|
|
|
1. Wat
is voedselallergie?
|
|
Er is sprake van
voedselallergie als het afweersysteem van het lichaam, ofwel het
immuunsysteem, antistoffen aanmaakt tegen bepaalde eiwitten in het voedsel.
De eiwitten waar iemand allergisch voor is, noemen we allergenen. Het
lichaam beschouwt deze allergenen als ziekmakende indringers die met
antistoffen moeten worden uitgeschakeld. Dit geeft heel uiteenlopende
lichamelijke klachten. Belangrijke eiwitten die op babyleeftijd een
allergie kunnen veroorzaken zijn:
|
|
·
kippenei
·
schaal- en schelpdieren
·
koemelk
·
noten
|
|
· vis
·
tarwe (gluten)
· pinda's
· soja
|
|
|
· zaden
en pitten (sesamzaad/zonnebloempitten/pijnboompitten)
|
|
|
|
|
2. Wat
is voedselintolerantie?
|
|
|
Er is sprake van
voedselintolerantie als het lichaam op bepaalde voedingsmiddelen reageert
maar het afweersysteem hierbij geen of geen belangrijke rol speelt. Het
lichaam verdraagt bepaalde voedingsmiddelen niet en reageert hierop. Dit
veroorzaakt verschillende lichamelijke klachten die lijken op de klachten die
voorkomen bij een voedselallergie. Voedingsstoffen die op jonge leeftijd
(bij zuigelingen) voedselintolerantie kunnen veroorzaken:
|
|
|
·
aardbei
·
varkensvlees
· kiwi
·
citrusfruit
|
|
·
tomaat
·
chocolade
·
diverse specerijen
|
|
|
|
|
|
|
3. Wat
zijn lichamelijke klachten bij voedselovergevoeligheid?
|
|
|
Lichamelijke
klachten die kunnen optreden bij een voedselallergie of voedselintolerantie
zijn klachten in het maagdarmkanaal, zoals verstopping (obstipatie),
diarree, darmkrampen, spugen, braken en bloed in de ontlasting. Ook kunnen
er huidklachten optreden, zoals vluchtige roodheid van de huid, eczeem,
jeuk, galbulten, netelroos, zwellingen (vooral lippen, tong, oogleden).
Verder kunnen zich ook klachten voordoen bij de luchtwegen en kan je kind
last krijgen van langdurige neusverkoudheid, oogontstekingen (jeuk, rode
ogen en waterige ogen), oorontstekingen, benauwdheid, 'vol zitten' en
aanhoudend hoesten. Jonge kinderen kunnen zich door deze lichamelijke
klachten heel vervelend voelen. Zij zitten niet lekker in hun vel en dit
kan zich ook uiten in hun gedrag, zoals ontroostbaar huilen, rusteloosheid
of beweeglijkheid, slecht slapen, lusteloosheid (zie ook ADHD/hyperactief
gedrag). Andere, ernstigere verschijnselen zijn onvoldoende groei, slecht
drinken, geen eetlust en koorts. In heel extreme gevallen kan een
allergische reactie tot de dood leiden doordat het jonge kind in een shock
raakt
Nu wil dit niet zeggen dat iedere baby die last heeft van darmkrampen, veel
huilen en diarree een voedselallergie heeft voor koemelk of voor iets
anders. Ook een buikgriep, verkoudheid, een prik op het consultatiebureau
of het doorkomen van tanden kunnen deze klachten veroorzaken. Een dringend
advies is om als ouder niet zelf te gaan dokteren. Schakel dus niet over op
andere voeding en laat niet zelf voedingsmiddelen weg uit de voeding van je
kind als je denkt dat hij voor een bepaalde stof overgevoelig ofwel
allergisch is. Overleg met de consultatiebureauarts of de huisarts over
nader onderzoek naar de klachten van het kind.
|
|
|
|
|
|
4. Welk
onderzoek is nodig om een allergie vast te stellen?
|
|
|
De kans dat de
lichamelijke klachten worden veroorzaakt door voedselovergevoeligheid zijn
groter
§
als de klachten tijdens of direct na het eten optreden;
§
als er meer dan één klacht tegelijk is (bijvoorbeeld eczeem en
darmkrampen);
§
als in de familie vaker allergische aandoeningen voorkomen.
De methode om te
onderzoeken of je baby last heeft van een voedselovergevoeligheid
(bijvoorbeeld koemelkallergie) is door de eliminatie-belastingtest. Dit
houdt in dat je baby eerst een periode (4 weken) helemaal geen koemelk
krijgt. Verminderen de klachten niet, dan is er waarschijnlijk geen sprake
van voedselovergevoeligheid voor koemelk. Verminderen de klachten wel, dan
wordt de belastingtest ofwel de provocatietest uitgevoerd. De baby krijgt
dan weer melk toegediend. Dit gebeurt altijd in overleg met het
consultatiebureau.
