Spreekbeurt cvs
Dames en Heren
Geachte leden
Ik moet eerlijk zijn dat ik nooit gedacht zou kunnen hebben dat ik nog eens het woord zou voeren in dit prachtig Huis van Ghuislain, in de lokalen van de aloude Rederijkerskamer Mariën Theeren.
Pers,TV en Politiek hadden de laatste weken de mond vol over Ford Genk.
3000 families in de kou is erg, heel erg .Voor sommigen onder hen is het een ramp omdat man en vrouw er werken en ze zich terecht vragen stellen over hun toekomst.
30.000 families echter die te maken hebben met een cvs patiënt moeten nog steeds vechten om hun essentiële patiëntenrechten waarop ieder recht heeft in deze welvaartsstaat te vrijwaren.
Waarschijnlijk is dit voor de op sensatie beluste pers minder spectaculair om er artikelen over te schrijven. Zo wordt dit stilaan een vergeten bevolkingsgroep
Nochtans zijn er hier ook sociale rampgevallen,zeker in families waar man,vrouw en kinderen verschijnselen van de ziekte hebben. Wegens de weinige zekerheden die over deze ziekte bestaan vallen velen van hen dan ook uit het sociale vangnet van de ziekteverzekering en raken vaak aangewezen op de steun van de openbare onderstand
Ik bedank de jury dan ook niet omdat ze mijn artikel al dan niet goed vonden,maar ik bedank hen wel uit de grond van mijn hart dat door de bekroning van dit artikel ,ik de kans krijg cvs eventjes uit de verdomhoek te halen.
Inderdaad de wetenschappelijke scepsis die nog steeds tegenover deze ziekte bestaat verplicht ons niettegenstaande onze handicap te blijven lobbyen voor de erkenning en herkenning van onze ziekte.
Ik zou dan ook de steun willen vragen van de mensen uit de litteraire wereld ,zodat deze bevolkingsgroep niet langer vergeten blijft en krijgt waar ze normaal gezien recht op heeft.
Een persoon die er goed “uitziet”, van alle leeftijden, met de fysiek van een tachtigjarige.
Beschrijving van de blijvende kenmerken:
Velen onder ons hebben reeds te maken gehad met een ernstige griepaanval. Gans het lichaam doet pijn, pijnlijke spieren , nek, onderrug, ongestelde maag, last van diarree,keelpijn, men loopt op flanellen benen enz…
Kuitspieren, kniegewrichten, achillespezen, voeten en tenen reageren zoals bij een ongetraind persoon die een voetbalmatch gespeeld heeft. Meniscussen doen pijn, kuiten, spieren en voeten staan stijf en krampen treden op in kuitspieren, kuitbeen voeten en tenen.
Hoofdpijn is vergelijkbaar met de hoofdpijn van een kater na een avondje flink doorzakken, al manifesteert ze zich grotendeels langs één zijde. Een bijkomend vergelijkbaar kenmerk zijn ook de bevende handen van een echte alcoholieker en het gebrek aan evenwicht.
In een wagen die aan een snelheid rijdt van ± 100 wordt men terug dronken door het voorbijflitsen van bomen en palen.
De hersenen zijn één grote zeef, lange termijngeheugen gaat nog, korte termijngeheugen is een complete ramp.
Het zicht is soms zien zoals door een aangedampte bril. Een bril echter heeft men niet echt nodig,veeleer een zonnebril,want men is erg gevoelig voor scherp licht.
Men is eveneens heel gevoelig aan geluid en lawaai. Het geluid van een zes - zevental personen die door elkaar kwetteren is onhoudbaar en men glijdt in een soort droomtoestand, waardoor men het geluid precies in de verte hoort.
Slechte slaap is eveneens kenmerkend. Bij de ene teveel ( 20 uur op de 24) bij de andere te weinig.
Daarbij komt nog de allesoverheersende moeheid.
Er is een karakteristiek dagelijks verloop. Bij het ontwaken is men moe. Bij een kop
koffie tracht men zijn verstand bijéén te leggen en doet men een poging de
krant te bekijken. Sommige zaken dient
men tot tweemaal toe te lezen om te weten wat er instaat. Na een uur is men terug zo moe dat men moet gaan rusten. Men kan niets doen en moet
geduldig wachten tot men meer wat meer energie heeft…
Soms heeft men een goede dag met meer energie. Men maakt dan gretig gebruik van om een
beetje te tuinieren (klein grasperk afrijden, een paar takken afknippen van
droge sparren). Dat volstaat voor de
rest van de dag. Een andere keer was
men goed genoeg om een paar uur aan de pc te zitten . Had men een slechte dag
dan was men zelfs te moe om naar de radio te luisteren. Forceren om iets te doen viel verkeerd uit
en gaf aanleiding tot een nog grotere vermoeidheid.
