OSTEOPATHIE ’’Een meerwaarde voor onze gezondheid’’

 

http://www.osteopathie.be/defaultnl.htm

 

 

Belgische Vereniging voor Osteopathie (BVO)

Belgische Academie voor Osteopathie

Belgian Register of Osteopaths (BRO)

Europese Federatie van Osteopaten (EFO), anciennement European Register of Osteopaths (ERO)

Aangesloten Verenigingen

De Europese Parlement

Sociaal Consultatiebureau

Wat is osteopathie ?


Historiek

Principes

Werktuigen

Evolutie

Behandeling

 

 HISTORIEK

De ontdekking van de osteopathie gaat terug tot de tweede helft van de negentiende eeuw. Vanaf toen beleefde men een belangrijke ontwikkeling in de kennis van de diagnostiek en van de therapie. Dit fenomeen is gekoppeld aan de ontwikkeling en de vorderingen in andere wetenschappen, wier gegevens en technieken een grote steun zijn gebleken in het onderzoek van de normale en van de pathologische werking van het menselijk lichaam.

Het is in deze beginperiode van de moderne geneeskunde, rijk aan ontdekkingen, maar nog arm aan therapeutische oplossingen, dat dokter Andrew Taylor Still de geneeskunde beoefende.

Dokter Andrew Taylor Still is in 1828 geboren in Virginia, als zoon van een dokter en een predikant, die tevens pachter was. Zo kwam hij reeds zeer vroeg in contact met godsdienst, natuur en geneeskunde.

In 1837 vestigde het gezin zich in Missouri. De jonge Still, toen 9 jaar oud, leerde aldus vrij snel het harde boeren- en jagersleven kennen.

Algauw toonde hij veel belangstelling voor de natuur. En vooral voor dode dieren, die hij opensneed en ontleedde, en waarvan hij de beenderen verzamelde. Still schreef overigens in een van zijn boeken : ‘Lang voordat ik de anatomie bestudeerde in boeken, had ik ze reeds bestudeerd in het grote boek van de natuur. Ik was reeds vertrouwd met de spieren, zenuwen, bloedvaten en beenderen van de eekhorens die ik had opengesneden en ontleed, nog voordat ik hun naam had leren kennen in medische boeken.’

Zeer jong nog, hielp hij zijn vader bij het uitoefenen van de geneeskunde, een eigentijdse geneeskunde op basis van planten, van manipulaties, en van kleine chirurgische ingrepen. In een van zijn boeken heeft hij ook geschreven dat zijn vader schouderluxaties reduceerde. Het was in deze sfeer van gewrichtsmanipulaties door bottenkrakers (kwakzalvers) dat de jonge Still de thema’s uitwerkte die zijn leven van volwassene zouden oriënteren.

Op 21-jarige leeftijd vestigde hij zich in de streek van Mâcon, in de staat Missouri. Hij was er tegelijk pachter en dokter, maar heel vlug zou de geneeskunde de belangrijkste bepalende factor worden in zijn leven.

Zijn opleiding was empirisch, gebaseerd op het werkterrein van zijn vader, op persoonlijke lectuur en op eigen observaties. In die tijd werden de meeste dokters opgeleid bij een collega en vulden zij die opleiding aan met lectuur. Zo verkregen zij, vanwege de autoriteiten van hun staat, een licentie tot uitoefening van het beroep van dokter. Zo ook Still in het begin van zijn beroepsleven.

Toch begint hij daarna nog, in de jaren 60 (1860) geneeskunde te studeren in de school voor genees- en heelkunde van Kansas City, Missouri. Zo krijgt hij een volledige eigentijdse opleiding in de geneeskunde en in de heelkunde.

Still, tegenstander van de slavernij der negers, dient tijdens de Secessieoorlog als chirurg in het leger van de Unie. Zo beoefent hij daar een oologschirurgie in zeer primitieve omstandigheden.

In 1864 verliest hij drie van zijn kinderen tijdens een epidemie van cerebrospinale meningitis. Vreselijk getroffen door die sterfgevallen, en er vast van overtuigd dat de therapie van zijn tijd  dikwijls ondoeltreffend was, en soms zelfs gevaarlijker dan de ziekte waartegen ze werd aangewend, begon Still toen zijn doktersleven te oriënteren naar wat hij een nieuwe weg noemde. Tien jaar later zou die weg de osteopathie doen ontstaan.

In feite schijnt die andere weg terug te keren naar de oude traditie van de hippocratische geneeskunde, waarbij de patiënt, in zijn geheel en samen met zijn omgeving, op de eerste plaats komt.

Ongeveer 2400 jaar geleden hechtte Hippocrates reeds veel belang aan de wervelkolom en aan de pathologie ervan. Zijn geschriften getuigen onbetwistbaar van zijn manipulatieve behandelingswijze die moet afkomstig zijn van de Egyptische traditie.

De hippocratische geneeskunde zou trouwens eeuwenlang aan de basis blijven liggen van iedere manuele therapie.

