|
|
|
Minnelijke medische expertise ( of Minnelijke medische oplichting) Als het gaat over centen en procenten is ethiek,deontologie en eed van Hippocrates ver te zoeken. Waar halen die mensen de arrogantie vandaan om de protocols van echte specialisten die dag in,dag uit met de problematiek bezig zijn te bekritiseren en te bekladden Als de oorzaak van een aandoening niet bekend is, roepen verzekeringsartsen nog al snel dat het wel tussen de oren zal zitten. Zij gaan af op wat genoemd wordt hun ‘klinische blik'. Het probleem met de klinische blik is, dat die per definitie subjectief is. Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat de arts die alleen vertrouwt op zijn klinische blik en op eigen kunnen, zoekt naar een bevestiging van zijn eerste indruk en geen of te weinig betekenis hecht aan tegenbewijs. Verzekeringsgeneeskunde blijft in toenemende mate achter bij de ontwikkelingen in de medische wetenschap. Vasthouden aan het gebruik van de klinische blik alleen, terwijl door de wetenschappelijke ontwikkelingen allang is komen vast te staan dat de klinische blik onbetrouwbaar is, maakt dat verzekeringsartsen fouten maken. Daardoor zijn ze kwetsbaar voor klachten en procedures over de kwaliteit van hun beoordelingen. Artsen die het geloofssysteem vertonen: “ als wij er niet van het op de hoogte zijn”, dan bestaat het niet lijden aan een geestelijk tekort. Dit werd trouwens ook wetenschappelijk aangetoond.
En ja, verzekeringsartsen hebben altijd gelijk. Ze hoeven geen eed af te leggen,want stel je voor dat ze zich vergissen,bijscholing hoeft niet en ze zijn gevrijwaard van seniliteit en Alzheimer. Hoogtijd dus dat ze ook een driejaarlijks onderzoek ondergaan naar vakbekwaamheid en gezondheid.
En hoe wetenschappelijk of evidence based alles is vindt je op : http://tinyurl.com/y9qv9da
Artikelen :
Voetangels en schietgeweren - Zou men zich nog laten verzekeren? De verzekeringspolis: 2) Polisvoorwaarden Gewaarborgd inkomen en definities : In artikel 7 vindt men de bepaling van ziekte : Ziekte is elke aantasting van de gezondheidstoestand die niet door een ongeval veroorzaakt wordt en waarvan de oorzaak en de symptomen medisch objectiveerbaar zijn en “die als zodanig een diagnose toelaten en een therapie vereisen.” In artikel 22.7 vindt men de uitsluiting : wat is niet verzekerd
Functionele, subjectieve of psychische stoornissen, waarvan hetzij de oorzaak en de symptomen niet medisch objectiveerbaar zijn, hetzij de behandeling of de therapie of de arbeids -ongeschiktheid niet vereist is vanuit een zuiver medisch standpunt. Deze arbeidsongeschiktheid moet medisch objectiveerbaar zijn.
Zoals deze definities nu gedefinieerd zijn bestaat er teveel onzekerheid bij een eventueel schadegeval.
De vraag die niet beantwoord wordt is: “ Wie bepaalt of een ziekte medische objectiveerbaar is en wat is medische objectiveerbaar”. Doet men hiervoor beroep op artsen van de maatschappij, houdt men rekening met de mening van artsen die cliënt behandelen,houdt men rekening met wetenschappelijke onderzoeken, richtlijnen van het Riziv of baseert men zich op algemeen aanvaarde richtlijnen zoals bv deze van de Wereldgezondheidsorganisatie.
Begrippen als 'objectief’ (wat is 'objectief' ? wat verstaat de maatschappij door objectief en 'psychische' aandoeningen staan in de polis nergens precies omschreven, wat de verzekeraar toelaat ze naar eigen goeddunken te interpreteren ! De cliënt die de polis leest vertaalt die polisteksten met zijn gezond boerenverstand als 'profiteurs worden uitgesloten' (dat wordt trouwens door de verzekeringsagenten en - makelaars ook zo uitgelegd bij het ondertekenen van de polis !).
