Verschillende vragenlijsten als pdf m.b.t. de psychologie
(SIP etc.),
zie op http://hiloserv.ugent.be/VVGP/
en dan naar 'Vragenlijsten
*VERCOULEN, J.H.H.M., HOMMES, O.R. EN MEDEWERKERS (1996) a)
Achtergrond en doelstelling
De meeste mensen hebben zelf ideeën over de oorsprong van hun klachten.
Deze causale attributies zijn beïnvloed door vroegere ervaringen en
kunnen toekomstige verwachtingen en gedrag om de klachten op te lossen
beïnvloeden. De attributiestijl beïnvloedt ook de ziektepresentatie en
de prognose. De CAL meet de mate waarin patiënten hun klachten
toeschrijven aan een lichamelijke of psychologische oorzaak.
b) Doelgroep
Patiënten met vermoeidheidsklachten, specifiek CVS-patiënten.
c) Subschalen + items
De CAL bestaat uit tien items, die vragen naar de mening van het subject
over de oorzaken van het onstaan van hun vermoeidheidsklachten. De items
worden onderverdeeld in twee subschalen:
1. Lichamelijke attributies (5 items): er wordt gevraagd in hoeverre men
ervan overtuigd is dat de klachten zijn ontstaan of aanhouden door een
aantal lichamelijke oorzaken (bvb. denkt u dat uw klachten te maken
hebben met een virus?).
2. Niet-lichamelijke of psychologische attributies (5 items): er wordt
gevraagd in hoeverre men ervan overtuigd is dat de klachten zijn onstaan
of aanhouden als gevolg van een aantal psychosociale oorzaken (bvb.
denkt u dat uw klachten een gevolg zijn van een te druk leven?). De
items zijn in multiple choice vorm en worden beantwoord door één van de
vier mogelijke antwoordcategorieën aan te kruisen (van "ja, daar ben ik
van overtuigd" tot "nee, ik ben ervan overtuigd dat dit niet zo
is").
d) Materiaal
Testformulier met instructies.
e) Afnamewijze
Individueel of groepsgewijs
f) Afnameduur
Geen informatie (schatting: 5 minuten)
g) Scoring
Alle items worden gescoord op een vierpuntenschaal ("ja, daar ben ik van
overtuigd", "ja dat denk ik wel", "nee, dat denk ik
niet", "nee, ik ben
ervan overtuigd dat dit niet zo is"). De totaalscore voor beide
subschalen wordt bekomen door de bijhorende item-scores op te tellen:
1. Lichamelijke attributies: items 2, 5, 6, 9, 10.
2. Niet-lichamelijke of psychologische attributies: items 1, 3, 4, 7, 8.
De sterkte van beide attributies kan variëren van 5 (geen) tot 20
(sterke).
h) Normering
Er zijn geen normgegevens beschikbaar. De gemiddelde score voor
CVS-patiënten op de lichamelijke attributies bedraagt 14 (SD = 2.6),
terwijl hun gemiddelde score op niet-lichamelijke attributies 9.1 (SD =
2.4) bedraagt.
i) Betrouwbaarheid
Beide schalen hebben een bevredigende interne consistentie (alfa =
0.77). In een studie met CVS-patiënten en MS-patiënten was de Cronbach's
alfa 0.71 voor lichamelijke attributies en 0.74 voor psychosociale
attributies.
j) Validiteit
Criteriumvaliditeit: Er is evidentie voor de predictieve validiteit van
de CAL. In een prospectieve studie van Vercoulen et al. (1996) naar het
natuurlijk verloop van CVS werd gevonden dat het vasthouden aan sterke
somatische attributies geassocieerd was met slechtere prognose.
Vermoeidheid
------------------------------------------------------------------------
k) Referenties
Vercoulen, J.H.H.M., Hommes, O.R., Swanink, C.M.A., Jongen, P.J.H.,
Fennis, J.F.M., Galama, J.M.D., van der Meer, J.W.M., & Bleijenberg, G.
(1996). The measurement of
fatigue in multiple sclerosis: A comparison
with patients with chronic fatigue syndrome and healthy subjects.
Archives of Neurology, 53, 642-649.
Vercoulen, J.H.H.M., Swanink, C.M.A., Fennis, J.F.M., Galama, J.M.D.,
van der Meer, J.W.M., & Bleijenberg, G. (1996). Prognosis in chronic
fatigue syndrome (CFS): A prospective study on the natural course.
Journal of Neurology, Neurosurgery, and Psychiatry, 60, 489-494. l)
Uitgever Universitair Medisch Centrum St. Radboud Nijmegen, afd.
Medische Psychologie.
*Deze fiche werd gemaakt door Stefaan Van Damme (2002)