In dezelfde zin zou Still zijn palpatie tot het uiterste ontwikkelen. Dankzij zijn opleiding van chirurg en dankzij de vele jaren waarin hij aan het ontleden was geweest, had hij een zeer nauwkeurige kennis van de anatomie verworven. Er  werd gezegd dat zijn tastzin zo ontwikkeld was dat hij volstond om hem toe te laten de meest diepliggende structuren van het organisme te herkennen.

Hij hechtte veel belang aan hygiëne en voeding. Hij was van oordeel dat een dokter het als zijn plicht moest beschouwen de mensen in goede conditie te houden, zodat ze niet ziek werden en geen verzorging voor het genezen van die ziekte nodig hadden. Die opvatting vinden wij terug in de Chinese geneeskunde.

In juni 1874 voerde dokter Andrew Taylor Still een officieel gesprek met collega’s over het resultaat van zijn navorsingen. Zijn diagnostisch en therapeutisch systeem noemde hij bij die gelegenheid osteopathie naar de Griekse woorden ‘osteon’ (been,bot) en ‘pathos’ (lijden, pijn, ziekte).

In 1892 kreeg hij de toelating de ‘American School of Osteopathy’ op te richten in Kirksville, Missouri. Dit werd de allereerste osteopathische onderwijsinstelling, en tevens het allereerste osteopathisch behandelingscentrum.

In 1895 voorzag hij deze instelling van radiografisch materiaal en bedacht hij ze aldus met deze kostbare uitvinding van het einde der 19de eeuw.

Na de oorlog 1914-1918 lieten vele studenten zich inschrijven in de osteopathische scholen bij gebrek aan plaats in de orthodoxe medische scholen. Tengevolge van deze onverwachte toevloed van studenten werd het voor de osteopathische scholen financieel mogelijk de kwaliteit van hun onderwijs op een veel hoger peil te brengen.

Allerlei invloeden, en zowel interne als externe druk, droegen ertoe bij om de programma’s van die scholen geleidelijk af te stemmen op die van de medische scholen. En de mogelijkheid om voor hun studenten later dezelfde rechten erkend te zien als voor de doctors in de medicijnen, bracht het grootste deel van de osteopathische scholen, en dus van de toekomstige osteopaten, ertoe zich te richten naar de regels die golden voor de gangbare, orthodoxe geneeskunde.

Het voorschrijven van geneesmiddelen bracht een geleidelijke verwaarlozing met zich van de manuele therapieën die, voor de goede uitoefening ervan, een bepaalde fysieke conditie en een geregelde praktijk vereisen.

Een klein onderdeel van de Amerikaanse osteopathische wereld blijft nog trouw aan de ideeën van Still en verricht nog belangrijke navorsingswerken om die ideeën te voorzien van een experimentele basis en van de fysiologische toelichtingen die nog ontbreken.

Uittreksels uit de ‘Historiek van de Osteopathie’ van Dr. Elie Paul Cohen, uit zijn ‘Stagerapport van een Intern in de Algemene Geneeskunde (I.M.G.) aan de British School of Osteopathy (B.S.O.) - Université Pierre et Marie Curie (Paris 6) - Faculté de Médecine Pitié-Salpêtrière, 1989, p. 5-23.

OSTEOPATHISCHE PRINCIPES

‘De osteopathie is een manuele, diagnostische en therapeutische, benadering voor het behandelen van functiestoornissen in de mobiliteit van gewrichten en weefsels in het algemeen, en voor het vaststellen van het aandeel ervan in het ontstaan van ziekteverschijnselen.’

(Definitie van de Academie voor Osteopathie van België, vzw).

 

Basisprincipes

1.    Het lichaam is een biologische eenheid

Het lichaam is een biologische eenheid die een wisselwerking ontwikkelt met haar omgeving.

Een aantasting van een onderdeel van het lichaam betekent voor Still een verstoring van het harmonisch evenwicht in heel het lichaam.

De osteopathie moet dus niet enkel de functie van het aangetaste lichaamsdeel opsporen, maar ze moet ook het evenwicht in heel het lichaam herstellen.

2.   De zelfgenezing

Het lichaam bezit de neiging zichzelf te verdedigen en te reguleren. Het lichaam heeft een natuurlijke neiging om het evenwicht te herstellen. Het lichaam moet dus in zichzelf de middelen bezitten om dat evenwicht terug te vinden met de hulp van een gepaste omgeving en van een aangepaste voeding.

In plaats van de betrokken kwaal aan te pakken, moet de behandeling dus veeleer de verdedigingsmiddelen van het organisme reactiveren.

Still voorvoelde reeds de rol van de immuniteit een heel lange tijd voordat het bewijs van het bestaan ervan geleverd was.

3.   De structuur bepaalt de functie, en omgekeerd

De term ‘structuur’ is toepasselijk op beenderen, spieren, pezen, gewrichtsbanden, steunweefsels, organen en zelfs cellen.

Ieder levend element dat in het lichaam een vorm (dus een constructie) heeft, is een structuur.

