Anti-oxidanten
Belofte voor onsterfelijkheid ?
http://blog.seniorennet.be/jules/
Deel I
Kennislink
Kennislink wordt in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
uitgevoerd door Stichting Nationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie – ©
1999-2005 Kennislink
Uit : Mens en Wetenschap (nr.6-2001)
Wie de laatste jaren de korte berichten in kranten over wetenschappelijke
ontwikkelingen regelmatig heeft gelezen, kan de vele heilzame werkingen van
anti-oxidanten niet ontgaan zijn.
Er zijn veel studies verricht naar het verband tussen de aanwezigheid van
anti-oxidanten in onze voeding en het ontstaan van hart- en vaatziekten en
sommige vormen van kanker.
Dit soort onderzoeken is erg ingewikkeld en het is moeilijk om er goede
conclusies uit te trekken.
Toch wijzen de meeste onderzoeken in de richting dat anti-oxidanten zeer
waarschijnlijk een rol spelen bij het voorkomen van genoemde ziekten.
Maar wat zijn anti-oxidanten eigenlijk ?
Om de rol van anti-oxidanten in ons lichaam goed te kunnen begrijpen is meer
kennis nodig over het oxidatieproces en de gevolgen daarvan.
Oxidatie
Oxidatie is een chemisch proces dat in gang kan worden gezet door diverse factoren
waarvan zuurstof er één van is.
Eigenlijk gaat het om een potentiaalverschil dat ontstaat door bijvoorbeeld
warmte, UV-licht, elektrische lading, zuurstof enz.
Indien oxidatie snel en met vergaande degradatie van de beginstof gepaard gaat,
wordt over verbranding gesproken. Na verbranding blijven meestal eenvoudige
stoffen over zoals kooldioxide en water.
Verloopt het proces langzaam dan wordt de term oxidatie gebruikt. In
vergelijking met verbranding blijven vrijwel altijd moleculen over die
enigszins lijken op de uitgangsstof. De chemische en fysische eigenschappen
zijn meestal wel volledig veranderd. Een voorbeeld : de verbranding van ethanol
(alcohol) levert kooldioxide en water op, als ethanol wordt geoxideerd ontstaat
azijnzuur en water !
Er zijn veel verschillende oxidatiereacties.
De bekendste is ongetwijfeld de oxidatie van ijzer : roest.
Maar niet alleen ijzer is onderhevig aan de destructieve werking, van zuurstof
ook vetten en oliën worden door zuurstof aangetast; we zeggen dan dat het vet
of de olie ranzig is geworden.
Welbeschouwd is zuurstof een erg reactief molecuul.
Chemisch is dat te verklaren doordat zuurstof steeds de neiging heeft
elektronen van andere moleculen te stelen. Het zuurstofatoom is een erg
instabiel atoom.
Welke gevolgen dat heeft blijkt hieronder.
De
zegeningen van oxidatie
Soms zijn oxidatiereacties absoluut noodzakelijk voor de instandhouding van
onze gezondheid.
We gebruiken bijvoorbeeld zuurstof om ons voedsel te oxideren zodat we daar de
benodigde energie uit kunnen halen. De benodigde zuurstof ademen we constant in
via de longen.
Speciale onderdelen van de cel (mitochondriën) gebruiken de zuurstof om energie
vrij te maken uit ingewikkelde moleculen (bijvoorbeeld suikers), die we via het
voedsel binnen gekregen hebben.
Mitochondriën (Mitochondrion) - Een mitochondrion of
mitochondrium (meervoud mitochondriën of mitochondria) is een staaf- of
bolvormig celorganel dat een dubbel membraan bevat en in het cytoplasma van de cel ligt. De vorm kan ook onregelmatig
zijn. De grootte is meestal 1 micrometer.
De mitochondriën zijn de energiecentrales van het lichaam. Het aantal
mitochondriën per cel staat dan ook in relatie tot de energiebehoefte van de
cel. Deze energie komt beschikbaar in de vorm van de stof ATP, een gebruikelijke energierijke stof in
de hele biochemie, die aangemaakt wordt
bij het omzetten van suikers en vetzuren in water en CO2. Dit proces kan
enkel plaats vinden in aanwezigheid van zuurstof
en gebeurt in een proces dat
citroenzuurcyclus (of Krebs cyclus)
wordt genoemd. Het mitochondrion is de enige plaats in de cel waar oxidatie met zuurstof
(aerob stofwisseling) kan
plaatsvinden.
Een mitochondrium bezit een dubbele lipide membraam : * een
uitwendig membraan - * een inwendig membraan, met instulpingen, de cristae.
Tussen de cristae zit de matrix (vloeistof). Het aantal cristae staat ook in
relatie met de intensiteit van de ademhaling.
Oorsprong
Er bestaat een aannemelijke hypothese, de endosymbiontenhypothese, dat
mitochondria, net zoals chloroplasten bij planten,
oorspronkelijk vrijlevende bacteriën waren die al in een vroeg
stadium in de evolutie intracellulair gingen leven in symbiose met hun gastheer. Beiden hebben zo'n dubbel membraan.
Mitochondriën vermenigvuldigen zich door zich in tweeën te delen en bezitten
eigen DNA (mtDNA) ribosomen, en een aantal eiwitten. Een
mitochondrium kan niet zelfstandig overleven want het is afhankelijk van
eiwitten die worden geproduceerd in de celkern.
Externe link : mitochondrion en de endosymbiose-theorie : http://nl.wikipedia.org/wiki/Mitochondri%C3%ABn
De vrijgekomen energie wordt in een speciaal molecuul opgeslagen : het ATP (adenosinetrifosfaat). Dit molecuul kan snel door de cel verplaatst worden en daar waar energie nodig is wordt ATP omgezet tot ADP waarbij de opgeslagen energie weer vrijkomt. ATP functioneert dus als een accu voor de cel.
Adenosinetrifosfaat (ATP)
Adenosinetrifosfaat of ATP is een verbinding die in de celstofwisseling een sleutelrol
vervult als drager van chemische energie. Het bestaat uit een adenosinemolecuul
met het suikermolecuul ribose met 3 fosfaatgroepen.
Naast Adenosinetrifosfaat bestaat er ook van de andere basen zo'n
energiedragende variant (CTP, UTP, GTP, TTP) elke variant speelt in
werkelijkheid bij specifieke reacties een rol. Om in energie te kunnen rekenen
spreekt men meestal alleen over ATP als energiedrager.
Energiedrager
Voor de meeste in de cellen spelende processen is energie nodig. ATP is zo'n
energiedrager. De bindingen van de fosfaatgroepen van het molecuul zijn
energierijk. De fosfaten zijn aan elkaar gebonden met anhydride-bindingen. Bij splitsing in fosfaat en adenosinedifosfaat (ADP) komt chemische energie vrij, deze reactie loopt af over
het enzym adenosinedehydrogenase. Bij deze reactie komt 30 kJ/mol energie vrij.
Adenosinedifosfaat kan door nog een fosfaatgroep af te splitsen verder omgezet
worden naar adenosinemonofosfaat (AMP), waarbij wederom 30 kJ/mol vrijkomt.
De energie wordt bijvoorbeeld gebruikt voor synthese van organische moleculen
of transport van stoffen over het celmembraam.
