De evaluatie van de referentiecentra voor patiënten die lijden aan het chronisch vermoeidheidssyndroom

 

Vraag van mevrouw Annemie Turtelboom aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over

Artikel: Kamervragen CVS (Belgie)

 

BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS

INTEGRAAL VERSLAG MET VERTAALD BEKNOPT VERSLAG VAN DE TOESPRAKEN
COMMISSIE VOOR DE SOCIALE ZAKEN
woensdag 25-05-2005
Voormiddag

KAMER-3E ZITTING VAN DE 51E ZITTINGSPERIODE
COMMISSIE VOOR DE SOCIALE ZAKEN
van WOENSDAG 25 MEI 2005
Voormiddag
______
De vragen en interpellaties vangen aan om 10.41 uur.
Voorzitter: de heer Hans Bonte.

08 " (nr. 7016)

08.01 Annemie Turtelboom (VLD): Mijnheer de minister, het RIZIV heeft een overeenkomst met vijf gespecialiseerde derdelijnsreferentiecentra voor patiënten die lijden aan het chronisch vermoeidheidssyndroom. Het gaat meer bepaald om de referentiecentra CVS van het UZ Leuven, het UZ Antwerpen, het UZ Gent, UCL en AZ VUB. Deze
overeenkomst regelt de financiering door de verplichte ziekteverzekering van een multidisciplinaire, diagnostische en therapeutische ten lasteneming ten behoeve van patiënten die getroffen zijn door deze aandoening. Eind juni 2005 lopen de revalidatieovereenkomsten af.

Vroeger werd aangekondigd dat een uitvoerige statistische evaluatiestudie met betrekking tot de werking van deze centra en de outcome van hun behandelingen tegen dan af moet zijn. De centra hebben in overleg met de verzekeringsinstellingen een aantal parameters vastgelegd waarmee het behandelingseffect op de symptomen en de
levenskwaliteit van de patiënten gemeten wordt, zowel voor als na de behandeling. Ook zal nagegaan worden of, en in welke mate, er een differentieel behandelingseffect kan worden vastgesteld op grond van factoren zoals de mate van comorbide psychopathologie, de duur van de ziekte en het familiaal voorkomen. Deze evaluatie moet een aantal problemen uitklaren, meer bepaald de problematiek van de wachtlijsten, indien mogelijk een consensus over de meest efficiënte behandeling, criteria om patiënten toe te laten tot de centra, een definitieve terugbetalingsregeling en een duidelijke samenwerking met de eerste en tweede lijn in de gezondheidszorg. Voor een aantal
aspecten zal het ook nodig zijn om overleg te plegen met andere ministers, voor tewerkstelling is dat met minister Vandenbossche, voor thuishulp met de bevoegde ministers in de gemeenschapsregeringen.

Vandaar mijnheer de minister dat ik een aantal vragen heb voor u.


Wat is de stand van zaken met betrekking tot de evaluatiestudie? Werd er vooruitgang geboekt met betrekking tot de vraag naar de beste behandelingsmethode? Zal een oplossing geboden worden voor een aantal prangende problemen, zoals de wachtlijsten? Is het mogelijk om een definitieve terugbetalingsregeling te bekomen vanaf
de tweede helft van het jaar en worden daarvoor de nodige voorbereidingen getroffen? Zal de evaluatiestudie een invloed hebben op het al dan niet erkennen van CVS als een reden voor arbeidsongeschiktheid? Wordt er overleg gepleegd met andere ministers, meer bepaald de ministers van tewerkstelling en welzijn, teneinde gelieerde problemen een goede oplossing te geven?

08.02 Minister Rudy Demotte:

 Mijnheer de voorzitter,

de statistische evaluatiestudie over de referentiecentra voor het chronisch vermoeidheidssyndroom wordt momenteel uitgevoerd. De resultaten
zullen de hoofdbrok vormen van een evaluatierapport met betrekking tot de uitvoering van de RIZIV-overeenkomst met de referentiecentra
voor het chronisch vermoeidheidssyndroom. Vermoedelijk zal dit evaluatierapport binnen enkele maanden kunnen worden afgerond,
wat enige vertraging impliceert ten opzichte van de aanvankelijk voorziene datum van eind juni 2005. Deze vertraging houdt verband met
het feit dat de studie gebaseerd moet zijn op een voldoende lange periode van uitvoering van de overeenkomst zodat de statistische
analyses kunnen worden uitgevoerd op een voldoende groot aantal gegevens en betrouwbare conclusies kunnen worden getrokken. Omwille van de tijd
die nog nodig is om de evaluatiestudie te kunnen afronden, werden de overeenkomsten met de CVS-referentiecentra ondertussen ongewijzigd
verlengd tot en met 31 maart 2006.

Uw vragen 2 tot en met 6 die betrekking hebben op de ideale behandelingsmethode, de organisatie en de financiering van de
gezondheidszorg ten behoeve van CVS-patiënten en de aspecten uitkering en tewerkstelling, zijn relevante beleidsvragen waarop het
antwoord mee zal worden ingegeven door de resultaten van de bedoelde evaluatiestudie waarover ik het juist had. Ik meen dat het
belangrijk is dat de evaluatiestudie en de bedoelde vragen het onderwerp worden van een ruim debat. De verlenging van de
overeenkomst tot 31 maart 2006 geeft hiervoor de nodige tijd.


08.03 Annemie Turtelboom (VLD): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is al zeer goed nieuws dat u, in afwachting van
het evaluatierapport, de overeenkomst verlengt tot 31 maart 2006. Ik heb jarenlang marktonderzoek gegeven aan studenten. Ik weet dus
dat een studie over een voldoende lange periode moet lopen en dat er voldoende respondenten en gegevens moeten zijn om effectief tot
een degelijke studie te komen waaruit men beleidsconclusies kan trekken, want dat is natuurlijk de bedoeling. Ik hoop natuurlijk wel dat
de studie op tijd, een paar maanden vóór 31 maart, klaar zal zijn, zodat men wat tijd heeft om, in overleg met de centra, tot de beste
behandelingsmethode en gelieerde vragen te komen, zoals: zullen wij CVS erkennen als een reden voor arbeidsongeschiktheid?

Het incident is gesloten.