Medische aansprakelijkheidsverzekering
http://users.pandora.be/sexygirl/
WOORD VOORAF
De medische aansprakelijkheidsverzekering is zeker en vast geen eenvoudig thema om over te schrijven,daar het een vrij complexe materie is en het aantal bladzijden maar beperkt mocht zijn.
Daarom zou ik graag alle organisaties willen bedanken die mij geholpen hebben met het verzamelen van mijn informatie, alsook dokter Marichal die mij geholpen heeft met de praktijk aan mijn eindwerk te toetsen.
INHOUDSOPGAVE
Deel 1. De medische beroepsaansprakelijkheid
Hoofdstuk 1. De grondslag voor de aansprakelijkheid
Hoofdstuk 2. Soorten aansprakelijkheid
2.1. Medische tuchtwet van 2 juli 1928
2.2. De Strafrechtelijke aansprakelijkheid
2.3. De burgerrechtelijke aansprakelijkheid
2.3.1. De contractuele aansprakelijkheid
2.3.2. De extracontractuele aansprakelijkheid
2.4. De morele aansprakelijkheid
Hoofdstuk 3. Problemen met het huidige systeem van aansprakelijkheidsrecht.
4.1. Een tweetraps vergoedingssysteem
4.1.1. Fonds voor medische ongevallen.
4.1.2. Het Zweedse no-fault systeem : doel
4.2. Preventie van schadegevallen
4.3. Preventie van schadeclaims
Hoofdstuk 5. Verplichtingen van de arts – rechten van de patiënt
Deel 2. De verzekering van de medische aansprakelijkheid
Hoofdstuk 2. Het verzekeringscontract
2.2. Welke waarborgen omvat dit contract?
2.2.2. Het onrechtstreekse beroepsrisico
2.5. “Act commited”,”loss occurence” en “claims made”
2.5.1. de fasen van een ongeval medische aansprakelijkheid
2.5.2. verkorting posterioriteitsdekking
2.5.4. situatie in andere landen
2.5.4.1. Duitsland en Engeland
Hoofdstuk 3. Toestemming en bewijslast
3.2. Situatie in andere landen
Hoofdstuk 4. Een statistische kijk op de medische aansprakelijkheidsverzekering.
4.2. individuele en collectieve polissen
Inleiding
“ Ik ben ook maar een mens”…en elke mens kan fouten maken, daar is een geneesheer geen uitzondering in.
Dat een fout van een geneesheer ernstige gevolgen kan hebben, hoeft geen betaam.
De snelle ontwikkeling in de geneeskunde, de evolutie van de techniek en apparatuur vragen grote deskundigheid en alertheid van de arts.
Heel veel medische fouten zijn ook het gevolg van een gebrekkige communicatie.
Vroeger werden die fouten door een patiënt meestal gedoogd, tegenwoordig is de doorsnee Belg echter mondiger geworden en zal zich sneller Burgerlijke partij stellen, ook bij medische fouten. Dat dit door de stijgende anonimiteit komt tussen patiënt – arts is zeker niet vreemd.
Om te weten dat er zich op het vlak van de medische aansprakelijkheidsverzekering enkele problemen voordoen, hoeven we maar een blik op de krantenkoppen te werpen:
“Kwart van artsen hangt claim boven het hoofd “ (zie bijlage)
“Eén op drie specialisten krijgt klachten van patiënt “ (zie bijlage)
“Artsen draaien steeds vaker zelf op voor torenhoge schadeclaims”(zie bijlage)
Uit een enquête van de artsenkrant, uitgevoerd in samenwerking met de artsensyndicaten blijkt dat het aantal schadeclaims van ontevreden patiënten (of hun nabestaanden) de jongste jaren fors toenam, en zagen artsen hun verzekeringspremie vertienvoudigd.
Toch is het verzekerde bedrag in vele gevallen te laag om de schadevergoeding volledig te dekken. De meeste verzekeringen bieden slechts een dekking van 100 miljoen frank voor lichamelijke schade en 5 miljoen frank voor materiële schade. Voor huisartsen volstaat dat misschien, maar voor chirurgen en andere specialisten absoluut niet.
Dit is een slechte zaak voor arts en patiënt, artsen vrezen zelf op te draaien voor de schadeclaims en weigeren daarom sommige handelingen; de patiënt krijgt de schade in heel wat gevallen slechts gedeeltelijk vergoed omdat de verzekering niet tussenkomt.
Hoewel het niet wettelijk verplicht wordt, is het dan ook niet verwonderlijk dat 99% van de artsen verzekerd is voor medische aansprakelijkheid. Zij betalen daar echter ook een hoge prijs voor. De meeste specialisten zijn verzekerd voor meer dan 100 miljoen frank. Ongeveer de helft van de ziekenhuisartsen betaalt daar jaarlijks meer dan 100.000 frank voor en acht op tien huisartsen betalen jaarlijks minder dan 10.000 frank verzekeringspremie, dit is ook normaal want zij opereren niet.
Op het eerste gezicht spreken we van enorme bedragen, maar wanneer we hierover de krantenkoppen bekijken merken we dat er ook op het vlak van de premies enkele problemen zijn.
1. Deel 1. De medische beroepsaansprakelijkheid
1. Hoofdstuk 1. De grondslag voor de aansprakelijkheid[1][1]
De grondslag voor medische aansprakelijkheid is bijna altijd op wanprestatie of onrechtmatige daad.
De vorderingen uit wanprestatie en onrechtmatige daad zijn niet zo maar verwisselbaar. Wanprestatie veronderstelt doorgaans een overeenkomst tussen patiënt en arts. Een onrechtmatige daad daarentegen brengt juist eiser en gedaagde, meestal voor het eerst bij elkaar.
Maakt het wat uit waarop de gedupeerde zich baseert? Het antwoord luidt ja, want voor de vraag wie bij een eventuele mislukking moet bewijzen - de arts of zijn patiënt – kan het een verschil maken of de rechter een vordering uit wanprestatie of uit onrechtmatige daad voor zich krijgt.
Het verschil tussen een vordering op grond van wanprestatie en een op grond van onrechtmatige daad is ook belangrijk als we spreken over de contractuele weg, daar in het eerste geval schuld geen zelfstandig vereiste is voor aansprakelijkheid, en in het tweede geval daarentegen wel.
Als de arts een schuldverwijt valt te maken van de tekortkoming dan is hij aansprakelijk.
De bewijslast voor het ontbreken van schuld rust op hem, de schuldenaar, de arts.
Gaat het om een vordering op grond van onrechtmatige daad, dan geldt dat de onrechtmatige gedraging aan de arts te verwijten moet zijn.
Algemene regel: de gevolgen van oorzaken die zijn gelegen in de persoon van de schuldenaar of in zijn persoonlijke omstandigheden, komen voor zijn rekening. Maar men zal steeds acht moeten slaan op de omstandigheden van het geval
De grondslag van de aansprakelijkheid van de arts is een schuldaansprakelijkheid. Het moet gaan om een verwijtbaar en vermijdbaar onzorgvuldig handelen.
