Retrospectieve analyse van de inspanningscapaciteit bij het CVS: De rol van Mycoplasma infecties
http://www.vvsport.be/peedee_efkes/nr_93.PDF
De
Bolle Kristof (Prof. Dr. K. De Meirleir, promotor;
Drs. J. Nijs, begeleider)
Vlaams tijdschrift voor sportgeneeskunde en sportwetenschappen
24ste jaargang december 2002 -januari -februari 2003
Inleiding
Het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) is een steeds vaker voorkomend
syndroom dat zich klinisch uit als een geheel van mogelijk met elkaar verbonden
niet-specifieke symptomen die zich gelijktijdig manifesteren,waarvan het meest
kenmerkende weerkerende vermoeidheid is steeds in combinatie met andere
symptomen (al dan niet constant aanwezig) (Holmes et
al., 1988 ; Fukuda et al. 1994). Een systematische literatuurstudie naar
Mycoplasma en CVS toonde dat Mycoplasma infecties frequent worden vastgesteld
bij CVS patienten en dat ze van belang zouden kunnen zijn in de primaire of
secundaire etiologie van CVS of in elk geval als belangrijke co-factor kunnen
functioneren. Een systematische literatuuronderzoek naar de
inspanningscapaciteit bij CVS werd in het kader van deze eindverhandeling
uitgevoerd, en toonde duidelijk dat de inspanningscapaciteit gedaald is bij CVS
patienten in vergelijking met de gezonde populatie (De Becker et al., 2000 ;
Fischler et al., 1997 ; Montague et al., 1989 ; Riley et al., 1990).
Doel
Als Mycoplasma infecties vaker voorkomen bij CVS en CVS patiënten een gedaalde
inspanningscapaciteit vertonen, dan zou het kunnen dat deze infecties een
invloed hebben op de inspanningscapaciteit, wat we met deze retrospectieve
studie willen nagaan.
Proefpersonen en opzet
----------------------
Deze studie vond plaats in de 'Chronic Fatigue Clinic' van de Vrije
Universiteit Brussel (VUB). Van alle patiënten (N- 534) die tussen de eerste
januari 1999 en 28ste februari 2000 getest werden op Mycoplasma infecties namen
er 270 deel aan de studie. Alle patiënten voldeden aan de 1994 CDC definitie
voor CVS (Fukuda et al., 1994).
De Mycoplasma detectie gebeurde door middel forensic PCR (Nasralla et
al.,.1999). De maximale inspanningsproef gebeurde op een fietsergometer. Het
hart werd continu gevolgd door middel van een electrocardiogram. Metabole en
ventilatoire parameters werden gemeten via spirometrie (De Becker et al.,2000).
Beschrijvende statistiek werd toegepast. Verder werd een Fischer exact test,
Levene's test voor gelijkheid van varianties, students t-test (voor
onafhankelijke steekproeven; 2-zijdig), evenals een non parametrische
correlatieanalyse (biserial correlatiecoefficient - rbis) uitgevoerd.
Omwille van het groot aantal parameters dat vergeleken werd, werd een
Bonferronicorrectie toegepast op de t-test.
Resultaten
----------
Bij 130 (48,1 %) van de 270 CVS patienten werden 1 of meerdere Mycoplasma
infecties aangetroffen, waarvan een Mycoplasma hominis infectie het meeste voor
kwam (N- 62 ; 23 %), gevolg door de Mycoplasma fermentans (N- 53 ,19,6%) en
Mycoplasma pneumoniae (N- 50; 18,5 %). Mycoplasma penetrans werd niet
gedetecteerd in de steekproef. Dertig patienten (11,1 %) vertoonden een
meervoudige infectie en rekening houdend met de afwezigheid van het M.
penetrans specimen kwamen alle combinaties voor.
De groep met Mycoplasma infectie werd op verschillende wijzen met de groep
zonder infectie vergeleken, maar er was geen enkel significant verschil tussen
beide groepen (P> 0,0038 ; data niet weergegeven).
De correlatieanalyse van de belangrijkste inspanningsparameters toonde dat
wanneer we enkel de patiënten met een maximale inspanningsproef vergeleken, er
een significante associatie bestond tussen het bereikte percentage van de THR,
en dit ongeacht het geslacht (mannen en vrouwen: rbis - -0,32225; t> 2,400 ;
enkel vrouwen: rbis - -0,3684et al.;
t> 2,488 ; 2-zijdig ; P> 0,05).