Regeneratie
AMP en ADP worden geregenereerd om opnieuw te dienen als energiedrager. Hiertoe
worden fosfaatgroepen gebonden aan AMP of ADP. Dit wordt in de oxidatieve fosforylering gedaan
door het enzym ATP synthase. Daarbij wordt
energie gebruikt die is opgeslagen in de vorm van een protonengradient tussen het dubbele
membraan van het mitochondrion. Deze gradient is op zijn beurt afkomstig van
NADH en FADH2 uit de glycolyse, citroenzuurcyclus en beta-oxidatie. Bij dieren en
mensen wordt ATP gemaakt in het mitochondrion, bij planten daarnaast ook in het chloroplast met behulp van
zonne-energie : http://nl.wikipedia.org/wiki/Adenosinetrifosfaat
Adenosine difosfaat (ADP)
Adenosine difosfaat (ADP) is samen met inorganisch fosfaat (Pi het afbraakproduct van en de
grondstof voor ATP, de belangrijkste energiebron in het menselijk lichaam en de meeste andere organismen.
Overigens hoeft ATP niet altijd omgezet te worden in ADP + Pi, maar
kan er ook AMP +2Pi worden gevormd. Bijvoorbeeld bij DNA synthese. : http://nl.wikipedia.org/wiki/ADP
Een ander voorbeeld waaruit de onmisbaarheid van zuurstof blijkt vinden we bij het afweersysteem (fagocytose).
Fagocytose
Fagocytose is het proces waarbij het membraan van een cel vaste deeltjes, zoals andere cellen, omsluit en zo een
holte, genaamd fagosoom binnen de cel vormt
waarin de omsloten deeltjes buiten het cytoplasma veilig opgeslagen
worden. Door secretie van proteases naar het fagosoom
kunnen eiwitten worden afgebroken zodat de onderdelen door de cel kunnen worden
hergebruikt.
Voorbeelden van fagocytose zijn : * witte bloedcellen omsluiten bacteriën, schimmels en andere indringers om ze buiten
gevecht te stellen en vervolgens af te breken - * Contractiele vezelcellen
fagocyteren algen om aan voeding te komen - * Amoeben fagocyteren om aan voeding te komen.
Het opnemen van vloeistoffen wordt pinocytose genoemd.
Een andere gangbare naam voor fagocytose en pinocytose is endocytose dat
beide processen omvat : http://nl.wikipedia.org/wiki/Fagocytose
Speciale
cellen van het afweersystemen ruimen indringers op.
Daarbij wordt waterstofperoxide gemaakt. Waterstofperoxide heeft een
ontsmettende werking en doodt de schadelijke indringers. Nog een ander
voorbeeld waaruit blijkt hoe onmisbaar zuurstof voor de mens is : het
zogenaamde MFO systeem. De afkorting MFO staat voor 'Mixed Function Oxydase'.
MFO is een systeem in de lever dat tot taak heeft giftige stoffen om te zetten
in niet giftige stoffen. Daarbij zijn honderden verschillende enzymen betrokken
en speelt zuurstof een centrale rol. Ook bij de bloeddrukregulatie zijn
oxidatie reacties nodig om dit proces goed te laten verlopen. In het lichaam
zijn nog wel meer voorbeelden te vinden waarbij zuurstof een onmisbare rol vervult.
De
keerzijde van de medaille
Maar lang niet altijd zijn oxidatiereacties gewenst.
De reden van deze impopulariteit zijn de zogenaamde vrije radicalen. Vrije
radicalen hebben de vervelende eigenschap met erg veel stoffen te reageren en
om te zetten in schadelijke stoffen voor het lichaam. Vrije radicalen kunnen
schade berokkenen aan eiwitten, nuttige vetten en zelfs ons erfelijk materiaal
is niet veilig voor de vernietigende werking van vrije radicalen.
De vrije radicalen, die ontstaan als gevolg van oxidatiereacties in ons
lichaam, hebben hetzelfde effect als een rotte appel in de mand : er volgt een
kettingreactie waarbij het schadelijke effect over gaat van het ene molecuul op
het andere.
Dat verklaart de enorme schade die vrije radicalen kunnen aanrichten. Om goed
te kunnen begrijpen hoe vrije radicalen ontstaan is het belangrijk eens goed
naar het zuurstofmolecuul te kijken. Het zuurstofmolecuul is opgebouwd uit twee
zuurstofatomen. We hadden al gezien dat een zuurstofatoom erg instabiel is door
het elektronen tekort. Een zuurstofatoom zal steeds proberen dit tekort aan te
vullen door ergens anders elektronen te jatten. Het zuurstofatoom is zo
instabiel dat het in deze vorm niet kan bestaan. Een iets stabielere vorm is
het zuurstofmolecuul (O2) dat bestaat uit twee zuurstofatomen. Weliswaar komt
het dan vier elektronen tekort, maar door de elektronen te paren vormt het een
redelijk stabiel molecuul. Soms paren de elektronen niet volledig en blijft één
elektron alleen zitten. Het vrije radicaal is geboren (O2-). Het vrije radicaal
reageert net zoals het zuurstofatoom en probeert overal elektronen weg te
halen. Het vrije radicaal wordt ook wel het superoxide anion (SOA) genoemd en
komt in vrijwel elke cel voor. Het SOA is zó reactief dat het maar een kort
zelfstandig leven kent namelijk 0.0000000001 sec. ! In die tijd vult het vrije
radicaal het elektron aan, gevolg is dat het molecuul weer een elektron tekort
komt: er ontstaat een kettingreactie want het molecuul dat een elektronentekort
heeft zal ook weer ergens anders het elektronentekort aanvullen.
Kortom : het ene gat wordt met het andere gevuld. Net zolang totdat een
anti-oxidant de kettingreactie stopt !
Zuurstof heeft dus twee gezichten : een onmisbare functie en een erg
schadelijke kant doordat het zo graag elektronen steelt en daardoor allerlei
stoffen in het lichaam verandert.
De
schade veroorzaakt door radicalen
Voordat we beter gaan kijken naar anti-oxidanten kijken we nog even naar de
schadelijke effecten van vrije radicalen in ons lichaam.
De bekendste schade is de zogenaamde lipide-peroxidatie. Onverzadigde vetzuren
vervullen allerlei belangrijke functies in ons lichaam. Door het onverzadigde
karakter zijn dit type vetzuren erg gevoelig voor reacties met zuurstof. Er
ontstaan veranderde vetzuren (de zogenaamde trans-vetzuren) die nadelige
eigenschappen voor onze gezondheid hebben. Het vervelende is dat de oxidatie
niet beperkt blijft tot één molecuul, maar zich als de bekende kettingreactie
verplaatst waardoor de schade erg snel toeneemt. Vrije radicalen tasten niet
alleen de onverzadigde vetten aan, ook ons erfelijk materiaal (DNA) ondervindt
schade. Als we echt pech hebben dan vindt de oxidatie plaats in belangrijke
cellen waardoor kanker zou kunnen ontstaan.
Ook celmembranen kunnen beschadigd raken door oxidatie van de vetzuren in het
membraan.
Celmembraan
Het celmembraan is een structuur rond een cel, opgebouwd uit een dubbele fosfolipidenlaag, eiwitten en cholesterol. Het membraan is semi-permeabel ofwel selectief
doorlatend. Sommige van de eiwitten spelen een rol in het transport van
stoffen, andere zijn dan weer enzymen of dienen als
herkenningspunten voor regulerende stoffen zoals hormonen. De kanalen in de celmembraan zijn voor hun
doorgankelijkheid vaak afhankelijk van de celpotentiaal. Het celmembraan
kan voor enkele stoffen ook via osmose doorlaatbaar zijn. Op
deze manier is het celmembraan van groot belang voor de samenstelling van onder
andere het cytoplasma. Een beschadigde
celmembraan betekent meestal de dood van de cel. Een virus dringt door de celmembraan heen en neemt
daarna de cel over.