In de aanvang ging men wandelen (tegen de zogenaamde
depressie die ons aangepraat was).
Achteraf bleek dat door deze foute diagnose en het steeds verder
opdrijven van de inspanningen van te wandelen en te ontspannen juist het
tegenovergestelde resultaat bereikt werd, nl. dat men meer en meer uitgeput
raakte omdat men zijn inspanningen niet doseerde. Gaandeweg dienden dan ook de wandelingen stop gezet te worden
omdat men soms twee dagen uitgeteld was.
De conditie verslechterde daardoor zo erg dat er geen reserves meer
waren.
Van dag
tot dag kon de conditie variëren van allerbelabberst tot redelijk zodat men dan
lichte karweitjes kon opknappen.
Iedereen
is wel eens moe. Als je een hele week hard gewerkt heb, lig je ‘s vrijdags
gestrekt op de bank. En als je een avond gaat sporten, ben je daarna ook
helemaal kapot.
Toch is dit niet de vermoeidheid die je voelt als je ME hebt.
Natuurlijk
word men ook 'normaal' moe van inspanningen, maar vaak ben je al moe als je
wakker wordt. Misschien is moe wel niet het juiste woord. Uitgeput, als een
zombie, gesloopt, zijn misschien betere omschrijvingen.
Vermoeidheid beschrijven is heel erg moeilijk: is men
geestelijk moe of lichamelijk moe? Men
is moe en buiten adem van een trap op te lopen. Moeheid is ook een gevoel als onvermogen tot geestelijke
inspanning. Na een paar uur pc lijkt
het hoofd wel 100kg te wegen, moet men zich als het ware een weg banen door een
dikke brij en voelt men de nood zijn
verstand bijéén te rapen om ook nog iets kunnen te lezen of te begrijpen. Een dag met wat meer fysieke inspanning (bv.
met de vrouw mee boodschappen doen, een bezoek aan de dokter of kliniek of een
familiebezoekje geeft gegarandeerd de
dag nadien een terugslag.
Een
verplicht familiefeestje hangt twee
dagen in het lichaam.
Meerdere malen werd gevraagd hoe die vermoeidheid voelt. Dat is heel moeilijk
uit te leggen. Misschien dat het een beetje in de buurt komt als je het
volgende voorstelt: Je moet een hele week van 7 tot 5 stenen verslepen.
Tussendoor heb je een lunchpauze en mag je even een half uurtje op een stoel
zitten. Als je 's avonds thuis komt moet je eten en daarna naar school voor een
cursus, je hebt ook nog eens examens daarbij. Tussendoor moet je ook nog naar
allerlei verjaardagen en feestjes. Als je dit een paar weken volhoudt, en niet
weet wanneer dit stopt, kom je misschien een beetje in de buurt van het gevoel
dat je hebt als je ME hebt.
En het piekeren en denken
Niettegenstaande CVS een erkende aandoening is wordt de patiënt extra belast door alle wetenschappelijke scepsis,zijn gevecht tegen de bierkaai van allerlei officiële instanties en medisch experts van verzekeringen en mutualiteiten. en door de onbekendheid met de oorzaak van de aandoening.
Maar is het niet zo dat je ziek bent als je lichaam je door allerlei klachten ervan weerhoudt om een voor jou normaal leven te leiden, ongeacht wat anderen daarvan vinden.
Toch merkt men dat men veel moeite heeft met accepteren als men de dingen niet
meer kan.
Men blijft zoeken naar oplossingen, bv. in de vorm van acclydine, of men overweegt zich op mycoplasma te laten onderzoeken. En men blijft zich ook inspannen omdat men zelf vindt dat men erg zijn best moet doen om toch beter te worden, en om grenzen te verleggen qua inspanning etc.
