Prof. dr. Gijs Bleijenberg - Moe, moe en nog eens moe

 

 

http://www.vvaa.nl/clients/vvaa/vvaaArtsAuto.nsf/0/DBCAA1D28CA6393DC1256CE2004A81E3?OpenDocument

 

Auteur: Frank van Wijck

Datum: 29-03-2003

 

Ooit had chronische vermoeidheidsyndroom (CVS) de naam een modeverschijnsel te zijn, nu raakt de medische wereld er meer en meer van doordrongen dat het een reële aandoening is. Maar over de behandeling van de CVS-patiënten lopen de meningen ver uiteen. Hoogleraar Gijs Bleijenberg, medeoprichter van Nijmeegs Kenniscentrum voor Chronische Vermoeidheid, pleit voor cognitieve gedragstherapie.

 

Gijs Bleijenberg is sinds vorig jaar bijzonder hoogleraar in de psychologische aspecten van chronische vermoeidheid. In zijn inaugurele rede De ene vermoeidheid is de andere niet vertelde hij dat Nederland per honderdduizend inwoners bijna tweehonderd mensen telt met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). Daarnaast zijn er ook veel patiënten met chronische vermoeidheid na kanker, bij een spierziekte en bij andere ziekten (multiple sclerose, chronische alvleesklierontsteking, hersenbloeding) en niet te vergeten klachten bij militairen na vredesmissies.
Als medeoprichter van het Nijmeegs Kenniscentrum voor Chronische Vermoeidheid pleit Bleijenberg voor cognitieve gedragstherapie bij CVS-patiënten. Hierbij wordt door beïnvloeding van denken en handelen vermindering van klachten nagestreefd. En omdat de gedachten en gedragingen van CVS-patiënten anders zijn dan die van patiënten met een depressie of met vermoeidheid na bijvoorbeeld kanker of multiple sclerose, ziet deze behandeling er ook anders uit. Binnenkort hoopt het Kenniscentrum te starten met een project voor dagbehandeling voor chronische vermoeidheid. Daarnaast ziet Bleijenberg ook een taak in kennisoverdracht over CVS en de behandeling daarvoor. Nederland zou veel meer kenniscentra moeten kennen voor behandeling van deze patiënten, stelde hij in zijn rede. Het kenniscentrum in Nijmegen kan de toeloop niet aan, en elders in het land dreigen patiënten onbehandeld te blijven.

 

Hoe is het gesteld met de bekendheid met CVS en de acceptatie ervan als ziekte?

"Aan erkenning is veel verbeterd. In 1993 is prevalentieonderzoek verricht onder alle huisartsen in Nederland. Een van de vragen daarbij was hoeveel CVS-patiënten zij in hun praktijk hadden. Daar kwam een getal van 17.000 uit, maar ook de nodige afwijzing. Wat is dat voor een diagnose? Wat moet ik daar als huisarts mee? In 1999 heeft - op kleinere schaal - wederom dergelijk onderzoek plaatsgevonden. Daar kwam een cijfer uit van 27.000 CVS-patiënten. Niet omdat er in die zes jaar meer patiënten waren gekomen, maar omdat de huisartsen het beter erkenden en herkenden. Maar er is nog veel terrein te winnen en dan gaat het niet om CVS alleen. Naast onze inspanningen heeft ook de werkgroep vermoeidheid van de Nederlandse Federatie van Kankerpatiënten goed werk verricht om dit probleem onder de aandacht te brengen. Maar de erkenning van chronische vermoeidheid ten gevolge van andere ziekten staat nog vrijwel aan het begin. Er zijn nog steeds artsen die het maar een vage klacht vinden en die er niet zoveel mee kunnen."

 

Voor chronische vermoeidheid bestaan talloze internetsites die pillen, regressietherapie, multifactoriële behandelingsmethoden enzovoorts aanbieden. Is CVS een lucratieve markt geworden?