Het celmembraan speelt een belangrijke rol in de relatie tussen een cel en haar
omgeving. Door haar actieve rol kan de cel reageren op uitwendige stimuli.
Equivalent circuit
Elektrisch gezien treedt het celmembraan op als een elektrische condensator C: er worden geladen ionen gescheiden van elkaar. Daarnaast is er een elektrische stroom door de ionkanalen mogelijk, wat voorgesteld kan worden als een elektrische weerstand R.
C en R staan parallel geschakeld : http://nl.wikipedia.org/wiki/Celmembraan
Nog
een ander voorbeeld van de schaduwzijde van oxidatie in ons lichaam is de
oxidatie van cholesterol. Hierdoor ontstaat het oxy-cholesterol dat gemakkelijk
aan de wanden van onze bloedvaten blijft plakken. Gebleken is dat cholesterol
dient als een soort noodrem om de vrije radicaal-kettingreactie te stoppen !
We moeten er dus voor zorgen dat de noodrem niet gebruikt hoeft te worden.
Er zijn nog veel meer schades in het lichaam bekend als gevolg van ongewenste
oxidatie.
Een belangrijk voorbeeld is de schade aan eiwitten als gevolg van oxidatie.
Met name eiwitten en enzymen die de aminozuren methionine en/of cysteïne
bevatten zijn gevoelig voor oxidatieschade. Bekend voorbeeld is een enzym dat
in onze longen voorkomt en van invloed is op de elasticiteit van de longen.
Aantasting van dit enzym zorgt ervoor dat op den duur de elasticiteit van de
longen terugloopt. In extreme gevallen leidt dat tot longemfyseem.
Longemfyseem
Emfyseem is in de geneeskunde een toestand waarin de longen sterker uitgerekt zijn dan normaal terwijl
daarnaast de interne microstructuur ervan, in de vorm van de longblaasjes en de fijne tussenschotjes daartussen,
deels verloren is gegaan zonder dat er duidelijk fibrosering is opgetreden.
Hierdoor is : * het totale gaswisselingsoppervlak verminderd - * het capillaire
vaatbed verkleind, (waardoor de rechter kamer van het hart op den duur in
moeilijkheden kan komen) - * de luchtinhoud van de longen vergroot - * de
elasticiteit van de long verminderd en de - maximale uitademingssnelheid
verlaagd.
Dit heeft gevolgen voor de patiënt, die sneller kortademig wordt en een grote,
tonvormige borstkas krijgt die permanent in de inademingsstand staat. In de
eindstadia van de ziekte is de patiënt permanent benauwd, zelfs in rust.
Roken is zonder enige twijfel de belangrijkste
oorzaak van emfyseem, maar ook een langdurig slecht behandelde astma kan uiteindelijk tot deze
toestand leiden, evenals een aantal andere afwijkingen zoals genetische
defecten in een aantal enzymen, zoals alfa 1-antitrypsine.
'Zuiver' emfyseem is zeldzaam; er komt vaak nog een chronische bronchitis en/of astma bij. Deze combinaties worden wel
onder het spectrum van COPD (chronic obstructive pulmonary disease)
ondergebracht, en in het verleden in Nederland ook wel CARA genoemd (chronische aspecifieke respiratoire
aandoeningen), een term overigens die in de moderne klinische inzichten
eigenlijk is verlaten.
Emfyseem is irreversibel en neigt tot verergering, zeker als de lijder niet
stopt met roken. Genezing is niet mogelijk. Behandeling (met
luchtwegverwijders, antibiotica bij infectie, onderdrukking van de ontstekingsreacties van
de luchtwegen, en uiteindelijk met permanente zuurstoftoediening) is maar beperkt effectief en
emfyseem is een van de belangrijke, meestal vermijdbare, oorzaken van
invaliditeit, met name bij ouderen : http://nl.wikipedia.org/wiki/Longemfyseem
Het uiteindelijk gevolg van de vernietigende werking van
vrije radicalen is schade aan allerlei moleculen in mens en dier.
Een aantal ziekten die kunnen ontstaan door de vrije radicalen is bekend.
Cataract (staar) of schade aan aders kan het gevolg zijn.
Vrije radicalen kunnen onschadelijk gemaakt worden door anti-oxidanten. We
kennen twee typen anti-oxidanten : 1) anti-oxidant enzymen - 2) nutritieve
anti-oxidanten.
Oxidatie kan schade aan richten in een cel. Afhankelijk van welk orgaan de
oxidatie schade optreedt kunnen een aantal ziekten optreden.
Genoemde anti-oxidanten kunnen het proces tijdig stoppen zodat genoemde ziekten
niet op zullen treden (afkortingen : curcum-=curcumine; flavon=flavonoïde;
vit=vitamine).klik op de afbeelding voor een grotere versie
Anti-oxidant enzymen
Bij de bestrijding van vrije radicalen maakt het lichaam onder andere gebruik
van een aantal enzymen.
Enzym (Enzyme)
Ribbon diagram of the catalytic perfect enzyme triose-phosphate isomerase
(TIM).
Een enzym is een eiwit, dat een bepaalde reactie versnelt, een katalysator. Een enzym maakt een biologische reactie in
een cel mogelijk of versnelt zonder daarbij zelf verbruikt te worden of van
samenstelling te veranderen. Wel verbindt het enzym zich tijdens de reacties
met het substraat, dat is datgene wat
middels de stofwisseling ontbonden wordt.
Dit gebeurt voor elk enzym op een eigen manier, doordat elk enzym verschillend
is en elk een eigen proces heeft waarbij het enzym betrokken is. Enzymen worden
door het lichaam zelf aangemaakt. Voor de opbouw ervan zijn vitaminen nodig.
Na de reactie keert het enzym weer terug naar de oorspronkelijke toestand en
kan zich direct weer inzetten voor het metabolisch proces. Een enzym “wacht” totdat de moleculen, waarmee het enzym aan de slag kan, bereikbaar
zijn. Het enzym klemt zich dan op een plaats aan het substraat, veelal
moleculen van voedingsmiddelen die ontbonden worden, waar dat past en waartoe
hij dus geschikt is. Dat deel dat omklemd is, wordt losgemaakt van het grotere
geheel, waarna ook het enzym weer vrij is en verder kan met het volgende
molecuul(deel). Zo worden voedingsstoffen in kleine stukjes gebroken en
verwerkt, de eigenlijke stofwisseling en spijsvertering. Ketens van moleculen van diverse
aard, kunnen zo in andere enkelvoudige moleculen worden omgezet (Enzym +
Substraat →
Enzym-Substraat-Complex → Enzym
+ Product)
Enzymen zijn vaak zeer specifiek voor hun substraat, meestal bindt een
enzym maar aan één substraat. Er zijn echter ook enzymen die een heleboel
verschillende substraten kunnen omzetten. Hiervan komen er een paar voor in de lever, bijvoorbeeld CYP2D6, een enzym uit het
cytochroom P450-enzymsysteem.
Reactiekinetiek
De reactiesnelheid van een enzym is afhankelijk van de temperatuur, de zuurtegraad en de concentratie van enzym en substraat, de stof waarmee het
enzym reageert.
Temperatuur : De ruimtelijke structuur van eiwitten wijzigt met de
temperatuur. Zo zijn de meeste enzymen inactief bij lage temperaturen. Boven
50° wordt de werking van het eiwit ook geblokkeerd door denaturatie. Ieder
enzym heeft bij een bepaalde temperatuur een optimale activiteit.