Men blijft maar rondzoeken - op het net, - in zijn hoofd, in de medische wereld etc. naar wat er nu toch eigenlijk de oorzaak is. Ook blijft men maar op zoek naar DE kuur, die U van de problemen zal afhelpen.Of dan komt er weer een artikel over orthostatische intolerantie, en dan denkt men, is dat het dan? Dan is er weer een onderzoek naar chlamydia, en dan denkt men, is dat het dan. Dan is er weer een onderzoek naar de werking van het immuunsysteem, en dan denkt men is dat dan de hoofdoorzaak? In heel veel gevallen hoeft een kern van waarheid in het ene onderzoek niet te betekenen dat het andere onderzoek geen kern van waarheid bevat. Een aandoening die ingrijpt op het basale niveau van energiehuishouding sleept in het lichaam heel wat functies mee.
Men kan ook weinig hebben van de onhebbelijkheden van anderen, men raakt snel geïrriteerd, omdat alles zoveel energie kost. Men wordt zeer selectief in zijn sociale contacten, verkiest vaak het alleen zijn boven gezelschap, maar men wil er zich ook niet aan onttrekken omdat men het anderzijds enorm mist. Als het gezellig en interessant is, knapt men er geestelijk echt van op. Men heeft het nodig om af en toe iets in gezelschap te doen, maar de meeste dingen buitenshuis doet men liefst met zijn vrouw of alleen (beetje winkelen, af en toe een museum of een onbekend stadje, sporadisch uit eten).
Men raakt al geprikkeld als men denkt aan wat men van iets kan verwachten maar waar men gezien zijn gebrekkige energie meer moeite zal mee hebben dan als men zich beter en sterker zou voelen.(bv. Een prachtreis)
Als iemand met een energetisch probleem is het natuurlijk ook veel lastiger aanpassen in een bredere sociale context; ben je veel kritischer ingesteld op je omgeving. Terwijl als je, jezelf sterk voelt, zelf voor stimulansen gaat zorgen, waardoor je zaken die je vervelend vindt veel gemakkelijker compenseert of naar je hand zet.
Het is verwarrend dat het allemaal puzzelstukjes zijn die steeds naar boven komen, en die uiteindelijk wel allemaal met elkaar te maken zullen hebben, of die logisch uit elkaar voortvloeien.Maar het vage hoofd ziet af en toe alleen maar al die stukjes en heeft het moeilijk deze stukjes tot een geheel te maken om het te kunnen uitleggen aan zijn omgeving (bv.de medische wereld)Men mankeert iets in de hersenen dat een vlotte conversatie niet meer toelaat.
Men zou liever hebben dat men precies zou weten wat deze ziekte is, wat de beperkingen zijn, WAAROM men zich moe, of ziek,, of slap, of vul-maar-in voelt, en wat daar aan te doen is, of niet aan te doen is, en klaar.
Dat zou heel veel gemoedsrust geven en ook 'legitimiteit'.
Maar het idee dat exact weten wat je hebt prettiger is draagt ook niet bij aan meer acceptatie van je huidige situatie, terwijl het maar de vraag is of elk weten ook rust zou brengen.
Niet
alleen moeheid, ook frustratie, boosheid, angst en uitzichtloosheid spelen een
rol bij hoe je jezelf voelt. Je kunt nooit eens uit de band springen zonder
gevolgen (nog meer vermoeidheid) en je bij alles afvragen of het wel
“verstandig” is. En vechten tegen de ziekte werkt alleen maar averechts. Acceptatie
is het sleutelwoord. Niet doen wat je wilt, maar doen wat je wilt en kunt.
Wat
men bedoelt is dat als je eenmaal weet wat je hebt, dat er, nadat je
geaccepteerd hebt dat je dat hebt, er een soort rust komt. Dat is het, dat zijn
de beperkingen, dat kan ik er aan doen, en daar zal ik het mee moeten doen.
Proberen te accepteren dat je niet meer alles kunt
zoals vroeger, je grenzen leren kennen en binnen die grenzen leren leven lijken
voorlopig het devies: "Voldoen aan je eigen standaard"
Die
standaard is het die ons overeind houdt en tegelijk in de weg zit. Men denkt
dat men inderdaad een eigen beeld heeft van wat we per sé willen doen/kunnen en
dat dit beeld ons stimuleert om niet bij de pakken neer te zitten maar tegelijk
ook een bron van frustraties kan zijn.
De beleving van ziekte is immers voor een groot deel
afhankelijk van onze verwachtingen,
onze 'standaard', ons verlangen; vermoedelijk veel meer dan van onze feitelijke
situatie bepaalt dit verwachtingspatroon hoe we onszelf en onze ziekte beleven.
