Chronisch vermoeide Virginie Molly (25) vecht al zeven jaar
tegen onbegrip.
"Ik voel me alsof ik elke dag een marathon loop"
---------------------------------------------------------------------------
Bron : Het Volk (Belgie)
Datum: 25/09/2003
Toen Virginie Molly (25) in 1996 met een pijnlijke hiel naar de
huisarts trok, had ze nog nooit gehoord van het chronisch
vermoeidheidssyndroom (CVS). "Pas vier jaar later, na tientallen
onderzoeken bij allerlei artsen, vertelde een dokter me dat ik die
verschrikkelijke ziekte had", zegt de West-Vlaamse. Hoewel elke arts
bevestigt dat ze invalide, en dus ook werkonbekwaam is, weigeren alle
instanties haar een uitkering. "En dat allemaal omdat ik wilde
doorzetten. Nu ben ik op."
door Bram VAN HEMELRYCK
HET VOLK donderdag 25 september 2003
"Ik loop enkel nog de trap op om te gaan slapen", zegt Virginie
Hoewel het chronisch vermoeidheidssyndroom al zeven jaar in haar lijf
zit, werd de diagnose pas drie jaar gesteld. "Ik voelde me ziek en
uitgeput, maar geen enkele arts vond de oorzaak. Ze zegden dat het
tussen mijn oren zat", vertelt Virginie, die vooral het gevoel heeft
dat de artsen de ziekte niet wilden herkennen. "Reumatologen,orthopedisten en fysiotherapeuten hebben me tientallen keren
onderzocht. Zonder resultaat."
Onverklaarbaar uitgeput
-----------------------
Oorspronkelijk had Virginie enkel last van een pijnlijke hiel, maar al snel
bleek er meer aan de hand. "OP een morgen kon ik niet meer steunen op mijn
hiel. Steunzolen en verbanden, niks bleek te helpen."Ondertussen ging het
van kwaad naar erger. "Ik ging nogsteeds naar school. Door uitputting was
ik steeds vaker afwezig in de les. Ik kon de leerstof niet onthouden."
"Die periode was ook emotioneel heel zwaar. Niet een dokter kon me
vertellen wat er met me aan de hand was. En ook vrienden en leerkrachten
twijfelden: ik zocht aandacht, zegden ze. Na vier jaar lijden, stortte mijn
wereld in. Enkel mij vriend Angelo (30), mijn ouders en twee vrienden bleven me
steunen."
Na een cortisonebehandeling kon Virginie eindelijk opnieuw steunen op haar
hiel. Het wakkerde haar vechtlust aan, maar overschatte zichzelf. "Ik was
pas afgestudeerd en hoewel mijn hogere studies niet lukten, besloot ik mijn
droom waar te maken: ik werd verpleegster.
Hoewel ik als thuisverzorgster een interim-contract van negen maanden had, ben
ik maar drie maanden gaan werken. Ik kon de strijd tegen de onophoudelijke
uitputting niet meer aan."
Pas in 2000 krijgt Virginie bevestiging van wat ze zelf al jaren wist. Een labo
in Amerika ontdekt in haar bloed een indicator die wijst op CVS. "Ik was
blij te horen dat er echt iets aan de hand was met mijn lichaam. Wat zekerheid
zou me sterker moeten maken, maar
horen dat je ongeneeslijk ziek ben, is een klap in je gezicht."
"En nog steeds wilde niemand me geloven. Elke arts bevestigt dat ik zwaar
ziek ben. Maar nergens heb ik recht op een uitkering.
Verschillende artsen hebben me 66 procent invalide verklaard. Dat betekent dat
ik officieel werkonbekwaam ben."
Bij het ziekenfonds kreeg Virginie bij haar noodgedwongen stopzetting van haar
dagtaak even een uitkering. "Maar omdat de ziekte al voor dat ik ging
werken in mijn lichaam zat, krijg ik van hen niks meer." Ook bij het
Riziv, het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering waar ze voor
een commissie moest verschijnen omdat ze al een jaar op het ziekenfonds was
aangewezen, ving Virginie bot.
"Bij mijn eerste aanvraag deden hun artsen nauwelijks de moeite om mijn
lijvig dossier te doorbladeren. Ze luisterden even naar de hartslag en namen de
bloeddruk. Ik zag in hun ogen dat ze dachten :”Lap”, weer zo een die op een
uitkering aast en ze concludeerden dat ik
geen recht had op een uitkering."