Zuurtegraad : Ieder enzym werkt het best bij een bepaalde zuurtegraad.
Veel enzymen zijn sneller en efficiënter dan tot nu toe door de mens ontworpen
katalysatoren. Enzymen worden mede daarom ook doelbewust ingezet in chemische processen, bijvoorbeeld in de
voedselbereiding. Zonder enzymen zouden stofwisselingsprocessen zeer langzaam
verlopen en gesteld kan worden dat enzymen het leven middels de processen op
gang houden.
Enzymen kunnen ook bestaan uit meerdere delen, bijvoorbeeld meerdere eiwitten.
Daarnaast hebben ze vaak ook nog een co-enzym, een kleinere component zonder welke het enzym
zijn functie niet kan vervullen. Dit kan bijvoorbeeld een metaal-ion zijn. Het
co-enzym fungeert in een cel vaak als een soort van aan/uit schakelaar. Door de
concentratie van het metaal-ion te variëren wordt
de chemische reactie die het enzym faciliteert vertraagd of versneld.
Indeling van de enzymen
Enzymen worden benoemd naar het proces dat zij katalyseren, gevolgd door de
uitgang -ase :
- Oxidoreductasen →
katalyseren oxidatie- en reductiereacties. Hieronder vallen de enzymen
hydrogenasen, oxidasen, reductasen, transhydrogenasen en hydroxylasen. Veel
voorkomende co-enzymen in deze groep zijn NAD+ en FAD.
- Transferasen →
katalyseren groepsoverdrachtsreacties zoals methyl-, carboxyl-, acyl-,
glycosyl-, amino- of fosfaatgroepoverdracht. Hiertoe behoren onder andere
transfosfatasen (kinasen) en de transaminasen. Bij de laatstgenoemde komt het
co-enzym pyridoxaalfosfaat veel voor.
- Hydrolasen →
katalyseren hydrolyses. Enzymen uit deze groep zijn onder andere peptidasen,
esterasen, glycosidasen en fosfatasen.
- Lyasen →
katalyseren splitsing van C-C, C-O en C-N bindingen door middel van
eliminatiereacties. Enzymen uit deze groep zijn decarboxylasen en dehydratasen.
Gebruikte co-enzymen zijn co-enzym A en thiaminepyrofosfaat.
- Isomerasen → katalyseren
isomerisatiereacties. Hieronder vallen racemasen en epimerasen.
- Ligasen →
katalyseren de koppeling van twee substraten waarbij een binding van een
koolstofatoom met een ander atoom gevormd wordt (meestal zuurstof, stikstof of
zwavel). De benodigde energie wordt vaak geleverd door hydrolyse van ATP. Tot
deze groep behoren onder andere synthetasen en carbosylasen. Belangrijke
co-enzymen zijn co-enzym A en biotine : http://nl.wikipedia.org/wiki/Enzyme
De
bekendste is het superoxide-dismutase (SOD). Dit enzym wordt in cellen gemaakt
en heeft daar ook de belangrijkste taak. In de cel vindt veel oxidatie plaats
in de mitochondriën (energiecentrales van de cel). Als een soort bijproduct ontstaan
ook veel vrije radicalen. Het SOD kan de vrije radicalen direct bij de bron
aanpakken en zet deze om in waterstofperoxide. Het waterstofperoxide is ook
niet geheel onschadelijk en wordt weer afgebroken door het enzym katalase.
Kenmerk van een enzym is dat het fungeert als een soort tussenstap waarbij het
zelf niet verbruikt wordt. Met andere woorden: een enzym kan duizenden vrije
radicalen onschadelijk maken. Er zijn verschillende soorten SOD zoals het
koper-zink SOD en het mangaan-SOD.
De eerste verdedigingslinie tegen vrije radicalen wordt dus gevormd door dit
soort anti-oxidant enzymen.
Mocht dit niet voldoende zijn of aan de aandacht van de enzymen ontglippen dan
volgt een tweede barrière van anti-oxidanten de zogenaamde nutritieve
anti-oxidanten.
Nutritieve
anti-oxidanten
Dit zijn anti-oxidanten die we via het voedsel binnen krijgen.
Een anti-oxidant is een stofje dat gemakkelijk een elektron kan afstaan.
Zodoende wordt de kettingreactie gestopt doordat het elektronentekort wordt
opgeheven (het gat wordt gevuld). Een andere belangrijke eigenschap van een
goede anti-oxidant moet zijn dat het anti-oxidant zo dicht mogelijk bij het
vrije radicaal kan komen. Met andere woorden de anti-oxidant moet in het medium
waarin de vrije radicalen zitten, op kunnen lossen. Het wateroplosbaar vitamine
C is een slechte anti-oxidant voor vrije radicalen die in oliën voorkomen. Voor
waterige oplossingen kan vitamine C wel een goede anti-oxidant zijn, maar is
bijvoorbeeld vitamine E een slechte anti-oxidant omdat deze niet in water
oplost. Groot verschil met de enzym anti-oxidanten is dat nutritieve
anti-oxidanten wel een verandering ondergaan en hun werking maar één keer
kunnen verrichten. Er worden drie groepen nutritieve anti-oxidanten
onderscheiden: mineralen, vitaminen en een groep met allerlei andere
verbindingen die een anti-oxidant werking hebben.
De rol van anti-oxidanten in ons lichaam :
De
vitamine anti-oxidanten
Bekendste is ongetwijfeld vitamine C (ascorbinezuur).
De anti-oxidant werking berust op het afstaan van waterstofatomen. Elk vitamine
C molecuul kan twee vrije radicalen onschadelijk maken. Vitamine C is
wateroplosbaar en werkt dus alleen goed in waterige milieus. Een variant die op
vitamine C lijkt het zogenaamde ascorbylpalmitaat is vergelijkbaar met vitamine
C, alleen lost deze goed op in vetachtige omgevingen en niet in waterige
omgevingen. De andere bekende vitamine met anti-oxidant eigenschappen is
vitamine E (tocoferolen). Vitamine E is een vetoplosbaar vitamine en beschermt
dus vooral de vetzuren in het lichaam (anti-lipide oxidatie). De
anti-oxidatieve werking is gelijk aan die van vitamine C.
Een andere waardevolle vitamine is provitamine A (bètacaroteen) waaruit het
lichaam vitamine A kan maken. Men vermoedt dat provitamine A een belangrijke
factor speelt in het voorkomen van sommige typen kanker. Ook de vitamines van
het B-complex dragen hun steentje bij om de oxidatieve schade te beperken. Met
name vitamine B2 is belangrijk omdat deze vitamine ertoe bijdraagt dat
glutathion-reductase gevormd kan worden. Glutathion-reductase helpt geoxideerd
glutathion te regenereren. Glutathion is een anti-oxidant en is ook nog eens in
staat giftige stoffen te binden. Een belangrijke bescherming voor ons lichaam.
De
minerale anti-oxidanten
Eigenlijk zijn de mineralen helemaal geen anti-oxidanten, maar belangrijk voor
de stabilisatie van anti-oxidatieve enzymsystemen.
De drie belangrijkste mineralen die een rol spelen bij het anti-oxidatie proces
zijn : selenium, chroom en zink.
Selenium is een onderdeel van het eerder genoemde glutathion-anti-oxidant
systeem. Zonder selenium functioneert het enzym niet goed.
Zink is belangrijk voor een goed functioneren van het SOD (superoxide
dismutase).