"Je zou het inderdaad denken. In 1992 heb ik voor het eerst een congres in de Verenigde Staten bijgewoond over het onderwerp. Daar waren stands van de farmaceutische industrie die geneesmiddelen aanboden tegen vermoeidheid. Dat is nu gelukkig verboden, maar ik keek mijn ogen uit. Ook in Nederland is hiervoor inmiddels dankzij toenmalig minister Borst strikte regelgeving gekomen. Die kan helaas niet voorkomen dat op internet van alles te koop blijft, ook alternatieve middelen, maar geloof daar maar niets van. En in de reguliere geneeskunde wordt bij CVS soms Prozac voorgeschreven, maar dat is niet effectief. Verder is er een goed gecontroleerde studie die aantoont dat voedingssupplementen voor deze patiënten niets opleveren. En wat multifactoriële behandelingsmethoden betreft: onder serieuze vakgenoten vinden deze geen weerklank. Op dit moment zijn er geen aanwijsbare somatische determinanten voor chronische vermoeidheid. Maar er is helaas veel charlatanerie, ook in ons land. Gelukkig is een trend merkbaar dat onderzoekers openlijk bekendmaken welke nevenfuncties ze vervullen en welke commerciële belangen ze hebben."

 

Er zijn geen aanwijsbare somatische determinanten voor CVS, zegt u. Welke criteria voor diagnosestelling zijn wel voorhanden?

"Onze onderzoeksgroep heeft geparticipeerd in het opstellen van de internationale consensuscriteria voor de diagnose CVS. Hierin zijn vier hoofdpunten te onderscheiden op basis waarvan we vaststellen of iemand CVS heeft. Het moet gaan om ernstige vermoeidheid. Die moet gepaard gaan met aanzienlijke beperkingen in het dagelijks leven. Voor de klachten kan geen lichamelijke verklaring worden gevonden. En de klachten en beperkingen bestaan minimaal zes maanden. Dat er geen lichamelijke verklaring voor de klachten bestaat, wil overigens niet zeggen dat het ds psychisch is, zoals vaak wordt gesteld. De mens is een psychobiologische eenheid, dus dualistisch denken dat het óf het een is óf het ander is per definitie onjuist."

 

Wat is bekend over de factoren die het veroorzaken?

"Voor een volledig antwoord op de vraag moet ik het volgende onderscheid maken. Er zijn predisponerende factoren die het ontstaan van CVS vergemakkelijken. Dan zijn er precipiterende factoren die de klachten doen ontstaan. En er zijn perpetuerende factoren die de klachten in stand houden. Over de predisponerende factoren is onze kennis nog heel gering. Ook over de precipiterende factoren is nog weinig zeker. We hebben in het verleden wel gedacht dat een chronische virusinfectie de oorzaak was, maar die opvatting hebben we in goed gecontroleerd onderzoek de wereld uit geholpen. Toch neemt dit niet weg dat het probleem kan beginnen met een virusinfectie. Maar er zijn veel meer mogelijke factoren die de ziekte kunnen veroorzaken. Denk bijvoorbeeld aan een zware operatie, een belangrijke levensgebeurtenis, het gebruik van medicatie of een zwangerschap. Een deel van de mensen die iets dergelijks meemaken blijft moe, omdat andere factoren de klachten in stand houden. Neem bijvoorbeeld het aspect rust. In eerste instantie is het natuurlijk bij lichamelijke klachten goed om rust te nemen. Maar op den duur kan die rust disfunctioneel worden en daarmee de klachten in stand houden. Er zijn aanwijzingen dat een goede lichamelijke conditie een wapen is tegen het ontwikkelen van CVS. Ook de wijze waarop iemand over zijn klachten denkt, beïnvloedt mede het verloop daarvan. Als je blijft denken dat je wat mankeert en het dus rustig aan moet doen, creëer je mogelijk een situatie waarin de klachten blijven voortbestaan. Daarom richt ons centrum zich ook nadrukkelijk op cognitieve gedragstherapie, omdat hiermee patiënten geholpen kunnen worden van hun klachten af te komen."

 

Een opvallend initiatief is een workshop "Leren omgaan met chronische vermoeidheid". Opvallend omdat die exclusief voor vrouwen bestemd is. Is chronische vermoeidheid iets wat vooral vrouwen treft?

"Ik heb veel onderzoek verricht naar buikklachten. Driekwart van de patiënten die hiervoor worden behandeld is vrouwelijk. Hetzelfde geldt voor CVS. Maar chronische vermoeidheid na kanker of na een spierziekte komt even vaak voor bij mannen. Chronische vermoeidheid als algemeen verschijnsel is dus niet als een specifieke vrouwenkwaal benoembaar."