Spreekt men van risicoaansprakelijkheid dan wordt daar doorgaans mee bedoeld dat zowel het onrechtmatigheids- als het schuldvereiste wegvallen. Met andere woorden de arts is aansprakelijk ongeacht de vraag of hij een fout heeft gemaakt (onzorgvuldig heeft gehandeld) en ongeacht de vraag of hij schuld heeft (of hem verwijt treft). De enkele mislukking van de behandeling zou hem aansprakelijk kunnen maken voor de daaruit ontstane schade.
Bezwaar [2][3] :
Betreft de innerlijke rechtvaardiging van een risicoaansprakelijkheid voor medisch handelen.
Natuurlijk is er bijna geen geneeskundige behandeling zonder risico. Maar bij het medisch handelen gaat het om een gedaagde die juist een gevaar wilde bestrijden, die de patiënt beter wilde maken.
In het algemeen schept de arts niet het risico maar bestrijdt het: het risico bestaat reeds voor de behandeling door de arts en bestaat in een achteruitgang van de gezondheid van de patiënt totdat ze niet meer kan worden gekeerd. Juist daarom handelt de arts om het risico weg te nemen, dat wil zeggen door het welzijn van de patiënt na te streven, niet door hem in gevaar te brengen.
2. Hoofdstuk 2. Soorten aansprakelijkheid
In de medische wereld kunnen we spreken van 4 soorten van aansprakelijkheid.
Geneesheren kunnen voor het tuchtcollege moeten verschijnen wegens het niet naleven van de regels van de deontologie.
1. 2.1. Medische tuchtwet van 2 juli 1928 [3][4]
Wie zich schuldig maakt aan ondermijning van het vertouwen in de stand waartoe hij behoort, of zich schuldig maakt aan nalatigheid waardoor ernstige schade ontstaat voor een persoon te wiens behoeve hulp is gevraagd of verleend, kan worden onderworpen door de Orde van geneesheren aan een der in de wet genoemde tuchtmaatregelen:
- waarschuwing,
- berisping,
- geldboete tot ten hoogste tienduizend gulden,
- schorsing in de beroepsuitoefening voor ten hoogste één jaar of
- ontzegging van de bevoegdheid voor het leven.
Zodat een arts die een ernstige kunstfout begaat, de kans loopt zowel de burgerlijke rechter te ontmoeten in een civiele procedure tegen de arts aangespannen door de patiënt of diens familie, als de strafrechter, bijvoorbeeld wegens dood of zwaar lichamelijk letsel door schuld.
Functie van het tuchtrecht: handhaving niveau beroepsuitoefening
De kwaliteit van de gezondheidszorg wordt in hoge mate bepaald door de kwaliteit van hen die deze zorg verlenen.
De wetgever heeft de kwaliteit willen waarborgen door enerzijds strenge eisen te stellen aan de opleiding, anderzijds door alleen hen die deze opleiding hebben gevolgd, de bevoegdheid te verlenen beroepsmatig op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam te zijn. Toch zijn deze waarborgen niet voldoende. Door ervaring en nascholing moet de vakbekwaamheid op peil worden gehouden.
Wie medische hulp behoeft, moet erop kunnen vertrouwen dat degene, tot wie hij zich wendt niet alleen met deskundigheid maar ook met toewijding en zorgvuldigheid te werk gaat.
Omdat de patiënt zelf veelal niet in staat is te beoordelen wat met hem moet gebeuren en op welke wijze.
2. 2.2. De Strafrechtelijke aansprakelijkheid
Deze aansprakelijkheid wordt ingeroepen wanneer de arts de strafwet overtreedt.
Wie de gemeenschap schaadt, moet gestraft worden of krijgt een boete.
Deze aansprakelijkheid kan in drie delen worden onderverdeeld:
1: de uitoefening van de geneeskunst en opzettelijk slagen
2: de uitoefening van de geneeskunst en onopzettelijk slagen
3: bijzondere misdrijven eigen aan de geneesheer[4][5]
De straffen zijn strikpersoonlijk en mogen niet op anderen, ook niet op de verzekeraar afgewenteld worden. Dit is een regel van openbare orde, d.w.z. waarvan contractueel niet mag afgeweken worden. Dit geldt o.m. voor de geldboeten en voor de gerechtskosten op strafgebied.
3. 2.3. De burgerrechtelijke aansprakelijkheid
De arts kan bij uitoefening van zijn beroep, aansprakelijk gesteld worden door derden.
In de burgerrechtelijke aansprakelijkheid dienen we onderscheid te maken tussen de contractuele – en extra-contractuele aansprakelijkheid.
1. 2.3.1. De contractuele aansprakelijkheid
Dit is de schade die iemand oploopt tegen zijn medecontractant.
Schade kan ontstaan door: niet-uitvoering,
laattijdige of
gebrekkige uitvoering van het contract.
Het begroten van dergelijke schade is soms zeer moeilijk, aangezien niet enkel de rechtstreekse schade wordt bedoeld, maar ook de gevolgen die de gebrekkige uitvoering kan hebben.
In het merendeel van de gevallen wordt de verbintenis van de arts als een inspanning- of middelenverbintenis beschouwd. De arts belooft niet de genezing, maar hij verbindt er zich enkel toe alle middelen aan te wenden die de huidige medische wetenschap ter beschikking stelt om de genezing of de verbetering van de gezondheidstoestand van de patiënt na te streven.[5][6]
De contractuele aansprakelijkheid is gebaseerd op 3 elementen: schade, fout en oorzakelijk verband.
Schade : onder schade verstaan we alle verlies of nadeel dat betrekking heeft op (hier) personen. Er moet dus duidelijk aangetoond worden dat de toestand na het schadegeval anders en slechter is dan de toestand van de personen alvorens het feit zich voordeed.
Fout: hiervan moet het bewijs geleverd worden als aansprakelijkheidsvoorwaarde bij een inspanningsverbintenis.
Oorzakelijk verband: de vraag die zich stelt is wat onder oorzakelijk verband precies moet worden verstaan. In het algemeen kan men zeggen dat een oorzakelijk verband aanwezig is, wanneer de schade, bij afwezigheid van een feit, gedraging of verzuim, zich niet zou hebben voorgedaan. Er moet dus een verband zijn tussen de fout en de schade. Een geneesheer kan dus slechts aansprakelijk worden gesteld wanneer zijn fout de oorzaak is van de door de patiënt opgelopen schade.
2. 2.3.2. De extracontractuele aansprakelijkheid
Men spreekt van extra-contractuele aansprakelijkheid wanneer er geen overeenkomst is tussen de partijen. In dit geval dus tussen de patiënt en de arts.
Ook hier moet de patiënt bewijzen dat de schade door de fout van de arts is veroorzaakt.
Het gaat hier dus over de arts die niet de zorg verleent welke redelijkerwijs van een goed arts, een redelijk bekwaam arts of de gemiddelde arts in gelijke omstandigheden mag worden verlangd.
4. 2.4. De morele aansprakelijkheid
Men kan zich verantwoordelijk voelen maar het niet zijn krachtens de wet. Dit schuldbesef van het geweten kan dus ook niet verzekerd worden.
Dit is een vrij subjectief gegeven daar het niet enkel over de beoordeling van de handeling van de arts gaat, maar ook over de arts zelf.