En ook chroom speelt een rol bij het voorkomen van oxidatie van cholesterol in
het bloed.
Op weg naar
onsterfelijkheid
Enkele maanden geleden wisten enkele Amerikaanse wetenschappers te melden dat
wormen gevoed met anti-oxidanten anderhalf keer langer leefden dan wormen
zonder het speciale dieet.
Ook wormen die genetisch zodanig veranderd waren dat ze normaal veel korter
zouden leven, waren geholpen met het anti-oxidant dieet. Ze bereikten ondanks
de afwijking weer de gemiddelde normale leeftijd als de genetisch intacte
wormen. Volgens de onderzoekers was dit de eerste keer dat aangetoond is dat
anti-oxidanten verouderingsprocessen vertragen.
Kortom : de worm is al op weg naar onsterfelijkheid !
Andere
anti-oxidanten
Een bekende groep van stoffen met een anti-oxidatieve werking is de groep van
de bioflavonoïden.
Er zijn duizenden verschillende flavonoïden bekend. Enkele voorbeelden : flavonoïden
in groene thee; afkomstig van de theeplant Camellia sinesis. Flavonoïden in
citrus of soja. Elke groep heeft haar eigen kenmerkende flavonoïden met ook
specifieke werking. Bronnen van flavonoïden zijn citrusvruchten, tomaten, uien,
groene thee, rode wijn, kool, peterselie etc. De flavonoïden in wijn werden
enkele jaren geleden zelfs wereldnieuws.
Bioflavonoïden
(flavonoïden)
Wat zijn flavonoïden ?
Flavonoïden vormen een grote familie van plantaardige stoffen. Ze bepalen in
groenten en fruit de grote variatie in kleuren, van geel tot rood en
donkerpaars. Flavonen (Latijnse flavus = geel) hebben hun naam te danken aan
plantenstoffen die gebruikt werden voor het geel verven van wol en katoen. Ze
worden ook aangeduid als bioflavonoïden en vroeger als vitamine P.
Tot nu toe zijn er ruim 4000 soorten flavonoïden beschreven. Aan de hand van
hun chemische structuur kunnen ze worden onderscheiden in : Flavonen,
Flavonolen, Catechinen, Isoflavonen, Flavononen en Anthocyanen.
Verwante bioactieve stoffen zijn onder meer carotenen, glucosinolaten, organosulfiden en terpenen.
De consumptie van flavonoïden via de westerse voeding is vergeleken met
Aziatische landen aan de lage kant, mede doordat ten gevolge van koken en
bewerken het gehalte aan flavonoïden met 50 tot 90 procent daalt. Vandaar het
advies tot het eten van meer (verse) groenten en fruit. Er bestaat echter geen
norm voor de minimale hoeveelheid flavonoïden die onze voeding zou moeten
bevatten.
In welke voedingsmiddelen komen flavonoïden en bioactieve stoffen voor ?
Lavonen : kruiden - Isoflavonen : soja, peulvruchten - Flavonolen
: uien, thee, appelen, rode wijn, broccoli, boerenkool - Catechinen :
thee, rode wijn en fruit - Anthocyanen : bessen(sap), rode wijn, blauwe
druiven - Carotenen : geelgroene groenten, wortelen, tomaten,
sinaasappelen (voor Bètacaroteen klik hier) - Glucosinolaten
: spruitjes, koolsoorten, broccoli - Organosulfiden : knoflook.
Wat is de werking van dit soort bioactieve stoffen ?
Daar wordt de laatste jaren veel onderzoek naar gedaan, maar lang niet alles is
bekend. Van een aantal flavonoïden is bekend dat ze, evenals de vitaminen A, C en E,
een anti-oxidatieve werking hebben: ze neutraliseren het schadelijk effect van
agressieve zuurstofmoleculen (vrije zuurstofradicalen of oxidanten) op de
cellen. De in veel onderzoeken vastgestelde beschermende werking van groenten
en fruit tegen kanker en hart- en vaatziekten heeft mogelijk te maken met onder
meer deze activiteit van flavonoïden en sommige andere bioactieve stoffen,
zoals de carotenen.
Verder kunnen ze inwerken op enzym- en hormoonsystemen en het afweersysteem. Ze
kunnen enzymprocessen in gunstige zin beïnvloeden die een rol spelen bij de
celdeling (kanker), de bloedstolling (vaatproblemen), het cholesterolgehalte
(hart- en vaatziekten) en de lichaamsafweer (kanker). Deze effecten zijn bij
proefdieren aangetoond.
Isoflavonen worden ook wel aangeduid als plantenhormonen of fyto-oestrogenen.
Ze lijken wat betreft hun chemische structuur op de menselijke hormonen. De
belangrijkste hoofdgroepen van fyto-oestrogenen zijn de isoflavonen, de
lignanen en de coumestanen. De westerse bevolking krijgt via de voeding weinig
fyto-oestrogenen binnen, minder dan 1 milligram per dag. In Aziatische landen,
waar veel soja wordt gegeten, ligt de inname op 50 tot 100 milligram per dag.
Er zijn wetenschappelijke aanwijzingen dat fyto-oestrogenen een gunstige
invloed hebben op het voorkómen van borst-, darm- en prostaatkanker, hart- en
vaatziekten en botontkalking. Fyto-oestrogenen binden zich aan cellen die zijn
voorzien van 'aanlegsteigers' die passen bij hun chemische structuur
(oestrogeenreceptoren).
Kun je voedingssupplementen met isoflavonen zonder gevaar slikken ?
De gangbare doseringen van de meeste producten die nu op de markt zijn, wijken
niet af van wat de gemiddelde Aziaat via zijn dagelijkse portie soja
binnenkrijgt (50 tot 100 milligram). Daarvan zijn geen negatieve effecten
bekend. Integendeel, in de Aziatische landen komt veel minder borst-, darm- en
prostaatkanker voor dan in de westerse wereld.
Wetenschappers vermoeden dat er een verband bestaat met het sojagebruik.
In het algemeen verdient het aanbeveling (tenzij een arts anders voorschrijft)
bij gebruik van voedingssupplementen met isoflavonen geen dosering te gebruiken
die uitkomt boven de 100 milligram.
Uit onderzoek is namelijk niet bekend wat dit voor gevolgen kan hebben.
In plaats van voedingssupplementen kan ook worden gekozen voor gebruik van
sojaproducten.
Die zijn echter zeer eiwitrijk waardoor de toch al hoge eiwitconsumptie in onze
westerse voeding nog verder stijgt, tenzij ze dienen ter vervanging van andere
eiwitbronnen, zoals vlees.
In voedingssupplementen zitten alleen de bioactieve stoffen uit soja en zijn de
eiwitten weggelaten.
Voor meer informatie over isoflavonen zie de website: http://www.isoflavones.info/nl/
Cfr. : http://www.natuurlijkerwijs.com/flavonoiden.htm
In
1991 werd de Franse paradox wereldnieuws door een reportage van een uur
uitgezonden door CBS.
De reportage ging over het verband tussen levensstijl en het aantal hart- en
vaatziekten in Frankrijk. Ondanks dat de Fransen veel meer vet, eieren, vette
sauzen enz. naar binnen werken dan Amerikanen is het aantal hart- en
vaatziekten in Frankrijk 40% lager dan in de V.S. Het leek een paradox: veel
vet eten en toch minder hart- en vaatziekten. De verklaring werd gevonden in
een andere typisch Franse gewoonte : rode wijn drinken.
De vraag was uiteraard wat de beschermende component was ?