De rol van een structuur komt overeen met de functie ervan en kan onder meer uitgelegd worden door de fysiologie. De structuur van de dwarsgestreepte spiervezel, bijvoorbeeld, staat in verband met de functie ervan, dus hoofdzakelijk met de beweging. Maar, wanneer ze zich samentrekt, draagt ze ook bij tot het behoud van de homeostase van de lichaamstemperatuur door haar potentiële chemische energie om te zetten in mechanische arbeid, wat veel warmte produceert.

4.   De regel van de arterie

‘De regel van de arterie is de opperste regel’, zegde Still.

Still dacht dat het bloed in staat was de substanties voort te brengen die nodig zijn voor het behoud van de natuurlijke immuniteit voor de ziekte. Voor dokter Still was de integriteit van de circulatiesystemen (bloedsomloop en lymfvaten) en van het zenuwstelsel een onontbeerlijke voorwaarde voor een goede gezondheid.

5.   Het locomotiesysteem

Het neuro-musculo-skelet-systeem is meer dan zo maar een constructie. Het maakt beweging mogelijk; het maakt dus leven mogelijk. De minste functiestoornis ervan kan gevolgen hebben voor de fysiologie van heel het lichaam.

Al wat we doen komt tot uitdrukking door bemiddeling van ons ‘neuro-musculo-skelet-systeem’.

Onze andere systemen zijn belast met het voeden en het helpen van dit systeem, opdat we ons aan onze omgeving zouden kunnen aanpassen en een normaal leven leiden.

De osteopathie is dus een diagnostisch en therapeutisch systeem, waarmee het behoud of de verbetering van de kwaliteit van de bewegingen in het lichaam beoogd wordt, waarbij de behandeling uitsluitend manueel geschiedt, en waarbij het individu beschouwd wordt in zijn geheel en geïntegreerd in zijn omgeving.

Enerzijds behandelt ze sommige acute of chronische toestanden van het neuro-musculo-skelet-systeem, maar anderzijds ook toestanden van het individu die tussen het normale en het pathologische gelegen zijn en die wij ‘subnormale’ toestanden zullen noemen. Zo sluit ze zich dus aan bij de opvattingen van de zogenoemde functionele geneeskunde, van de ‘médecine de terrain’ van Claude Bernard, en van de preventieve geneeskunde.

De werktuigen van de osteopathie : de handen van de osteopaat

De osteopathie is een manuele therapeutische benadering die berust op een grondige kennis van het menselijk lichaam, in het bijzonder van zijn anatomie en fysiologie.

De osteopaten koppelen aan deze kennis een methodisch en nauwkeurig ontwikkelde tastzin. Dit geheel stelt de osteopaat niet enkel in staat te bepalen hoe de beweeglijkheid van de gewrichten, de spieren en de ligamenten afneemt, maar vestigt ook de aandacht op de wijzigingen in spanning die zich voordoen ter hoogte van de weefsels en de organen.

Op grond van deze waarnemingen, aangevuld met klinische en paraklinische gegevens (radiografieën, bv.) stelt de osteopaat een ‘osteopathisch bilan’ op. Aan de hand hiervan voert hij zijn behandeling uit.

De osteopathie behandelt geen aandoening, maar een persoon in zijn geheel. Dienovereenkomstig wordt de osteopathische diagnose gesteld.

De osteopathie is het dus aan zich zelf verplicht een degelijke medische bagage te bezitten en bekwaam te zijn differentiële diagnoses te stellen, zodat ze zich ervan kan onthouden tussenbeide te komen in een pathologie die buiten haar werkterrein ligt of waarbij er contra-indicaties bestaan ten opzichte van iedere manuele therapie.

Zoals Miss Audrey Smith het zegt in haar boek ‘Osteopathic Diagnosis’’ : ‘De osteopathische diagnose is een proces ter identificatie van de structurele stoornissen in het lichaam die, samengaand met zijn functionele stoornissen, de weefsels in een toestand van subnormale activiteit houden en tenslotte de degeneratie ervan veroorzaken’.

De voortdurende evolutie van de osteopathie

Hoewel osteopathie eerst en vooral gedefinieerd kan worden met de grondbeginselen die eigen zijn aan haar traditie, wordt zij zonder twijfel gekenmerkt door een dynamiek van research en vooruitgang.

De evolutie in de kennis van de neurofysiologie en van de biomechanica, en de nieuwe mogelijkheden in de klinische beoordeling (de medische beeldvorming, de paraklinische onderzoekingen, enz… ) leiden tot de waardevermeerdering van de diagnose en van de praktijk van de osteopathie.

Aldus evolueert de osteopathie voortdurend en wordt zij steeds meer erkend als een waardevolle discipline, in dienst van de volksgezondheid.  

De osteopathische behandeling

Het hoofddoel van de osteopathische  behandeling is het verlichten van de pijn, en tevens het verbeteren van de kwaliteit van de beweging in het lichaam. Daarvoor gebruikt de osteopaat een grote verscheidenheid van manuele technieken, niet enkel de eigenlijke manipulaties, maar ook technieken van gewrichtsmobilisatie, zachte-weefsel-technieken, ‘muscle-energy’-technieken, enz…

Dat zijn altijd zachte, niet-agressieve en niet-traumatiserende technieken.

