Vertaling  boek : SKEWED

---------------------------------------------------

1. titel en korte flaptekst over inhoud van het boek

Auteur: Martin J. Walker
Titel: "Skewed", psychiatrische hegemonie en het fabriceren van een psychiatrisch ziektebeeld in MCS (Multiple Chemisch Syndroom), GWS (Golf Oorlog Syndroom), ME en CVS

"Skewed" is een gedetailleerd onderzoek naar de psychiatrische diagnose
die gegeven wordt aan een serie ziekten, waarvan sommigen menen dat ze
in werkelijkheid door chemicaliën worden veroorzaakt. Dit boek gaat de
argumenten van chemische bedrijven na, die claimen dat  hun produkten
geen ziektes veroorzaken.

Ook wordt in dit boek ingegaan op de groei van de theorie die door deze
bedrijven "gepromoot" wordt, dat mensen die verklaren last te hebben van
door chemicalien veroorzaakte gezondheidsproblemen, lijden aan
persoonlijkheidsstoornissen. Het boek onderzoekt hoe het komt dat de
psychiatrische theorien over 'onverklaarde ziektebeelden' erin geslaagd
zijn de overhand te krijgen en invloed uit te oefenen op de diagnose,
onderzoeksgelden en  publieke opinie over deze ziekten in Engeland.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------

2. Voorwoord  van het boek door professor Per Dale, hoogleraar
psychiatrie, Universiteit van Gothenburg.

De medische cultuur is geobsedeerd door de mechanismen van ziekte, maar
de eigenlijke oorzaken ervan zijn geen geliefd onderwerp. We weten niet
genoeg over de oorzaken om bij zowel de leek als onszelf vertrouwen te
wekken in onze wetenschap wanneer we erover discussieren (over de oorzaken).
Ons gebrek aan succes in het voorkómen van veel belangrijke ziekten komt
hoofdzakelijk door onkunde. Het is niet ongebruikelijk dat een medisch
specialist een onopgelost probleem omschrijft in termen als "de exacte
oorzaken zijn nog niet bekend, maar...". De discussie wordt dan
gewoonlijk verplaatst naar het veel veiliger onderwerp van het
ziektemechanisme.

Een stilzwijgende veronderstelling is dat we vooral eerst zoveel
mogelijk te weten moeten komen over de vele biochemische en
fysiologische mechanismen die betrokken zijn bij het onstaan van
symptomen, auto-immuniteit bijvoorbeeld, of veranderingen in
neurotransmitter levels. Met een completere biologische "Meccanodoos"
zouden we steeds uitgebreidere modellen kunnen maken over hoe
verschillende ziekten zich ontwikkelen. Maar zal dit automatisch leiden
tot begrip van de oorzaak van een ziekte op het  niveau waar voorkoming
van ziekte mogelijk wordt? Niet direct, ben ik bang. Nieuwe kennis over
oorzaken wordt waarschijnlijk vaker bij toeval ontdekt, en op andere,
minder tijdrovende manieren dan het voortkruipen in een zoektocht naar
mechanismen. Maar zo'n directe aanpak wordt meestal niet aangemoedigd
door de wetenschappelijke wereld.

Er is nog een andere reden waarom mechanismen belangrijk zijn in de
geneeskunde. Als we op het vlak van gezondheid een grens trekken tussen
wat we als wetenschappelijk beschouwen en wat niet, sluiten we
werkwijzen en theorien die niet passen binnen de geaccepteerde
mechanismen uit. Een voorbeeld hiervan is homeopathie. Het is eigenlijk
niet zo belangrijk of het werkt in de praktijk; de theorie ervan is
volslagen in tegenspraak met de conventionele medische methode. Als er
al positieve resultaten bij patienten worden gevonden, worden deze
gewoonweg toegeschreven aan het placebo-effect. Op deze manier wordt
kennis van mechanismen onmisbaar als teken van wetenschappelijke autoriteit.