Al snel kwam de groep van de bioflavonoïden om de hoek kijken. Tot de groep van
bioflavonoïden behoren de proanthocyanides (OPC – druivenpitextract) die ook
bekend staan als goede anti-oxidanten. Bovendien bestaat het vermoeden dat
bioflavonoïden de gladde spieren van aderen tot rust brengt.
De ophef was groot na de reportage en nog steeds duiken regelmatig berichten op
van onderzoeken die de Franse paradox bevestigen maar soms ook niet bevestigen.
Zoals zo vaak met dit soort onderzoeken is het de vraag hoe het onderzoek is
uitgevoerd, daarover later meer. Definitief bewijs dat rode wijn de oorzaak is
van het lagere aantal hart- en vaatziekten onder de Franse bevolking, laat nog
wel even op zich wachten. Misschien maken de Fransen zich ook wel minder druk
over allerlei aardse zaken en hebben ze de werking van bioflavonoïden minder
nodig !?
Deel II
Anthocyaniden
Andere stoffen die tot de groep van de bioflavonoïden behoren zijn de (al
eerder genoemde) anthocyaniden.
Anthocyaniden zijn vooral belangrijk bij de bescherming van de haarvaten.
Bekend voorbeeld is pycnogenol dat veel in pijnbomen voorkomt. Pycnogenol is
een wateroplosbaar anti-oxidant die zelfs een nog krachtiger anti-oxidant is
dan vitamine C. Ook silymarine behoort tot de bioflavonoïden en komt van nature
veel voor in Mariadistel. Ook quercetine en rutine beschermen het lichaam (met
name de membranen) tegen oxidatieve schade.
Quercetine
De stof quercetine valt onder de bioflavonoïden en in de natuur wordt het
meestal samen met vitamine C aangetroffen.
Men vindt het vooral in uien, knoflook, broccoli, boerenkool, sperziebonen,
tuinbonen, rode wijn, druivensap, pompoen,citrusvruchten, bessen, grapefruit.
Volgens dr. Houtsmuller is het eten van vooral veel grapefruit heel belangrijk
omdat het een bepaald enzymsysteem in de lever stimuleert en dit neutraliseert
veel giftige stoffen en dat is erg belangrijk.
Biofavonoïden, waar quercetine dus één van is, evenals bijvoorbeeld rutine, een
andere bioflavonoïde, staan bekend om hun versterkende werking op de capillaire
bloedvaten (haarvaten, de kleinste vertakkingen van de bloedvaten).
Vanwege deze werking wordt het ook gebruikt ter voorkoming van het soms snel
ontstaan van blauwe plekken. De stof quercetine heeft nog veel meer
eigenschappen.
Het vermindert allergische reacties, is ontstekingswerend, het voorkomt staar
bij diabetes, heeft zelfs een pijnstillend vermogen, voorkomt stijfheid,
versterkt het bindweefsel en heeft een beschermende werking op tandvlees.
Bij onderzoek is aangetoond dat het ook nog een anti-virale werking heeft.
Om ontstekingswerende eigenschappen te versterken kan men goed enkele
voedingsstoffen combineren, bijvoorbeeld vitamine C met bioflavonoïden, zoals
quercetine en rutine in combinatie met bromelaïne. (dit noemt men synergisme, een
combinatie van middelen die elkaar in hun werking versterken)..
Als supplement wordt quercetine in combinatie met vitamine C gegeven.
In het algemeen adviseert men een inname van 500 mg quercetine dagelijks.
Rutine
Inleiding
Rutine is een natuurlijke bioflavonoïde die voorkomt in citrusvruchten, waarin
ook de bioflavonoïden diosmetine, diosmine, hesperidine, naringine, narirutine,
neohesperidine, nobiletine en tangeretine zijn te vinden. Aangenomen wordt dat
citrus-bioflavonoïden de wanden van bloedvaten kunnen versterken. Er wordt ook
gezegd dat deze bioflavonoïden zouden helpen bij verschijnselen die verband
houden met aandoeningen van de bloedvaten en het lymfestelsel, zoals aambeien,
blauwe plekken, neusbloedingen en lymfo-oedeem (een zwelling die kan ontstaan
door verstopping van de lymfevaten na een borstoperatie).
Eigenschappen
Er bestaan enkele aanwijzingen dat rutine en andere citrus-bioflavonoïden het
genezingsproces van beenontstekingen bevordert. Rutine zou wellicht ook helpen
bij chronische veneuze insufficiënte (gebrekkige werking van de aderkleppen),
een aandoening waarbij de aderwanden in de benen dun zijn. Er is op dit gebied
echter nog meer onderzoek nodig.
Rutine kan worden gebruikt ter behandeling van aambeien en verlichting bieden
als de symptomen plotseling verergeren.
Mensen die gauw blauwe plekken krijgen omdat hun haarvaten (capillairen) erg
kwetsbaar zijn, vinden wellicht baat bij rutine en andere
citrus-bioflavonoïden.
Gebruik
Rutine is geen onmisbaar voedingsmiddel. Rutinesupplementen worden gewonnen uit
citrusvruchten en andere plantaardige bronnen; ze zijn te koop in de drogist en
de natuurwinkel en via Internet.
Belangrijk om te weten
Rutine en andere citrus-bioflavonoïden zijn niet giftig; er is geen interactie
met geneesmiddelen. Hierop is echter één uitzondering: tangeretine. Vrouwen die
aan borstkanker lijden en tamoxifen innemen, mogen geen citrusvruchten eten en
de citrus-bioflavonoïde tangeretine niet gebruiken. Rutinesupplementen bevatten
soms ook tangeretine en het is daarom verstandig het etiket te controleren op
de aanwezigheid daarvan.
Naar de veiligheid van citrus-bioflavonoïden voor zwangere vrouwen en vrouwen
die borstvoeding geven, is nog weinig onderzoek gedaan. Daarom kunnen zij beter
geen supplementen met citrus-bioflavonoïden gebruiken.
Raadpleeg altijd de arts voordat u enig voedingssupplement gaat gebruiken : hij
of zij kan u vertellen of het geschikt voor u is en of de werking van
medicijnen er eventueel door wordt beïnvloed. Stop nooit met het gebruik van
een geneesmiddel om daarvoor in de plaats een voedingssupplement in te nemen.
Aminozuren
Ook enkele aminozuren bezitten een anti-oxidant werking met name methionine
(Methionine (Met) is een van de twintig natuurlijk voorkomende aminozuren, de algemene formule R-CH(NH2)-COOH waarbij
R=-CH2-CH2-S-CH3), cysteïne (Cysteïne (Cys) is
een van de twintig natuurlijk voorkomende aminozuren, de algemene formule R-CH(NH2)-COOH
waarbij R = -CH2-SH.), tryptofaan (Tryptofaan (Try) is een van de
twintig natuurlijk voorkomende aminozuren, de algemene formule
R-CH(NH2)-COOH waarbij R=-CH2-cyclo(Ph-NH-CH=C)) en tyrosine
(Tyrosine (Tyr) is een van de twintig natuurlijk voorkomende aminozuren, de algemene formule R-CH(NH2)-COOH waarbij
R=-CH2-p-Ph-OH).
Het al eerder genoemde glutathion is opgebouwd uit drie aminozuren namelijk
cysteïne, glycine en glutaminezuur.
Glutathion
Het immuunsysteem is de enige natuurlijke verdediging tegen bacteriën virussen,
schimmels, parasieten, lichaamsvreemde stoffen, infecties en alle andere
ziektes met celveranderingen, inclusief kanker.