Door dit herstel van de mobiliteit worden er zelfreguleringsmechanismen in werking gesteld, met de hulp waarvan het organisme zijn evenwicht herkrijgt, zijn zelfverdedigingsmogelijkheden weder opbouwt, en zijn gezondheid herwint.

 

 

De niet-conventionele geneeswijzen

De osteopathie is een deel van de geneeskunde

Wat stellen de osteoaten voor ?

Erkende scholen

 

De niet- conventionele geneeswijzen :

 “een meerwaarde voor onze gezondheid ?“

OSTEOPATHIE

 Een globale benadering van de gezondheid

 

Sedert vele jaren streven de osteopaten van de Belgische Vereniging voor Osteopathie verbonden aan de Academie voor Osteopathie van België het doel na, hun geneeswijze te integreren in het algemene geheel van de geneeskundige disciplines. Zij willen de beoefening van de osteopathie actualiseren, en tevens de osteopathie uit de ideologie van de 19de eeuw halen en ze bevrijden van alle voorbijgestreefde, traditionalistische en dogmatische accenten.

In vroegere tijden, in de 18de en in de 19de eeuw, was de pre-wetenschappelijke geneeskunde altijd opgesloten in een ideologische stroming. Zo is het gekomen dat de neurowetenschappen zich pas hebben kunnen ontwikkelen nadat er afstand was genomen van de theorie van de aangeborenheid uit de ideeën van Descartes.

De huidige actualiseringswil is het gevolg van de vooruitstrevende houding van de Academie voor Osteopathie van België, zoals trouwens van heel de osteopathische wereld. De in de 19de eeuw ontstane osteopathie blijft natuurlijk de schepping van één enkele man, Andrew Taylor Still, die deze ene medische filosofie heeft uitgewerkt onder al diegene welke op dat ogenblik van de geschiedenis bestonden.

En nu, op het einde van de 20ste eeuw, bestaat de osteopathie nog altijd; de uitoefening ervan heeft haar behoud gerechtvaardigd, en dat verplicht de osteopaten ertoe, nog eens te bedenken welke speculaties er zo al in verband gebracht zijn met het ontstaan van hun beroep, en een nieuwe definitie van de osteopathie voor te stellen.

“De osteopathie is een diagnostische en manueel-therapeutische benadering van de disfuncties in de mobiliteit van gewrichten en weefsels in het algemeen, in de context van hun betrokkenheid bij het ontstaan van ziekten”.

(Definitie van de Academie voor Osteopathie van België)

Wanneer men die definitie aanvaardt, kan men ze ook toepassen op de manuele geneeskunde, die niet corporatistisch is.

De osteopathie, evenwel, wijkt van de andere stromingen in de manuele geneeskunde enigszins af door een grotere invloed toe te kennen aan de specifieke kenmerken van haar actie.

Haar practici kennen immers een groot belang toe aan de waarde van de “palpatie”, ook in de meest symbolische betekenis van dat woord. Dat is een impliciete erkenning van de waarde van de psychosomatische benadering door de osteopathie, één van haar originele aspecten.

Verder is de Academie het aan zichzelf verplicht de osteopaten aan te sporen tot wetenschappelijk onderzoek, om te kunnen bepalen welke specifieke handelswijzen ze bij welbepaalde pathologieën moeten gebruiken. In verband daarmede moeten de practici, vanuit klinisch oogpunt, steeds aandacht besteden aan het belang van de “palpatie” in hun relatie met de zieke. De kwaliteit van die relatie speelt een rol in het genezingsproces. Dit aspect heeft te maken met een bepaalde filosofie, met een bepaalde humanistische opvatting van de geneeskunde, die wij eveneens terugvinden in andere medische disciplines.

Wordt hopelijk herwerkt !!!

 

De osteopathie is een deel van de geneeskunde.

 

Hoe werkt een osteopaat ? - De vorming van de Osteopaten - Onderwijs

Hoe werkt een osteopaat ?

 

De osteopathie is een deel van de geneeskunde waarvan het toepassingsgebied duidelijk is afgebakend ten opzichte van een reeks welbekende pathologieën. De bijzonderste motieven om een osteopaat te consulteren, vinden wij in twee richtingen :

 

·     De eerste soort van motieven vinden wij in een spontane selectie vanwege de patiënten, die op eigen initiatief een osteopaat raadpelegen wanneer zij last hebben van een functionele stoornis in hun musculoskelettaal stelsel; bij rugpijn, bijvoorbeeld.

           

Bij die handelswijze werkt er een soort van spontane beperking, ingegeven door

                        het “gezond verstand” van de mensen.

 

·      De tweede soort van motieven steunt op klinische ervaring, die bij een bepaald aantal functionele stoornissen de doeltreffendheid van de osteopathie reeds heeft aangetoond.