Discussie
---------
Wat het voorkomen van Mycoplasma bij Europese CVS patiënten betreft, bevestigt
deze studie de resultaten van een vorige studie (Nijs et al., 2002).
Alhoewel nergens een significant verschil (P< 0,0038) werd gevonden tussen
patiënten met Mycoplasma-infecties en de patiënten zonder infectie, kunnen toch
een aantal tendensen vastgesteld worden wanneer we gaan vergelijken op het 0,05
significantie niveau. Wanneer we alleen de vrouwen uit de volledige steekproef
vergelijken, zien we een tendens dat de hartfrequentie in rust significant
lager ligt bij de groep met een Mycoplasma infectie tegenover de groep zonder
infectie (patienten: 87,04 (+/- 16,08) spm 4 ; controlegroep: 92,16 (+/- 16,51)
spm P< 0,016). Dezelfde trend stellen we vast wanneer we de groep zonder
infectie gaan vergelijken met de groep met een M. fermentans infectie
(patienten: 86,74 (+/- 14,42) spm ; controle: 92,22 (+/- 15,92) spm ; P<
0,031). Een mogelijke associatie tussen Mycoplasma infecties en de
rusthartfrequentie kon echter niet worden aangetoond door de correlatie
analyse.
Binnen de groep met een maximale inspanningsproef stelt men de volgende
tendensen vast. De groep met infectie vertoont een lagere hartfrequentie bij
een respiratoir quotient (RQ) van 1 (patienten: 138,63 (+/- 18,53) spm ;
controle: 149,93 (+/- 24,38) spm ; P< O, 022) en bereiken een lager
percentage van hun THR (patienten: 90,27 (+/- 4,64) spm ; controle: 92,80 (+/-
4,90) spm ,P< 0,019). Via de correlatieanalyse kon enkel voor het bereikte
percentage van de THR een significant verband gevonden worden (rbiS - -0,32225
; t> 2,400 ; 2-zijdig ; P> 0.05). Dit wijst erop dat patienten met een
Mycoplasma infectie een minder hoog percentage van hun THR bereiken en dit
ongeacht het geslacht. Dezelfde bevindingen werden immers gevonden wanneer
alleen de vrouwen met een maximale inspanningsproef vergeleken werden. De
hartslag bij een RQ van 1 was ook hier lager bij vrouwen met een Mycoplasma
infectie in vergelijking met die zonder infectie (hartfrequentie bij RQ- 1,
patienten: 139,37 (: 1: 17,26) spm ; controle: 152,24 (+/- 24,12) spm ; P<
0,016 ; % THR : patienten: 89,77 (+/- 4,01) spm; controle: 92,50 (+/- 4,84) spm
; P< 0,015). De correlatieanalyse toonde bij
de vrouwen met een maximale inspanningsproef eveneens een significante
correlatie wat betreft het bereikte percentage van de THR dat beide groepen kon
bereiken (rbiS - -0,36842; t> 2,488 ; 2-zijdig ; P> 0,05).
Mogelijke stoornissen van het autonoom zenuwstelsel die bij CVS reeds
vastgesteld werden zijn: een sympathische overwicht ( Wehr et al., 1976 ;
Pagani et al., 1994), verminderde vagale tonus (Sisto et al., 1995), en
verminderde sympathische reactiviteit op stress (pagani et al., 1994) en
inspanning (Cordero et al., 1996). De aanwezigheid van een Mycoplasma
infectie heeft mogelijk een invloed op een verstoring van het autonoom
zenuwstelsel. Het is ook mogelijk dat het cellulair metabolisme verstoord is
als gevolg van een infectie of auto-immuun responses veroorzaakt door die
infectie (Montague et al., 1988). De mechanisme hiervoor is nog niet duidelijk
maar de aanwezigheid van de Mycoplasma infecties en de disregulatie in het
verloop van het 2-5 A-afhankelijke RNase antivifaal mechanisme kunnen
wijzen op een biomedische pathogenesis bij bepaalde subgroepen van de CVS
populatie (De Meirleir et al., 2002).