Het betreft hier dus eigenlijk het geweten van de arts.[6][7]
3. Hoofdstuk 3. Problemen met het huidige systeem van aansprakelijkheidsrecht.
De aanhangers van een hervorming van het recht inzake medische aansprakelijkheid benadrukken dat alle betrokken partijen ontevreden zijn over de huidige situatie:
- De slachtoffers zijn ontevreden omdat de procedure te duur is, te lang aansleept en de afloop ervan onzeker is. Daardoor is het ook niet vreemd dat 40 % tijdens de procedure.
afhaakt
- De artsen zijn ontevreden omdat ze moeilijk een verzekering kunnen krijgen en de aansprakelijkheidsstellingen en vervolgingen als onrechtvaardig beschouwen, daar komt dan nog bij dat de verzekeringspremies blijven stijgen .
- De verzekeraars zijn ontevreden omdat ze geconfronteerd worden met een toenemend aantal schadegevallen
Naar mijn mening komt dit alles ook niet ten goede voor de relatie tussen arts en patiënt en tussen arts en verzekeraar.
Dat de patiënt in deze materie steeds de zwakste rol speelt, is niet zo verwonderlijk.
Medische vakjargon is voor een leek nog steeds onbegrijpbaar waardoor de patiënt
niet steeds op de hoogte is van het feit dat hij slachtoffers is van een medische fout, wanneer het vermoeden daar wel is, is het voor de patiënt nog steeds moeilijk enige bewijsvoering te leveren daar hij in België geen rechtstreekse inzage in het medische dossier heeft.
Ook is het zeer moeilijk een gerechtsdeskundige te vinden.
Spijtig genoeg wordt er ook geknoeid in dossiers.
Als een arts wordt geconfronteerd met de kans op een schadevergoedingsvordering of met de kans voor de tucht- of strafrechter gedaagd te worden, dan kan hij in de verleiding komen een dossier achteraf en valselijk aan te vullen of te veranderen.
De Amerikaan Hirsch vermeldt dat in 10 % van de Amerikaanse aansprakelijkheidsdossiers valselijk worden veranderd.[7][8]
4. Hoofdstuk 4. oplossingen voor de problemen : het voorstel Fagnart-Vansweevelt : de redenen voor een hervorming steunt op basis van 3 pijlers.[8][9]
1. 4.1. Een tweetraps vergoedingssysteem
Een werkgroep onder leiding van de professoren Fagnart (ULB) en Vansweevelt (UIA) heeft een ontwerp tot hervorming van de vergoeding van het therapeutisch risico voorbereid, dat ook stoelt op het feit dat zowel de verzorgingsinstellingen als de individuele zorgverstrekkers verplicht een verzekering moeten sluiten die:
- een BA-waarborg bevat, enerzijds die de patiënt een vergoeding biedt, vergelijkbaar met de vergoedingen in de arbeidsongevallenwetgeving, op voorwaarde dat de door een therapeutische handeling veroorzaakte schade vermijdbaar was.
-en een waarborg “ongevallen” anderzijds met wettelijk opgelegde minimumvoorwaarden.
De benadeelde patiënt heeft de vrijheid om zich na een uitkering op grond van de ongevallenverzekering tot de burgerlijke rechter te wenden om een integrale vergoeding voor zijn foutief veroorzaakte schade te verkrijgen.
In dat ontwerp wordt een deel van de premie voor het therapeutisch risico terugbetaald door het Riziv.
Voor medische ongevallen overweegt het ontwerp een vergoeding zoals die voor arbeidsongevallen gangbaar is, waarbij de uitkering van een rente beperkt wordt tot de echtgenoot, zodat de eventuele feitelijke partner van het slachtoffer uit de boot valt. De werkgroep heeft verschillende varianten overwogen om, voor het gedeelte boven de vergoeding uit hoofde van het stelsel van therapeutische ongevallen, via de burgerrechtelijke aansprakelijkheid verhaal uit te oefenen, gaande van het gewoon uitoefenen van het gemeen recht voor de nog niet geregelde schade tot immuniteit voor praktiserende artsen of een beperking van de gevallen waarvoor een dergelijk verhaal mogelijk zou zijn.
In elk geval blijkt daaruit dat het streven naar een vlottere schadeloosstelling geen afbreuk hoeft te doen aan de principes van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid.
1. 4.1.1. Fonds voor medische ongevallen.
Voor de gevallen waarin de verzekeraar niet zou terugbetalen, voorziet de werkgroep in de oprichting van een fonds voor medische ongevallen.
Het fonds komt dus tussen met een schadevergoeding, is de patiënt dan nog niet tevreden, dan kan hij zich wenden tot de rechtbank en het bewijs leveren van fout, schade en oorzakelijk verband.
Het no-fault vergoedingsstelsel zal een aanvullende vergoeding zijn en de patiënten behouden de mogelijkheid om een volledige schadevergoeding te bekomen via de rechtbanken. De vrees bestaat aldus dat het aantal procedures niet zal dalen, daar je de patiënten een voorschot geeft waarmee ze dan naar de rechtbank kunnen gaan om nog meer te eisen, de drijfveer voor elke eisende partij blijft dus voorbestaan.
2. 4.1.2. Het Zweedse no-fault systeem : doel
Het zweedse no–fault systeem zou dus aan al de knelpunten tegemoet moeten komen.
Zo’n systeem moet ervoor zorgen dat meer patiënten sneller vergoed worden, dat gerechtelijke procedures zoveel mogelijk worden vermeden en dat de arts-patiënt relatie onaangetast kan blijven.
Indien als voorwaarde voor het bekomen van een vergoeding vereist wordt dat aangetoond wordt dat de schade vermijdbaar was, blijven uiteraard de bewijsmoeilijkheden met daaraan gekoppelde bewijsrisico’s bestaan.
Aangezien deze vergoeding aanvullend is en hoogstwaarschijnlijk de totale kostprijs van de verzekeringscrisis niet zal verminderen, blijft er daarenboven het risico bestaan dat de financiële last voor de geneesheren door dit systeem zal verzwaren.
In Zweden werkt de vergoeding van medische ongevallen reeds sinds 1974 op zo’n basis.
In de no-fault aansprakelijkheid moeten de slachtoffers de fout van de geneesheer dus niet meer bewijzen. Enkel de schade en het oorzakelijk verband tussen de schade en de gebeurtenis moet bewezen worden. De fout van een arts bewijzen is immers niet gemakkelijk daar het een wereld is die elkaar beschermd. (Het boek “Dood in Bourgondië van Jef Geeraerts illustreert dit zeer goed)
Het systeem zorgt ervoor dat niet alleen de slachtoffers van medische ongevallen, maar ook de medische hulpverleners beter beschermd worden. De slachtoffers kunnen de verzekeraar rechtstreeks tot vergoeding aanspreken en de claimafhandeling gebeurt sneller.
3. 4.1.3. kritiek
Toch ziet niet iedereen dit voorstel zo positief in. De BVVO heeft de gelegenheid gehad om begin oktober minister van justitie Marc Verwilghen te ontmoeten, die bevestigd heeft dat hij zich verzet tegen het idee om een no-fault dekking in te voeren, die volgens hem de verantwoordelijkheid van het medisch beroep afbouwt. Hij wenst dan ook het bestaande aansprakelijkheidsstelsel te behouden, dat op schuld is gebaseerd, maar waarbij eventueel aan dat criterium meer gewicht wordt gegeven en voorzien wordt in de mogelijkheid om de bewijslast bij de arts te leggen. Hij wenst bovendien dat de medische ongevallen door speciale kamers van de rechtbanken worden behandeld en dat het expertisesysteem wordt gereglementeerd. De minister pleit ten slotte voor de invoering, zoals in Nederland, van een collectieve aansprakelijkheid voor de ziekenhuizen.