Pas na dat Virginie en haar vriend beroep aantekenden bij de arbeidsrechtbank
kwam ze te weten waarom de aanvraag geweigerd werd.
Omdat Virginie al sinds 1996 ziek was, had ze toen al een aanvraag moeten
indienen. "Een procedurefout. Hoe kan ik aangifte doen van mijn ziekte als
die nog door niemand was bevestigd? Ik had geen diagnose. Nu had ook een onafhankelijke
arts de rechtbank mijn
invaliditeit bevestigd."
Minder dan leefloon
-------------------
Door te werken, had Virginie blijk gegeven te kunnen werken, ondanks alle
artsen die haar wel invalide en zodoende ook werkonbekwaam verklaarden.
"Nu heb ik een inkomen van 225 euro", stamelt Virginie. "Dat is
niet eens een leefloon. Ik heb gewoon te lang geprobeerd mijn plan te trekken.
Ik word gestraft voor mijn doorzetting. Toen ik studeerde, woonde ik bij mijn
ouders. Waarom moest ik toen een vervangingsinkomen aanvragen?"
Virginie redde het lange tijd met stempelgeld, tot ze ten gevolge van haar
ziekte een operatie aan haar knie moest ondergaan. "Na die ingreep sprong
het ziekenfonds opnieuw even bij." "Omdat de adviserende arts mijn
situatie kende, heeft hij die invalideringsuitkering zelfs even kunnen rekken.
Na twee blamen heeft hij me moeten opgeven."
De juridische dienst van het Riziv raadde aan een uitkering voor een handicap
aan te vragen, maar die werd voor de tweede keer geweigerd.
In de hoop toch nog hun gelijk te halen tekende Virginie nogmaals beroep aan
tegen de uitspraak "Met alle risico vandien", zegt haar vriend
Angelo. "Als we voor de tweede keer ongelijk krijgen, dreigt Virginie ook
haar stempelgeld te verliezen."
Oud patient Marie Helewaut (43) gelooft in dubbele aanpak
"Je kan genezen van CVS"
Gewezen patient Marie Helewaut (43) zegt dat je wel degelijk van CVS kan
genezen. "Je moet dan wel niet enkel de lichamelijke, of de psychische
aspecten aanpakken, maar wel beide tegelijkertijd", zegt de oprichtster
van Anamkara.
Volgens wetenschappelijke studies lijden ongeveer 10.000 Belgen aan het
chronische vermoeidheidssyndroom (CVS). Volgens Marie Helewaut (43), zelf
oud-patiënt , zijn het er minstens 4 keer zoveel. "Ook al omdat er maar
heel weinig artsen de ziekte behoorlijk weten aan te pakken."
De ziekte hangt vooral samen met milieuverontreiniging en het steeds vaker
opduiken van zware metalen. "Zelfs een foute tandvulling kan aanleiding
geven tot CVS", zegt Helewaut.
Riziv, dienst uitkeringen
"Ziekte moet verband hebben met werk"
"Enkel mensen die plots niet meer in staat zijn te werken en zonder
beroepsinkomen vallen, kunnen we een uitkering bezorgen. Uiteraard moet het
stoppen met werken volgen uit het begin of het erger worden van het letsel.
Zoniet spreken wij van "voorafbestaande toestand".
Dat wil zeggen dat de persoon al ziek was voor hij zich aanbood op de
arbeidsmarkt. De persoon moet ook minstens 66 procent invalide zijn."
Ministerie van Sociale Zaken, dienst vervangingsinkomen
"Samenwonen verkleint uitkering"
"Onze aanvragen worden aan twee criteria onderworpen: een medisch
onderzoek en een berekening van het gezinsinkomen.
Na de medische controle, komt de persoon in een categorie terecht naargelang de
zwaarte van de handicap en wordt dat afgewogen ten opzichte van het
gezinsinkomen.
Als de vriend van de aanvraagster werkt en ze wonen samen,
worden ze als getrouwd beschouwd, wat de kans op een uitkering alvast
verminderd. Enkel het medische aspect is
aanvechtbaar. De inkomensanalyse gebeurt op basis van wettelijke
berekeningen." (BVH)