http://user.online.be/~gd32229/fibro.html#Definitie
samenvatting
chronische niet inflammatoire vorm van
rheuma die vooral de spieren aantast.
voorgeschiedenis verspreide pijn over
het lichaam.
pijn in 11 van 18 tender regio's bij
palpatie.
primair FMS.
geassocieerde FM.
secundair FMS.
verminderde energievoorziening binnenin
de spier.
verhoogde sympatische activiteit.
veranderde perceptie en modulatie van
pijn.
abnormale slaappatronen.
2-6% in rheumatologische praktijk.
spierpijn.
gewrichtspijn.
stijfheid.
verergerende factoren.
vermoeidheid.
slaapstoornissen.
hoofdpijn.
geprikkelde blaas en colon.
functionele ombekwaamheid.
fenomeen van Raynaud.
NSAID en zwakke pijnstillers
corticosteroiden.
anti-depressiva.
serotonines.
medicatie met combinatie effect.
kinesitherapie.
educatie en cognitieve herstructurering.
totaalbehandeling : pijnschool.
ten onrechte in neurotisch - hysterische
hoek.
vergelijking myofasciale pijn - fibromyalgie
verschillen.
1. een voorgeschiedenis van verspreide pijn over het lichaam.
een veralgemeende pijn in de vier
quadranten van het lichaam.
de pijn moet minstens 3 maand aanwezig
zijn.
geen rheumafactor in het bloed.
op 18 moeten er minstens 11 TePs
gevoelig zijn.
gevoelig aan vochtige
weersomstandigheden.
angst.
stress.
moeilijkheden bij fysische activiteit.
slaapstoornissen.
chronische hoofdpijn.
zwelling.
algemene vermoeidheid.
ochtendstijfheid.
2. pijn in 11 van 18 Tender Point regio's bij palpatie.
+ deze regio's zijn :
occiput: aan de inserties van de M.
Suboccipitale.
laag cervicaal: aan het anterolateraal van C5-C7.
M. Trapezius: op het middenste punt op de schouder.
M. Supraspinatus: fossa supraspinatus, aan de mediale
boord van de scapula.
tweede rib: boven lateraal aan de costochondrale
junctie.
laterale epicondyle: 2 cm distaal van de epicondyle.
gluteaal: in de bovenste laterale quadrant naar
anterior toe.
trochanter major: posterior van de prominentia
trochanterica.
knie: aan de mediale vlezige dikte proximaal van het
gewricht.
+ we spreken van
pijn wanneer er reeds pijn optreedt onder 4 Kg digitale druk.
1. Primair Fibromyalgie Syndroom
doet zich voor bij de afwezigheid van
een onderliggende rheumatologische of andere significante conditie.
te associëren met een myofasciaal pijnsyndroom.
2. Geassocieerde Fibromyalgie
komt samen voor met een andere
significante conditie zoals bv.osteoarthritis, die echter de algemene
fibromyalgie symptomen niet kunnen verklaren.
3. Secundair Fibromyalgie Syndroom
komt voor in combinatie met een
onderliggende aandoening, zoals rheumatoide arthritis, polymyalgia rheumatica,
lupus erythematosus, hypothyroidie, hyperthyroidie, waarbij rekening moet
worden gehouden met de FM-symptomen, die echter verdwijnen wanneer de primaire
aandoening behandeld werd.
1. een verminderde energievoorziening binnenin de spier.
te weinig zuurstof.
te lage concentratie aan fosfaten.
te veel anaerobe activiteit, zonder
voldoende aanvoer van nieuwe zuurstof in de spier.
een verminderde microcirculatie in de
spier.
spier microtraumata.
2. een
verhoogde sympatische activiteit.
vooral tijdens rustperiodes.
3. een
veranderde perceptie en modulatie van pijn.
4. abnormale slaappatronen.