De kring van mogelijkheden wordt kunstmatig klein gehouden teneinde een zo volledig mogelijk leven te kunnen blijven leiden.
Maar eigenlijk houden we onszelf voor de gek wanneer we dit geloven.
Men heeft soms sterk het gevoel dat een ziekte 'aanvaarden'
synoniem is aan “jezelf voor de
gek houden”. Als je daar voldoende in slaagt, kun je vol trots melden dat het
leven ondanks je ziekte prachtig is. Men ergert zich soms aan die optimistische
ziekteverhalen die men in diverse bladen leest, over hoe onnozel men was voor
de ziekte opdook en over wat men allemaal aan goeds in zichzelf ontdekt heeft,
juist door die ziekte, en hoe geweldig goed het leven juist nu is geworden.
Eén van de problemen waarmee mensen met cvs geconfronteerd worden, is dan ook het feit, dat je moet leren jezelf toestemming te geven om ziek te zijn, ook als daar geen medisch bewijs voor is. Zolang je dat niet doet, straal je die onzekerheid over het bestaan van je ziekte ook uit naar anderen, zoals je huisarts.
Het lijkt me een gezond mechanisme om uit te komen op een vorm van leven die hanteerbaar is, waarbij een zo groot mogelijke autonomiteit gehandhaafd blijft. Zeggen dat je leven daar mooier van wordt is een ander verhaal .
Maar alles bij elkaar wil men liefst deze rotziekte kwijt, liefst in deze seconde .
kan men krijgen in
een tweede fase van de ziekte. (niet noodzakelijk)
Ø
Door het feit
dat men gezien zijn fysieke conditie aan geen enkele activiteit meer kan
deelnemen, en stelselmatig
familie en vrienden ziet afhaken.
Ø
Door het
ongeloof van het grootste gedeelte van het medisch korps dat weinig over de
ziekte weet en ook geen blijk geeft van enige interesse ter zake.( “CVS is de
vuilbak waar men alles insteekt wat men niet weet” ) Inspanningen om er iets
meer over te weten doen ze ook al niet!
Op seminaries gegeven door mensen die er wel iets over weten ziet men amper iemand van het medisch korps. Wel steken ze u vol met allerlei medicatie tegen alle mogelijke ziektes waarvan ze ook niets kunnen constateren en maken ze uw lichaam wel verder kapot.
Artsen zouden eens wat vaker hun medische geschiedenisboeken moeten raadplegen. Er zijn talrijke voorbeelden van onterechte psychologisering en bagatellisering van ziekten en klachten, waarbij (door de voortschrijdende medische kennis) later bleek dat het om een 'echte' aandoening ging. Wat ze nu allemaal aan onzin beweren over ME werd enkele decennia geleden ook over MS gezegd. Te zot voor woorden, maar waar. Daar zou een mens toch van moeten leren. Maar de meeste artsen geven weinig blijk van een dergelijk leervermogen.
Volgens
de bekende school van de aanhangers van cognitieve gedragstherapie ( Van
Houdenhove en co) en referentiecentra speelt het grootste gedeelte zich af in
het hoofd, gezien volgens hen tot op heden nog steeds geen lichamelijke
oorzaken en medische bewijzen te vinden zijn en dit in tegenspraak met de
aanhangers van de biologische school (De Meirleir en co ) die proberen aan te
tonen dat bepaalde medische feiten en diagnostische markers wel tot CVS leiden.
De verschillende scholen
interpreteren hetzelfde patiëntenverhaal
De
diagnose van de biologische school:
De huidige klachten
begonnen een paar jaar geleden.Op dit ogenblik klaagt patiënt over vermoeidheid
die verergert bij fysieke inspanning,moeilijkheden om aandacht erbij te houden, geheugenstoornissen,
persoonlijkheidsveranderingen in de slechte zin,emotionele labiliteit
hypersomnie, hoofdpijn, verandering in gezichtsscherpte,tintelingen,evenwichtsproblemen,ijl
gevoel in het hoofd, moeilijkheden om te spreken,spierzwakte,niet verdragen van
scherp licht,intolerantie voor alcohol,niet-herstellende
slaap,spiersamentrekkingen,terugkerende griepachtige toestanden,spier- en
gewrichtspijn, darree,misselijkheid, darmstoornissen, winderigheid, nachtzweten,
hartkloppingen,frequent urineren,droge ogen en mond,koude
voeten,tandvleesonsteking ,dyspnoe bij inspanning.