Mijn opleiding in de psychiatrie stamt uit het eind van de vijftiger
jaren, toen neuroleptica en antidepressiva al verkrijgbaar waren en het
specialisme psychiatrie op wetenchappelijk terrein veelbelovender dan
ooit te voren was. Ervaren psychiaters vertelden verhalen over zogenaamd
hysterische patienten die terugverwezen waren naar hun neuroloog of
internist zonder psychiatrische diagnose maar met de suggestie dat
verder onderzoek zinvol zou zijn - waarna een hersentumor of andere
ernstige ziekte gevonden werd. De gemiddelde psychiater hield zich toen
(en houdt zich nog steeds) volledig bezig met patienten waarvan de
voorgeschiedenis en symptomen hoofdzakelijk psychiatrisch zijn. Het idee
dat grote aantallen patienten uit de algemene praktijk onze aandacht
nodig hadden voor "medisch onverklaarbare symptomen" ,vrijelijk
bestempeld als somatisering, bestond eenvoudigweg niet.

"Somatisering" is geen nieuw woord. De oudste vermelding in de Oxford
English Dictionary stamt uit 1925 en geeft aan dat het woord afkomstig
is uit de psychoanalyse: "conversie (overzetting) van een emotionele
staat naar lichamelijke verschijnselen". Dit is natuurlijk een
"opgeschoonde" versie van het begrip hysterie, een psychiatrische
diagnose. Sigmund Freud introduceerde een aantal psychologische
hypothesen die hij de titel gaf van mechanismen.Deze drongen langzaam
door in het algemeen spraakgebruik, maar op medisch terrein hadden ze
minder succes.  Psychoanalyse is misschien iets te speculatief om goed
samen te gaan met ideeen die afkomstig zijn uit de biologie. De
geneeskunde heeft een soort waakzaamheid of "immuunsysteem" dat
weerstand biedt aan het binnendringen van ideeen die niet voldoen aan de
een beetje pedante standaard van wetenschappelijke geloofwaardigheid.
Het geruchtencircuit houdt ons alert en op de hoogte. Maar het is
onvermijdelijk dat een natuurlijke of  kunstmatige waakzaamheid blinde
vlekken heeft.

Een emotionele staat kan lichamelijke verschijnselen oproepen; dat is
een alledaagse ervaring. Maar het belang van dit verband tussen lichaam
en geest moet niet overdreven worden. De essentiele vraag wordt dan:
wat, en hoeveel kan worden toegeschreven aan welke emotionele oorzaken,
en voor hoelang? En hoe betrouwbaar is dit? Alleen ervaring en gezond
verstand kunnen op deze vragen een antwoord geven, omdat we nog maar
weinig inzicht hebben in de feitelijke mechanismen en systematisch
klinisch bewijs is moeilijk te vinden.

In de vorige generatie vertrouwden artsen gewoonlijk op hun eigen
klinische oordeel, maar in de laatste jaren heeft de theorie dat
geneeskunde op bewijzen gebaseerd moet zijn, hier verandering in
gebracht. In de gangbare literatuur  worden we geacht naar bewijzen te
zoeken, het liefste statistisch bewijzen. Op sommige terreinen, zoals
somatisering, is er simpelweg geen hard bewijs, en toch zwijgt de
geruchtenmolen hierover.
Zo wordt een vacuum gecreeerd waarin andere overtuigingen zich een weg
kunnen banen in de medische wereld.

Interessant is dat een andere blinde vlek kan worden gevonden op het
gebied van placebo's. Somatisering en placebo zijn twee keerzijden van
de medaille. Van allebei wordt gedacht dat ze veel kracht hebben, de ene
om ziekte te veroorzaken, de andere om gezondheid te herstellen. Hoe ze
werken is in wezen onbekend, en systematisch onderzoek in de klinische
praktijk heeft weinig of geen bewijs opgeleverd.

Men kan er niet omheen. De geneeskunde hanteert een dubbele standaard
als het over wetenschappelijk bewijs gaat. Sinds de vijftiger jaren
maken placebo's een integraal onderdeel uit van onze medische cultuur.
Somatisering heeft relatief kort geleden bekendheid gekregen.
Wetenschappelijke ideeen hebben meestal een interessante geschiedenis,
tot en met een genealogie en een geschiedenis van argumenten voor en
tegen. Belangrijke ideeen verschijnen zelden geheel uitgewerkt en zonder
enige discussie, maar somatisering is gepresenteerd zonder zelfs maar
een verwijzing naar de psychoanalyse.