Fibromyalgie komt in een rheumatologische
praktijk voor met een percentage tussen de 2% tot 6%. In een algemene praktijk
ligt dit percentage tussen de 1% en 10%
FM komt 7 tot 8 maal meer voor bij
vrouwen dan bij mannen.
de symptomen manifesteren zich gemiddeld
tussen de 25 en 45 jaar.
angst, depressie en somatische
ongemakken treden op de voorgrond.
spierpijn:
FM begint meestal met een gelokaliseerde
pijn in de schouder-nek zone, lumbaal of in de heupregio.
De pijn verspreid zich tot het zich over
het ganse lichaam manifesteert en het syndroom tot volledige ontwikkeling is
gekomen.
Bij ongeveer 30% van de patiënten vinden
we in de voorgeschiedenis een schuldige terug, zoals een Whiplash-kwetsuur of
een acute virale infectie.
er zijn voelbare strengen in de spieren.
daardoor is er een verstoorde
microcirculatie, met een ongewilde spierspanning tot gevolg.
er komen regelmatig spasmes en
contracturen voor.
de energievraag in de spier >
energieproductie.
gewrichtspijn:
de meeste FM-lijders klagen ook van
gewrichtspijnen.
de pijn wordt meestal in verband gelegd
met de aanhechtingen van de pezen bij de gewrichten en van de weefsels rond
deze gewrichten.
stijfheid:
spier- en gewrichtsstijfheid komt bij
meer dan 90% van de FM-patiënten voor.
dit is het slechts in de morgen,
gedurende ongeveer 1 tot 2 uur.
verergerende factoren:
fysische activiteit.
koude en vochtigheid. (warm en droog
weer in combinatie met rust geven tijdelijk enige verbetering van de klachten.)
vermoeidheid:
een algemeen gevoel van vermoeidheid.
men voelt zich te moe om te doen wat men
zou willen doen.
slaapstoornissen:
slecht slapen.
zich nooit uitgerust voelen na het
slapen.
komen voor in 50% tot 90% van de
FM-patiënten.
hoofdpijn:
50% van de FM-patiënten klaagt van erge
hoofdpijn en het veelvuldig optreden van hoofdpijnen.
men brengt de hoofdpijn in verband met
de spierpijn.
geprikkelde blaas en colon:
bij ongeveer 40% van de FM-patiënten.
functionele onbekwaamheid:
in dezelfde graad als de patiënten met
rheumatoide arthritis.
fenomeen van Raynaud:
ongeveer 30% van de FM-patiënten
vertonen dit fenomeen.
dit wordt niet gerekend bij primaire FM
en wordt ook niet in relatie gebracht met een vasculaire aandoening.
Therapeutische mogelijkheden voor Fibromyalgie
niet-steroidale anti-inflamatoire medicatie (NSAID) en zwakke pijnstillers
deze medicaties nemen een deeltje van de
pijn weg.
acetylsalicilaten en paracetamol.
ze blijken onvoldoende resultaat te
geven.
corticosteroiden
worden toegepast bij gelokaliseerde
pijnen.
enkel van nut bij heftige acute pijnen
voor een tijdelijk soelaas.
FM is geen indicatie voor het toedienen
van corticosteroiden.
anti-depressiva
vooral tricyclische zoals bv.
Amitriptyline, cyclobenzaprine hebben een effect bij FM-patiënten.
worden gegeven aan een dosis die gelijk
staat aan 1/10 van de normale dosis die wordt gegeven bij depressies.
het effect is ook sneller dan bij een
behandeling voor depressie.
ze nemen echter de klachten niet weg.
Serotonines
hebben een invloed op de centrale
regulatie van de slaap en de pijn.
Tryptophan vermindert het aantal TePs,
met het gevoel van minder pijn en een betere slaap.
Medicatie met een gecombineerd effect
S-adenosylmethionine (SAMe) komt natuurlijk voor in het lichaam en neemt deel aan sommige metabole processen. 2 studies hebben aangetoond dat deze SAMe pijnstillend werkt en de FM-patiënten fysisch sterker maakt. Carisoprodrol is een spierrelaxator die wordt in combinatie gegeven met paracetamol en caffeine aan FM-patiënten met als gevolg een gevoel van minder gevoeligheid van de spieren en een verbetering van het algemeen welbehagen. Wat de specifieke effecten zijn van de medicatie is niet heel duidelijk.