Na 3 dagen medische
onderzoeken:
Besluit
:deze man draagt een occulte infectie ( chlamydia,mycoplasma)
De
anamnese,het ziekteverloop en klachten van deze patiënt beantwoorden aan de
criteria van CFS.
Het
oordeel van de school van de CGT (Cognitieve gedragstherapie)
Patiënt verkeerd actueel in
een toestand van psychische,medische en situatieve professionele impasse.
Patiënt
heeft enkele jaren van uitzonderlijk veel geestelijke inspanning en
lichamelijke activiteit achter de rug. Kenmerkend is dat hij met discipline en
op efficiënte wijze zijn doelen weet te bereiken.Vanwege zijn goede
intelligentie en sterke motivatie ging alles volgens plan. Door zijn
arbeidsmoeilijkheden toen hij zijn gestelde doelen gerealiseerd waren, raakte
hij echter oververmoeid.Patiënt realiseerde zich dat hij overbelast was, maar
heeft zich onvoldoende kans op herstel gegund.
Al snel heeft hij geprobeerd de draad weer op te pakken, ondanks adviezen om
het na alle inspanningen van de voorgaande jaren wat rustiger aan te doen. Toen
het niet lukte als voorheen te functioneren, raakte hij uit evenwicht en
wisselden periodes van activiteit en periodes van bedlegerig zijn elkaar af.
Regelmaat ontbrak in de dagelijkse belasting. Enerzijds was er grote werkdruk
in zijn baan, anderzijds het steeds meer vermijden van activiteiten in de vrije
tijd.
Patiënt voelt boosheid en teleurstelling omdat
hij door zijn hard werken bereikte
manier van leven niet kon voortzetten.
Zijn veronderstelling dat een lichamelijke aandoening verantwoordelijk is voor
de klachten, verzacht deze gevoelens enigszins. Zouden de klachten toe te
schrijven zijn aan zijn eigen functioneren, dan was de teleurstelling en
boosheid over het gefaald hebben vele malen groter geweest.
Verhaal patiënt bij
neuropsychiater:
Na
een EEG en een onderhoud werd er in de eerste plaats aan migraine gedacht. Na drie maand medicatie en een paar
gesprekken waarbij ik mij afvroeg wie er gek was, kreeg ik het etiket
opgeplakt: zwaar depressief met de woorden :
“Naast
de fysiologische en medisch -fysische problematiek noteren wij bij patiënt een
uitgesproken hypochondrische depressietoestand cfr. Includentie
,remanentie, insufficiente gevoelens
psychosomatische klachten.Patiënt,die intelligent is,heeft een zeer goed
inzicht in de problematiek,maar hij staat totaal insufficiënt daartegenover.”
Voor
mij totaal onlogisch aangezien ik geen psychische problemen had. Ik was enkel moe en had overal pijn. Bij de psychiater was er enige irritatie
merkbaar over het feit dat ik steeds naar een lichamelijke oorzaak van mijn
klachten bleef zoeken ,waar hij de klachten zocht in het eventueel onderbewust
houden van trauma's van verlies van werk, het niet gelukkig zijn in mijn nieuwe
werk, echtelijke problemen, gezinsproblemen enz.Maar eerlijk gezegd ik kon hem
niet helpen. Ik had een gelukkig
huwelijk, geen problemen met de familie, geen financiële problemen, het nieuwe
werk draaide goed, ik was tevreden van mijn oude werk vanaf te zijn omdat daar
sedert de fusie de moderne slavernij terug ingevoerd werd nl. hard werken,
verminderd inkomen, geen sociale bescherming.
Er waren in mijn leven ook geen krankzinnige pieken of dalen geweest waardoor
ik duurzaam van slag zou kunnen geraakt zijn.
Integendeel, ik had een ijzersterk karakter, had vertrouwen in mezelf en
problemen waren er om opgelost te worden.
Ik zag in alles enkel het positieve en het negatieve werd zo vlug
mogelijk vergeten en aan kant geschoven.