De Leuvense hoogleraar en neuropsychiater B. Van Houdenhoven heeft hierover een theorie ontwikkelt :
Verkeerd begrijpen van objectiviteit
Een wetenschapstheoretisch perspectief kan hier veel verhelderen.
Men kan zich de vraag stellen : wat is ziekte in België en wat is arbeidsongeschikt of arbeidsonbekwaam?
Volgens het Riziv wordt de arbeidsgeschiktheid niet geëvalueerd op basis van de ziekte waaraan iemand leidt, maar op basis van het functioneel vermogen van de patiënt. Het Riziv erkent trouwens geen lijst van ziektes. Volgens hen wordt arbeidsongeschiktheid gedefinieerd in termen van verlies aan verdiencapaciteit.
Verzekeringsartsen leggen het begrip 'objectief' zo uit dat alleen arbeidsongeschiktheid wordt aangenomen als dit een gevolg is van aan te tonen lichamelijke afwijkingen. Deze interpretatie is niet juist aangezien objectiviteit meer omvat dan zichtbaarheid/aantoonbaarheid alleen.
Dient objectiviteit dan aan de vaststelling van afwijkingen of aan de vaststelling van ongeschiktheid gekoppeld te worden ?
“die als zodanig een diagnose toelaten en een therapie vereisen.”
Dit houdt in dat er dient vastgesteld te worden op gronden die in de reguliere geneeskunst algemeen aanvaard zijn. Dit vereist dat er voor de vaststelling gebruikt gemaakt wordt van onderzoeksmethoden die in de gezondheidszorg door artsen en paramedische deskundigen geaccepteerd zijn. Het probleem is echter dat veel alledaagse medische onderzoeksmethoden weinig of geen aantoonbare waarde hebben voor het vaststellen van de ' ongeschiktheid als gevolg van ziekte' Het is voor een arts dan ook heel moeilijk de stoornissen,beperkingen of handicaps van de cliënt vast te stellen. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij nieuwe ziektes waarvan de huidige medische stand nog niet in staat is de juiste diagnose te stellen. De oorzaken van veel ziekten zijn onbekend, speculatief of complex . Voldoende zou dus moeten zijn om vast te stellen dat de ongeschiktheid een gevolg van ziekte is, en dat het niet nodig is de oorzaak van de klachten of van de ziekte te kunnen aanwijzen. waarvoor op dit moment nog geen duidelijke medische verklaring is te geven. Want wie bepaalt er welke medische studies nu aanvaardbaar zijn of niet? In consensus? Maar van wie?Uiteindelijk zal de verzekeringsarts wel de studies eruit halen die het meest voordelig zijn voor zijn opdrachtgever en zeggen dat dit evidence based is
Met evidence based beogen beroepsbeoefenaren een rationalisatie van hun handelen, maar de term dient niet te worden verward met ‘wetenschappelijk bewijs’ of ‘wetenschappelijk effect’. Over wat als ‘wetenschappelijk bewijs’ mag gelden bestaat vaak weinig consensus, met name in de menswetenschappen vanwege de methodologische problemen die onderzoek vaak met zich meebrengt. Het meten van ‘effect’ is in de regel erg lastig door het grote aantal mogelijke derde variabelen (‘confounding variables’) die het menselijk handelen beïnvloeden. Daarom probeert evidence-based practice de rationalisatie van het handelen van de beroepsbeoefenaar met gebruikmaking van zoveel mogelijk bronnen te funderen. Welke bron zwaarder weegt is vaak afhankelijk van machtsverhoudingen binnen een professionele sector, maar daarmee is het niet automatisch ‘evidence based’ of wetenschappelijk bewezen.
De organisatie waarvoor een beroepsbeoefenaar werkt (kan ook een universiteit zijn ) en de daarbij behorende paradigma's beïnvloeden de visie van de hulpverlener op complexe maatschappelijke problemen en wordt aan nieuwe medewerkers soms doorgegeven als zijnde 'de waarheid' en 'de werkelijkheid' Wanneer een bepaalde visie dermate overheersend is, of wanneer er binnen een organisatie sterk op productie wordt gestuurd bestaat het risico van het ontstaan van 'foutenculturen' in die organisatie.
