ziekenhuis verbonden Referentiecentrum mag evenwel de obligate
fakturatie in het kader van de derdebetalerregeling, ook via de magneetband
van het ziekenhuis doen, in welk geval de regelgeving terzake van toepassing
is. Ook dan moet de rechthebbende door de zorgverlener geinformeerd
worden
van wat er voor hem/haar bij zijn/haar verzekeringsinstelling in rekening
wordt gebracht.
Paragraaf 2. In toepassing van de bepalingen van het koninklijk
besluit
van 29 april 1996 tot vaststelling van de vermindering van
de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen in de honoraria en prijzen
vastgesteld in sommige overeenkomsten met de
revalidatieinrichtingen, dient de aan de
verzekeringsinstellingen gefactureerde prijs van de
revalidatieprestaties te worden verminderd met het in het
koninklijk besluit voorziene bedrag.
PERSONEEL
---------
Artikel 31
----------
Paragraaf 1. Teneinde de kwaliteit van de revalidatie te
verzekeren,
verbindt het Referentiecentrum zich ertoe om het
personeelskader, dat voorzien is in bijlage I van de
overeenkomst, steeds volledig op te vullen. Dit houdt in
dat het Referentiecentrum voor iedere in dat
personeelskader voorziene functie iemand effectief zal
tewerkstellen die de voor die functie vereiste kwalificatie
bezit en dit gedurende het vooropgesteld aantal werkuren
per week.
De kosten van de tewerkstelling van het in bijlage I voorziene
personeelskader worden verondersteld volledig door het Referentiecentrum te
worden gedragen op basis van de inkomsten die kunnen worden geput uit deze
overeenkomst. De in het personeelskader voorziene functies kunnen dan ook
nooit worden vervuld door personeel dat in de bedoelde functies zou worden
tewerkgesteld in het kader van een bijzonder tewerkstellingsprogramma op
basis waarvan andere overheidsinstanties geheel of gedeeltelijk,
rechtstreeks of onrechtstreeks, tussenkomen in de loonkost.
Het Verzekeringscomite kan niet beschouwd worden als partij in de
arbeidscontracten die gesloten worden tussen het Referentiecentrum en haar
personeel.
Paragraaf 2. Het Referentiecentrum verbindt zich ertoe, in
toepassing van
de bepalingen van Paragraaf 1, steeds onverwijld alle nuttige
schikkingen te treffen met het oog op de aanwerving van nieuw
personeel, teneinde te vermijden dat een in het
personeelskader voorziene functie niet meer zou opgevuld
worden. Zo zal het Referentiecentrum, zodra geweten is dat
een in het personeelskader voorziene functie open zal komen
te staan door ontslagneming, afdanking of door redenen van
gewettigde langdurige afwezigheid (loopbaanonderbreking,
verlof zonder wedde, ziekte, ...), onmiddellijk maatregelen
nemen om in de tijdige vervanging van het tijdelijk of
definitief weggevallen personeelslid te voorzien.
Het Referentiecentrum is evenwel niet verplicht een door het
Referentiecentrum ontslagen personeelslid dat op verzoek van het
Referentiecentrum geen arbeidsprestaties meer verricht tijdens de nog
bezoldigde wettelijke vooropzegperiode, gedurende die periode reeds te
vervangen. Het Referentiecentrum is evenmin verplicht een personeelslid dat
afwezig is wegens ziekte, te vervangen gedurende de wettelijke periode
van gewaarborgd loon, periode tijdens welke het zieke personeelslid nog
effectief door het Referentiecentrum bezoldigd wordt.
Paragraaf 3. Het Referentiecentrum verbindt zich ertoe de Dienst
voor
geneeskundige verzorging van het RIZIV steeds op de hoogte
te houden van het effectief door het Referentiecentrum
tewerkgesteld personeel. Hiertoe zal het Referentiecentrum
trimestrieel alle wijzigingen met betrekking tot de
opvulling van het voorziene personeelskader, schriftelijk
aan de Dienst voor geneeskundige verzorging meedelen,
ongeacht of het tijdelijke wijzigingen (wegens ziekte,
loopbaanonderbreking, verlof zonder wedde, ...) of
definitieve wijzigingen (wegens ontslagneming, afdanking,
overschakeling naar deeltijds werk, ...) betreft.