Daar wordt een centrale aansprakelijke van het ziekenhuis aangeduid, die op zijn beurt dan kan verhalen op de werkelijke schuldige.
Ik maak mij hierover enige bedenkingen daar het niet altijd duidelijk zal zijn wie de fout juist beging.
2. 4.2. Preventie van schadegevallen
Een centrum ter bevordering van de kwaliteit van de gezondheidszorg zou een databank moeten aanleggen van alle therapeutische ongevallen, die ongevallen analyseren en daaruit adviezen puren voor de gezondheidsverstrekkers.
Het is dus de bedoeling om een fonds op te richten waarin alle informatie van alle schadegevallen in ziekenhuizen wordt opgenomen (databank, nieuwsbrieven,…) zodat er van geleerd kan worden.
3. 4.3. Preventie van schadeclaims
Binnen elk ziekenhuis moet een ombudsman of bemiddelingscommissie functioneren om informatie te verschaffen en te bemiddelen tussen de arts, het ziekenhuis en de patiënt en om niet bindende adviezen te verstrekken over het gerezen geschil.
Voor therapeutische ongevallen buiten het ziekenhuis zou op provinciaal vlak een soortgelijke bemiddelingscommissie moeten worden opgericht.
5. Hoofdstuk 5. Verplichtingen van de arts – rechten van de patiënt
1. 5.1. informatieplicht[9][10]
Cass. 4 oktober 1973 : het ganglion van Gasser – arrest
Behoudens uitzonderingen zoals spoedgevallen , mag de geneesheer die meent een therapie te moeten toepassen waaraan ernstig gevaar verbonden is, dit niet doen als zijn voorgelichte patiënt daarin niet vrij heeft toegestemd.
De patiënt heeft het recht zich aan een gevaarlijke behandeling te onderwerpen of die te weigeren. Dit recht kan hij slechts uitoefenen indien hij werd voorgelicht omtrent de gevolgen van de aangeraden ingreep
Toch is er een beperking van de voorlichtingsplicht voor zeer zeldzame en hypothetische risico’s, daar dergelijke voorlichting het moreel van de zieke kan aantasten en hem kan bewegen om zonder voldoende redenen af te zien van een voor zijn gezondheid nuttige ingreep.
De arts moet zijn voorlichting omtrent de voorzienbare en normale risico’s zo inkleden dat de patiënt geen nadelig inwerkende vrees voelt en de werkelijke risico’s en het nut van zijn ingrijpen tegen elkaar moet afwegen.
De vrije toestemming van de voorgelichte patiënt is één van de hoofdbestanddelen van de overeenkomst tussen arts en patiënt en bij ontstentenis van een regelmatig gesloten aansprakelijkheidsovereenkomst worden de risico’s door de geneesheer gedragen.
2. 5.2. recht op informatie [10][11]
De patiënt moet weten waartoe hij toestemming geeft, zoals wat de risico’s zijn van een behandeling en wat hij in redelijkheid van de behandeling kan verwachten.
Kortom, de patiënt moet “informed consent” geven.
1. 5.2.1. Welke informatie?
De hulpverlener licht de patiënt op duidelijke wijze en, desgevraagd, schriftelijk in over
- de aard en het doel van het onderzoek of
- de behandeling die hij noodzakelijk acht,
- over de te verwachten gevolgen en risico’s daarvan voor de gezondheid van de patiënt,
- over andere methoden van onderzoek of behandeling die in aanmerking komen,
- alsmede over de staat van de vooruitzichten met betrekking tot diens gezondheid voor wat betreft het terrein van het onderzoek of de behandeling.
2. Deel 2. De verzekering van de medische aansprakelijkheid
1. Hoofdstuk 1. Inleiding
Eén van de basisregels van ons recht is dat indien u door uw fout schade berokkent aan iemand anders, u deze schade zal moeten vergoeden.
Art.1382 : “elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt
Verplicht degene door wiens schuld de schade is ontstaan, deze te vergoeden”
Het betreft hier een aansprakelijkheid die men oploopt in het kader van de beroepsactiviteit.
De verzekering verzekert de burgerrechtelijke aansprakelijkheid, zowel contractueel als extra-contractueel, van de verzekerde. De verzekering heeft tot doel het patrimonium van de verzekerde geneesheer te beschermen wanneer hij door een patiënt wordt aangesproken ter vergoeding van een al of niet vermeende beroepsfout. De opzettelijk veroorzaakte schade valt ook hier buiten elke dekking. Enkel en alleen handelingen waar de dader wel de daad heeft gesteld, maar het schadeberokkenend effect niet heeft gewild vallen onder de dekking.
2. Hoofdstuk 2. Het verzekeringscontract
1. 2.1. Inleiding
De beroepsaansprakelijkheid wordt verzekerd tot een bepaald verzekerd kapitaal.
Doorgaans is dit 100.000.000 BEF., een bedrag dat in de meeste gevallen ruimschoots voldoende is.
Ook de rechtsbijstand is meeverzekerd.
Vooral dit luik in de polis is voor de verzekerde medicus bijzonder belangrijk.
Stel dat een dokter bijzonder zorgvuldig te werk gaat, maar toch loopt er iets mis. De patiënt voelt zich onjuist behandeld en daagt de geneesheer voor de rechtbank.
Deze beslist in het voordeel van de arts, hij is immers volgens de regels van de kunst te werk gegaan en kan geen fout worden verweten.
Hoewel de arts vrijuit gaat heeft hij toch grote kosten: de kostprijs van zijn juridische verdediging, de honoraria van zijn advocaat bijvoorbeeld en de eventuele medische tegenexpertises die nodig waren voor het proces kunnen hoog oplopen. Het luik rechtsbijstand zal deze kosten vergoeden.
De gewone burgerlijke aansprakelijkheid wordt bij voorkeur in hetzelfde contract meeverzekerd. Op deze wijze vermijdt de verzekeringsnemer dat er discussie ontstaat.
Immers, wanneer niet echt duidelijk is of de schade nu door een gewone burger dan wel een beroepsfout is veroorzaakt, zullen gegarandeerd de 2 betrokken verzekeringsmaatschappijen proberen om het schadedossier in de schoenen van de ander te schuiven.[11][12]
Voor de bespreking van de algemene voorwaarden heb ik de voorwaarden van verzekeringen de medische gehanteerd.
2. 2.2. Welke waarborgen omvat dit contract?
“B.A.medische en paramedische beroepen” omvat de volgende waarborgen:
-het beroepsrisico
-het onrechtstreeks beroepsrisico
-het risico uitbating
1. 2.2.1. Het beroepsrisico
Schade veroorzaakt aan derden:
- door daden of nalatigheden die het gevolg zijn van de wettige uitoefening van uw beroep.
- door het gebruik van instrumenten, toestellen en substanties die noodzakelijkerwijze deel uitmaken van uw verzekerde beroepsactiviteit en in het bijzonder door het gebruik van medische apparatuur met ioniserende stralingen en radioactieve substanties voor medische doeleinden.