Voor
iemand die dag in dag uit geconfronteerd wordt met psychisch belaste patiënten
leek de diagnose van de neuropsychiater : “depressie” dan ook aantrekkelijk,
vooral omdat veel klachten binnen dit patroon vielen, nl. de vermoeidheid op
zichzelf en de hoofd -en rugpijnen. De
essentiële ingrediënten echter van depressie, nl. de neerslachtigheid en gebrek
aan levenslust, waren nagenoeg afwezig.De prikkels naar dadendrang (hoe
omschrijf je dat) waren er echter nog steeds. Alleen was er enkel gebrek aan
energie.
Hoe
kan men iemand het verschil wijsmaken tussen iets niet doen omdat men er geen
zin voor heeft of geen zin heeft iets te doen omdat men het lichamelijk niet
aankan.
Helaas bestaat er ook geen
bloedonderzoek of andere medische hulpmiddelen om depressie aan te tonen en
hangt men grotendeels af van het oordeel van de behandelende dokter.
Een beschrijving van een dergelijk gedragsprofiel komt regelmatig terug als het over CVS -patiënten gaat. Punt is dat een dergelijk profiel bij een aandoening met de kenmerken van CVS extra belastend is en mogelijk een onderhoudsfactor. Maar CGT strekking koppelt er ten onrechte de conclusie aan vast dat dit psychologische profiel oorzaak is van de ziekte, waarmee de onderhoudsfactor de pijler wordt onder het hele ziekteverhaal.
Indien dit zo zou zijn ,dan zou CGT inderdaad de verlossing brengen.
Tegenwoordig hoor je van die mensen steeds meer over het onderscheid tussen
actieve en passieve patiënten. Dat gaat dan niet over het ziek worden, maar
over het al ziek zijn. De actieve zouden zich de tijd niet gunnen om te
herstellen en de passieve doen niets om te herstellen.
Toch begrijp ik hun strijd niet.
Er
is geen enkele van deze hersenonderzoekers die ook maar iets van een gedachte
heeft gezien. Noch heeft geen enkele droomonderzoeker ooit een droom van iemand
anders gezien.
Maar
toch is men zeker dat er in de hoofden van de mensen gedachten en dromen zijn
en beweren zij deze zaken te kunnen bestuderen en te ontleden
Ø
Hun
onwetendheid terzake maskeren ze dan ook door op U in te praten met hele
sessies als het moet dat alles zich tussen de oren afspeelt. Alle lichamelijke
pijn die ge voelt is dus inbeelding of fake.
Men heeft met deze
mensen een enorm probleem:
Enerzijds zeggen ze
dat alles zich in het koppeke afspeelt omdat er geen lichamelijke
bewijzen zijn van
de ziekte,
Anderzijds wanneer men hen dan de vraag stelt op welke lichamelijke
bewijzen ze zich
baseren om hun diagnose te stellen dat alles zich in het koppeke
afspeelt, krijgt men als
antwoord: “omdat ik het zeg”.
Dit antwoord komt wel van een dokter die optreedt als gerechtsexpert.
Dus : bewijsvoering voor de ene diagnose is anders als dan voor de andere.
Het enige dat men leert uit die sessies is dat het constante vechten tegen ME en het altijd bezig zijn met het zoeken naar oplossingen zoveel energie kosten, dat je daar alleen al meer moe van wordt.
Gelukkig heeft men zijn pc en het internet nog als hulpmiddel waar anderen falen.
Men kan met zijn pc converseren.Men kan hem alles toevertrouwen en hij weet raad en antwoord op veel vragen.Hij heeft tijd voor je,men kan hem vragen wat je wil en het kost niet veel.
Tegenspraak moet men er ook al niet van verwachten en wanneer je hem je diepste zielsroerselen toevertrouwd ben je zeker dat je niet depressief zult verklaard worden.
Inderdaad wanneer je huidig artikel in handen van een psychiater zou geven, zou het probleem weer tussen de oren zitten.
En
eerlijk is eerlijk: als je tevreden bent met jezelf, lieve mensen om je heen
hebt en een beetje steun krijgt van buiten dan kun je soms ook gelukkig zijn
binnen de beperkte mogelijkheden en gevolgen die cvs met zich meebrengt.
Ik hoop dat ik er in geslaagd ben u iets meer bijgebracht te hebben over de problematiek van cvs. Indien deze uitéénzetting een beetje lang geduurd zou hebben,bedenkt dan dat een oplossing van het probleem voor cvs patiënten nog oneindig langer op zich laat wachten.
Ik dank u voor uw aandacht.