Voor iedere wijziging in het personeelskader dienen de volgende gegevens te
worden meegedeeld :
- de naam van het weggevallen personeelslid, de datum vanaf wanneer
die de functie niet meer vervult en de reden van
deze
personeelswijziging (ziekte, ontslagneming,
afdanking, ...) ;
- de naam van het nieuwe personeelslid, diens kwalificatie, het
vooropgesteld aantal werkuren per week en de
datum van indiensttreding
in het Referentiecentrum.
Indien een personeelslid ontslagen is door het Referentiecentrum en daar op
verzoek van het Referentiecentrum niet meer werkt tijdens de wettelijke
vooropzegperiode, moet dit uitdrukkelijk gemeld worden; in dat geval zal
zowel de datum vanaf wanneer de betrokkene niet meer werkt voor het
Referentiecentrum als de datum waarop de wettelijke vooropzegperiode
eindigt, meegedeeld worden.
Afwezigheden wegens ziekte van een personeelslid hoeven niet te worden
meegedeeld als de duur van de ziekteperiode de wettelijke periode van
gewaarborgd loon niet overschrijdt. Als dat toch het geval is, moet als
datum vanaf wanneer de functie niet meer vervuld wordt, de begindatum van
de afwezigheid wegens ziekte worden vermeld.
Indien er zich gedurende een trimester geen enkele wijziging heeft
voorgedaan met betrekking tot het door het Referentiecentrum tewerkgestelde
personeel, zal het Referentiecentrum dit feit zelf voor alle duidelijkheid
aan de Dienst voor geneeskundige verzorging meedelen.
De Dienst voor geneeskundige verzorging kan ten allen tijde een model voor
het meedelen van de wijzigingen in het personeelskader opleggen.
Paragraaf 4. Indien het Verzekeringscomite vaststelt dat het
Referentiecentrum zich niet gehouden heeft aan de bepalingen
van artikel 31, Paragraaf 1 en Paragraaf 2, kan het
Verzekeringscomite ertoe besluiten, naast andere nuttig
geachte maatregelen, de in artikel 14 vastgestelde prijzen
gedurende een bepaalde periode te verminderen met een
bepaald bedrag, op voorwaarde dat het Referentiecentrum de
gelegenheid gehad heeft om de redenen van niet-naleving van
deze bepalingen schriftelijk toe te lichten.
De door het Verzekeringscomite te bepalen periode gedurende welke de in
artikel 14 vastgestelde prijzen verminderd worden, kan nooit de duur van de
periode van niet-naleving van de bepalingen van artikel 31, Paragraaf 1 en
Paragraaf 2 overschrijden.
Het bedrag waarmee de in artikel 14 vastgestelde prijzen kunnen worden
verminderd, wordt vastgesteld op ... EUR (= resultaat van de deling van
de
jaarlijkse enveloppe door het aantal voltijdse equivalenten waaruit het
team van het Referentiecentrum is samengesteld - zie bijlage I) per
voltijdse eenheid die gedurende een bepaalde periode in het personeelskader
gemiddeld ontbreekt. Dit bedrag dient te worden beschouwd als een
basisbedrag dat proportioneel kan aangepast worden rekening houdend met het
reeel aantal ontbrekende personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse eenheden.
Het basisbedrag van ... EUR wordt gekoppeld aan het spilindexcijfer
107,30 (basis 1996) en aangepast volgens de bepalingen van de in artikel 17
genoemde wet.
Indien terzelfder tijd de bepalingen van artikel 31, Paragraaf 1 of
Paragraaf 2, en van artikel 31, Paragraaf 3, niet worden nageleefd, is de in
deze paragraaf bedoelde vermindering in ieder geval van toepassing, wat ook
de redenen van de niet-naleving mogen zijn.
Het Referentiecentrum verbindt zich ertoe de op basis van de bepalingen van
deze paragraaf toegepaste verminderingen in geen geval te verhalen op de in
het Referentiecentrum opgenomen patienten.
Artikel 32
----------
Paragraaf 1. Het Referentiecentrum verbindt zich ertoe haar
personeel
ten minste te bezoldigen volgens de principes die aan de
basis hebben gelegen van de berekening van de
personeelskosten van het Referentiecentrum, berekening die
zich als bijlage I bij deze overeenkomst bevindt.