Welke zaken zijn wel gedekt in het contract : Fysiologische en economische arbeidsongeschiktheid zijn gedekt.
Fysiologische invaliditeit: vermindering van de lichamelijke integriteit waarvan de graad bepaald wordt bij de medische beslissing onder verwijzing naar het O.B.S.I. (Officieel Belgisch Barema der Invaliditeiten).
Economische invaliditeit: verdwijning of vermindering van de werkbekwaamheid. De graad zal bepaald worden in evenredigheid met de weerslag op uw werkbekwaamheid
Volgens het Riziv is de Obsi schaal een baremale schaal en schatting met als enig doel een eenvormigheid in de schattingsmethode te bekomen, zodat voor eenzelfde letsel steeds dezelfde invaliditeit weerhouden wordt. De bestaande barema's beperken zich dus tot het schatten van een fysische ongeschiktheid. Zij hebben niets te maken met de schatting van een werkongeschiktheid of de bepaling of definitie van een ziekte
En wat gebeurt er met ziektes die zogezegd niet medisch objectiveerbaar zijn en toch vermeld worden in de OBSI schaal? Wat primeert er in dergelijk geval om uitkering te krijgen?
Ik denk dat maatschappijen eerder een memorie van toelichting zouden moeten geven hoe ze hun polissen interpreteren,zodat achteraf bij schadegeval discussies tot een minimum beperkt kunnen worden.
Het maatschappelijk debat over verzekeringen zou dan ook heel wat ruimer dienen gevoerd te worden. Wat de burger interesseert is welke kansen hij effectief heeft om uitbetaald te worden bij een eventueel schadegeval. En of dit kan binnen een bepaalde tijdspanne, of er geen officieel loket kan geopend worden om beslissingen uit te spreken zodat de burger geen 10 jaar hoeft te procederen met alle gevolgen van dien.
Verzekeringen worden wel echt lucratief als men de houding begint aan te nemen van Madame non. Ze weigeren elke betaling , en de klant betaalt zijn leven lang om hun procedurekosten te dekken.
Contract van minnelijke medische expertise
Opgepast met ondertekenen van dergelijke clausules. In 90% van de gevallen biedt de gerechtelijke expertise heel wat meer kansen op slagen. Spijtig genoeg voorzien de nieuwe polissen deze clausule reeds in hun basisvoorwaarden zodat klant bij voorbaat eraan is voor de moeite.
Verzekeringsartsen zijn er niet om patiënten te beoordelen of te verdedigen maar wel om de maatschappijen zo weinig mogelijk te laten uitkeren . In feite doen ze niets anders dan schimpen op de reguliere geneeskunde. Deze weten niets van geneeskunde, de verzekeringsarts weet er alles van. Meer en meer professoren staan dan ook afkerig tegen deze spelletjes en weigeren hun patiënt nog langer te verdedigen wanneer het tegen verzekeringsmaatschappijen gaat.
Geneeskunde is geen exacte wetenschap en meningen zijn niet strafbaar. De nodige geneeskundige onderzoeken die de verzekeringsarts moet uitvoeren gebeuren dan ook meestal bij bevriende verzekeringsartsen ,welke brandhout maken van de bevindingen van de reguliere geneeskunde. De derde geneesheer die dan zou moeten arbiter spelen is er dan ook meestal één uit het kamp van de verzekeringsartsen. Zodat de uitslag op voorhand bepaald is.
In gevallen van burgerlijk recht schijnen verzekeringsartsen ook steeds te vergeten dat de patiënt moet hersteld worden in de staat van voor het ongeval. De belachelijk invaliditeitspercentages die ze voorstellen liggen zo onnoemelijk laag dat de meeste verzekeringspatiënten verplicht worden tot het voeren van geldverslindende processen. Verzekeringsartsen behoren dan ook tot de Schutzstaffel van de verzekeringsmaatschappijen.
|