 

Waarom zijn er dan toch zoveel meer vrouwen met CVS dan mannen?

"We weten het niet. Er kunnen biologische factoren zijn, maar op dit moment worden die nog absoluut nergens door bewezen. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat vrouwen eerder dan mannen naar hun huisarts gaan als ze klachten hebben."

 

Hoe is bij huisartsen de kennis over CVS?

"Wij proberen bij te dragen aan die kennis door middel van postacademisch onderwijs. Maar als dat specifiek op dit onderwerp gericht is, komen er vooral artsen op af die al enigszins vertrouwd zijn met dit onderwerp. En als ik het onderwerp behandel in meer algemene nascholingsbijeenkomsten, kom ik ook nog wel huisartsen tegen die het ten onrechte als een psychische stoornis zien. Chronische vermoeidheid is geen psychische of psychiatrische stoornis en de patiënt is geen hypochonder. Ik kan dit niet vaak genoeg benadrukken. Juist om die reden pleit ik in mijn rede voor de komst van meer kenniscentra in Nederland. De praktijk van dit moment is dat een patiënt met chronische vermoeidheid in de Nijmeegse regio goed behandeld wordt, maar dat in andere ziekenhuizen de benodigde kennis ontbreekt. Die moet overal in het land voorhanden zijn. En niet alleen voor CVS, dat wil ik nogmaals benadrukken, maar voor alle vormen van chronische vermoeidheid."

 

Uw centrum wordt op dit moment geconfronteerd met patiënten die vanuit het hele land worden doorverwezen. Maar is die specialistische hulp altijd nodig?

"Dat hoeft niet altijd zo te zijn, al leeft die misvatting onder sommige huisartsen wel. Als de huisarts bijtijds de diagnose stelt, kan hij ook snel iemand weer op het juiste spoor zetten en daarmee de kans op spontaan herstel vergroten. Het ligt bij CVS aan het type patiënt die hij tegenover zich heeft. Er zijn twee typen CVS-patiënten: mensen die veel te actief zijn en mensen die vrijwel niets doen. Die passieve groep is door de huisarts moeilijker te behandelen, maar met de actieve kan hij wel degelijk resultaat boeken door een stapsgewijs activiteitenprogramma aan te bieden. Daarin is nog veel terreinwinst te boeken. Feitelijk zou daarvoor gewoon een huisartsenrichtlijn moeten bestaan. Vermoeidheid is een van de meest voorkomende problemen waarvoor patiënten hun huisarts bezoeken. Vaak gaat die vermoeidheid ruim binnen de zes maanden weer over en ontwikkelt ze zich dus niet tot CVS. Maar het behoort ook tot het taakgebied van de huisarts om te zorgen dat de patiënt zodanig gestuurd wordt in zijn denken dat hij na een infectie, een operatie of een andere precipiterende factor inderdaad binnen die termijn herstelt."

 

Beter worden is hard werken. Kiest iedereen wel voor behandeling?

"We hebben weleens het verwijt gekregen dat we alleen minder ernstige CVS-patiënten onderzoeken die in staat zijn naar ons ziekenhuis te komen. Daarom hebben we die patiënten vergeleken met een groep patiënten die donateur zijn van de ME Stichting. Wat bleek? Die bleken nagenoeg hetzelfde ziektebeeld te hebben als CVS-patiënten. De klachten van degenen die niet bij ons komen zijn - in tegenstelling tot de kritiek - niet erger dan die van de patiënten die wij wel zien. Ze hebben alleen onterecht de indruk dat behandeling toch geen resultaat oplevert. Daarnaast hebben we in een speciaal onderzoek ook bedlegerige patiënten bezocht. Dat blijkt een kleine groep te zijn en allemaal blijken ze tot het passieve type te behoren. Ze hebben wel ernstige vermoeidheidsklachten, maar ze hebben daarin ook een mate van stabiliteit gevonden.
Overigens voel ik wel de noodzaak hierbij een kanttekening te plaatsen. De neiging bestaat ziektebeelden te beschouwen aan de hand van hun extreme voorbeelden. De meeste CVS-patiënten zijn echter gewone mensen zoals u en ik. Het merendeel wil dolgraag hulp om van de klachten af te komen."

 

Heeft naar aanleiding van het interview een opmerking, suggesties of commentaar? Aarzel niet en geef ons uw reactie!