Deze berekening is, zoals aangeduid in voornoemde bijlage,
ofwel gebaseerd op de loonschalen van het paritair
subcomite 305.1 - met toepassing van de maatregelen voorzien
in het sociaal akkoord van 4 juli 1991 (meerjarenplan
gezondheidssector) en van de C.A.O.'s van 10 december 1992
en 24 april 1995 - , ofwel gebaseerd op de barema's van de
federale overheidsdiensten of op het barema van adviserend
geneesheer bij de verzekeringsinstellingen.
Het Referentiecentrum verbindt zich ertoe bepaalde voordelen die in het raam
van nieuwe C.A.O.'s, gesloten binnen het paritair subcomite 305.1, aan het
personeel zouden toegekend worden en waarvan de kosten ten gevolge van een
beslissing van het Verzekeringscomite in de in artikel 14 bepaalde prijzen
en honoraria zouden opgenomen worden, eveneens toe te kennen aan zijn
personeel.
Paragraaf 2. Indien een in het personeelskader van het
Referentiecentrum
voorziene functie contractueel wordt vervuld door een
zelfstandige, verbindt het Referentiecentrum zich ertoe
voor de prestaties van deze zelfstandige een honorarium uit
te betalen dat minstens gelijk is aan de totale loonkost in
geval van tewerkstelling op basis van het werknemersstatuut.
De totale loonkost in geval van tewerkstelling op basis van
het werknemersstatuut omvat, naast de brutobezoldiging onder
meer de toeslag voor onregelmatige uren, het vakantiegeld,
alle premies en de patronale R.S.Z.-bijdragen.
Het Referentiecentrum zal voor iedere functie die contractueel vervuld wordt
door een zelfstandige, onmiddellijk een kopie van het tussen het
Referentiecentrum en de betrokken zelfstandige gesloten contract bezorgen
aan de Dienst voor geneeskundige verzorging.
Paragraaf 3. Het Referentiecentrum verbindt zich ertoe ieder
(loontrekkend
of zelfstandig) personeelslid schriftelijk te informeren over
de verplichtingen met betrekking tot zijn bezoldiging zoals
die voortvloeien uit artikel 32, Paragraaf 1 en Paragraaf 2
van deze overeenkomst.
Het Referentiecentrum bewaart de stukken waaruit blijkt dat het personeel
ingelicht is over die verplichtingen en houdt ze ter beschikking van de
Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV. Het Referentiecentrum
machtigt de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV om ieder
personeelslid dat erom vraagt, de gegevens met betrekking tot zijn
bezoldiging die voortvloeien uit voormelde verplichtingen, mede te delen.
Paragraaf 4. Het Referentiecentrum verbindt zich ertoe jaarlijks,
ten
laatste op 31 maart, aan het Fonds voor de uitbetaling van
een vakbondspremie, het in de prijs van de verpleeg- en
revalidatiedag verrekend vast bedrag (momenteel 0,05 EUR)
over te maken voor elk forfait dat het voorbije kalenderjaar
door de verzekeringsinstellingen uitbetaald werd.
Artikel 33
----------
Het aandeel van de personeelskosten in de in artikel 14 vastgestelde prijzen
zal aan de realiteit aangepast worden, indien de werkelijke
personeelsuitgaven, tengevolge van de evolutie van de ancienniteit van het
werkelijk tewerkgestelde personeel, 1 % hoger zouden komen te liggen dan de
personeelskost die begrepen is in die prijs.
Het Referentiecentrum zal daartoe, in overleg met de Dienst voor
geneeskundige verzorging, een volledig geactualiseerd en gedocumenteerd
personeelskostendossier samenstellen dat aan het College van geneesheren-
directeurs en het Verzekeringscomite zal voorgelegd worden, samen met een
wijzigingsclausule bij de overeenkomst, waardoor de prijzen kunnen aangepast
worden.
Het door het Referentiecentrum samen te stellen personeelskostendossier moet
het model en de uitgangspunten volgen van de personeelskostenberekening die
zich als bijlage I bij deze overeenkomst bevindt, onder meer wat het aantal
personeelsleden van het Referentiecentrum en hun kwalificatie betreft.