Men moet wel voorzichtig zijn met het veralgemenen van deze
onderzoeksresultaten naar de volledige CVS populatie. Ten eerste, het betreft
hier een retrospectieve studie, wat minder gemakkelijk toelaat om de conclusies
te veralgemenen. Een tweede mogelijke kritiek heeft betrekking op het
proefopzet en meer bepaald omdat de proefpersonen rekrutering niet
gerandomiseerd gebeurd is. Het nut van randomisatie van de proefpersonen is om
selectie-bias te vermijden. Een ander mogelijk minpunt aan dit onderzoek is dat
er niet nagegaan werd of de CVS patiënten buiten de Mycoplasma infectie ook nog
andere infectie hadden. Er worden bij CVS patiënten immers ook andere infectie
waargenomen, waaronder Chlamydia pneumoniae (Chia et al., 1999). Het kan dus
goed zijn dat er van 270 CVS patienten die in deze retrospectieve studie, een
aantal ook geinfecteerd waren met Chlamydia pneumoniae.
Conclusie
De resultaten van deze retrospectieve studie toonde geen significante
verschillen tussen CVS patiënten met Mycoplasma infectie en die zonder
infectie. Wel werden er een aantal tendensen vastgesteld. Verder prospectief,
dubbel geblindeerd en gerandomiseerd onderzoek zal in de toekomst uitsluitsel
moeten brengen over de in deze studie vastgestelde tendensen, rekening houdend
met andere mogelijke infecties.
Referenties.
------------
CHIA J K S. CHIA L Y.
Chronic Chalmydia pneumoniae infection a treatable cause of
chronic fatigue syndrome,
Clinical lnfectious Diseases. vol 29, 1999, p452-453
CORDERO D L, SISTO S A, fAPP W N,
Decreased vagal power during treadmill walking in patients
with the chronic fatigue syndrome,
GIjn Auton Res, vol. 6, 1995, p329-333
DE BECKER P, ROEYKENS J, REYNDERS M, McGREGOR N, DE MEIRLEIR K,
Exercise capacity in chronic fatigue syndrome.
Archives ot Internal Medicine, vol. 160,2000, p3270-3277
DE MEIRLEIR K, DE BECKER P, NIJS J, PETERSON D L.
NICHOLSON, PATARCA-MONTERO R, ENGLEBIENNE P,
CFS: aetiology, the immune system and infection,
In : ENGLEBIENNE P, DE MEIRLEIR K (Eds), Chronic fatigue syndrome :
a biological approach, CRC Press LLC, 2002, p201-228
FISCHLER B, DENDAL P, MICHIELS V, CLUYDT R, KAUFMAN L, DE MEIRLEIR K.
Physical fatigability and exercise capacity in chronic fatigue syndrome:
association with disability, somatization and psychopathology,
J Psychosom Res, vol 42, 1997, p369-378
FUKUDA K. STRAUS S E, KICKIE I, SHARPE M C,
The chronic fatigue syndrome : a comprehensive approach to its
definition en study,
Annals of Internal Medicine. vol 121, 1994, p953-959
HOLMES G P. KAPLAN J E, GANTZ N M, KOMAROFF A L,
Chronic fatigue syndrome : a working case definition,
Annals of Internal Medicine, vol 108, p387-389
MONTAGUE T J. MARIE T J, KLASSEN GA. BEWCK D J, HORACEK B M,
Cardiac tunction at rest and with exercise in the chronic fatigue syndrome,
Chest, vol. 95, 1989, p779-784
NASRALLA M, HAlER J, NICOLSON G L,
Multiple mycoplasmal infections in blood of patients with
chronic fatigue and/ or fibromyalgia syndrome,
European Journal of Clinical Microbiology of
Infectious Diseases, vol. 18, 1999, p859-865
NIJS J, NICHOLSON G L, DE BECKER P, COOMANS D, DE MEIRLEIR K,
Examination of four Mycoplasma species in blood of European
CFS/ ME patients,
European Journal of Clinical lnvestigation, vol 32 (S2); 2002, p14 (abstract)
PAGANI M, LUCINI D, MELA G S, LANGEWITZ W, MALLIANI A,
Symptomatic overreactivity in subjects with the chronic fatigue syndrome,
Clinical Sciences, vol 87,1994, p655-661
RILEY M S, O'BRIEN C J, McCLUSKEY D R, BELL N P, NICHOLLS D P,
Aerobic work capacity in patients with chronic fatigue syndrome,
British Medical Journal, vol. 301, 1990, p1953-956
SISTO S A, TAPP W, DRASTAL S,
Vagal tone is reduced during paced brathing in patients with
the chronic fatigue syndrome,
Gijn Auton Res, vol. 5,1995, p139-143
WEHR K L, JOHNSON R L Jr,
Maximal oxygen consumption in patients with lung disease,
Joumal of Clinical Investigation, vol 58, 1976, p880-890