 

De osteopathie blijkt ook nog andere toepassingen te hebben, die rechtstreeks samenhangen met haar aspecifieke aard. Daardoor krijgt de osteopathie toegang tot het ruime gebied van de psychosomatische ziekten, zonder dat ze evenwel het monopolie daarover opeist. Het is niettemin waarschijnlijk dat ze, via neurofysiologische actie, op een specifieke wijze inwerkt op sommige van die stoornissen.

 

Wanneer een patiënt een osteopaat consulteert, staat het motief van de consultatie dikwijls in verband met de aard van de pijn : lendenpijn, bijvoorbeeld, veroorzaakt door een functionele stoornis in het musculoskettaal stelsel.

 

Wanneer dan de osteopaat de patiënt ondervraagt over de ziekteverschijnselen, wil hij vooreerst kunnen oordelen of er in het geheel geen sprake kan zijn van enig pathologisch proces waaromtrent er een prognose zou nodig zijn vanwege een specialist die beter in staat is dan hijzelf om het probleem ter hand te nemen. Dat is dan de uitsluitingsdiagnose.

 

Tijdens zijn klinisch onderzoek interesseert de osteopaat zich ondermeer voor de orthopedische en voor de reumatologische diagnose, voor het opsporen van de kwaliteit van de bewegingen, voor het palperen van de anatomie. Dit onderzoek maakt het hem mogelijk de osteopathische disfuncties op te sporen voordat hij zijn beslissing neemt : ofwel zich te belasten met de zorg voor de patiënt, ofwel hem te heroriënteren.

 

“De osteopathische disfunctie is een neologisme, om een naam te geven aan een mechanische disfunctie in een levende structuur, die door de onderzoekende persoon kan waargenomen worden bij de palpatie.”

 

( Bepaling gegeven door het Sutherland College of Osteopathic Medicine, Namur).

 

Ze wordt omschreven als een omkeerbare vermindering van de mobiliteit in de werking van de gewrichten. Ze kan tot uiting komen door een beperking van de amplitude van de gewrichten in de drie assen van de ruimte. En ze kunnen verholpen worden door een decoaptatie van de gewrichten, samengaand met een translatie in de tegengestelde richting van de beperking.

 

Dan moeten er technieken gekozen worden naargelang van het geval : ofwel functionele technieken, ofwel technieken met een hoge snelheid en een kleine amplitude, ofwel myotensieve technieken, ofwel een associatie van die technieken.

 

Wanneer de osteopaat, naar plicht en geweten, ertoe besluit zich met de zorg voor die patiënt te belasten, omdat hij oordeelt dat de specifieke aard van zijn beroep volkomen past bij het geval dat zich voordoet en omdat hij alle redenen heeft om te hopen dat hij een verbetering zal kunnen brengen in de objectieve kenmerken van de ziekte, is het mogelijk dat hij tegelijk, onverwachts, bij die patiënt de verbetering zal kunnen vaststellen van andere pathologische aspecten, die aanvankelijjk niet ter sprake gekomen zijn. Zo is het mogelijk dat een voor lendenpijn behandelde patiënt naderhand spreekt van een betere stoelgang of van een betere slaap. Dat kan men dan het aspecifieke  aspect van de osteopathie noemen.

 

Het is duidelijk dat een ooit gedane dergelijke vaststelling op geen enkel ogenblik een argument kan worden om slapeloosheid of constipatie te beschouwen als een aanwijzing om te besluiten tot een osteopathische behandeling. Om dat te kunnen zeggen, zouden er experimentele protocols nodig zijn betreffende met argumenten gestaafde, en daarna bewezen, fysiopathologische hypothesen.

 

Zeer dikwijls oefent de medische wereld kritiek uit op de “holistische” aard van de osteopathie, en beweert ze dan dat het holisme op geen wetenschappelijke gronden steunt. Een dergelijke bewering heeft geen zin.

 

Volgens de definitie ervan is holisme het besef dat de analyse van een geheel het niet mogelijk maakt het geheel te begrijpen, m.a.w. dat het geheel niet gelijk is aan de som van de delen ervan. Wetenschapsmensen zelf hebben dat het reductionisme genoemd, inherent aan de eigen werkwijze van de wetenschap.

In de geneeskunde kan dat met zich brengen dat een osteopaat die een patiënt ontvangt, naar plicht en geweten moet beseffen dat er, behalve de aanwezig blijkende ziekte, nog heel wat parameters kunnen bestaan die zijn “onwelbehagen” beïnvloeden en die tijdens een onderzoek niet aan het licht komen.

 

Dat is het eigenlijke principe van de diagnose en van de anamnese, een principe dat trouwens eigen is aan ieder geneeskundig beroep.

 

Ziektebehandeling is het aan zichzelf verplicht “holistisch” te zijn, rekening houdend met de psyche, met het karakter en met de omgeving. Men moet oog hebben voor de osteopathische disfunctie, en tevens voor haar onderliggend en voor haar bovenliggend niveau.

