

De splinter in het oog van de ander zien
en niet de balk in het eigen oog dat was de fout die oud minister De Gucht
onlangs maakte toen hij het had over corruptie.
Het verschil met onze voormalige kolonie
is dat het er daar minder geraffineerd aan toe gaat en het sneller aan de oppervlakte
komt.
België is nog steeds het land van belofte
voor sommige politici. Aan beloftes geen gebrek. Alleen bekijken ze dit iets
te letterlijk. Veel beloven en weinig geven, doet de zotten in vreugde leven.
Corruptie lijkt onvoorwaardelijk verbonden aan de maatschappelijke
instellingen… we lijken dit als een sport te beschouwen in ons landje.
Velen onder ons zullen corruptie als verwerpelijk bestempelen, maar tegelijkertijd
zijn er evenveel mensen die er zich aan bezondigen.
In die mate zelf dat we reeds uit de top vallen van de twintig
minst corrupte landen enerzijds, en anderzijds dat we nogal gelaten reageren
op alle mogelijke vormen van corruptie die vaak in de media worden gebracht.
Gewenning, aanvaarding, het mogen allemaal geen redenen zijn om van gelatenheid
de regel te maken als reactie op dit alles.
Want corruptie is verwerpelijk. Het
brengt niet alleen de fundamenten van onze democratie in gevaar, het benadeelt
ook anderen, diegenen die wel degelijk recht hebben op bepaalde zaken.
Corruptie
is een groot probleem dat uiteindelijk alles ondergraaft. Dit hangt nauw samen
met de politisering van het hele bestel op het snijvlak van politiek, bestuur
en bedrijfsleven: partijvrienden, kabinetten, vergunningen, subsidies.
Corruptie
tast vooral de geloofwaardigheid van een democratisch staatsbestel aan.
Probleem
is dat de meningen nogal uiteenlopen, over wat al dan niet 'geoorloofd' is.