Afwijkingen van deze uitgangspunten zijn alleen maar mogelijk als ze het
gevolg zijn van door het Verzekeringscomite toegepaste nieuwe C.A.O.'s of
van wettelijk opgelegde maatregelen. In geen geval mag de actualisering
van
de personeelskosten op bepaalde punten tegenstrijdig zijn met de
berekeningsprincipes die door de Dienst voor geneeskundige verzorging
normalerwijze toegepast worden. Een personeelskostendossier dat niet aan
deze vereisten beantwoordt, zal door de Dienst voor geneeskundige verzorging
als onontvankelijk worden beschouwd, wat aan het Referentiecentrum zal
meegedeeld worden.
De aldus herberekende prijzen zullen van kracht worden de eerste dag van de
maand volgend op de goedkeuring ervan door het Verzekeringscomite en ten
laatste op de eerste dag van de vierde maand volgend op de datum van
ontvangst door de Dienst voor geneeskundige verzorging van een volledig en
nauwkeurig personeelskostendossier.
ALGEMENE BEPALINGEN
-------------------
Artikel 34
----------
Paragraaf 1. Het Referentiecentrum verbindt zich ertoe alle nuttige
maatregelen te nemen op het vlak van de brandveiligheid;
het Referentiecentrum zal daartoe bestendig contact houden
met een bevoegde brandweerdienst en onmiddellijk de door
deze laatste opgelegde maatregelen en werken uitvoeren.
Paragraaf 2. Om de kwaliteit van de revalidatie te waarborgen,
verbindt
het Referentiecentrum zich ertoe ieder personeelslid te
informeren over alle bepalingen van deze overeenkomst die
voor hem van belang zijn om zijn taak in het
Referentiecentrum te kunnen vervullen conform de
bepalingen van de overeenkomst.
In dat opzicht verbindt het Referentiecentrum zich ertoe aan ieder
personeelslid tenminste een kopie te bezorgen van de artikelen 1 t.e.m. 12
en 31 t.e.m. 34 van de huidige overeenkomst. Het Referentiecentrum bewaart
de in dit verband door het personeel ondertekende ontvangstbewijzen en
houdt ze ter beschikking van de Dienst voor geneeskundige verzorging van het
RIZIV.
Artikel 35
----------
Het Referentiecentrum verbindt zich ertoe de Dienst voor geneeskundige
verzorging van het R.I.Z.I.V. of de adviserend geneesheer van de
verzekeringsinstelling van de rechthebbende al de informatie te bezorgen die
gevraagd wordt op therapeutisch en financieel vlak of met het oog op het
algemeen beheer van de revalidatieovereenkomsten. Het Referentiecentrum
verbindt zich er tevens toe alle afgevaardigden van het R.I.Z.I.V. of van de
verzekeringsinstellingen toe te laten de bezoeken af te leggen die zij
hiertoe nuttig achten.
GELDIGHEIDSTERMIJN VAN DE OVEREENKOMST
--------------------------------------
Artikel 36
----------
Paragraaf 1. Deze overeenkomst, opgemaakt in twee exemplaren en
behoorlijk
ondertekend door beide partijen, treedt in werking op ...
Paragraaf 2. Deze overeenkomst geldt tot en met 30 juni 2005 maar
kan
steeds door een van beide partijen worden beeindigd met een
ter post aangetekende brief die aan de andere partij wordt
gericht, mits inachtneming van een opzeggingstermijn van
3 maanden die ingaat op de eerste dag van de maand volgend
op de datum van verzending van de aangetekende brief.
Paragraaf 3. De bijlagen I en II maken integrerend deel uit van de
overeenkomst binnen de door de artikelen van de overeenkomst
bepaalde grenzen. De artikelen van de overeenkomst primeren
echter steeds op de bijlagen.
Voor de Inrichtende macht
(datum + handtekening)
Voor kennisname
De coordinerende geneesheer-specialist
Voor het Comite van de verzekering voor
geneeskundige verzorging,
Brussel,
De Leidend Ambtenaar,
F. PRAET
Directeur-generaal.
RIZIV - INAMI Dienst Geneeskundige verzorging - Service des soins
de sante