 

De osteopaat beweert niet dat hij over alle parameters beschikt, maar hij wil rekening houden met de onvermijdelijke onzekerheid bij het behandelen van de ziekte, en tevens met de globale vraag van de patiënt. Dat betekent, onder meer, dat er tijdens zijn opleiding een even belangrijke plaats moet ingeruimd worden voor de menselijke wetenschappen als voor de fundamentele wetenschappen. De osteopaat heeft analytische kennis nodig, en zin voor een globale aanpak. En aan de studenten moet er vooral geleerd worden, met twijfel om te gaan. 

De vorming van de osteopaten.

In onze maatschappij moet de osteopaat rekening houden met de socioprofessionele werkelijkheid en met de imperatieven die aan zijn beroep verbonden zijn. Hij wenst dus geen veelvuldige technische ingrepen te verrichten. Hij wil ook niet min of meer het werk doen van het geheel der medische technieken; dat zou trouwens onmogelijk zijn. Hij wil enkel, op een complementaire manier, zijn plaats vinden binnen het geheel van de verschillende medische benaderingen, van de verschillende wijzen van uitoefening van de geneeskunde, van de verschillende beroepen van een gezondheidszorg met een hoogstaand peil van verantwoordelijkheidsbesef.

Om die redenen moet de vorming van de osteopaat de volgende eigenschappen bezitten :

·      Het moet een op universitair niveau verstrekt onderwijs in de moderne wetenschappen zijn, waardoor de toekomstige osteopaat een juist besef krijgt van de grenzen en van de toepassingsgebieden van zijn latere taak.

Het moet een volledige cursus zijn, overeenkomend met die van de geneeskunde,   maar niet noodzakelijjk identiek. De Academie voor Osteopathie van België,         bijvoorbeeld, is de mening toegedaan dat het geheel van de aan toekomstige           geneesheren gegeven cursussen betreffende het voorschrijven van genees-

middelen, voor toekomstige osteopaten zou mogen beperkt worden, terwijl het

onderwijs van de menselijke biomechanica, van de analyse van de beweging van

de neurofysiologie van het manuele onderzoek, voor de toekomstige osteopaten meer uitgebreid zou moeten zijn dan in het thans bestaande medisch onderwijs.

 

·      Vervolgens, gelet op het aspecifieke aspect van zijn beroep, waarvan de osteopaat zich volkomen bewust is en waarvan hij zich wil bedienen, is het onontbeerlijk dat het onderwsijs van de menselijke wetenschappen bijzonder uitgebreid is, en dit om verscheidene redenen;

·      Vooreerst is het noodzakelijk een kritische geest te ontwikkelen om het esoterisch op drift raken te voorkomen dat soms verbonden is aan de geschiedenis van het beroep. Alleen de Geschiedenis kan ons leren wat er aan de Geschiedenis toebehoort; alleen zij kan ons leren kritisch te staan tegenover wat er in het verleden gebeurd is. Still, de stichter van de osteopathie, is geen godheid; hij is de stichter van de osteopathie, maar hij spreekt daarom nog geen “bijbelse” woorden. Deze volstrekt onontbeerlijke bewaring van afstand schrijft een noodzakelijke vorming voor in de epistemologie, in de geschiedenis en in de filosofie van de wetenschappen. Daarbij komt voor de toekomstige osteopaat de verplichting, op het einde van de studies een thesis voor te leggen volgens de wetenschappelijk voorgeschreven methode.

·      Dan is er ook nog het streven naar doeltreffendheid. Het belang van een kwalitatief hoogstaande relatie tussen de behandelende osteopaat en de zieke vergt eveneens een plaats in de opleiding : psychologie, psychosomatiek, culturele antropologie.

·      Dan komt de ethiek. Het manuele onderzoek heeft een zeer sterke symbolische gevoelswaarde. Het volledig beheersen van dit aspect is een fundamentele noodzaak, die een strikt ethische vorming vereist.

·      Tenslotte blijft er nog het praktische onderwijs. Laten wij uiteindelijk niet vergeten dat de osteopathie ook, en voornamelijk, een praktijk is, net zoals de heelkunde. Tijdens het aanleren van die praktijk ligt het voor de hand dat er een groot aantal soorten van leraars nodig is. De pluriformiteit der benaderingen kan de kwaliteit van de vorming enkel doen toenemen. Ze is zelfs een der eerste voorwaarden om een kwalitatief hoogstaande vorming te verwezenlijken. Het is dus zeer belangrijk dat een student in de loop van zijn vormingsperiode geconfronteerd wordt met de praktijk van verscheidene meesters voordat hij zijn persoonlijke eigenheid van praktiserende osteopaat ontwikkelt. Een dit geldt dan weer voor alle praktiserenden in iedere medische specialiteit.

Onderwijs

Ethische achtergronden

 

Een verantwoordelijk gezondheidsverstrekker is een persoon die zich bekommert om de ethische problemen en die klaarstaat met een warm hart voor de lijdende medemens, een persoon die belang hecht aan de fysieke en biologische eenheid !