Kinesitherapie
de beste resultaten worden geboekt door
een fysisch trainingsprogramma te combineren met psychologische support en
relaxatie.
het hoofddoel is om te vermijden dat er
een volledige inactiviteit ontstaat van de spieren en de productie van
endomorphines te stimuleren.
Educatie en cognitieve herstructurering
de meeste FM-patiënten zijn verkeerd
ingelicht over wat fibromyalgie is, of hebben een andere diagnose meegekregen.
wanneer de patiënt begrijpt wat hij
heeft kan alleen maar positief bijdragen in zijn behandeling.
het aanpakken van de stress en een
herstructuratie van de dagelijkse activiteiten zijn helpvol bij de behandeling.
Totaalbehandeling: een vorm van pijnschool
educatie.
stress reductie.
meditatie.
lage dosissen anti-depressiva.
aerobics.
cardiovasculaire fitness.
hypnotherapie.
cognitieve herstructurering.
myofasciale therapie.
oefenprogramma in groep of thuis.
Sociale interpretatie van fibromyalgie
FM vertoont geen voor de hand liggende
tekens voor een aandoening. De FM-patiënt ziet er redelijk gezond uit en de
klassieke labo-testen zijn négatief. Zodoende wordt de FM-patiënt ten onrechte
gemakkelijk in de neurotische of hysterische hoek gedrukt door artsen die de
problematiek van de fibromyalgie niet kennen, met de nodige maatschappelijke
gevolgen.
De medische literatuur over FM is tot op
heden nog moeilijk toegankelijk. Daardoor kunnen nog maar weinig artsen de
klachten interpreteren. Vandaar dat een patiënt met een aandoening die moeilijk
is te catalogeren, ook vaak wordt beschouwd als een moeilijke patiënt.
Wanneer men tot de conclusie kan komen
dat een patiënt lijdt aan FM en een goed voorbereid therapie-plan vooropgesteld
wordt, zal de patiënt in kwestie een vorm van rechtvaardiging verwerven. Hij
wordt hierdoor bevestigd dat hij wel degelijk een somatische aandoening heeft
en niet langer moet verweten worden dat hij alles insinueert. Dit verandert dan
mede de sociale status.
Vergelijking fibromyalgie - myofasciale pijn
|
MYOFASCIALE PIJN |
FIBROMYALGIE |
|
> mannen = vrouwen. |
> vrouwen : 7 > mannen : 1. |
|
> van elke leeftijd met een voorkeur op actieve leeftijd |
> ontstaat meestal tussen de leeftijd van 25 en 45 jaar. |
|
> patiënt kan bij acute pijn juist omschrijven hoe en wanneer het is begonnen. |
> weet niet waardoor en precies wanneer het is begonnen. |
|
> een gelokaliseerde pijn. |
> een wijd verspreide pijn. |
|
> wordt gekenmerkt door TPs, Trigger Punten. |
> wordt gekenmerkt door TePs, Tender Punten. |
|
> soms gepaard met beperking van de beweeglijkheid. |
> geen bewegingsbeperkingen. |
|
> pijn is aanwezig van dagen tot jaren, maar niet continu aanwezig. |
> de pijn is minimum 3 maand constant aanwezig. |
|
> jump sign. |
> jump sign. |
|
> palpatie van actieve TPs lokt een specifieke uit stralingspijn uit. |
> palpatie van TePs kan wat uitstralingspijn uitlokken. |
|
> verzwakte spier. |
> algemene vermoeidheid. |
|
> het wegwerken van bestendigheidsfactoren |
> chroniciteit is hier onafscheidelijk aan verbonden |
|
kan de pijn voorkomen. |
|
|
> verstoorde slaap. (geen indicatie voor de diagnose.) |
> slaapstoornissen. (wel een indicatie.) |
|
> focale dysfunctie van een spier |
> systeemaandoening. |