De meest belangrijke bouwstof van het immuunsysteem is glutathion.
Glutathion is een natuurlijk eiwit dat in alle, van de wel 100 triljoen
lichaamscellen gemaakt wordt.
Goede Glutathion waarden zijn van levensbelang en nodig om het ouder worden en
de meeste aandoeningen van infecties tot kanker adequaat te lijf te kunnen
gaan.
Glycine
Glycine (Gly) (2-aminoazijnzuur) is een van de twintig natuurlijk voorkomende aminozuren. Glycine fungeert ook als neurotransmitter en is voornamelijk inhibitoir.
Glycine wordt ook synthetisch bereid op industriële schaal, en gebruikt als
additief in dierenvoeding, in geneesmiddelen, cosmetica, ... en als
tussenproduct voor de synthese van andere producten. Glycine wordt gevormd door
de reactie van ammoniak met
monochloorazijnzuur (MCA) in waterig midden : ClCH2C00H + 2 NH3 ==>
H2N-CH2COOH + NH4Cl -MCA – ammoniak – glycine – ammoniumchloride.
Naast glycine wordt er ammoniumchloride gevormd. De
glycine-kristallen worden in een centrifuge afgescheiden.
In de biochemie van de mens is dit niet-essentieel aminozuur, maar ook via de
voeding opgenomen worden. Het wordt op 2 manieren enzymatisch gemaakt: 1)uit
het aminozuur serine door het enzyme serine hydroxymethyltransferase waarbij
tetrahydrofolaat als cofactor wordt gerbruikt. 2)uit glyoxylaat door een
transaminase enzyme en pyridoxaalfosfaat (afgeleid uit vitamine B6)
Tessenderlo Chemie in Tessenderlo is een producent van glycine : http://nl.wikipedia.org/wiki/Glycine_%28aminozuur%29
Glutaminezuur – cfr. : http://www.woc.science.ru.nl/cgi-bin/view?glutaminezuur
Co-enzym-Q10 (bekend van de reclame) heeft een functie als elektronentransporteur bij de energie overdracht van ingewikkelde moleculen, naar het energierijke molecuul ATP. Q10 bezit bovendien een anti-oxidatieve werking, dat komt erg mooi uit omdat als nevenproduct vaak vrije radicalen ontstaan tijdens de productie van ATP.
Schade door vrije radicalen veroorzaakt :
De
schade blijft
Het is belangrijk te realiseren dat eenmaal geoxideerde voedingsbestanddelen of
eiwitten in het lichaam niet meer "gedeoxideerd" (voor de chemici:
gereduceerd) kunnen worden, door het toevoegen van anti-oxidant.
Met andere woorden : eenmaal geoxideerd blijft geoxideerd. De consequentie is
dat een anti-oxidant alleen schade door oxidatie kan voorkomen en niet schade
kan herstellen zoals veel mensen foutief veronderstellen. Dus de ontstane
schade blijft bestaan !
Tot nu toe hebben we allerlei anti-oxidanten gezien die in het lichaam van
nature voorkomen.
Naast deze natuurlijke anti-oxidanten heeft de mens ook nog tal van kunstmatige
anti-oxidanten ontwikkeld die vooral toepassing vinden in levensmiddelen. Zo
moeten de anti-oxidanten die in boter worden gebruikt, er voor zorgen dat de
vetzuren niet oxideren. De boter wordt dan ook niet ranzig.
Kunstmatige
anti-oxidanten
Er is een hele waslijst van niet-natuurlijke anti-oxidanten.
Dat wil niet zeggen dat de natuurlijke anti-oxidanten niet kunstmatig gemaakt
kunnen worden ! Slechts enkele zijn in voedingswaren toegestaan. Het gaat om
butyl hydroxy anisol (BHA; E320), butyl hydroxytolueen (BHT; E321 ), propylgallaat
(PG; E310 ). Maar er zijn nog meer anti-oxidanten die in levensmiddelen
gebruikt mogen worden. Ook zijn er een aantal stoffen die als synergist (1+1=3)
gebruikt worden om de anti-oxidatieve werking van een anti-oxidant te
versterken.
Veroudering
en anti-oxidanten
Niet alleen op het gebied van de hart- en vaatziekten hebben de anti-oxidanten
zich geprofileerd, ook bij het populaire onderzoeksthema veroudering doen
anti-oxidanten het goed.
Over het proces van veroudering en de (biochemische) gevolgen van veroudering,
begint binnen de wetenschappelijke wereld langzaam maar zeker consensus te
ontstaan.
Het is bij iedereen bekend wat het lichamelijk gevolg van ouder worden betekent
: het hart kan minder lang op topsnelheid werken met het vorderen van de
leeftijd, het immuunsysteem reageert steeds minder alert op indringers enz.
De processen die hierbij een rol spelen, worden langzaam maar zeker ontdekt.
Hoe het verouderingsproces precies in elkaar zit is nog niet bekend. Dat
anti-oxidanten een rol spelen bij veroudering wordt steeds duidelijker.
Diersoorten die relatief lang leven - zoals schildpadden en mensen - bevatten
hoge concentraties anti-oxidant.
Ook fruitvliegjes die meer SOD (superoxide dismutase; anti-oxidant enzym)
aanmaken, blijven langer leven dan de soortgenoten die dat niet kunnen.
De nieuwste inzichten lijken er op te wijzen dat regelmatig vasten een gezonde
aangelegenheid is voor het lichaam, mits natuurlijk alle noodzakelijk
voedingsstoffen in voldoende mate ingenomen worden.
Ook dierexperimenten ondersteunen deze gedachte : zowel voor muizen, wormen als
ratten hebben diverse studies uitgewezen dat een sterk verminderde calorie
opname een verlenging van het leven betekende.
Van zeer recente datum is het onderzoek waarbij een gemuteerd fruitvliegje twee
keer langer bleef leven, dan zijn niet gemuteerde soortgenoten. Het gen kreeg
de naam Indy ("I’m not dead yet") en zorgde ervoor dat het
fruitvliegje constant op dieet stond. Waarom vasten de levensduur verlengt kan
indirect uit de anti-oxidant theorie verklaard worden : hoe minder er te
verbranden valt, hoe minder vrije radicalen er ontstaan. Ook al heeft hongeren
bij veel dieren een effect op het verhogen van de gemiddelde maximale leeftijd,
dat wil nog niet zeggen dat dit ook voor mensen geldt.
De tijd zal dat leren.
Hoeveel
nodig ?
Door jarenlang onderzoek weten we dat anti-oxidanten op vele fronten een
nuttige en belangrijke strijd leveren voor de instandhouding van een gezond
lichaam.
De vraag is alleen hoeveel en welke anti-oxidanten moeten we tot ons nemen ?
Een antwoord hierop is nog niet te geven.
Er zijn al diverse kunstmatige modellen in het leven geroepen, maar ze zeggen
eigenlijk allemaal niet zoveel.
Een andere vraag die gesteld moet worden is of een teveel aan anti-oxidanten
ook schadelijk kan zijn ?
Recente onderzoeken wijzen ook in de richting dat hoe meer anti-oxidanten we
slikken hoe minder het lichaam zelf aan anti-oxidant werking gaat doen.
Er zal een optimum bestaan waarbij de goede eigenschappen van anti-oxidanten
opwegen tegen de nadelige effecten. Waar dit optimum ligt is, zoals gezegd,
niet bekend.
Conclusie
In de huidige samenleving zien we dat veel mensen steeds minder groente en
fruit eten.