 

Deze kijk op de medemens geeft weinig krediet aan het corporatisme dat zo dikwijls te vinden is bij de medische sector (osteopaten inbegrepen) en duldt zeker niet dat zulke ideeën de bovenhand krijgen, noch langzaam doorsijpelen in het onderwijs. Een idee verdedigen mag niet primeren op het onbeperkte welzijn van de patiënt. Met andere woorden : de gedachte van Still of Sutherland mag de dag van vandaag nooit meer onderwezen worden zonder historische achtergronden, zoniet vervallen we in een dogmatisch fanatisme, een medische ideologie volledig weggerukt van de realiteit. Helaas zien we dit nog te vaak bij bepaalde osteopathiecolleges.

Alleen sektes kunnen het zich veroorloven om hun inzichten zonder veranderingen via overlevering te vrijwaren, zoniet wordt aan de spirituele stichter geweld aangedaan. Een traditie die vastroest, leidt naar sektarisme, naar de idee van een “Waarheid”, die alleen weggelegd is voor een volk van uitverkorenen of ingewijden. In dit scenario is geen plaats voor de realiteit van de patiënt en alles moet zich plooien naar het voorgeschreven script. De geschiedenis van een beroep duidelijk maken, vraagt dus ook intelligentie. Alleen de geschiedenis staat een “dichterlijke vrijheid” toe, een interpretatie van voorbije waarheden, rekening houdend met alles wat toen mogelijk was. Ook de context van alle technologische en socio-economische mogelijkheden en waarheden over de periode toen deze gedachten werden uitgebracht, moet bekeken worden.

Maar, zal u zeggen, wat blijft dan over van de osteopathie die wij onderwijzen ? Alles, of toch bijna alles wat nu in de praktijk wordt toegepast, in de mate dat de therapeutische aanpak van de osteopathie berust op een geheel van traditionele technieken, alles waarvan de dagelijkse toepassing en ondervinding het nut voor de gezondheid van de patiënt aantoont. Dit zolang er geen iatrogene effecten kunnen aangtoond of bewezen worden.

In deze context geeft de afwezigheid van een rigoureuze verklaring voor de klinische effecten van onze technieken ons geen enkele reden om deze technieken op te geven; dit geldt ook voor de “craniale” technieken. De afwezigheid van een afdoende verklaring is immers geen reden om de technieken niet te gebruiken, gelukkig maar : ook de geneeskunde heeft de verklaring van de werking van aspirine, noch de kennis over de genetische mechanismen in verband met antibiotica niet afgewacht ! Maar, hoe dan ook, als onze technieken zich richten op de gezondheid van onze medeburgers, dan houdt dit de morele verplichting in dat op zijn minst wordt gezocht naar de impact en de klinische effecten.

Een eerste besluit dringt zich op : gezien het empirische karakter van onze kennis, zijn we ook verplicht het onderricht van de basiskennis van de geneeskunde zo adequaat mogelijk te maken. Deze opleiding moet onder andere voortdurend geactualiseerd worden door competente personen. De confrontatie met de werkelijkheid dringt zich op door een zeer veeleisende klinische opleiding. Slechts op deze manier kan de student zijn kritische geest ontwikkelen en zo zijn steentje bijdragen ter verduidelijking van de osteopathie. 

Hoe dan ook, in het belang van iedereen, en vooral van de patiënt, moet alles in het werk gesteld worden om vastberaden, met de ernst van de wetenschappelijke methode, een antwoord te zoeken op de vraag betreffende de deugdelijkheid van onze handelingen, ongeacht de aard van de daarbij betrokken pathologie. In de geneeskunde mag echter de kille, strikte onbuigzaamheid niet volstaan, ze mag niet straffeloos beweren de plaats in te nemen van de medische “kunst”. Reeds in zijn tijd heeft dokter Rabelais ons herinnerd dat “een wetenschap zonder geweten, een teloorgang van de ziel” is. De objectieve wetenschappelijke benadering van een deel van het ziektebeeld, mag ons de totaliteit van de lijdende mens niet uit het oog doen verliezen. Zonder twijfel vindt de osteopathie, zoals ze ons werd overgeleverd, hier al haar waarde terug. Door haar subjectieve en globalistische klinische filosofie helpt ze de geneeskunde om, met de woorden van Jean-Pierre Lebrun, “de wetenschap van de verzorging van de mens” te worden.

Rond deze dialoog met de lijfelijkheid hangt dikwijls een occulte sfeer, die soms bepalend kan zijn voor een breder en beter begrip van de patiënt. Er is daarom ook een dringende noodzaak aan een psychologische voorbereiding van de studenten; ze worden verondersteld een veelvoud aan informatie te beheren om er later mee om te gaan ! Deze systematische, holistische dimensie van onze praktijk is zonder twijfel de grootste aanbreng van de osteopathie in de medische wereld.

Om af te sluiten wil ik nogmaals benadrukken dat de enige gedachte die elk onderwijs, van gelijk welke stroming moet beheersen, de academische en pedagogische gedachte is, die het belang van de patiënt boven alles stelt. Deze visie moet wel triomferen boven elk corporatisme, want ze zal zich vanzelf opdringen; ze is immers ethisch gefundeerd.