Komen klachten tijdens deze belastingfase weer terug, dan heeft je kind
waarschijnlijk last van koemelkovergevoeligheid. Is er na twee weken nog
geen reactie, dan hebben de klachten een andere oorzaak dan
koemelkovergevoeligheid.
|
|
|
|
|
|
5. Hoe
wordt koemelkallergie behandeld?
|
|
|
Bij een
voedselovergevoeligheid is de behandeling heel simpel, namelijk het
weglaten van de voedingsmiddelen die de klachten veroorzaken. De uitvoering
van dit advies is echter een stuk minder gemakkelijk. Bij
koemelkovergevoeligheid zal flesvoeding vervangen moeten worden door
voeding van eiwithydrolysaat (bijvoorbeeld Frisopep). Als de baby
borstvoeding krijgt, zal de moeder op dieet moeten. Schakel in beide
gevallen een diëtist in, aangezien het dieet voor een langere tijd gevolgd
moet worden en je niet zomaar voedingsmiddelen kunt weglaten uit de voeding
van zowel moeder als kind.
Koemelkovergevoeligheid is vaak van voorbijgaande aard, veel kinderen
groeien eroverheen. Het grootste deel van de kinderen is voor de vierde
verjaardag van het probleem af. Andere typen voedselovergevoeligheid, zoals
die voor ei en pinda, zijn veel hardnekkiger. Als allergie in de familie
voorkomt, is de kans groot dat de voedselallergie op latere leeftijd wordt
gevolgd door eczeem, astma of hooikoorts. Met name luchtwegaandoeningen
kunnen lang aanwezig blijven
|
|
|
|
|
|
6.
Wanneer begin je met bijvoeding bij koemelkallergie?
|
|
|
Ook als je kind
last heeft van voedselovergevoeligheid, is het wel belangrijk om op tijd te
beginnen met vaste voeding. Het best kun je hiermee beginnen na zes
maanden. Vraag hiervoor begeleiding van een diëtist of consultatiebureau
aangezien in eerste instantie alle voedingsmiddelen moeten worden vermeden
die erom bekend staan dat zij een allergische reactie kunnen vooroorzaken.
Dit zijn:
§
kippenei
§
vis
§
schaal- en schelpdieren
§
tarwe (gluten)
§
koemelk
§
pinda
§
noten
§
soja
§
zaden en pitten (sesamzaad, zonnebloempitten, pijnboompitten).
|
|
|
|
|
|
7. Waar
moet je op letten bij het geven van bijvoeding?
|
|
|
§
Geef één nieuw voedingsmiddel per drie dagen. Begin op dag 1
met 1 eetlepel, geef 2 eetlepels op dag 2 en op dag 3 geef je 3 eetlepels
of meer.
§
Geef het nieuwe voedingsmiddel aan het begin van de dag. Je
kunt dan overdag zien hoe je kind reageert. Zorg ervoor dat je kind goed
uitgerust is.
§
Als je kind overgevoelig reageert, geef dan geen nieuwe
producten meer tot de klachten zijn verdwenen. Ga er niet altijd direct van
uit dat de baby voor een product overgevoelig is. Het kan ook zijn dat de
klachten veroorzaakt zijn door een griep of het doorkomen van tandjes.
Zekerheid heb je wanneer de baby bij een tweede keer dat hij een bepaald
product gebruikt opnieuw klachten krijgt.
§
Producten die vaak als eerste worden gegeven zijn: (gekookte)
peer, gekookte bloemkool en worteltjes.
|
|
|
|
|
|
8. Welke
Liga-producten bevatten geen koemelk?
|
|
|
Liga-producten,
waarvan de receptuur zonder koemeld is, zijn:
Liga Eerste Stap, Liga Tweede Stap, Liga EverGo Krenten, Liga EverGo Appel,
Liga EverGo Bosvruchten, Liga EverGo Sinaasappel.
|
|
|
Meer informatie:
Patiëntenvereniging de Nederlandse Voedselallergie Stichting
Postbus 207, 3860 AE Nijkerk, tel. 033-465 50 98.
Allergietelefoon van het Voedingscentrum: 070-306 88 90 (op werkdagen van
10:00 tot 13:00 uur) of e-mail: allergietelefoon@vc.agro.nl
DCN, Diëtisten Coöperatie Nederland, e-mail: info@dietistencooperatie.nl,
Internet: www.dietistencooperatie.nl
NVD, Nederlandse Vereniging van Diëtisten, Oss, tel. 0412 - 624543, fax.
0412-637736, e-mail: bureau@nvdietist.nl
Internet: www.nvdietist.nl
Bron:
§
Voedselovergevoeligheid, brochurenr. 010, Voedingscentrum, Den
Haag, 1999.
§
Landelijke Standaard voor diagnose en behandeling van voedselovergevoeligheid
bij zuigelingen op het consultatiebureau, Voedingscentrum, Den Haag.
§
Goed eten voor baby & peuter, brochurenr. 105, uitgave
Voedingscentrum, Den Haag.
§
Voeding van zuigelingen en peuters. Uitgangspunten voor de
voedingsadvisering voor kinderen van 0 tot 4 jaar. IGZ-bulletin.
Voedingscentrum. Den Haag, maart 1999.
|
|
|
|
|
|
|
|
|