- door uw assistenten, helpers, technici of door uw ontvangst-en secretariaatspersoneel handelend voor uw rekening.
De persoonlijke aansprakelijkheid van deze personen is niet verzekerd, tenzij vermeld in de bijzondere voorwaarden.
- door uw toevallige helpers handelend voor uw rekening en in de wettige uitoefening van
hun medische en paramedische functies, daarin begrepen studenten geneeskunde die bij u een vormingsstage lopen. Hun persoonlijke aansprakelijkheid is eveneens verzekerd.
- door de confrater die u vervangt wegens vakantie, ziekte of ongeval. Zijn persoonlijke
aansprakelijkheid is niet verzekerd.
2. 2.2.2. Het onrechtstreekse beroepsrisico
De schade veroorzaakt aan derden (inclusief patiënten) tijdens de uitoefening van uw verzekerde beroepsactiviteit en die niet het rechtstreeks het gevolg is van een door u gestelde medische of paramedische daad.
3. 2.2.3. Het risico uitbating
De schade veroorzaakt aan derden:
- door het gebouw of gedeelte van het gebouw bestemd voor de uitoefening van uw beroep; hierin begrepen de toegangswegen, binnenplaatsen of voetpaden;
- door onderhoud-, schoonmaak-, en herstellingswerken van de plaatsen vermeld in het eerste punt.
- door brand, vuur, ontploffing, rook of water die uitsluitend zijn oorsprong vindt in het gebouw of gedeelte van het gebouw bestemd voor de uitoefening van uw beroep.
3. 2.3. De verzekerde schade
- de lichamelijke schade
- de materiële schade
4. 2.4. Algemene uitsluitingen
- Schade die het gevolg is van een staat van alcoholintoxicatie, intoxicatie ten gevolge van medicijnen, of de schade veroorzaakt onder invloed van verdovende middelen of door flagrante fysische of psychische ongeschiktheid.
- Opzettelijk veroorzaakte schade.
- Schade die voortvloeit uit een weigering om een in gevaar verkerend persoon te helpen.
- De schade die rechtstreeks of onrechtstreeks voortvloeit uit de thermische, mechanische, radioactieve of andere gevolgen van een wijziging van de atoomstructuur van de materie, van de kunstmatige versnelling van de atoomdeeltjes, van stralingen afkomstig van radio-isotopen
- De schade veroorzaakt door oorlog, burgeroorlog en feiten van dezelfde aard.
- De schade veroorzaakt tijdens een staking, een lock-out, oproer, daden van terrorisme of sabotage, gewelddaden met collectieve inslag al dan niet gepaardgaande met verzet tegen de overheid, tenzij de verzekerde aantoont dat er geen enkel oorzakelijk verband bestaat tussen die gebeurtenissen en het schadegeval.
De overige algemene voorwaarden van de burgerrechtelijke beroepsaansprakelijkheid medische en paramedische beroepen van de medische vindt u in bijlage.
5. 2.5. “Act commited”,”loss occurence” en “claims made”
Het onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende fasen van een medisch ongeval enerzijds en de verzekeringscontracten die er betrekking op hebben anderzijds.
1. 2.5.1. de fasen van een ongeval medische aansprakelijkheid [12][13]
Men kan een medisch ongeval opsplitsen in volgende fasen:
- de dag dat er door de zorgverlener een medische handeling gesteld wordt
(het schadeverwekkend feit – act committed)
- de periode dat de schade zich voordoet (loss occurence)
- de dag dat er door het slachtoffer een klacht of een schadevordering wordt ingediend.(claims made)
Het is heel belangrijk dat de zorgverlener hieraan voldoende aandacht besteedt, wil hij niet vroeg of laat voor de vaststelling komen te staan dat een bepaalde periode geen waarborg heeft.
1. 2.5.1.1. act committed[13][14]
De verzekeraars die hun zorgverleners verzekeren volgens het schadeverwekkend feit waarborgen alle prestaties die uitgevoerd werden tijdens de duur van het contract ongeacht het tijdstip waarop de schade zich zal manifesteren of het ogenblik waarop er een klacht ingediend zal worden. Het is dus voor de dekking van belang dat de schade binnen de duur van de verzekeringsovereenkomst werd veroorzaakt. Het doet er daarbij niet toe dat de schade zich pas na afloop manifesteert of dat de vordering pas daarna wordt ingesteld.
Bij het beëindigen van het contract blijft dus de waarborg gelden ten voordele van de verzekerde, zijn erfgenamen of rechthebbenden, op voorwaarde dat het gaat over een schadeverwekkend feit dat zich heeft voorgedaan tijdens de looptijd van het contract.
Long-tail risico’s
Omdat het schadeverwekkend feit zich tijdens de looptijd van de polis moet voordoen, heeft het act committed-systeem als nadeel dat bepaalde risico’s die een lange nasleep kunnen hebben (zogenaamde long-tail risico’s) onverzekerbaar worden.
De schade uit zich in sommige gevallen vaak jaren, soms zelfs generaties na de oorzaak ervan. Om hieraan te verhelpen wordt de dekking voor vorderingen ingesteld na het einde van de overeenkomst (de posterioriteitsdekking) soms gelimiteerd tot een bepaalde termijn.
2. 2.5.1.2. loss occurence
Andere verzekeraars verlenen hun waarborg volgens het principe van het schadevoorval (loss occurence). Hier wordt de polis in aanmerking genomen die van toepassing was op het ogenblik dat de schade zich voordoet. De schade en dus niet het schadeverwekkend feit is cruciaal in deze benadering.
In dit systeem wordt geen rekening gehouden met het ogenblik waarop de vordering tot vergoeding effectief werd ingesteld. Het kan namelijk ook zijn dat de gebeurtenis die aanleiding gaf tot de schade zich voor het ingaan van die polis situeerde.
Zij verlenen dus een waarborg voor de schade die zich voordoet tijdens de geldigheidsduur van het contract alsook voor de eisen tot schadevergoeding die na afloop van het contract worden ingediend. Dit contract verleent dus geen waarborg voor de schade die zich voordoet na het einde van de polis ingevolge activiteiten die uitgevoerd werden tijdens de geldigheidsduur van het contract.
3. 2.5.1.3. claims made
Zowat gelijktijdig met het optrekken van de premies hebben heel wat verzekeraars ook de dekking in de tijd van hun polis aangepast.
Verschillende verzekeraars hanteren momenteel het Amerikaanse claims made systeem:
Dit systeem neemt als criterium voor het ingaan van de verzekeringsdekking het ogenblik waarop de vordering tot schadevergoeding door het slachtoffer wordt ingediend. In dit systeem staat dus de schadeclaim centraal. Er zal dus van dekking geen sprake kunnen zijn indien een vordering wordt ingesteld na het beëindigen van het verzekeringscontract, zelfs niet wanneer de schade zich manifesteerde tijdens dit contract.
De arts is dus enkel gedekt wanneer de claim van de patiënt wordt ingediend tijdens de duurtijd van de verzekering.
Dat zorgt voor problemen wanneer aan de polis een einde komt, bijvoorbeeld wanneer de arts met pensioen gaat of overlijdt. Wordt er nadien een claim ingediend dan kan de arts (of zijn nabestaanden) tot schadevergoeding worden aangesproken zonder dat hij verzekerd is.
