|
|
|
Ostheopathie:
Osteopathie is een manuele onderzoeks- en behandelmethode van gewrichten en andere weefsels van het lichaam, op hun beweeglijkheid en onderling relaties, voor zover deze een rol spelen bij de klachten. Omdat de osteopaat onderzoek en behandeling uitvoert met zijn handen. Met beweeglijkheid wordt niet alleen bedoeld het voortbewegen van de mens, maar ook beweging van alle cellen, weefsels, spieren en botten ten opzichte van elkaar. Ook geld dit voor de inwendige organen (peristaltiek, ademhaling, orgaanbewegingen onder invloed van ademhaling) en voor de lichaamsvloeistoffen (bloed, lymfe, hersenvocht).Osteopathie is gebaseerd op uitgebreide anatomische, fysiologische en pathologische kennis, met een interpretatie van de samenhang.
Een osteopathische behandeling bestaat uit het manueel mobiliseren van osteopathische dysyfuncties. Deze dysfuncties kunnen gelegen zijn in het hele lichaam.
Didactisch verdeelt men in de osteopathie het lichaam vaak in drie systemen/aspecten : pariëtaal, visceraal en craniosacraal. In al deze systemen zijn bij osteopathisch onderzoek dysfuncties te vinden. Uit onderzoek bleek dat 78% van een groep cvs patiënten een osteopathische dysfunctie had ter hoogte van synchondrosis sphenobasilaris (SSB).
Decompressie
van het SSB kan een positieve invloed hebben op CVS Ook kwamen osteopathische dysfuncties van C3, C4, C5 regelmatig voor (resp. 44,4%, 44,4% en 55,6%). In de thoracale wervelkolom kwamen zowel hoog (T1, T2, T3 resp. 72,2%, 50% en 72,2%) als laag (T9 en 12, resp. 50% en 72,2%) frequent mobiliteitsdysfuncties voor. Ter hoogte van het sacro-iliacale gewricht werden in hetzelfde onderzoek, uitgevoerd bij 18 cvs patiënten veel osteopathische dysfuncties gevonden. Het enkelgewricht was volgens de onderzoeker bij 66,7% in mobiliteit gestoord. Naast de genoemde osteopathische dysfuncties van het cranium, de wervelkolom en de voet waren de viscera ook vaak in osteopathische dysfunctie. Lever, galblaas en omentum minus regio werden frequent (72,2%) met een verstoorde mobiliteit gevonden. Tevens waren er vaak stoornissen in de mobiliteit van de dikke darm (55,6%), de twaalfvingerige darm (55,6%) en de longen (50%) te vinden bij deze groep CVS-patiënten. Mogelijk dat de vermelde osteopathische dysfuncties een invloed hebben op het ontstaan, het onderhouden en / of de intensiteit van CVS. Dat osteopathie een positief effect kan hebben op de intensiteit van de klachten bij CVS bleek uit onderzoek door de Britse osteopaat Perrin. In de met osteopathie behandelde groep CVS-patiënten bleek na een jaar dat de klachten met gemiddeld 40% waren afgenomen. Deze verbetering was significant beter dan die in de niet manueel behandelde controlegroep, waar zelfs een gemiddelde achteruitgang van 1% te zien was. De mate van spiervermoeidheid nam af door osteopathische pariëtale behandeling. Ook namen de rugklachten af, nam de mate van depressiviteit en angst af, verbeterde het slapen, de cognitieve functies en de algemene symptomen welke geassocieerd zijn metCVS. Mogelijk dat het effect van osteopathische behandeling bij CVS is te verklaren door een verbeterd functioneren van het (vegetatieve) zenuwstelsel, het immuunsysteem en de viscera, en een verbeterde doorbloeding van de skeletmusculatuur. Deze resultaten en hypothesen worden ondersteund door de resultaten uit andere verrichtte onderzoeken. Daaruit blijkt namelijk dat osteopathie een positief effect kan hebben op de immuunrespons en op de tonus van de musculatuur. Daarnaast zijn er studies die laten zien dat prikkelbare darmklachten, frequent voorkomend bij mensen met het CVS, significant verbeteren na osteopathische interventie en dit geld ook voor klachten als hoofdpijn, migraine, bekkeninstabiliteit en andere pijnklachten in het bewegingsapparaat. De resultaten van Perrin vormen nog niet het bewijs voor de effectiviteit van osteopathie bij de behandeling van CVS. Dit daar de kwaliteit van het onderzoek getoetst volgens zowel wetenschappelijke als osteopathische criteria niet aan de belangrijkste eisen voldoet. Toch mogen de uitkomsten van de studie van Perrin veelbelovend genoemd worden en deze resultaten rechtvaardigen vervolgonderzoek. Ook uit onderzoek bij migrainepatiënten werd een verbetering van vermoeidheidsklachten gezien na osteopathische behandeling. Deze verbetering was na een jaar 23% tegenover 13% in de controlegroep, maar was niet significant. Indien osteopathie gecombineerd werd met voedingsaanpassing na consultatie van een natuurarts namen de klachten in grotere mate af dan wanneer alleen osteopathisch behandeld werd. Dit toont het belang van een multidisciplinaire aanpak van vermoeidheidsklachten, waarover verderop in dit artikel meer.
Artikelen:
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|