Vandaag de dag wordt ons soms voorgehouden dat we somatisering als
ziekteproces moeten overwegen wanneer artsen er niet in slagen de
symptomen van de patient te verklaren. De al te vleiende implicatie zou
zijn dat de medische wetenschap nu in staat is zoveel dingen te
verklaren dat wat er overblijft aan problemen zonder verder onderzoek
kan worden weggestopt onder een collectief psychiatrisch label.
Zoals we eerder zagen: de waarheid is dat het inzicht in oorzaken van
ziekten slecht ontwikkeld is. Het verklaren van symptomen betekent hier
iets anders.

Wanneer in een bepaald geval een officieel aanvaarde diagnose is
gevonden, bijvoorbeeld bij multiple sclerose, worden de belangrijkste
symptomen van de patient beschouwd als vaste onderdelen van een bekend
plaatje, en er kunnen voorspellingen worden gedaan over de prognose, er
kan gekeken worden naar mogelijke behandelingen, etc. De arts is
tevreden met dit resultaat, hoewel de oorzaak van MS onbekend blijft, de
preventie onmogelijk is en behandelingen niet veel hoop geven op
volledige genezing.

Een algemeen aanvaarde diagnose is echter niet altijd genoeg.
Terugkerende of chronische lage rugpijn wordt soms genoemd als een
mogelijke vorm van somatisering. De reden hiervoor is dat in de meeste
gevallen er na onderzoek geen structurele veranderingen worden gezien.
Orthopedisch chirurgen zien grote aantallen patienten met deze vaak
voorkomende aandoening en de resultaten van behandeling zijn matig. Dus
waarom zouden we dit geen psychiatrisch probleem noemen? Naar mijn weten
is er nooit officieel of openlijk aan de psychiatrie gevraagd of het
aanvaardbaar is, de begrippen en instrumenten uit deze specialisatie op
nieuwe en onverwachte manieren te gebruiken of misbruiken. Psychiaters
worden graag voor vol aangezien door hun niet-psychiatrische collega's
en hebben tot nu toe niet bepaald duidelijk geprotesteerd tegen wat er
onder het etiket somatisering allemaal gebeurt. Huisartsen, bijgestaan
door psychologen die geschoold zijn in cognitieve gedragstherapie,
kunnen blijkbaar het eigenlijke werk met patienten wel doen.

Een groot probleem met de somatiseringsaanpak is dat de voorstanders
klakkeloos aannemen dat de oorzaken van al die ziekten die nu een
psychiatrisch etiket krijgen, psychologisch van aard zijn. In de moderne
psychiatrie gaat de trend sinds lange tijd de andere kant op, weg van
het dogmatisme van de psychoanalyse. Klassieke psychiatrische ziekten
hebben net zo vaak als lichamelijke ziekten een onbekende oorzaak, en
het in grote getale geven van psychologische verklaringen wordt steeds
meer een zaak uit het verleden.

Ik ben er sinds enkele jaren van overtuigd dat het begrip "somatisering"
gebruikt wordt om redenen die maar gedeeltelijk transparant zijn. Uit
wetenschappelijk oogpunt is er geen basis voor de opmerkelijke expansie
van dit veld. Het raakt aan het leven van grote aantallen patienten, en
vaak wordt het hun hierdoor moeilijker gemaakt. Het lijkt erop dat de
psychiatrie wordt misbruikt, en het spreekt vanzelf dat het belangrijk
is om meer te weten te komen over de achtergronden hiervan zodat er iets
tegen gedaan kan worden. Dit is een gebied waarop ongeruste burgers al
begonnen zijn zich te organiseren.

In "Skewed" onderzoekt Martin Walker de gevestigde belangen die een rol
spelen in het probleem van somatisering en "onverklaarbare
ziektebeelden". Toen ik het manuscript gelezen had, viel het me op dat
het vanuit een sociologisch perspectief bekijken van deze ogenschijnlijk
medische kwestie, nieuwe inzichten oplevert in dit groeiende gebied van
schijnbaar psychiatrische aandoeningen. Lezers die nog niet bekend zijn
met de tragische uitholling van het  waarheid-zoekende
wetenschapppelijke karakter van geneeskundig onderzoek, zullen, naar ik
hoop, dit boek een uitstekende inleiding tot deze problemen vinden.

------------------------------