Waarborg volgens het claims made principe:
Worden ook in aanmerking genomen, indien ze schriftelijk worden ingesteld tegen de verzekerde of de verzekeraar, binnen zesendertig maanden te rekenen van het einde van de overeenkomst, de vorderingen tot vergoeding die betrekking hebben op:
-schade die zich tijden de duur van deze overeenkomst heeft voorgedaan indien bij het einde van deze overeenkomst het risico niet door een andere verzekeraar is gedekt;
-daden of feiten die aanleiding kunnen geven tot schade, die tijdens de duur van deze overeenkomst zijn voorgevallen en aan de verzekeraar zijn aangegeven.
2. 2.5.2. verkorting posterioriteitsdekking
De beperking van de nadekking en de systemen gebaseerd op loss occurence en claims made verkorten ten voordele van de verzekeraars drastisch de lange nasleep van een risico.
Volgens sommigen bieden zij echter ook grote nadelen voor de verzekerden.
Een eerste probleem doet zich voor wanneer de verzekerde zijn beroepsactiviteit stopzet, hij blijft immers nood hebben aan een aansprakelijkheidsverzekering voor schade of vorderingen aangaande fouten die hij tijdens zijn actieve loopbaan heeft veroorzaakt.
Het tweede probleem stelt zicht bij de overgang naar een andere verzekeraar.De vraag komt dan naar voor wat er gebeurt indien er tijdens de loopduur van de polis geen sprake kan zijn van echte schade, maar wel van bepaalde omstandigheden die later hoogstwaarschijnlijk hiertoe aanleiding zullen geven. Een verzekerde zal bij het einde van zijn polis geen verzekering krijgen voor latere vorderingen.Ook zal hij elders hiervoor geen andere verzekering kunnen krijgen en dit wegens weigering van aanvaarding of verzwijging van risico.
3. 2.5.3. Besluit:
Een volledige waarborg is de enige garantie voor een zekere bescherming van het patrimonium van de zorgverlener (en van zijn erfgenamen) en voor een vergoeding van het slachtoffer.
De premie kan en mag dus voor de zorgverlener nooit het belangrijkste criterium zijn bij de selectie van een medische aansprakelijkheidsverzekering en de waarborgen die er aan verbonden zijn.
Wanneer we de drie mogelijkheden bekijken kunnen we stellen dat enkel een waarborg op basis van een schadeverwekkend feit ( act commited) een efficiënte dekking biedt van de posterioriteit.
4. 2.5.4. situatie in andere landen
1. 2.5.4.1. Duitsland en Engeland
Hier geldt in de algemene polispraktijk het loss-occurence-principe. Voor de beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt op deze algemene regel echter een uitzondering gemaakt.
In Engeland hanteert men hiervoor het claims made – systeem. In Duitsland daarentegen baseert men zich op het systeem van het schadeverwekkend feit (act committed).
2. 2.5.4.2. Frankrijk
In Frankrijk heeft het Hof van Cassatie aan de verzekeraars het act committed – systeem opgelegd. Zij deed dit met de consumentenbescherming in het achterhoofd. Slechts voor specifieke verzekeringstakken wordt de toepassing van het claims made – systeem mogelijk. Omwille van het onverzekerbaar geachte long-tail risico, verwerpen de Franse verzekeraars echter collectief deze rechtspraak en passen zij voor bepaalde risico’s toch het claims made systeem toe.
Hiertoe hebben zij onderlinge afspraken gemaakt die nu reeds enkele jaren standhouden.
3. 2.5.4.3. Nederland
De Nederlandse situatie is zeer interessant omdat daar op 1 januari 1997 voor de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeringen werd overgestapt van loss occurrence naar claims made. Deze overgang werd echter niet door de wet of door enige rechtspraak opgelegd.
De verzekeraars vonden een goede oplossing voor het posterioriteitsprobleem via de zogenaamde omstandighedendekking. Deze uitbreiding houdt in dat bepaalde vorderingen steeds geacht worden te zijn ingediend tijdens de looptijd van de polis, ook al gebeurt dit uiteindelijk na afloop van de verzekeringstermijn. De voorwaarde hiervoor is dat de verzekerde tijdens de looptijd de verzekeraar kennis geeft van feiten waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaruit een vordering tot schadevergoeding jegens hem kan voortvloeien.
Voor de vrije beroeper die zijn activiteiten stopzet, wordt in de praktijk de mogelijkheid geboden een volgens het act committed systeem aangepaste verzekering te negotiëren tegen een aangepaste premie. Deze mogelijkheid kunnen de erfgenamen van een verzekerde ook benutten om de eventuele vorderingen die na diens dood nog worden ingesteld, op te vangen.
In de meeste landen met het loss occurence of het claims made systeem, is een of andere vorm van bijkomende dekking ten voordele van de verzekerde aanwezig. Dat is ook in ons land het geval.
5. 2.5.5. Situatie in België
De belgische regeling ligt vervat in artikel 78 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst (zie bijlage). De eerste paragraaf legt het principe van loss occurence op in BA-Auto,-Brand en –Gezin. Voor de overige BA-verzekeringen, dus ook voor de beroepsaansprakelijkheidsverzekering kunnen de partijen kiezen voor een combinatie van loss occurrence en claims made met een (al dan niet beperkte) omstandighedendekking.
3. Hoofdstuk 3. Toestemming en bewijslast[14][15]
1. 3.1. inleiding
Het is verstandig om een onderscheid te maken tussen enerzijds de bewijslast met betrekking tot de toestemming, en anderzijds de bewijslast met betrekking tot de informatieplicht.
Stel dat de vraag rijst of voor een bepaalde behandeling toestemming is gegeven. De patiënt beweert van niet, de arts houdt vol van wel.
Op wie rust in zo’n geval de bewijslast?
Het blijkt vruchtbaar om eens te kijken naar de West-Duitse en naar de Franse rechtspraak, omdat zij in uitgangspunt verschillen.
2. 3.2. Situatie in andere landen
1. 3.2.1. Duitsland
De arts moet bewijzen dat hij toestemming had voor de behandeling. De arts maakt immers inbreuk op de lichamelijke integriteit van de patiënt en een dergelijke inbreuk is alleen gerechtvaardigd als hij daartoe toestemming heeft verkregen. Daarom draagt hij de bewijslast.
Hier geldt een omgekeerd uitgangspunt.
In een befaamde uitspraak van 1951 vernietigde de Cour de Cassation een uitspraak van de Cour d'ppel d'’nger dat had geoordeeld dat de bewijslast op de arts rust, net zoals nadien in -Duitsland zou gaan gelden.
De vraag was wie moet bewijzen dat al dan niet toestemming was gegeven tot de amputatie van het been van de patiënt.
Frankrijks hoogste rechter oordeelde dat de bewijslast op de patiënt rust. Hij moet bewijzen dat hij geen toestemming had gegeven.
De motivering lijkt precies omgekeerd aan die van Duitsland: wie stelt moet bewijzen en als dus de patiënt stelt dat hij zonder zijn instemming werd behandeld, moet hij daarvan het bewijs leveren.