Uittreksels uit het artikel van Yves Lepers D.O., “Het osteopathie-onderwijs en zijn ethische achtergronden”, in 1997 gepubliceerd in het tijdschrift “About Osteopathy” van de BVO-BV, speciaal nummer (Special Student).

Wat stellen de osteopaten voor om hun erkenning te bekomen ?

Alles moet beginnen met de eis van een unversitaire vorming, gespreid over ten minste 6 studiejaren. Voor de studies van dokters en osteopaten zou men zich studieprogramma’s met gemeenschappelijke delen kunnen voorstellen. De cursussen van de tweede cyclus zouden voor de toekomstige osteopaten echter moeten rekening houden met de eisen die verbonden zijn aan de realiteit van hun praktijk.

 

Waarom een erkenning ?

Vooreerst is zij in het belang van de patiënten.

Evenals de acupunctuur, de homeopathie en de chiropraxis, is de osteopathie heden ten dage een van de vele soorten van verstrekking van gezondheidszorg. Dat is een realiteit. In plaats van ze te laten belanden in een semi-clandestiniteit, wat het risico van talrijke misbruiken met zich kan brangen, is het veruit verkieslijk ze in een gecontroleerd systeem te zien evolueren. Dat bezorgt de patiënten een drievoudige waarborg :

·      Verzorgd te worden door professionele personen, wier vorming bij wet is vastgelegd en georganiseerd. Voor een osteopaat zullen de studies dan even veeleisend zijn als voor een dokter. Door de erkenning zal het mogelijk worden een eind te maken aan de opleidingen van te korte duur (een cursus van soms nog amper enkele weken), die het sommige mensen mogelijk maken het beroep uit te oefenen zonder voldoende vorming (dikwijls zonder zich bewust te zijn van hun tekortkomingen en van het gevaar waaraan zij anderen blootstellen).

·      Verzorgd te worden door erkende professionele personen. Zodra de nieuwe wet in voege is, zal het niet meer mogelijk zijn dat om het even wie een osteopatenpraktijk begint en de titel van osteopaat draagt. De osteopaten zullen na hun studies door een Orde moeten erkend worden, en zij zullen hun beroep moeten uitoefenen onder controle.

            De wet zal onvoldoend opgeleide personen verbieden het beroep van

            osteopaat uit te oefenen, terwijl dat nu in alle straffeloosheid wordt toegelaten.

·      Aangepaste zorgen te ontvangen en de zekerheid te hebben van een onmiddellijke oriëntering naar een andere klassieke medische discipline, wanneer uit de anamnese blijkt dat die discipline meer geschikt is, of dat de osteopathie klaarblijkelijk niet tussenbeide mag komen in de te verlenen behandeling. Dat is de grondslag zelf van een professionele deontologie, die door de wettelijke erkenning de facto wordt ingevoerd.

 

Zij is ook in het belang van een echt gezondheidsbeleid.

Een echt gezondheidsbeleid moet rekening houden met de evolutie in de maatschappij.

Het moet een integratie kunnen teweegbrengen van de verschillende disciplines van de geneeskunde, die alle hun medewerking moeten verlenen aan een globale verbetering van de gezondheidszorg, ten dienste van de burgers. Maar het moet eveneens toezicht houden over al die disciplines, zodat er enkel zorgen worden verleend door professionele mensen met een welbepaalde en optimale vorming. Bovendien moet dit geozndheidsbeleid vanwege deze professionele mensen een stevige deontologische overtuiging eisen, die streng moet gecontroleerd worden en waarvan de eventuele tekortkomingen moeten gesanctioneerd worden. Dat is dan de rol van een professionele Orde.

Erkende scholen

Les enseignements suivants répondent actuellement aux critères définis par l’Académie d’Ostéopathie de Belgique.

 

Sutherland College of Osteopathic Medicine asbl
Namur ( SCOM )

Secrétariat : Chaussée de Lodelinsart, 205 à B 6060 GILLY

Tél. : 071 42 10 93 - Fax : 071 41 80 01
http://www.scom.be
E-mail : scom@skypro.be

College Sutherland Antwerpen (C.S.)

Secrétariat : Stationdreef, 47 à B 8800 ROESELARE

Tél. : 051 24 85 00 - Fax : 051 24 85 01

Collège Belge d’Ostéopathie Bruxelles (C.B.O.)

Secrétariat : Boulevard Louis Schmidt, 58/13 à B 1040 BRUXELLES

E Mail : info@c-b-o.org

Tél. : 02 733 04 17 - Fax : 02 736 61 20

F I C O

FLANDERS INTERNATIONAL COLLEGE of OSTEOPATHY

Langestraat, 37
B - 9150 Kruibeke

Tel +32 (0)3/774 24 22
Fax +32 (0)3/774 04 47
E-mail : fico@fico.be

 

 

Retour

© Tous droits réservés 1998 IDT sc
Mise à jour : Ch.
Gérard  D.O.