Daardoor krijgen ze ook veel minder anti-oxidanten binnen.
Een suppletie van anti-oxidanten kan voor sommige mensen heilzaam werken (denk
aan ouderen).
Bovendien is het raadzaam niet te kiezen voor één anti-oxidant maar voor zoveel
mogelijk verschillende vanwege de mogelijk synergetische werking van
anti-oxidanten in ons lichaam.
Het beste advies lijkt ook hier : eet met mate, maar gezond (groente en fruit)
en gevarieerd.
Geraadpleegde bronnen :
1. Antioxidanten in de voeding - Judith Graat, Wageningen Universiteit – Tijdschrift : Voeding, december 1999. nr 12 - Antioxidanten hebben vaak een magische klank in de voedingswetenschap. Bij diverse ziekten spelen oxidanten een prominente rol, waaronder hart- en vaatziekten en kanker. Er is dus reden optimistisch te zijn over de preventieve en mogelijk ook therapeutische mogelijkheden van antioxidanten bij dergelijke ziekten. Een mix ervan heeft dan de voorkeur, in hoeveelheden die niet te ver liggen boven de hoeveelheid die via een optimale groente- en fruitconsumptie wordt ingenomen.
2. What are anti-oxidants and what do they do ? - Waterhouse, A.
3. Bewezen van A tot F - Wetenschappelijk onderzoek op gebied van vitamines – Mw. Drs. L.G. Sissingh-Blok - Orthomoleculaire 1993 - Wetenschappelijk onderzoek op gebied van vitamines Binnen de orthomoleculaire geneeskunde wordt al jarenlang gewezen op het belang van goede voeding en specifieke nutriënten, zoals vitaminen en mineralen, voor het handhaven van een goede gezondheid. Steeds meer publicaties verschijnen op orthomoleculair gebied waarmee de ervaringen van individuele orthomoleculaire artsen en voedingsdeskundigen worden onderbouwd. De laatste decennia wordt steeds meer goed gecontroleerd onderzoek verricht en uit de vaak gunstige onderzoeksresultaten blijkt keer op keer hoe belangrijk de kwaliteit van de voeding is, en hoe nuttig vitaminen en mineralen kunnen zijn bij de behandeling en preventie van een groot aantal ziekten. Vooral duidelijk is dit bij het ontstaan van hart- en vaatziekten, kanker en diabetes mellitus.1-9 In dit artikel worden de, in goed gecontroleerd onderzoek gevonden, preventieve en therapeutische mogelijkheden van vitaminen beschreven.
4. Leven met zuurstof - Linnemans, WAM - Folia Orthica. 1994
5. Nieuwe voedingsleer - Den Hartog – Aula boeken, 1992 : http://www.antiqbook.be/boox/pro/72543_256E.shtml
6. Natural anti oxidants – Bioflavonoids - Felten David – 2000 - David Felten, MD, PhD, is founding Director of the Center for Neuroimmunology and Professor of Pathology and Human Anatomy and Professor of Neurology at Loma Linda University School of Medicine in Loma Linda California. He is an internationally known researcher whose contributions helped to establish the field of psychoneuroimmunology. © 2000 David L. Felten, M.D., Ph.D. - cfr. 'Aging and Antioxidant Protection' : http://www.mi-cherries.com/anti06.htm
7. Hongeren voor een lang leven - Vermij P. - Intermediair, december 2000
8. Anti-oxidanten - De effectieve beschermers van onze gezondheid - Ruud A. Nieuwenhuis (cfr. : http://www.soe.nl/ranbiogr.htm -) - Impressum Den Haag : Orthos Media, cop. 1993 - ISBN 0 800926 3 0 - Uitleg van de wijze waarop het gevaar van vrije radicalen voor onze gezondheid een halt kan worden toegeroepen door toevoeging aan ons voedsel van anti-oxidanten - Biblion recensie, E. Wannee-Immerzeel : “De laatste tijd is ontdekt dat vrije radicalen een gevaar kunnen zijn voor onze gezondheid. Door toevoeging van anti-oxidanten kunnen we deze vrije radicalenwerking afremmen. Velen vragen zich af hoe deze chemische werking plaatsvindt. Schrijver, directeur van de Stichting Orthomoleculaire Educatie, maakt deze moeilijke materie duidelijk aan mensen die slechts enige basiskennis hebben van scheikunde. Hij geeft aan hoe hij door middel van goede voeding en voedingssupplementen mensen tracht te genezen en gezond te houden. Ook geeft hij recepten voor mensen met bepaalde ziektebeelden. Deze bestaan uit vooral orthomoleculaire voedingssupplementen (met merknaam). Tot slot adressen voor verdere informatie en bestelling van deze preparaten. Het boekje is overzichtelijk samengesteld en bedoeld voor de ontwikkelde leek en therapeut.” : http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_DisplayProductInformation-Start;sid=aANYWVoIcMlYRhnotDxmbrrfhATo6vjSZPc=?BOL_OWNER_ID=666801816&Section=BOOK
9. Vrije radicalen - Schakels tussen voeding en ziekte hoe de grootste ontdekking uit de biochemie van de laatste decennia direct en eenvoudig de gezondheid van miljoenen kan verbeteren - Ruud A. Nieuwenhuis - Orthos Media, 2000 - ISBN: 9080092614 - Biblion recensie, H.S. Verbrugh : “De auteur, van oorsprong registeraccountant, houdt zich al vele jaren bezig met 'orthomoleculaire voedingsleer' en -therapie. In dit boek geeft hij een overzicht van dit onderwerp, dat een geheel eigen plaats inneemt in het grensgebied tussen reguliere biologie/biochemie, alternatieve geneeskunde en voedings- en gezondheidsleer en revolutionaire/controversiële nieuwe (filosofische) denkbeelden. Kernthema in deze leer is dat zuurstof voor het leven enerzijds onmisbaar is, anderzijds ook schadelijk kan zijn namelijk doordat ze in de stofwisseling van het levende organisme zogenaamde 'vrije radicalen' doet ontstaan; dit zijn actieve moleculaire deeltjes die verantwoordelijk zijn voor veroudering, ziekte, degeneratie, welke processen echter tegengegaan kunnen worden door verstandige voeding. Het boek geeft een, gegeven de controversiële aard van het onderwerp, prima populair-wetenschappelijke samenvatting van deze theorie en haar toepassingen, incl. literatuuropgaven, register en adressen.” : http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL_DisplayProductInformation-Secondary;sid=NS15uhxhKAB5q1-B6YJHjfy2ryoSgb7nmEo=?BOL_OWNER_ID=666801820&Section=BOOK&sec_Page=Reviews&ID=1277593C
Cfr. : http://www.kennislink.nl/web/show?id=89993
Lees ook :
Anti-oxidanten :
- http://www.avrogezondheid.nl/dossiers/vitamines/antioxidanten.asp
- http://www.nutriplaza.nl/index.php?click=antioxidanten
- http://www.rudolfdewit.com/antioxidanten.html
- http://www.vitaservice.nl/read/antioxidanten
- http://www.voedingscentrum.nl/voedingscentrum/Public/Dynamisch/hoe+eet+ik+gezond/vitamines+en+mineralen/antioxidanten/
Anti-oxidanten en voeding : http://www.nice-info.be/hTmL/prof/NUTRINEWS_PDF/NN1204/04nutrianti1204.pdf
De anti-oxidanten : http://www.vivat.be/00-00.asp?articleID=950
Vrije radicalen & Anti-oxidanten : http://www.soe.nl/boek_info/vrao.htm