3. 3.2.3. Nederland
Hier maakt men onderscheid in tweeën. Aan de ene kant: als de patiënt stelt dat hij in het geheel niet, zelfs niet globaal, heeft ingestemd, dan moet de arts bewijzen dat althans een globale toestemming is gegeven. Een dergelijk bewijs kan voor de arts doorgaans geen problemen opleveren.
Aan de andere kant: als de patiënt aanvoert dat hij weliswaar globaal heeft ingestemd, maar dat de vereiste toestemming heeft ontbroken ten aanzien van relevante bijzonderheden van de ingreep, of dat onvoldoende informatie over voor- en nadelen is verschaft, dan liggen de zaken anders. Want in die gevallen is het verwijt van de patiënt niet zozeer dat zijn lichamelijke integriteit is aangetast, maar dat de arts hem niet naar geldende maatstaven van behoorlijke zorg heeft behandeld.
Hierin ligt de bewijspositie van de arts iets gunstiger dan die van de patiënt.
Aan de bewijslevering moeten geen strenge eisen worden gesteld, zo kunnen de eigen dossieraantekeningen reeds voldoende zijn, tenzij de indruk bestaat dat daarmee is geknoeid.
3. 3.3. besluit
De rechtspraak in Duitsland is dus streng voor de arts.
Deze visies hebben ertoe geleid dat artsen en ziekenhuizen van de patiënt schriftelijk toestemming zijn gaan vragen. Op het formulier dat de patiënt ter ondertekening krijgt voorgelegd, wordt in een toenemend aantal gevallen meteen de voor de patiënt relevante informatie vermeld.
Weliswaar kan zo’n ondertekend stuk een rol spelen in het kader van de bewijsvoering, maar een bezwaar kan zeker zijn dat met zo’n handtekening de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt wordt verstoord.
4. 3.4. Het bewijs van de fout[16][17]
In het nieuwe bewijsrecht zoals dat 1 april 1988 van kracht werd, zijn ten aanzien van de bewijslastverdeling twee regels neergelegd:
De eerste berust op wat wel de objectiefrechtelijke leer wordt genoemd: “de partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, draagt de bewijslast van die feiten of rechten….” (art.177 Rv.).
Wie stelt moet bewijzen. De patiënt die de arts op grond van wanprestatie of onrechtmatige daad aanspreekt zal volgens deze regel moeten bewijzen dat door de arts en eventueel door personen voor wie hij aansprakelijk is fouten zijn gemaakt.
Deze regel kan in onenigheden onrechtvaardig uitpakken. De patiënt is bijna altijd leek: gebruikte technieken en gehanteerde begrippen zijn hem vreemd en dossiers blijven voor hem gesloten boeken, ook als ze opengaan. De arts is dus veelal meer in de gelegenheid aan te tonen dat hem geen fout valt aan te wrijven, dan de patiënt het omgekeerde.
Nu is de regel: “wie stelt moet bewijzen” niet het hele verhaal.
Het zojuist geciteerde artikel 177 Rv. Vervolgt namelijk aldus: “…tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van de redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit”. Deze regel berust op wat men wel noemt de billijkheidstheorie.
De theorie van de bewijslastverdeling naar redelijkheid en billijkheid houdt in dat de rechter voor elk geval apart de bewijslast naar billijkheid moet verdelen, dit laat de rechter iets meer ruimte.
4. Hoofdstuk 4. Een statistische kijk op de medische aansprakelijkheidsverzekering.[17][18]
1. 4.1. Situering
Voor het verzekeren van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de medici bestaan er drie verschillende kanalen:
- een individueel contract
- een collectief contract
- de aansprakelijkheidspolis van het ziekenhuis
Samen zijn deze drie vormen van verzekering goed voor een jaarlijks incasso van zowat anderhalf miljard BEF: de twee eerste formules nemen hier het grootste aandeel voor hun rekening. De gegevens inzake de ziekenhuizen zijn minder duidelijk te interpreteren, omdat er niet alleen specifieke medische aansprakelijkheidsgevallen in opgenomen zijn, maar ook andere risico’s, die te maken hebben met de algemene bedrijfsvoering van een ziekenhuis.
Bij het duiden van het cijfermateriaal dat volgt, moet telkens herinnerd worden aan het feit dat niet ieder geopend dossier dat in de telling is opgenomen ook tot vergoeding leidt. Bepaalde dossiers worden pro forma ingediend, in andere gevallen is er geen aansprakelijkheid te vinden of kan niet worden uitgemaakt waar de eventuele fout ligt.
2. 4.2. individuele en collectieve polissen
Voor een analyse van de gegevens met betrekking tot de individuele en de collectieve contracten (met uitsluiting van de ziekenhuispolis dus) zijn drie bronnen beschikbaar:
- Meest recent is een enquête van het ministerie van sociale zaken, die berust op antwoorden van twaalf verzekeringsondernemingen, goed voor 95% van de markt. De antwoorden zijn echter niet altijd volledig, zodat het inzicht in sommige aspecten van de bevraging soms relatief is. Het bereik van deze enquête beperkt zich tot de BA medische beroepen, uitgezonderd de tandartsen. Ze slaat op de jaren 1995-1999, maar omdat vijf jaren een te korte tijdspanne is om een juist beeld te krijgen van de schadelast, zijn vroeger onderzoek van de Controledienst der verzekeringen (CDV) en van de Beroepsvereniging der verzekeringsondernemingen (BVVO) een aangewezen aanvulling op de enquête;
- De CDV-gegevens slaan op het product “BA medische,paramedische en veeartsenijkundige beroepen” (dat ook tandartsen en apothekers omvat, en hierna kortweg “BA medici” genoemd wordt) voor alle in België gevestigde verzekeraars en gelden voor de jaren 1995 tot 1998;
- De BVVO-gegevens slaan ook op dit product; zij berusten op de antwoorden van zowat 75% van de markt en gaan tot voor 1995 terug.
Het onderzoek van het Ministerie van Sociale Zaken toont – zij het op basis van gegevens die gelden voor 60 % van de markt- welk aantal claims per verzekeringsjaar ingediend is.
Grafiek 1: Evolutie van het aantal aangegeven schadegevallen van het voorvaljaar 1995.
(1995,eerste observatie=100)
bron: Enquête Min.Sociale Zaken
Van de schadegevallen uit 1995 werden er 466 in het jaar zelf gemeld,maar blijven er nog meldingen binnenkomen in latere jaren, zodat er eind 1999 een totaal is van 730 dossiers, dus ruim de helft meer dn wat in eerste observatie waargenomen was. De studie maakt ook duidelijk dat het aantal claims in eerste observatie stijgt van 466 in 1995 tot 719 in 1999.
Grafiek 2: evolutie van het aantal aangegeven schadegevallen in eerste observatie
(1995 = 100)
Bron: enquête Min.Sociale Zaken.
Dit heeft te maken met hetzij een snellere aangifte, hetzij met de stijgende trend die toegeschreven wordt aan de evolutie van het medische risico, de groeiende bewustwording bij de patiënten en de wijzigingen in de rechtspraak.
Tegenover deze factoren staat dat preventie-initiatieven als “safety first” bij anesthesisten of aanbevelingen en richtlijnen van specialistenverenigingen – zoals recent die van dermatologen – bijdragen tot een beheersing van het risico: ze zijn voor menig verzekeraar een voorwaarde tot het sluiten van de polis geworden.
Het onderzoek wijst ook uit hoeveel van de 730 bekende schadegevallen uit 1995 inmiddels afgesloten zaken zijn.
Grafiek 3: Regeling van de reeds aangegeven schadegevallen van het voorvaljaar 1995
(730 schadegevallen)
Bron: Enquête Min.Sociale Zaken
Het zijn er inmiddels bijna 70%. Het biedt tevens inzicht in de omvang van de claims en de aard van de kosten die deze schadegevallen kenmerken.
Schema 1: verdeling van de reeds aangegeven schadegevallen van het voorvaljaar 1995
Bron: enquête Min.Sociale Zaken
Niettemin moet bij het ontleden van deze gegevens duidelijk blijven dat noch het definitieve aantal, noch de uiteindelijke omvang van de schadegevallen uit recente jaren vandaag vaststaat. Dit houdt ook in dat schommelingen in de resultaten nog te verwachten zijn.
3. 4.3. ziekenhuispolissen
Een groeiend aantal medici is verzekerd via de aansprakelijkheidspolis van het ziekenhuis waar zij aan verbonden zijn. Deze polis dekt echter heel wat meer dan de “BA Medici” en met name de exploitatie van het ziekenhuis, maar de meeste verzekeringsondernemingen beschikken niet over de gewenste uitsplitsing. De beschikbare resultaten slaan dus niet op homogene waarnemingen.
Ook inzake ziekenhuispolissen vermeldt het onderzoek van het Ministerie van Sociale Zaken het aantal claims dat per verzekeringsjaar ingediend is. Dit cijfer ligt beduidend hoger dan bij de individuele en collectieve contracten inzake “ BA Medici”, en de proportie van in latere jaren aangegeven claims ligt ook een stuk lager:
Van de inmiddels 2.643 geregistreerde zaken met betrekking tot het verzekeringsjaar 1995, waren er in 1995 zelf al 2.361 ingediend.
Grafiek 4 : Evolutie van het aantal aangegeven schadegevallen van het voorvaljaar 1995
(1995,eerste observatie = 100)
Bron: Enquête Min.Sociale zaken.
Ook de toename van het aantal in het eerste jaar aangegeven zaken evolueert minder steil dan in de specifieke “BA Medische”verzekering: Er waren er 2.361 in 1995, tegenover 2.896 in 1999.
Grafiek 5: evolutie van het aantal aangegeven schadegevallen in eerste observatie
(1995 = 100)
Bron: Enquête Min.Sociale Zaken.
Een groot aantal van de schadegevallen geeft betrekking op de eigenlijke aansprakelijkheid van het ziekenhuis.Gezien dergelijke schadegevallen meestal sneller worden aangegeven dan deze in “BA Medici”, mag men aannemen dat de meeste schadegevallen die na tweede observatie nog worden ingediend betrekking hebben op eigenlijke medische aansprakelijkheden: het gaat in de steekproef om enkele tientallen dossiers. Dit neemt overigens niet weg dat er reeds de eerste jaren natuurlijk ook claims van medische aard worden ingediend in het kader van ziekenhuispolissen.
De enquête geeft ook weer hoe de afhandeling van claims verloopt.
Grafiek 6: regeling van de reeds aangegeven schadegevallen van het voorvaljaar 1995
(2.643 schadegevallen)
Uit de beschikbare cijfers blijkt dat schadegevallen die te maken hebben met de aansprakelijkheid van het ziekenhuis sneller geregeld worden dan schade voortvloeiend uit medische aansprakelijkheid.
4. 4.4. Zwaardere schadegevallen
De enquête van het Ministerie van Sociale Zaken heeft bijzondere aandacht besteed aan de zwaardere schadegevallen.
Zowel aan de zijde van individuele en collectieve contracten als langs de kant van de ziekenhuispolissen werden gegevens ingezameld over de schadegevallen aangemeld tussen 1995 en 1999 waarvan eind 1999 de schadelast op meer dan 2 miljoen BEF begroot was.
Het gaat om 113 claims en een gezamenlijke schadelast van 824 miljoen BEF, of ongeveer 3% van het aantal schadegevallen over de beschouwde periode (1995-1999).
De gegevens zijn ingezameld bij verzekeringsondernemingen die tussen 70 en 80 procent van de markt uitmaken. Zij bevestigen dat het grootste aantal dossiers verwerkt wordt in het kader van polissen die tot 100 miljoen BEF (36% van de gevallen) of tot 200 miljoen BEF (46% van de gevallen) waarborgen.
De bepaling van het ogenblik van in werking treden van de waarborg in de tijd wordt meer bepaald door de verzekeringsvoorwaarden dan door de wetgeving:
- in 28% van de dossiers ging de verzekeraar uit van het schadeverwekkend feit
- in 63% van de dossiers ging de verzekeraar uit van loss ocurrence
- in 9% van de dossiers ging de verzekeraar uit van claims made voorwaarden.
Meer dan één geval op vier (28%) liep uit op een minnelijke regeling, en het blijft gebruikelijker (38%) voor een gerechtelijke procedure te kiezen.
In 34% van de gevallen was het nog niet duidelijk of de regeling uiteindelijk in der minne of door de rechter zou worden getroffen.
De verdeling van het aantal dossiers volgens specialiteit bevestigt dat huisartsen en verpleegkundigen minder frequent bij dergelijke dossiers betrokken zijn, terwijl specialisten en ziekenhuizen het vaker zijn.
Literatuurlijst
Schuld- of risicoaansprakelijkheid? [1][2]
[1][1] C.J.J.M STOLKER, De aansprakelijkheid van de arts,1988,19.
[2][3] C.J.J.M STOLKER,De aansprakelijkheid van de arts,1988,34.
[3][4] W.B. VAN DER MIJN,Wettelijke regelingen voor beroepen in de gezondheidszorg,1973, 41.
[4][5] P. ARNOU, De strafrechtelijke aansprakelijkheid van de geneesheer,s.l., 1989,165.
[5][6] T.VANSWEEVELT, de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de geneesheer en het ziekenhuis, Antwerpen, Kluwer, 1992, 114
[6][7] DVV VERZEKERINGEN,101 vragen en antwoorden over je verzekeringen,11.
[7][8] C.J.J.M STOLKER, De aansprakelijkheid van de arts,1988,91.
[8][9]
[9][10] VANSWEEVELT T.,Rechtspraak – en wetgevingsbundel gezondheidsrecht,1999,87.
[10][11] C.J.J.M STOLKER,De aansprakelijkheid van de arts,1988,46.
[11][12] G.Van Daele, Goed verzekerd, risicobeheer in bedrijf, vrij beroep en organisatie.
[12][13] Medische aansprakelijkheid en verzekeringen,Loss occurence en claims made contracten maken slachtoffers van de zorgverleners,15/12/00.
[13][14] DE VERZEKERINGSWERELD,Aansprakelijkheidsverzekeringen, begrenzing van de dekking in de tijd,25.04.97.
[14][15] C.J.J.M STOLKER,De aansprakelijkheid van de arts,1988,42.
[15][16] C.J.J.M STOLKER,De aansprakelijkheid van de arts,1988,43.
[16][17] C.J.J.M STOLKER,De aansprakelijkheid van de arts,1988,79.
[17][18] BVVO,Assur info- to the point,22.06.2000